Starten met canitrailen …hoe doe ik dat?

Je loopt al geruime tijd hard en zou graag met je hond samen willen trailen. Maar hoe doe je dat? Waar begin je? Waar moet je mee rekening houden?

 

Raskenmerken
Ieder ras heeft z’n eigen kenmerken met daaraan gerelateerd een natuurlijke aanleg voor wat lange afstanden of niet. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de bouw van het skelet, de vorm van de snuit, structuur van de vacht en de ‘will to please’/ werklust. Mijn witte herder weegt 38 kilo, is in vergelijking met zijn broertjes uit hetzelfde nest enorm gespierd en vindt het heerlijk om in een energiezuinige draf te lopen. Hoe ver we uiteindelijk kunnen lopen zal de toekomst nog moeten uitwijzen…

 

Niet alleen uithoudingsvermogen opbouwen
Om lange afstanden te kunnen trailen is niet alleen het uithoudingsvermogen van je hond belangrijk. Je zal ook moeten werken aan zijn belastbaarheid, bespiering en coördinatie/ core stability. Maar ook goed materiaal is erg belangrijk. Denk aan een goed zittend harnas, heupgordel en een elastische lijn. Ik heb een voorkeur voor een korte lijn en meer gedrongen harnas op onze rustige duurloopje en heb een wat langere lijn en harnas voor als we meer full-speed gaan trainen om de trekkrachten beter te kunnen verdelen.

 

Aangelijnd meer belastend
Houd er rekening mee dat als een hond aangelijnd met je gaat trailen, wat in veel gebieden verplicht is, het extra belastend is voor je hond omdat wij voor hem ‘te traag’ lopen. Een hond is van nature een snuffelaar en legt vaak niet-aangelijnd veel meer kilometers af door heen en weer te lopen. Zijn bewegingen zijn dan veel efficiënter en altijd aangepast aan wat hij wil. Als je hond aangelijnd loopt kost het hem veel meer energie. Kan je hond dus uren ‘los’ meelopen dan is dat geen enkele garantie dat hij dat ook ‘aangelijnd’ kan. Wil je weten hoe het voelt om ‘onder je niveau’ te moeten lopen? Loop je normaal 10km/u ga dan eens 30 minuten lang gemiddeld 7,5km/u lopen en voel wat dat doet met je spieren, gewrichten, ligamenten en techniek.

Deze belastbaarheid zul je dus moeten trainen en vooral rustig opbouwen.

 

Volgroeid en uitgehard skelet
Om de belastbaarheid op te kunnen bouwen zal het skelet van je hond voldoende uitgegroeid en uitgehard moeten zijn. Het kraakbeen is bij een jonge hond nog zacht en vormbaar. Het is niet bestand tegen langere tijd achter elkaar belasten. Pas als hij volledig uitgegroeid en uitgehard is kun je de duurtrainingen uitbreiden, diverse tempo’s trainen en meer klimmen en dalen eraan toevoegen.

Gemiddeld kun je stellen dat de groeifase voorbij is volgens onderstaand schema:

☞ Bij kleine rassen (tot 10 kg) :  10 – 12 maanden

☞ Bij middelgrote rassen (11 – 25 kg) – <50 cm : 12 – 15 maanden.

☞ Bij grote rassen ( vanaf 25kg ) > 50 cm : 15 – 24 maanden

Op welke leeftijd je hond werkelijk is uitgegroeid verschilt niet alleen per ras, maar verschilt ook per individu. Het kan dus zo zijn dat de ene pup uit een bepaald nest veel eerder klaar is met groeien (vroeg rijp) en dat de andere pup uit hetzelfde nest een half jaar langer nodig heeft om op dit punt te komen (laat rijp).

Voor meer info hierover zie het artikel belastbaarheid.

 

Basiscommando’s
Voor jullie echt al kilometers gaan maken,  kun je je hond al wel laten wennen aan de basiscommando’s die je straks gaat gebruiken. Denk aan commando’s zoals:
– voor
– naast
– achter
– links
– rechts
– door ( ipv rechtdoor)
– go
– wandel
– stop
– rustig, etc..

Natuurlijk kun je je eigen commando’s verzinnen, als je maar consequent bent. Sommigen doen de commando’s in het engels of gebruiken termen uit de sledehondensport zoals ‘gee(=rechtsaf)’ – ‘haw (=linksaf)’ – ‘hike (=go)’ –  ‘easy (=vertragen)’ – ‘ho (=stoppen)’.

Ook kun je hem al laten kennismaken met diverse ondergronden en oefeningen in het bos doen die gericht zijn op de plaatsing van het lichaam (proprioceptie). En als voorbereiding op het echte trailwerk zijn allerlei Balans & Coördinatie oefeningen fantastisch om samen te doen.

 

Met canitrailspullen kennismaken
Voordat jullie de conditie werkelijk gaan opbouwen kun je je hond laten wennen aan het aan elkaar gebonden zijn. Om veilig ‘handsfree’ te kunnen canitrailen zijn de volgende materialen belangrijk:
– harnas voor de hond
– heupgordel voor de handler
– verende lijn

Een harnas voor de hond moet goed passen en zijn bewegingen niet belemmeren. Een heupgordel heeft de voorkeur boven het in de hand vasthouden van de lijn omdat je dan je eigen hardloopbeweging niet belemmert. Deze mag vooral bij een trekkende hond niet op je onderrug drukken. Dat is vragen om ernstige rugproblemen. De verende lijn is de verbinding tussen jou en je hond. Qua lengte is het belangrijk dat je je afvraagt of je hond veel naast je loopt of alleen maar wil trekken, want een te lange lijn bij een hond die naast je loopt is nog gevaarlijk ook omdat je er makkelijker over kunt vallen.

Laat je hond al in de beginfase van jullie canitrail-carriere kennis maken met het materiaal. Trek je hond z’n harnas aan, jij je heupgordel en de elastische lijn en ga er samen op uit. Ga samen wandelen, snuffelen en kleine stukjes hardlopen. Neem wat water mee in je trailvest en laat je hond drinken uit een flesje/ waterzak of opvouwbare drinkbak. Doe zelf trailschoenen aan met voldoende profiel om te voorkomen dat je onderuit gaat op de trails. Test schoenen met veel demping en weinig demping, want als mijn hond behoorlijk aan het trekken is over de harde bospaden zijn schoenen met extra demping zeer welkom.

In dit stadium wil je je hond enthousiast maken om samen eropuit te gaan.

 

Moet je hond trekken
Bij het canitrailen hoeft je hond niet te trekken. Het kan soms wel eens handig zijn, maar is zeker geen vereiste zoals bij het canicrossen.
Wat wel belangrijk is, is dat je je hond leert om op allerlei posities te kunnen trailen. Dit kun je in de voorbereiding ook al trainen met je hond.
– Voor lopen: is handig bij single tracks en als je heuvel op gaat
– Naast lopen: is noodzakelijk bij steile afdalingen
– Achter lopen: bij technisch moeilijke afdalingen

Ik heb Quasar geleerd om ‘voor’ te lopen door eerst voertjes voor j ons op een single track te gooien. Zodra hij dan voor liep gaf ik het commando ‘voor’ onbeloonde hem ook nog eens met mijn stem. Maar cecht trekken deed hij niet. Vond ik ook niet zo erg omdat ik zijn jonge lijfje niet teveel wilde belasten. Pas toen we een aantal canitrailers hadden uitgenodigd om samen mee te lopen ging hij ineens trekken. Mijn hond kon daardoor ‘voor-lopen’ en ‘trekken’ afkijken van de andere aanwezige honden.


Je hond is leidend
Tijdens het uitbreiden van de kilometers houd je je hond continu in de gaten. Je kunt beter te langzaam opbouwen als te snel. Honden willen zo ontzettend graag hun baasje ‘pleasen’ dat ze vaak ver over hun eigen kunnen/ grenzen gaan. Als je hond aangeeft dat het voor vandaag genoeg is, stop dan ook onmiddellijk. Waarschijnlijk heeft ie al veel langer pijn of is hij hij al heel lang moe voordat jij het door hebt dat er iets aan de hand is. Push je hond nooit om iets te doen of om verder te rennen omdat jij het zo graag wil.

Kennis van kalmerende signalen is voor de canitrailer van essentieel belang, want dat betreft de oersignalen die honden uitzenden en waar ze op reageren. Begrip van deze hondentaal vergroot het begrip voor het wezen van je hond.

 

Spierpijn en overbelasting
Houd je hond goed in de gaten voor, tijdens en na de training op souplesse, spierpijn en vermoeidheid. Loopt je hond anders als anders, bijvoorbeeld met kortere passen, stijver in de achterhand of in telgang (wat ie anders nooit doet). Of blijft hij met een bolle rug lopen, voel je een stijve plek in de wervelkolom of zie je een vreemde verspringing in z’n vacht dan kan dat betrekking hebben op een blokkade in z’n bewegingsapparaat. Een bezoekje aan een fysiotherapeut of osteopaat kan dan noodzakelijk zijn. Begin na een behandeling niet meteen daar waar je gebleven was. Gun het lichaam van je hond een paar weken de tijd om te wennen aan de ‘nieuwe situatie in het lichaam’.

 

Vermoeidheid bij je hond herkennen
Als een hond moe is, dan laat hij dat vaak heel goed zien. Die van mij stopt gewoon met rennen en gaat liggen kauwen op een stokje. Als hij geen zin heeft gaat hij extra veel plassen of heel veel snuffelen of juist erg veel achter me lopen. Let ook op de volgende signalen

  • de bewegingen worden langzamer uitgevoerd
  • de coördinatie wordt minder
  • controle verdwijnt
  • de hond gaat erbij liggen
  • de hond zoekt schaduwplekken of koel gras
  • krijgt wallen onder zijn ogen
  • krijgt rode ogen
  • zijn oren en staart zakken in hoogte
  • de hond gaat hijgen
  • kan zich niet meer concentreren
  • wordt juist heel erg druk
  • wordt bijterig
  • gaat in staking/blokkeert

Als mijn hond dorstig is of het warm heeft, dan plonst hij in ieder watertje om af te koelen en te drinken. Luister goed naar je hond. Hij weet zelf heel goed wat hij nodig heeft.

 

Afwisselend hardlopen en wandelen
Train in de beginfase vooral kleine stukjes wisselend hardlopen en wandelen met een totaal van circa 2 tot 3km. Houd het speels en als je hond moe is, dan laat je hem even bijkomen voordat je weer verder gaat. Naarmate de conditie beter wordt kun je langer achter elkaar hardlopen en minder wandelen. Let goed op de signalen van je hond, want hij moet het leuk blijven vinden.

 

Warming up en Cooling down
Begin je training altijd met een warming up en eindig altijd met een cooling down.

Tijdens de warming up van 10 tot 15 minuten is het de bedoeling dat jullie beiden de intensiteit van de beweging rustig opbouwen zodat de spieren, zenuwen en het gewrichtsvocht op temperatuur kunnen komen. Wij beginnen al onze trainingen altijd met eerst 10 minuten intensief wandelen gevolgd door 10 minuten rustig joggen. In deze fase kan mijn hond dan nog even z’n behoefte doen, wat extra plasjes achter laten en als we in een groep lopen even kennis maken met de andere ‘meelopers’.

Vervolgens doen we wat losmaakoefeningen voor meer souplesse in het lichaam om blessures door onverwachte bewegingen te voorkomen.Het voordeel van ons warming up ritueel is dat mijn hond heeft geleerd om vanuit een relaxte modus en dus met een lager hartslag te beginnen aan een training. Dat in tegenstelling tot veel andere honden die als een gestreste stuiterbal vol adrenaline staan te blaffen en trekken om te beginnen.

En na de training is er de cooling down: de fase waarin je het afvoeren van afvalstoffen stimuleert en de spierspanning weer normaliseert. Deze duurt bij ons vaak weer 10 tot 15 minuten waarbij we rustig uitlopen en afsluiten met het drinken van wat water uit een bakje of uit een natuurlijk watertje.

 

Afwisseling in soorten trainingen
Kunnen jullie na het rustig op – en uitbouwen ongeveer 30 minuten-45 minuten-60minuten achter elkaar hardlopen, dan kun je je trainingen wat meer gaan afwisselen.

Je zou bijvoorbeeld meer tempo’s kunnen gaan lopen waarbij je afwisselend het tempo van je hond gaat lopen en jouw tempo. Een mooie intervaltraining en ook nog eens leuk om te ervaren hoe het is om op de snelheid van je hond te lopen. Dat vindt hij vast en zeker ook hartstikke leuk. Of ga eens wat meer heuvels pakken of kies bewust voor een snuffeltrail in een nieuw gebied of laat je hond eens de route bepalen.

Zorg voor afwisseling en houd het leuk voor jullie allebei.

 

In een groep trainen
Samen met andere honden in een groep lopen is een mooie uitdaging voor zowel je eigen hond, jezelf en jullie band.

Sommige honden willen in een groep ineens per se vooraan lopen of zoals mijn herder dan vooral veel heen en weer lopen om de kudde goed in de gaten te kunnen houden. Sommige honden trekken niet maar blijken onder invloed van andere honden het ineens wel te doen.

Door af en toe met andere canitrailers te lopen leert je hond in sociaal opzicht in een groep te lopen en kunnen jullie andere dingen trainen. Daarnaast is het gewoon erg leuk om de verhalen van anderen te horen.

 

Kennismaken met andere trailgebruikers
Laat je hond kennismaken met andere gebruikers in het bos. Denk aan mountainbikers, wandelaars, paarden, Schotse hooglanders.

Ik heb eens een groep mountainbikers gevraagd of mijn hond aan ze mocht snuffelen omdat hij heel angstig was van die snelle dingen in het bos. Of we hebben ergens wel eens 15 minuten staan wachten totdat mijn hond zover was om langs een Schotse hooglander te kunnen wandelen.

 

Voldoende water voor onderweg
Neem altijd voldoende water mee voor jezelf en je hond om uitdroging te voorkomen.

Van tevoren heb ik me altijd voldoende ingelezen over het terrein waar we lopen om te weten of ik veel of weinig water onderweg mee moet nemen. Soms lopen we in gebieden waar veel natuurlijke waterpoeltjes zijn waarin hij kan afkoelen en soms helemaal niet. Afhankelijk van de buitentemperatuur zal ik bij warm weer (tussen 18 en 20 graden) dan eerder kiezen voor gebieden met veel afkoelmogelijkheden of in ieder geval starten op een plek waar hij aan het eind van de training met z’n pootjes in een beekje lekker kan bijkomen.

Laat je hond in kleine beetjes drinken en het liefst uit een bakje om te voorkomen dat hij teveel water in 1 keer naar binnen kan krijgen. Is je hond te gulzig met drinken dan is de kans groot dat hij alles weer moet uitkotsen.

 

Extra eten mee
Als je grotere afstanden aflegt op de trails dan kun je wat eten meenemen voor onderweg.

In de beginfase heb ik mijn hond geleerd om met een neus tegen mijn hand aan te geven dat hij wat te eten wil. Wij nemen op onze trails vanaf 2 uur naast water ook altijd speciale sportbrokken en ‘energy-repen’ mee zodat mijn hond kan eten als hij het nodig heeft. Geeft hij niks aan, dan krijgt hij ook niets.

Ongeveer twee uur voor een training krijgt mijn hond niets meer te eten om het risico op een zogeheten ‘maagkanteling’ te voorkomen. En na afloop krijgt hij een kleine portie om te voorkomen dat hij alles in 1 keer naar binnen schrokt.

 

Niet onder te warme omstandigheden
Bij temperaturen boven de 20 graden zal ik nooit gaan hardlopen met mijn hond.
Bij temperaturen tussen de 18 en 20 graden is het afhankelijk van het weertype en de luchtvochtigheid of we gaan hardlopen en zal ik de training aanpassen in tijd, tempo en afstand.
Onder de 18 graden is het voor mijn hond prima te doen.

Maar wat voor mijn hond geldt, hoeft niet voor jouw hond te gelden. Sommige honden hebben al moeite met temperaturen boven de 15 graden. Kijk goed naar je hond en wees extra alert op oververhitting.


TOT SLOT
Als jij goed naar je hond luistert, hem de ruimte geeft om zelf het tempo te bepalen in het opvoeren van de afstanden en hem onderweg voldoende ‘hond’ laat zijn heb je je best denkbare trailmaatje die je je maar wensen kunt.

Samen genieten van de geuren om ons heen, springen over obstakels en af en toe even helemaal los gaan op de trails, het samen-zijn in de natuur…dat zijn onbetaalbare momenten:)

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *