Trainingsfases Canitrailen
Trainingsfases Canitrailen

Om het canitrailen op een gezonde en verantwoorde wijze uit te kunnen oefenen is het belangrijk om te weten wat je traint, waarom en wanneer.

TRAININGSFASES: Als je wil beginnen met het hardlopen met je hond zijn twee dingen erg belangrijk om in de gaten te houden; namelijk de ontwikkeling van het zenuwnetwerk en de vorming van sterk kraakbeen. Zolang je hond in de groei zit, is de kans op overbelasting en botvergroeiingen behoorlijk groot.

Fase 1 – PUP: De eerste 6 tot 10 maanden zijn bepalend voor de verdere ontwikkeling van het zenuwstelsel en kraakbeen door voldoende beweging op aangeven van de pup aan te bieden en toe te laten. Te veel beweging is uit den boze, maar te weinig ook!

In voorbereiding op de sport kun je je pup laten kennismaken met de basis van het canitrailen door hem op verschillende ondergronden te laten lopen waardoor het zenuwstelsel wordt geprikkeld. Laat hem kennismaken met bijvoorbeeld bosgrond, losliggende takken, boomwortels, mul zand, hoog gras, asfalt, kleine plasjes water, modder en dergelijke zodat zijn zenuwstelsel hieraan gewend raakt.

Je hoeft dit niet lang te doen of vaak te herhalen omdat hij in deze periode heel snel leert. Langdurige bewegingen en te veel herhalingen achter elkaar zijn echt verboden. Daar is de pup niet op gebouwd. Zorg dat je ook geen druk uitoefent en oefeningen gaat  leiden. Laat het de pup zelf uitzoeken, natuurlijk binnen door jou gestelde grenzen.

Bedenk dat hij in deze fase leert voor zijn leven!

Fase 2 – PUBER: Tussen circa de 9 en 18 maanden zit je hond in de puberteit en zullen hormonen een belangrijke rol spelen. De groeischijven verbenen onder invloed van mannelijke en vrouwelijke hormonen, die in de pubertijd tot ontwikkeling komen. De lengtegroei is dan klaar. Dit proces start gemiddeld rond de leeftijd van tien maanden. Tegen die tijd kan de intensiteit van bewegingen opgevoerd worden. Er kan dan heel rustig begonnen worden met o.a. het leren lopen in een harnas, het richten van zijn aandacht op jouw commando’s en het verder werken aan basisvaardigheden zoals coördinatie, core stability, balans en het aanleren van de energiezuinige draf.

Het werken aan uithoudingsvermogen is, zolang de jonge hond nog niet volledig uitgezwaard is, onverstandig. Als een hond namelijk moe begint te worden, zullen zijn coördinatieve vaardigheden snel afnemen. Hierdoor kan hij de (relatief lichte) impact op zijn lichaam snel slechter verwerken, waardoor er alsnog kans op overbelasting van het skelet plaats kan vinden.

Bij de mens is aangetoond dat een te vroege langdurige, relatief lichte belasting van de lange pijpbeenderen (wat bij duurtrainingen gebeurt) kan leiden tot een vervroegde sluiting van de groeischijven. Een extra reden om de aparte training op uithoudingsvermogen uit te stellen totdat je hond helemaal uitgezwaaid is. Dat kan bij kleine honden 1,5 jaar zijn en bij grote zware honden zelf pas na 3 jaar zijn.

In deze periode is het werken aan jullie samenwerking, de coördinatie (proprioceptie) en de core stability als onderdeel van jullie trainingen een absolute must als fundament voor de langere afstanden. Opbouw van het uithoudingsvermogen kan geleidelijk en in kleine stapjes opgevoerd worden. Monitor de ontwikkeling van je hond en wees alert op oververmoeidheid. Geef je hond voldoende rust tussen de trainen en beperk de zwaarte van jullie trainingen.

Proprioceptie in de rug en de gewrichten zijn heel goed trainbaar met behulp van oefeningen, waarbij de verschillende gewrichten korte snelle veranderingen moeten registreren: balansoefeningen op instabiele ondergronden (balanskussen, rockerboards enz)

Fase 3 – JONGE HOND: Door in de vorige fases te werken aan de basisvaardigheden zoals coördinatie, balans, core stability en juist gangwerk is het fundament voor het uitbouwen van de belastbaarheid en het uithoudingsvermogen gelegd.

Het geleidelijk opvoeren van het aantal kilometers met veel aandacht voor de mentale en fysieke ontwikkeling van je hond kan nu ingezet worden. De ontwikkeling van je jonge hond is leidend voor het opvoeren van het aantal kilometers. Niet de druk van de groep waarin je loopt of het doel wat je voor jullie beiden hebt gesteld is bepalend voor de mate waarin je het aantal kilometers per maand  opvoert. Bouw voldoende rustmomenten in voor je hond en wees alert op de subtiele signalen van overtraindheid. Beter te langzaam de belasting opvoeren als te snel.

Blijf werken aan het verfijnen van de basisvaardigheden. Bouw de zwaarte van je trainingen geleidelijk op.  Voeg hoogtemeters toe als de basisconditie voldoende is. En houd de trainingen afwisselend en uitdagend zodat je hond ook mentaal uitgedaagd wordt.  Loop niet altijd hetzelfde rondje of hetzelfde aantal kilometers, want dan wordt het lichaam niet voldoende geprikkeld en gaat de getraindheid zelfs achteruit.

Fase 4 – VOLWASSEN: Snelheid, kracht en uithoudingsvermogen zijn belangrijk om in jullie traingsprogramma verder uit te breiden. Breng variatie aan in jullie trainingen, want een eenzijdige trainingsbelasting leidt tot een daling van het trainingseffect. Wissel LSD (Long Slow Distance) trainingen af met korte interval-trainingen en trailspecifieke trainingen om monotonie te voorkomen en het lichaam gevoelig te houden voor prikkels.

Toename in kleine stappen (geleidelijk) is altijd zinvol en leidt tot een prestatieverbetering. Worden de afstanden te lang om praktisch via de weg van de geleidelijkheid te trainen, dan zijn sprongmatige belastingtoenames een uitkomst mits je hond een solide basis heeft. Blessuregevoelig honden komen niet in aanmerking voor deze manier van trainen.

SPORTKEURING – Voordat je het aantal kilometers daadwerkelijk gaat uitbreiden is het belangrijk om de fitheid en geschiktheid van je hond voor de langere afstanden te laten bepalen door een dierenarts of osteopaat. Regelmatig je hond laten controleren op de beweeglijkheid is voor vele sporthonden een must. Hierdoor blijft het lichaam van je hond in een goed evenwicht, kun je je trainingen bijstellen en blijft je hond lekker in zijn vel zitten.