Hypoglycemie tijdens een zware inspanning

Ineens hadden we een hond met een hypo (achteraf is de diagnose gesteld door de dierenarts). Het gebeurde tijdens een Natte Neuzen Trail afgelopen zondag. Paniek bij de eigenaar want het is natuurlijk vreselijk om je hond in zo’n toestand te zien. Het komt niet vaak voor…maar als je niet weet wat het is, kun je het niet herkennen en kun je niet adequaat reageren. Een goede aanleiding om eens wat kennis te delen met andere canitrailers.

Wat is hypoglycemie
Wanneer het gehalte aan suiker (glucose) in het bloed lager wordt dan de normaalwaarde, dan spreken we van een hypoglycemie. Glucose wordt verkregen uit koolhydraten en zorgt voor energie in het lichaam.

Wat zijn de signalen van een hypo
Hypoglycemie heeft verschillende symptomen tot gevolg. Er is sprake van zwakte en lusteloosheid, spiertrillingen, ongecoördineerd lopen en de hond kan gaan braken of diarree krijgen. In ernstige gevallen kan de hond epileptische aanvallen krijgen of in coma raken.

Het kan iedere hond overkomen, jong of oud, in de bloei van z’n leven of tijdens een inspanning (sporten). Vaak is het een eenmalig incident en kan het ter plekke eenvoudig opgelost worden.

Hoe ontstaat een hypo(glycemie) bij honden?
Een hypo is een gevolg van een te lage bloedsuikerspiegel. Bij honden met suikerziekte is dat een bekend verschijnsel. Het kan echter ook voorkomen bij honden die geen suikerziekte hebben.
Een hypo kan optreden in situaties waarin de hond een verhoogde activiteit heeft of een zware inspanning moet leveren. De hoeveelheid beschikbare glucose in het bloed raakt daardoor sneller op dan dat het lichaam weer kan aanvullen. Een hond kan diarree hebben of gebraakt hebben, waardoor de opname van glucose bemoeilijkt werd, maar ook kan de hond simpelweg te weinig gegeten hebben of een lege maag hebben. Als er onvoldoende brandstof is, dan raakt de tank natuurlijk wel een keer leeg…

Maagkanteling
Dat laatste, die lege tank, is een punt van discussie. Uit angst voor maagkantelingen zijn veel hondeneigenaren terughoudend om hun honden te laten canitrailen met een gevulde maag. Zo hebben we dat immers altijd geleerd: activiteit met een volle maag verhoogt de kans op een maagkanteling. Tegen alle logica in lijken wetenschappelijke onderzoeken (Pipan, 2000) echter precies het tegenovergestelde aan te tonen: juist activiteit op een lege maag lijkt de kans op maagkantelingen te vergroten. In eerder onderzoek (Raghavan, 2006) wordt verder geconcludeerd dat vetrijke brokken een risico zijn, en ook in een recent onderzoek (Darrelmann, 2019) kwam dit naar voren. In het onderzoek van Darrelmann bleek dat van de honden die brokken aten waarin vet of olie één van de eerste vier ingrediënten was, bij meer honden wél een maagtorsie ontstond dan niet.

Hoe vaak je voert per dag blijkt geen risicofactor te zijn (Glickman, 2000, non-dietary) (Pipan, 2012) (Theyse, 1998) Maar de hoeveelheid voeding per maaltijd blijkt wel van invloed te zijn. Uit een onderzoek (Raghavan, 2004) bleek dat grote hoeveelheden voer per maaltijden het risico op een maagtorsie vergroot.

Energieleveranciers
Mijn hond krijgt altijd de avond voor een zware canitrail goed te eten, en ook zorg ik ervoor dat ik in elk geval altijd iets te verbranden bij me heb tijdens een canitrail. Dat zijn vaak wat hondenbrokjes (weinig vet, veel koolhydraten) en energybars van Icepaw.  Zo kan ik mijn hond tijdens de canitrail altijd iets toestoppen als hij daarom vraagt. Op die manier kan ik de bloedsuikerspiegel van de hond wat constanter houden. Tevens heb ik in mijn trailrugzak altijd een zakje suiker. Niet alleen voor mijn hond, maar ook voor mij…want ook de mens kan dezelfde verschijnselen vertonen.

Met een lege maag canitrailen?
Mijn hond krijgt tegenwoordig circa 1 tot 1,5 uur voorafgaand aan een lange canitrail (20+km) of een technische zware canitrail met veel hoogtemeters een ‘klein bodempje’. De darf houdbare worst vindt hij als voorafje erg lekker. En hij loopt er fantastisch op. Maar wat voor mijn hond ( een witte herder) geldt, hoeft niet het geval te zijn voor jouw hond. Kijk vooral wat bij hem of haar past.

Wat moet je doen als het gebeurt?
Bij een milde hypoglycemie, waarbij de hond nog goed in staat is om te eten, wordt direct een maaltijd aangeboden (frequent kleine porties). Ook kan er suikerwater (dextrose/honing) in de bek van de hond worden gesmeerd (onder de tong of op de wangslijmvliezen). Een klein suikerzakje standaard meenemen in je trailvest is een kleine moeite.

Kortom: er zijn verschillende redenen waarom het verstandig is om een hond niet op een lege maag te laten canitrailen. Het risico op een maagkanteling lijkt volgens de recentste wetenschappelijke inzichten juist kleiner te worden als de maag een klein beetje gevuld is (dus geen hele zware maaltijd). De hond heeft dan een energiereserve die hij tijdens een intensieve canitrail goed kan gebruiken, waardoor de kans op een hypo aanzienlijk verkleind wordt.

Een Beagle is geen Husky 
Vaak hoor ik de vergelijking met de sledehondensport. Maar mijn hond is geen sledehond en is ook niet speciaal gefokt op het afleggen van lange afstanden, zoals een Siberische Husky en Malamute (uit de werklijn). Zij zijn gefokt op endurance, koude weersomstandigheden en hebben het vermogen om op weinig voedsel te kunnen overleven. Het is heel interessant om mee te kijken in de sledehondensport hoe zij hun honden klaarstomen voor de langere afstanden en hoe zij omgaan met voeding.

“Huskies burn a lot of calories without ever tapping into other energy stores—and they do this by regulating their metabolism. Before the race, the dogs’ metabolic makeup is similar to humans. Then suddenly they throw a switch—we don’t know what it is yet—that reverses all of that,” animal exercise researcher Dr. Michael S. Davis told the New York Times. “In a 24-hour period, they go back to the same type of metabolic baseline you see in resting subjects. But it’s while they are running 100 miles a day.”

MAAR….mijn hond, een witte herder, of jouw Beagle is GEEN sledehond en is niet gefokt met de kwaliteiten van een husky. Twee totaal verschillende honden met totaal verschillende fokdoeleinden en totaal verschillende kwaliteiten. Het is reuze interessant om mee te kijken in de sledehondensport, maar om mijn witte herder te benaderen en mee te trainen alsof hij een husky is bij onze lange canitrails …daarmee doe ik hem zwaar tekort.

P.S. Ik ben geen medicus. Mocht je hond symptomen vertonen die lijken op een hypo, raadpleeg dan altijd je dierenarts. Met een bloedtest kan de arts de bloedsuikerspiegel meten.

 

 

BLOG: Canitrail NL goes UK

22 mijl Cani-Trail UK een feestje voor Quasar

Vorig jaar kwam ik in contact met Jon Fletcher, eigenaar van Red Kite Trail Events, en spraken we over en weer over het canitrailen en over zijn plannen voor een eerste Canitrail in Wales. Na de Strondog Ultra Trail in Duitsland vorig jaar was ik op zoek naar een mooie uitdaging voor mij en Quasar. En deze leek me wel wat…Alleen die 22 mijl zou onze langste afstand samen worden. Spannend.

Zodra de inschrijving mogelijk was heb ik Quasar en mij ingeschreven voor dit avontuur in Wales. Het gebied kende ik niet, maar wel de Brecon Beacons die er vlakbij in de buurt waren en mijn eerste ultratrail van 55km was in het Lake District in Engeland. Dus Engeland en wat me daar te wachten stond was niet onbekend voor mij. Spontaan als ik was had ik mij echter ook opgegeven voor de 70km Ultratrail in Finland die ongeveer 4 weken ervoor was maar dan zonder hond. Die twee lange afstanden zouden wel erg dicht bij elkaar liggen en ik vroeg me af of ik dan wel voldoende hersteld zou zijn voor de Cani-Trail in Wales. Maar goed, dat zag ik dan wel…

 

In de voorbereidingen met Quasar bouwden we het aantal wekelijkse kilometers op zoals ik dat met al mijn ultra’s doe. Ik doe liever 4 verschillende trainingen in 2 dagen met een totaal van 30km tot 40km dan 1 grote training van 40km. Deze manier van trainen is minder blessuregevoelig en past bij het principe van het opdelen van je ultratrail in kleinere stukken. Bij Quasar was de opbouw wat milder, maar wel in blokken zoals dat ook bij de endurance voor paarden wordt gedaan. Dat werkte goed bij hem en bij mij…

 

In overleg met Jeannie van IcePaw hadden we een mooie ondersteuning in onze voorbereiding door supplementen voor de pezen en gewrichten dagelijks toe te voegen aan z’n voeding. Quasar is tenslotte een grote herder en al die kilo’s en de belasting op z’n pezen en gewrichten zijn op een lange afstand wel iets waar ik vooraf veel mee heb rekening gehouden.

 

Om de twee weken hield de hondenmasseuse Saskia een vinger aan de pols en werden sommige spieren die wat vast zaten op tijd onder handen genomen zodat we konden blijven trainen vanuit ontspanning en souplesse. Ook bij de osteopaat Martine werd nog eens bevestigd dat hij gewoon wat klein onderhoud nodig had…blijkbaar hadden we een mooie balans gevonden in training, rust, voeding. Dat gaf heel veel vertrouwen.

 

Maar…vorig jaar toen we in Zweden waren was er juist met de voeding een probleem. Als je geen diepvriezer in de buurt hebt dan kon ik geen vers vlees geven wat hij normaal dagelijks krijgt. Dus na een oproepje op de Canitrail FB-pagina zijn we gaan experimenteren met gestoomd houdbaar vlees. Na wat mislukte pogingen, want Quasar liet het gewoon staan, heb ik de hulp ingeroepen van Sabine van Meat&Bones. Ook voor haar werd dit een hectisch traject en was mijn vraag ongebruikelijk. Ik wilde advies van haar over wat we het beste konden doen zodat Quasar goed gevoed aan de start kon staan van de 22mijl Canitrail in Wales.  Nadat we diverse dingen hadden uitgesloten en onderzocht kwam 4 dagen voor ons vertrek het advies: probeer eens de Darf brokken en worsten. Meteen online besteld en de dag erna begonnen met een eerste voorzichtige portie. Quasar at de houdbare worst met smaak op en keek of er nog meer kwam…YES. Meteen een hele rits gekocht en ingepakt. Op naar Wales.

 

D-day, zaterdag 5 oktober, waren we lekker vroeg op omdat ik Quasar 2 uur voorafgaand aan de start een licht ontbijtje wilde geven en mezelf wilde trakteren op een lekker stevig Engels ontbijt. De vissoep werd door Quasar niet aangeraakt…maar over water maakte ik me geen zorgen. Er was meer dan genoeg water gevallen de dagen ervoor en Quasar drinkt liever vers regenwater als water uit de kraan. Na een verlate briefing pakte ik m’n racevest met alles erin om ons onderweg volledig te kunnen verzorgen (inclusief EHBO-set voor mens en hond). Quasar in zijn vertrouwde tuig van Neewa en op naar de startlokatie ergens verstopt in een doodlopend steegje.

De start zou geen massastart zijn maar door de vertraging stonden er al heel wat canitrailers in het weiland te wachten totdat ze mochten beginnen. Waar we op zaten te wachten weet ik niet, maar het aantal honden dat om ons heen begonnen te blaffen werden met de seconde meer. Ook het aantal honden die naar elkaar uitvielen werden er steeds meer. Met Quasar dan ook zo ver mogelijk van deze hektiek gaan staan om vervolgens rustig naar de start op te schuiven zodra het kon.

 

Met Quasar heb ik nog niet aan veel canitrail-evenementen kunnen meedoen omdat ik natuurlijk zelf de nodige canitrails organiseer of omdat ze op tijden vielen dat ik aan het werk moest. Dus dit was voor ons beiden best wel spannend. Vooraf had ik gekozen voor een schoen van Icebug om optimaal grip te kunnen houden op erbarmelijk modderige ondergronden. De eerste kilometers ging omhoog over gras, door modderige single tracks en over brede kiezelpaden…meteen een mooie kennismaking met het overige te verwachten parcours. In deze eerste kilometers deed Quasar zoals gewoonlijk een mooi hoopje die we natuurlijk ook meteen opruimden, want het was expliciet benoemd door de organisatie dat als je erop betrapt werd dat je het niet opruimde er een fikse boete tegenover stond. Dus een paar kilometer lang met een rood gevuld poepzakje over de paden gelopen totdat ik organisator Jon op zijn quad tegenkwam en vroeg of ik het bij hem mocht achterlaten. Gelukkig daar was ik vanaf…

Quasar liep met een mooie zachte focus, ontspannen in een tempo tussen de 11km en 12km, oortjes naar achteren op mij gericht, staart in een vrolijke krul…Ik kon niet anders als ontzettend trots zijn op deze kanjer en genieten van zijn enthousiasme en ‘steady pace’:) Quasar bleef in zijn comfortabele tempo lopen, een snelheid die ik als ik alleen loop zeker niet als makkelijk ervaar. Mijn mantra was “ontspan-ontspan-ontspan” om technisch zo goed mogelijk te kunnen blijven lopen op dit parcours en in zo’n tempo. Mijn benen voelden goed, echter mijn voeten waren niet zo blij met het vele asfalt in het parcours. Daarvoor waren de Icebugs ( zonder demping) waarvoor ik had gekozen niet op gemaakt. De korte herstelperiode tussen de ultratrail in Finland en deze Canitrail bleek uiteindelijk geen enkel problemen op te leveren dankzij de trekkracht van Quasar. Dat is dan weer het voordeel van het canitrailen…ik kan mooi ‘meeliften’ op de trekbeweging van mijn hond.  Af en toe moest Quasar stil blijven staan omdat ik  foto’s en filmpjes van deze mooie omgeving wilde maken om na afloop nog maanden van te kunnen genieten:)

De echte steile heuvels omhoog wandelden we in een zo’n hoog mogelijk powerwalk-tempo en de echt steile afdalingen hield ik de rem erop. Ook op de moeilijk begaanbare paden die meer op rotsige beekjes leken moest Quasar zich aan mij aanpassen, want als het aan hem had gelegen…. Maar voor het overgrote deel heeft Quasar van mij de ruimte gekregen om te mogen bepalen wat we gingen doen, welk pad we liepen, hoe hard we gingen, wanneer we gingen drinken en eten en bij wie we even wat langer samen bleven lopen. Veel commando’s geven onderweg of verbale aanmoedigingen waren totaal niet nodig. Hij volgde het spoor van de andere canitrailers voor ons dus benoemen dat hij naar links of rechts moest was niet nodig…hij wist het vaak al eerder als dat ik de pijl had gezien 🙂 De stilte van de omgeving, de lichaamstaal van Quasar, het plensen door de kniediepe plassen, het wroeten door de modder, de geur van herfstige varens… alle zintuigen stonden voor 100% open en waren aan het werk. De euforie die ik tijdens deze Canitrail heb gevoeld en het intense plezier van mijn krachtpatser die hier helemaal in z’n element was ontroerde mij. Af en toe heb ik een paar traantjes van puur geluk gelaten.

En de finish?! Die was er weer veel te snel!!!

En Quasar?! Die mag nu lekker bijkomen van ons avontuur.

We will be back XXX

Natte Neuzen Meeting 2020

In het weekend van 9 en 10 mei 2020 willen we een speciale Meeting organiseren met naast een Natte Neuzen Trail De Sprengen op 10 mei ook lezingen en workshops. Middels een vragenlijst willen we inventariseren waarover jullie graag meer willen weten/ leren met betrekking tot het canitrailen. Door het beantwoorden van een vragenlijst help je ons om een onvergetelijk weekend te kunnen organiseren met lezingen, workshops, infostands over onderwerpen waar jullie in geïnteresseerd zijn.

Vragenlijst Natte Neuzen Meeting 2020

Contactpersoon mbt dit weekend is Bruce Ku. Hij zal de komende maanden stage lopen bij Canitrail.nl en heeft als expliciete opdracht het voorbereiden en uitvoeren van de Natte Neuzen Meeting 2020.

Even voorstellen
Mijn naam is Bruce Ku. Ik ben een laatste jaars student van de opleiding Diergezondheid en Management op de Aeres Hogeschool in Dronten en ik zal tot ongeveer mei 2020 stage lopen bij Dorethea Bil/ Canitrail.NL.

Ik houd ervan om sportief bezig te zijn en heb daarnaast een liefde voor dieren. Aangezien Dorethea beide combineert in de Natte Neuzen Trails leek het mij een geweldige kans om bij haar stage te mogen lopen! Nadat ik bij een Canitrail-evenement had mee geholpen om van de sfeer te kunnen proeven,  was ik heel blij om te horen dat Dorethea mij graag terug wou zien als stagiair.

Voor mijn stage opdracht zal ik de Natte Neuzen Meeting 2020 organiseren welke in het weekend van 9 en 10 mei 2020 zal plaats vinden. Voordat de Natte Neuzen Meeting zal plaats vinden hoop ik jullie natuurlijk te ontmoeten bij een aantal andere Natte Neuzen Trails en anders zeker bij de Natte Neuzen Meeting 2020!

Hoe kan ik mijn hond helpen bij extreme hitte?

Het is hartje zomer en de temperaturen stijgen naar de 40 graden. Op het internet en op Facebook zijn er gelukkig heel veel artikelen die gedeeld worden over hoe je kunt voorkomen dat je hond in deze temperaturen oververhit raakt. Er is niets ergers dan als je door wat simpele ingrepen had kunnen voorkomen dat je hondje komt te overlijden door oververhitting.

Hoe raakt een hond zijn interne warmte kwijt
Een hond kan niet zoals wij mensen z’n lichaamstemperatuur reguleren door middel van zweten. De mens heeft talloze zweetklieren, verspreid over de gehele huid. Honden niet. Honden kunnen hun warmte alleen kwijt door te hijgen of via de voetzolen. Bedenk daarbij dat de ondergrond waar de hond op loopt bij warm weer ook behoorlijk heet kan worden en het is niet raar dat honden het al snel véél warmer hebben dan wij mensen, zelfs bij matige inspanningen.

Het effect van hoge relatieve vochtigheid
In Nederland komt daar een facet bij namelijk dat het hier vochtig is. De hoge relatieve vochtigheid is vaak een groter probleem dan de temperatuur. Je hond koelt zich door te hijgen om zo het vocht in de luchtwegen te verdampen. De gemiddelde luchtvochtigheid in Nederland in de zomer is tussen de 74% en 82%.  Naarmate de lucht warmer wordt is er meer vocht in de lucht aanwezig. De relatieve vochtigheid in de lucht neemt dan toe,waardoor “zweet” niet meer kan verdampen, en dus treedt er nauwelijks tot geen koelend effect op voor je hond.

Als je hond zijn warmte niet kwijt kan, is er gevaar voor oververhitting, ook wel hyperthermie genoemd. Dit kan zeer plotseling optreden en een groot gevaar zijn voor de hond; honden kunnen in het ergste geval eraan overlijden.

Wat zijn de alarmsignalen als een hond oververhit raakt?

  • Heel erg hijgen
  • Veel kwijlen
  • Sloomheid en niet verder willen lopen
  • Warm aanvoelen
  • Bij meting temperaturen boven tussen 40.5 en 42! graden
  • Rode slijmvliezen
  • Buiten bewustzijn raken


Hoe kun jij als baasje voorkomen dat je hond oververhit raakt?

1.Laat je hond niet achter in de auto
2. Doe jullie activiteiten vroeg in de ochtend of laat in de avond
3. Pas de soort activiteiten aan aan de temperatuur
4. Vermijd asfalt, betonnen tegels,  zand – en off road paden in de volle zon
5. Kam je hond regelmatig om dode haren uit z’n vacht te verwijderen voor meer lucht tussen de haren (isolatie)
6. Geef je hond voldoende water en koel de pootjes af in een laagje water
7. Beter in je koele huis als buiten in de schaduw?
8. Het koelvest tijdens of na een korte wandeling ter bevordering van het afkoelen; werkt dat?

 

TIPS OM OVERVERHITTING TE VOORKOMEN!!

 

1.Laat je hond niet achter in de auto ook al heb je een raampje openstaan. Al binnen tien minuten stijgt de temperatuur in je auto met zo’n tien graden. Is het buiten 21 graden, dan is het na 10 minuten al 31 graden in je auto. Na een half uur zelfs al 40 graden.

2. Doe jullie activiteiten vroeg in de ochtend of laat in de avond als de temperatuur van die dag op z’n laagst is. Laat in de middag doen we een klein blokje om voor het nodige plaswerk, maar onze hond geeft vaak al na 5 tot 10 minuten aan dat hij terug naar z’n koele huis wil. Zo vroeg in de ochtend levert ook nog eens hele mooie momenten op:)


3. Pas de soort activiteiten aan aan de temperatuur.
 Liever een relaxte kleine 5km vroeg in de ochtend dan een lange duurloop van 20km. Niet alle honden hebben geleerd om naar hun lichaam te luisteren maar wel naar de baas. Probeer niet met je hond te lang te ballen in de zon of wild te laten spelen met andere viervoeters. Maak z’n omgeving zo prikkelarm mogelijk en laat hem lekker duf in de schaduw liggen.


4. Vermijd op warme dagen het asfalt, betonnen tegels, opgewarmde zand – en bospaden in open terrein 
. Twijfel je of het te heet is voor de pootjes van je hond? Plaats 5 seconden lang de rug van je hand of blote voet op het oppervlak. Is het te warm voor jou? Dan zeker voor je hond!
Ga niet fietsen, wandelen op het heetst van de dag tussen 12:00 en 15:00 uur. Verplaats jullie uitje naar een ander moment van de dag 🙂
Meer hierover lezen? Kijk eens op de website van rsdrnederland.

5. Kam je hond regelmatig om dode haren uit z’n vacht te verwijderen voor meer lucht tussen de haren en een betere isolerende werking van de vacht. “Baasjes denken vaak dat honden het heel warm hebben met hun dikke lange pels en willen hun hond hiervan verlossen door ze te scheren of te laten knippen. Integendeel, kort geschoren honden hebben het zelfs warmer en kunnen zelfs verbranden.

Op de foto zie je een hond die half geschoren is en half normaal behandeld. Zoals gemeten met de infrarood warmtemeter, zie je dat het geschoren stuk beduidend warmer wordt dan het niet geschoren stuk. Daardoor is het niet slim om je hond te scheren. Ze kunnen het er zelfs nog warmer van krijgen, verbranden en zelfs mogelijkheid om huidkanker te krijgen. Honden hebben er dus helemaal geen baat bij geschoren te worden in de zomer. Wat beschermt tegen koude, beschermt ook tegen de warmte en omgekeerd.”  – citaat en foto is van website ‘dierenhoekske”
Klik hier voor meer info over vachtverzorging bij deze hitte .

 

6. Geef je hond voldoende water en als het kan laat ‘m lekker met de pootjes afkoelen in een laagje water. Op jullie wandeling in de ochtend of avond neem je extra water mee en/of heb je een extra fles met water in de auto voor na afloop. Het water niet ijskoud geven, want net als bij mensen kan dat diaree tot gevolg hebben. Geef door de dag regelmatig vers water…dat vinden wij zelf toch ook lekkerder?!
Is er een poeltje water in de buurt waarin je hond met z’n pootjes kan staan dan geeft dat wat extra verkoeling. Maar let wel op dat het stilstaande water onderweg niet besmet is met allerlei bacteriën waard je hond ziek van kan worden. Botulisme

Zwemmen is prima ter afkoeling, maar zorg na afloop dat je hond goed opdroogt en niet te lang in de volle zon blijft staan. Kortharige honden kunnen door een te natte vacht sneller verbranden en bij langharige honden en honden met een dikke vacht kan de huid zelfs gaan broeien (vachtbroei), waardoor smetplekken kunnen ontstaan. Voor meer info: het verschijnsel vachtbroei

 

7. Beter in je koele huis als buiten in de warme schaduw?  Bij hoge temperaturen is het overdag binnen dankzij de nodige maatregelen koeler als buiten in de schaduw. Vroeg in de ochtend staan alle ramen en deuren tegen elkaar open om de warmte uit het huis te laten. Daarna gaat bij ons alles dicht. De ramen, de sunscreens en de gordijnen om de zon buiten te houden. Onze ventilators boven en beneden gaan aan en we maken onze eigen airconditioner met een aantal flessen bevroren water voor de ventilator. Lees op deze site hoe je je huis koel kunt houden.

De temperatuur binnen is bij ons dan ongeveer 26 graden, terwijl het buiten in de schaduw bijvoorbeeld 34 graden is.

 

8. Het koelvest als test proberen na een korte wandeling ter bevordering van het afkoelen; werkt dat?
Voor onze hond hebben we niet een koelmat maar een koelvest gekocht van een merk dat verkoelende producten verkoopt voor zowel mensen als dieren. Ik ben hier nogal sceptisch over want algemeen is het bekend dat als je een hond wil afkoelen je dat doet door water of in het extreemste geval puur alcohol te deppen in de oksels, onderbuik en voetzolen. Hoe kan dat dan met een vest op z’n rug? Of zoals bij een bandana in de nek?

Maar goed ik ben niet iemand die snel oordeelt dus trok ik de portemonnee ( de prijs viel mee) en kocht ik het Aqua Cooling jacket. Wat mij het meeste aan dit product opviel is het feit dat je het vest ‘droog’ aandoet bij je hond.  Dus je doet niet een nat gemaakte handdoek op de rug wat gevaarlijk zou zijn. Dat dit gevaarlijk zou zijn wordt trouwens ontkracht  in het artikel in Nu.nl door Dierenarts Jiske l’Ami, van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.

Voordat je het vest kunt gebruiken maak je het ongeveer 30 seconden nat en laat je het vervolgens een paar uur drogen zodat de verkoelende gelkristallen het vocht volledig kunnen absorberen. Op hun website staat: “De gelkristallen -HyperKewl ™ – gebruiken polymeer om snel water te absorberen. De chemische reactie creëert een langdurig koeleffect door verdamping van het water. Gebruikers  kunnen een koeleffect verwachten dat 6 tot 9 graden lager is dan de omgevingstemperatuur. De exacte temperatuur is afhankelijk van diverse omgevingsvariabelen zoals vochtigheid, luchtstroming en dergelijke. Let erop dat zeer hoge luchtvochtigheid van meer dan 90% de eigenschappen van het materiaal sterk zal verminderen en dat HyperKewl ™ producten alleen dan nog zullen werken bij voldoende luchtstroming.”

Na het bestuderen van de beschrijving hebben we een uur of 3 voor zijn kleine plaswandeling in de late middag het koelvest nat gemaakt en laten drogen. Na onze kleine wandeling van 10 minuten, Quasar wilde al na 5 minuten weer terug, kreeg onze hond het koelvest om en heb ik hem in de koelte van ons huis geobserveerd. Opvallend was dat hij vrij snel al minder begonnen te hijgen, z’n ademhaling rustiger werd en hij zelfs al vrij snel ontspannen aan m’n voeten lag. Na 30 minuten hebben we het koelvest uitgedaan en bleef hij nog lange tijd zo heerlijk rustig en ontspannen ademhalen. Vervolgens hebben we het koelvest eens omgedaan tijdens een korte plaswandeling in de late middag en was het mooi om te zien dat hij minder aan het hijgen was, alerter om zich heen snuffelde en dat we pas na 20 minuten weer terug waren. Binnen in de koelte van het huis hebben we het koelvest uitgedaan en ook nu bleef het extreem hijgen wat hij op andere dagen wel deed uit.

Het koelvest beschouw ik als een mooie aanvulling op wat we al doen bij extreem warm weer. Maar wat mij betreft hoeft het niet langer als 30 minuten en het liefst onder mijn toeziend oog na een inspanning om het verkoelingsproces extra te ondersteunen. Inmiddels heb ik het koelvest nu zelf ook af en toe om…want ook voor mij biedt het een aangename verkoeling.  Snel maar de verkoelings-bandana en het verkoeling-petje met hetzelfde principe bestellen…Ik denk dat ik die ook maar eens ga proberen omdat ik zelf ook heel moeilijk mijn warmte kwijt kan:)


Link naar de Review van het baasje van Thor op de foto met het cooling jacket aan.

 

Succes met alle tips…en als je zelf nog een tip hebt, laat het ons dan weten met een mailtje naar canitrailnl@gmail.com

 

Een aantal tips van anderen:
* Maak zelf een hondenijsje en geef met mate om maagdarmklachten te voorkomen. En geef het ijsje niet meteen aan je hond: je hond kan met zijn lippen of tong aan het ijsje blijven plakken. Laat het ijsje even staan of spoel het ijsje af onder de kraan. Een aantal do’s en don’ts over hondenijsjes vind je in dit artikel. 
* Goed laten drinken. Als ze slecht drinken maak dan een een soort vissoepje van bijvoorbeeld Icepaw of een koolvisje.

 

En lees eens dit artikel op FB over het sporten met honden in warme omstandigheden

Starten met canitrailen …hoe doe ik dat?

Je loopt al geruime tijd hard en zou graag met je hond samen willen trailen. Maar hoe doe je dat? Waar begin je? Waar moet je mee rekening houden?

 

Raskenmerken
Ieder ras heeft z’n eigen kenmerken met daaraan gerelateerd een natuurlijke aanleg voor wat lange afstanden of niet. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de bouw van het skelet, de vorm van de snuit, structuur van de vacht en de ‘will to please’/ werklust. Mijn witte herder weegt 38 kilo, is in vergelijking met zijn broertjes uit hetzelfde nest enorm gespierd en vindt het heerlijk om in een energiezuinige draf te lopen. Hoe ver we uiteindelijk kunnen lopen zal de toekomst nog moeten uitwijzen…

 

Niet alleen uithoudingsvermogen opbouwen
Om lange afstanden te kunnen trailen is niet alleen het uithoudingsvermogen van je hond belangrijk. Je zal ook moeten werken aan zijn belastbaarheid, bespiering en coördinatie/ core stability. Maar ook goed materiaal is erg belangrijk. Denk aan een goed zittend harnas, heupgordel en een elastische lijn. Ik heb een voorkeur voor een korte lijn en meer gedrongen harnas op onze rustige duurloopje en heb een wat langere lijn en harnas voor als we meer full-speed gaan trainen om de trekkrachten beter te kunnen verdelen.

 

Aangelijnd meer belastend
Houd er rekening mee dat als een hond aangelijnd met je gaat trailen, wat in veel gebieden verplicht is, het extra belastend is voor je hond omdat wij voor hem ‘te traag’ lopen. Een hond is van nature een snuffelaar en legt vaak niet-aangelijnd veel meer kilometers af door heen en weer te lopen. Zijn bewegingen zijn dan veel efficiënter en altijd aangepast aan wat hij wil. Als je hond aangelijnd loopt kost het hem veel meer energie. Kan je hond dus uren ‘los’ meelopen dan is dat geen enkele garantie dat hij dat ook ‘aangelijnd’ kan. Wil je weten hoe het voelt om ‘onder je niveau’ te moeten lopen? Loop je normaal 10km/u ga dan eens 30 minuten lang gemiddeld 7,5km/u lopen en voel wat dat doet met je spieren, gewrichten, ligamenten en techniek.

Deze belastbaarheid zul je dus moeten trainen en vooral rustig opbouwen.

 

Volgroeid en uitgehard skelet
Om de belastbaarheid op te kunnen bouwen zal het skelet van je hond voldoende uitgegroeid en uitgehard moeten zijn. Het kraakbeen is bij een jonge hond nog zacht en vormbaar. Het is niet bestand tegen langere tijd achter elkaar belasten. Pas als hij volledig uitgegroeid en uitgehard is kun je de duurtrainingen uitbreiden, diverse tempo’s trainen en meer klimmen en dalen eraan toevoegen.

Gemiddeld kun je stellen dat de groeifase voorbij is volgens onderstaand schema:

☞ Bij kleine rassen (tot 10 kg) :  10 – 12 maanden

☞ Bij middelgrote rassen (11 – 25 kg) – <50 cm : 12 – 15 maanden.

☞ Bij grote rassen ( vanaf 25kg ) > 50 cm : 15 – 24 maanden

Op welke leeftijd je hond werkelijk is uitgegroeid verschilt niet alleen per ras, maar verschilt ook per individu. Het kan dus zo zijn dat de ene pup uit een bepaald nest veel eerder klaar is met groeien (vroeg rijp) en dat de andere pup uit hetzelfde nest een half jaar langer nodig heeft om op dit punt te komen (laat rijp).

Voor meer info hierover zie het artikel belastbaarheid.

 

Basiscommando’s
Voor jullie echt al kilometers gaan maken,  kun je je hond al wel laten wennen aan de basiscommando’s die je straks gaat gebruiken. Denk aan commando’s zoals:
– voor
– naast
– achter
– links
– rechts
– door ( ipv rechtdoor)
– go
– wandel
– stop
– rustig, etc..

Natuurlijk kun je je eigen commando’s verzinnen, als je maar consequent bent. Sommigen doen de commando’s in het engels of gebruiken termen uit de sledehondensport zoals ‘gee(=rechtsaf)’ – ‘haw (=linksaf)’ – ‘hike (=go)’ –  ‘easy (=vertragen)’ – ‘ho (=stoppen)’.

Ook kun je hem al laten kennismaken met diverse ondergronden en oefeningen in het bos doen die gericht zijn op de plaatsing van het lichaam (proprioceptie). En als voorbereiding op het echte trailwerk zijn allerlei Balans & Coördinatie oefeningen fantastisch om samen te doen.

 

Met canitrailspullen kennismaken
Voordat jullie de conditie werkelijk gaan opbouwen kun je je hond laten wennen aan het aan elkaar gebonden zijn. Om veilig ‘handsfree’ te kunnen canitrailen zijn de volgende materialen belangrijk:
– harnas voor de hond
– heupgordel voor de handler
– verende lijn

Een harnas voor de hond moet goed passen en zijn bewegingen niet belemmeren. Een heupgordel heeft de voorkeur boven het in de hand vasthouden van de lijn omdat je dan je eigen hardloopbeweging niet belemmert. Deze mag vooral bij een trekkende hond niet op je onderrug drukken. Dat is vragen om ernstige rugproblemen. De verende lijn is de verbinding tussen jou en je hond. Qua lengte is het belangrijk dat je je afvraagt of je hond veel naast je loopt of alleen maar wil trekken, want een te lange lijn bij een hond die naast je loopt is nog gevaarlijk ook omdat je er makkelijker over kunt vallen.

Laat je hond al in de beginfase van jullie canitrail-carriere kennis maken met het materiaal. Trek je hond z’n harnas aan, jij je heupgordel en de elastische lijn en ga er samen op uit. Ga samen wandelen, snuffelen en kleine stukjes hardlopen. Neem wat water mee in je trailvest en laat je hond drinken uit een flesje/ waterzak of opvouwbare drinkbak. Doe zelf trailschoenen aan met voldoende profiel om te voorkomen dat je onderuit gaat op de trails. Test schoenen met veel demping en weinig demping, want als mijn hond behoorlijk aan het trekken is over de harde bospaden zijn schoenen met extra demping zeer welkom.

In dit stadium wil je je hond enthousiast maken om samen eropuit te gaan.

 

Moet je hond trekken
Bij het canitrailen hoeft je hond niet te trekken. Het kan soms wel eens handig zijn, maar is zeker geen vereiste zoals bij het canicrossen.
Wat wel belangrijk is, is dat je je hond leert om op allerlei posities te kunnen trailen. Dit kun je in de voorbereiding ook al trainen met je hond.
– Voor lopen: is handig bij single tracks en als je heuvel op gaat
– Naast lopen: is noodzakelijk bij steile afdalingen
– Achter lopen: bij technisch moeilijke afdalingen

Ik heb Quasar geleerd om ‘voor’ te lopen door eerst voertjes voor j ons op een single track te gooien. Zodra hij dan voor liep gaf ik het commando ‘voor’ onbeloonde hem ook nog eens met mijn stem. Maar cecht trekken deed hij niet. Vond ik ook niet zo erg omdat ik zijn jonge lijfje niet teveel wilde belasten. Pas toen we een aantal canitrailers hadden uitgenodigd om samen mee te lopen ging hij ineens trekken. Mijn hond kon daardoor ‘voor-lopen’ en ‘trekken’ afkijken van de andere aanwezige honden.


Je hond is leidend
Tijdens het uitbreiden van de kilometers houd je je hond continu in de gaten. Je kunt beter te langzaam opbouwen als te snel. Honden willen zo ontzettend graag hun baasje ‘pleasen’ dat ze vaak ver over hun eigen kunnen/ grenzen gaan. Als je hond aangeeft dat het voor vandaag genoeg is, stop dan ook onmiddellijk. Waarschijnlijk heeft ie al veel langer pijn of is hij hij al heel lang moe voordat jij het door hebt dat er iets aan de hand is. Push je hond nooit om iets te doen of om verder te rennen omdat jij het zo graag wil.

Kennis van kalmerende signalen is voor de canitrailer van essentieel belang, want dat betreft de oersignalen die honden uitzenden en waar ze op reageren. Begrip van deze hondentaal vergroot het begrip voor het wezen van je hond.

 

Spierpijn en overbelasting
Houd je hond goed in de gaten voor, tijdens en na de training op souplesse, spierpijn en vermoeidheid. Loopt je hond anders als anders, bijvoorbeeld met kortere passen, stijver in de achterhand of in telgang (wat ie anders nooit doet). Of blijft hij met een bolle rug lopen, voel je een stijve plek in de wervelkolom of zie je een vreemde verspringing in z’n vacht dan kan dat betrekking hebben op een blokkade in z’n bewegingsapparaat. Een bezoekje aan een fysiotherapeut of osteopaat kan dan noodzakelijk zijn. Begin na een behandeling niet meteen daar waar je gebleven was. Gun het lichaam van je hond een paar weken de tijd om te wennen aan de ‘nieuwe situatie in het lichaam’.

 

Vermoeidheid bij je hond herkennen
Als een hond moe is, dan laat hij dat vaak heel goed zien. Die van mij stopt gewoon met rennen en gaat liggen kauwen op een stokje. Als hij geen zin heeft gaat hij extra veel plassen of heel veel snuffelen of juist erg veel achter me lopen. Let ook op de volgende signalen

  • de bewegingen worden langzamer uitgevoerd
  • de coördinatie wordt minder
  • controle verdwijnt
  • de hond gaat erbij liggen
  • de hond zoekt schaduwplekken of koel gras
  • krijgt wallen onder zijn ogen
  • krijgt rode ogen
  • zijn oren en staart zakken in hoogte
  • de hond gaat hijgen
  • kan zich niet meer concentreren
  • wordt juist heel erg druk
  • wordt bijterig
  • gaat in staking/blokkeert

Als mijn hond dorstig is of het warm heeft, dan plonst hij in ieder watertje om af te koelen en te drinken. Luister goed naar je hond. Hij weet zelf heel goed wat hij nodig heeft.

 

Afwisselend hardlopen en wandelen
Train in de beginfase vooral kleine stukjes wisselend hardlopen en wandelen met een totaal van circa 2 tot 3km. Houd het speels en als je hond moe is, dan laat je hem even bijkomen voordat je weer verder gaat. Naarmate de conditie beter wordt kun je langer achter elkaar hardlopen en minder wandelen. Let goed op de signalen van je hond, want hij moet het leuk blijven vinden.

 

Warming up en Cooling down
Begin je training altijd met een warming up en eindig altijd met een cooling down.

Tijdens de warming up van 10 tot 15 minuten is het de bedoeling dat jullie beiden de intensiteit van de beweging rustig opbouwen zodat de spieren, zenuwen en het gewrichtsvocht op temperatuur kunnen komen. Wij beginnen al onze trainingen altijd met eerst 10 minuten intensief wandelen gevolgd door 10 minuten rustig joggen. In deze fase kan mijn hond dan nog even z’n behoefte doen, wat extra plasjes achter laten en als we in een groep lopen even kennis maken met de andere ‘meelopers’.

Vervolgens doen we wat losmaakoefeningen voor meer souplesse in het lichaam om blessures door onverwachte bewegingen te voorkomen.Het voordeel van ons warming up ritueel is dat mijn hond heeft geleerd om vanuit een relaxte modus en dus met een lager hartslag te beginnen aan een training. Dat in tegenstelling tot veel andere honden die als een gestreste stuiterbal vol adrenaline staan te blaffen en trekken om te beginnen.

En na de training is er de cooling down: de fase waarin je het afvoeren van afvalstoffen stimuleert en de spierspanning weer normaliseert. Deze duurt bij ons vaak weer 10 tot 15 minuten waarbij we rustig uitlopen en afsluiten met het drinken van wat water uit een bakje of uit een natuurlijk watertje.

 

Afwisseling in soorten trainingen
Kunnen jullie na het rustig op – en uitbouwen ongeveer 30 minuten-45 minuten-60minuten achter elkaar hardlopen, dan kun je je trainingen wat meer gaan afwisselen.

Je zou bijvoorbeeld meer tempo’s kunnen gaan lopen waarbij je afwisselend het tempo van je hond gaat lopen en jouw tempo. Een mooie intervaltraining en ook nog eens leuk om te ervaren hoe het is om op de snelheid van je hond te lopen. Dat vindt hij vast en zeker ook hartstikke leuk. Of ga eens wat meer heuvels pakken of kies bewust voor een snuffeltrail in een nieuw gebied of laat je hond eens de route bepalen.

Zorg voor afwisseling en houd het leuk voor jullie allebei.

 

In een groep trainen
Samen met andere honden in een groep lopen is een mooie uitdaging voor zowel je eigen hond, jezelf en jullie band.

Sommige honden willen in een groep ineens per se vooraan lopen of zoals mijn herder dan vooral veel heen en weer lopen om de kudde goed in de gaten te kunnen houden. Sommige honden trekken niet maar blijken onder invloed van andere honden het ineens wel te doen.

Door af en toe met andere canitrailers te lopen leert je hond in sociaal opzicht in een groep te lopen en kunnen jullie andere dingen trainen. Daarnaast is het gewoon erg leuk om de verhalen van anderen te horen.

 

Kennismaken met andere trailgebruikers
Laat je hond kennismaken met andere gebruikers in het bos. Denk aan mountainbikers, wandelaars, paarden, Schotse hooglanders.

Ik heb eens een groep mountainbikers gevraagd of mijn hond aan ze mocht snuffelen omdat hij heel angstig was van die snelle dingen in het bos. Of we hebben ergens wel eens 15 minuten staan wachten totdat mijn hond zover was om langs een Schotse hooglander te kunnen wandelen.

 

Voldoende water voor onderweg
Neem altijd voldoende water mee voor jezelf en je hond om uitdroging te voorkomen.

Van tevoren heb ik me altijd voldoende ingelezen over het terrein waar we lopen om te weten of ik veel of weinig water onderweg mee moet nemen. Soms lopen we in gebieden waar veel natuurlijke waterpoeltjes zijn waarin hij kan afkoelen en soms helemaal niet. Afhankelijk van de buitentemperatuur zal ik bij warm weer (tussen 18 en 20 graden) dan eerder kiezen voor gebieden met veel afkoelmogelijkheden of in ieder geval starten op een plek waar hij aan het eind van de training met z’n pootjes in een beekje lekker kan bijkomen.

Laat je hond in kleine beetjes drinken en het liefst uit een bakje om te voorkomen dat hij teveel water in 1 keer naar binnen kan krijgen. Is je hond te gulzig met drinken dan is de kans groot dat hij alles weer moet uitkotsen.

 

Extra eten mee
Als je grotere afstanden aflegt op de trails dan kun je wat eten meenemen voor onderweg.

In de beginfase heb ik mijn hond geleerd om met een neus tegen mijn hand aan te geven dat hij wat te eten wil. Wij nemen op onze trails vanaf 2 uur naast water ook altijd speciale sportbrokken en ‘energy-repen’ mee zodat mijn hond kan eten als hij het nodig heeft. Geeft hij niks aan, dan krijgt hij ook niets.

Ongeveer twee uur voor een training krijgt mijn hond niets meer te eten om het risico op een zogeheten ‘maagkanteling’ te voorkomen. En na afloop krijgt hij een kleine portie om te voorkomen dat hij alles in 1 keer naar binnen schrokt.

 

Niet onder te warme omstandigheden
Bij temperaturen boven de 20 graden zal ik nooit gaan hardlopen met mijn hond.
Bij temperaturen tussen de 18 en 20 graden is het afhankelijk van het weertype en de luchtvochtigheid of we gaan hardlopen en zal ik de training aanpassen in tijd, tempo en afstand.
Onder de 18 graden is het voor mijn hond prima te doen.

Maar wat voor mijn hond geldt, hoeft niet voor jouw hond te gelden. Sommige honden hebben al moeite met temperaturen boven de 15 graden. Kijk goed naar je hond en wees extra alert op oververhitting.


TOT SLOT
Als jij goed naar je hond luistert, hem de ruimte geeft om zelf het tempo te bepalen in het opvoeren van de afstanden en hem onderweg voldoende ‘hond’ laat zijn heb je je best denkbare trailmaatje die je je maar wensen kunt.

Samen genieten van de geuren om ons heen, springen over obstakels en af en toe even helemaal los gaan op de trails, het samen-zijn in de natuur…dat zijn onbetaalbare momenten:)

 

Trailen versus Canitrailen – wat cijfertjes

Nieuwsgierig als ik ben heb ik twee trainingen in afgelopen weekend eens vergeleken met elkaar. Training 1, op zaterdag, was circa 9km en 275 hoogtemeters. Training 2, op zondag, was circa 6,5km en 177 stijgende hoogtemeters. Lekkere pittige trailtrainingen met veel heuveltjes alleen op zondag liep ik met de Tervuerense herder Choice en zaterdag zonder hond.

Nu weet ik dat als ik loop met een hond het voelt alsof ik met de wind mee loop, alhoewel de belasting op de onderrug, knieën en de lies (iliopsoas) significant groter zijn als je met een trekkende hond samen hardloopt. Meten is weten, dus heb ik beide trainingen vergeleken op een aantal punten, namelijk hartslag-snelheid-paslengte-pasfrequentie.

Hartslag: alhoewel beide trainingen continu omhoog en omlaag gingen ( dus veel hoogtemeters op een klein oppervlak) liep ik met hond voornamelijk in hartslagzone 2, d.i. 60 en 70% van de maximale hartslag dus nog in de aerobe zone met weinig melkzuurproductie. Terwijl ik zonder hond veel meer ook in zone 3 en zone 4 loop en ik dus vaker van de aerobe naar de anaerobe fase over ga.

Snelheid: Met de hond liep ik rond de 12-12,5km/u met een maximum van 19,9 km/u en zonder hond liep ik gemiddeld 8-9,8km/u met een maximum van 12,2km/u.

Pasfrequentie: Mede dankzij de overstap naar chirunning ongeveer 8 jaar geleden train ik zoveel mogelijk in een pasfrequentie tussen de 175 en 180. Met de metronoom aan op de stukken dat ik het zwaar heb, geeft dat gelijk verlichting. Tijdens mijn gewone trailrun liep ik gemiddeld 175 tot 182 spm. En toen ik met de hond liep werden er pasfrequenties geregistreerd tussen de 177 en 220spm. Met name in de afdaling zag ik een pasfrequentie van ongeveer 198 tot 220spm en op de vlakke stukken en stukken omhoog een pasfrequentie van 177 tot 198spm.

Bij een hoge pasfrequentie en loopsnelheid activeer je meer de grote spieren, de bovenbeenspieren en de kuiten. Sommige onderzoeken suggereren dat een 10-20% verhoging van je (geprefereerde) pasfrequentie enerzijds het risico verlaagt op het krijgen van een blessure en anderzijds kan helpen bij het herstel van een bestaande blessure. Dit komt door:

  • een verminderde belasting op je gewrichten (je zet minder grote stappen, dus er is sprake van minder schokbelasting);
  • een aanpassing naar een mid-voorvoetlanding, hierdoor vangt je enkel/voet al de eerste krachten op tijdens de landingsfase;
  • een toename in de buiging van je knie, zodat deze meer als schokdemper kan functioneren;
  • de hiel die meer onder het lichaamszwaarte punt komt en zodoende meer stabiliteit geeft en je je afzet kan verbeteren;
  • een vermindering de biomechanische vereisten van de heup, deze hoeft namelijk minder naar binnen te draaien en naar buiten te heffen.

Maar bij een te hoge pasfrequentie worden deze grote spiergroepen ook meer belast, neemt het algemene energieverbruik per kilometer toe en wordt het lopen zelfs minder efficiënt.

 

Paslengte: ik ben dol op een hoge pasfrequentie/ kleine passen met een kort grondcontact om zo licht en reactief mogelijk (lees blessurevrij) te kunnen hardlopen op de trails.

Paslengte = Staplengte + Zweeflengte

Nu lees ik dat mijn gemiddelde paslengte tijdens het trailen met hond tussen de 86 en 98cm is. Maar als ik dan kijk bij het trailen zonder hond is mijn gemiddelde paslengte ongeveer 69 tot 80cm. Al sinds de Romeinen is de standaard paslengte 73cm.

Bij een hogere snelheid maak je normaal gesproken grotere passen en heb je een langere zweeflengte. Bij een hogere cadans zijn je voeten meer in contact met de grond, dus heb je een kortere zweeflengte. De zweeflengte en paslengte worden (recht evenredig) groter met de snelheid en kleiner met de cadans. Maar bij het canitrailen is mijn paslengte en pasfrequentie beiden hoog.

Met andere woorden…het lijkt erop dat ik met hond sneller loop, met grotere passen, hogere pasfrequentie en lagere hartslag.

Is dat dan makkelijker om met je hond te lopen? Deels wel, want ik loop met hond in feite altijd met de wind mee. Maar vanwege de hogere snelheid, grotere passen en hogere pasfrequentie belast ik mijn lijf ook veel meer. Ik heb na 50km trailen minder spierpijn als na 25km met mijn hond trailen. Niet alleen meer maar ook andere vaak wat diepere spieren doen ‘pijn’.

 

Conclusie? Geen conclusie omdat ik namelijk niet hetzelfde parcours heb gelopen en onder andere weersomstandigheden. Dus wetenschappelijk gezien zegt dit nog niets…maar het is wel erg leuk om de verschillen te zien en daar eens wat meer op te gaan letten 🙂

CANITRAILEN in de ZOMER

In de zomermaanden kijk ik dagelijks naar de temperaturen en luchtvochtigheid om te bepalen of ik wel of niet met mijn hond ga canitrailen.

Vroege ochtend ipv late avond
Nu heb ik in de afgelopen jaren geconstateerd dat het trailen in de zomermaanden vroeg in ochtend voor ons allebei goed te doen is. Vaak is het in de nacht erg afgekoeld tot temperaturen tussen de 13 en 16 graden. En als we dan rond 6:00 uur beginnen zijn we ( mits ik de afstand aanpas) nog voordat het echt warm wordt weer klaar. Het sporten in de maanden juni, juli en augustus is dan prima te doen.

Vanochtend om 07:00 uur bijvoorbeeld was het 14 graden en hebben we heerlijk gelopen. Maar een uur later toen we al thuis waren brak de zon door en voelde het voor mij al meteen behoorlijk warm en benauwd.

Luchtvochtigheid
Een hoge relatieve vochtigheid, 85%-90% in de zomer zorgt voor het benauwde weer op warme dagen. Bij een luchtvochtigheid onder de 60% ervaren we een onaangenaam gevoel van droogte. De ideale vochtigheidsgraad is tussen de 60% en 80%

Bij een hoge luchtvochtigheid wil je meer zweten om de warmte in je lichaam te kunnen reguleren, maar het zweet zal bij een hoge luchtvochtigheid erg slecht verdampen. En omdat honden niet kunnen zweten zoals wij het kennen, is het voor hen nog moeilijker om tijdens warme dagen met een hoge luchtvochtigheid hun warmte kwijt te kunnen.

Wil je de relatieve luchtvochtigheid van vandaag weten? Kijk dan eens op https://www.buienradar.nl/nederland/gezondheid/luchtvochtigheid

Alles aanpassen
Naast het afstemmen van onze sportactiviteit op de temperatuur,  passen we ook de afstand aan op wat mogelijk is en kiezen we zorgvuldig de omgeving waar we lopen uit. Liever een bosrijke omgeving dan een grootte zandvlakte. Voel zelf maar eens met blote voeten hoe de grond voelt…dat is een prima indicatie van wat je hond ervaart maar dan x-kilometer lang.  Of ik kies een route waarvan ik weet dat ik die makkelijk kan inkorten voor het geval Quasar het gewoon te zwaar heeft. En liever een locatie met stromend water of een extra jerrycan met water voor na afloop om z’n pootjes en oksels mee af te kunnen koelen.


Herken oververhitting bij je hond
In de zomermaanden ben ik dubbel alert op het voorkomen van oververhitting van mijn witje. Oververhitting kun je herkennen aan de volgende symptomen: flink hijgen, sloomheid, warm aanvoelen (temperatuur is boven 39 graden) en soms kan je hond gaan braken en overmatig kwijlen. Vaak zie ik bij mijn hond ook aan de stand van zijn staart en de mate van hijgen hoe hij zich voelt.

Herken hittestuwing bij jezelf
Iemand die zich gedurende langere tijd heeft ingespannen in warme, vochtige
omstandigheden en niet voldoende heeft gedronken, kan een hittestuwing oplopen. Wat zijn de verschijnselen van een hittestuwing?
Vaak is het eerste verschijnsel van een hittestuwing het optreden van pijnlijke krampen in de kuitspieren, de spieren die het zwaarst belast zijn tijdens hardlopen. Ook de coördinatie gaat achteruit, wat zich kan uiten in “verstappen” of gaan “slingeren”. De kans op blessures neemt dus toe door uitdroging. Daarnaast treden vaak hoofdpijn, “kippenvel”, rillen, misselijkheid, braken, duizeligheid en extreem veel of juist extreem weinig zweten op. Het beoordelingsvermogen is verstoord. Zo kan iemand met een hittestuwing agressief worden als iemand probeert hem te laten stoppen met sporten. Uiteindelijk kan de sporter het bewustzijn verliezen en een levensgevaarlijke toestand ontstaan.

Herken uitdroging bij je hond

Het is dus juist bij warm weer en of overmatige inspanning dat je extra risico loopt om uit te drogen. Bij veel inspanning raakt het lichaam oververhit en de hond compenseert dit door te hijgen. Zorg er dus voor, dat als je gaat sporten met je hond  je voldoende water meeneemt. Let hier helemaal op als het warm is buiten en de luchtvochtigheid erg laag is.

Maar waar herken je uitdroging aan bij een hond? Als je de volgende signalen bij je hond ziet of zelfs meerdere hiervan, wees dan alert: Algehele onrust in het gedrag. Dikker speeksel dan gebruikelijk. De kleur van de urine is donkergeel. Een droge neus en ogen. Extreem veel hijgen. Veel meer willen slapen dan gebruikelijk. Veel likken aan de bek en smakken terwijl het geen etenstijd is. Verminderde eetlust. Verminderde huidelasticiteit. En veel minder energie dan gewoonlijk.

Vertoont je hond een of meerdere van bovenstaande signalen en vermoed je dat deze wel eens uitgedroogd zou kunnen zijn dan kun je ook nog de volgende test doen. Pak van bovenaf een stuk nekvel van je hond, laat dit weer los en bekijk hoe snel de huid weer terugkomt in originele positie. Als er geen sprake is van uitdroging, hoort de huid meteen weer op zijn plek te zitten. Duurt dit echter langer dan twee seconden dan heeft je hond veel drinken nodig. Geef de hond dan meer dan voldoende schoon en lauw water. Mocht je hond niet enthousiast zijn om te drinken, meng er dan eventueel vleessap of zoutloze bouillon doorheen om het drinken aantrekkelijker te maken.

Uitdroging bij de mens
Bij droog en zonnig weer met een lage luchtvochtigheid merk je vaak niet dat je zweet, omdat het zweet verdampt voordat het de huid nat kan maken. Dit is verraderlijk, want bij deze weersomstandigheden kun je meer dan 2 liter lichaamsvocht per uur verliezen zonder dat je dat merkt. Als het vochtverlies meer dan 2% van het lichaamsgewicht bedraagt, treedt al een vermindering van de prestatie op. Het vochtverlies na een lange duursport of een marathon waarin onvoldoende gedronken is, kan wel 5-6% van het lichaamsgewicht bedragen. Je bent dan uitgedroogd (gedehydreerd), met alle gevaren van dien. Het bloedvolume is afgenomen en “ingedikt”. Hierdoor is het bloed “stroperiger” en is de huiddoorbloeding en de warmteafgifte verminderd. De lichaamstemperatuur zal gaan oplopen! Niet alleen de doorbloeding van de spieren neemt af, maar ook de doorbloeding van de nieren en het maag- darmgebied zal sterk afnemen. Dit kan tot gevolg hebben dat er bloed in de urine of de ontlasting komt. Uiteindelijk kunnen de nieren en de darmen zelfs (blijvend) beschadigen door de afname van de doorbloeding.

Wel of niet sporten?
Mijn stelling is dat ik met mijn hond niet ga hardlopen als de temperatuur boven de 20 graden komt. Bij andere honden kan het al boven de 16 graden of misschien wel boven de 12 graden zijn. Dit is en blijft heel persoonlijk.

– Is de temperatuur onder de 18 graden dan zijn wij lekker op de trails te vinden maar passen we wel de afstand aan als het in de loop van dag warmer wordt.
– Is de temperatuur tussen de 18 en 20 graden dan pas ik de training aan in lengte, tempo, omgeving en zorg ik ervoor dat ik in de buurt van water canitrail.
-is de temperatuur boven de 20 graden? NIET DOEN. Ik ga lekker zonder mijn hond hardlopen.

 

 

 

Canitrail, Canicross, Natte Neuzen Trail…HELP

Met het neerzetten van Canitrail.NL in Nederland in februari 2016 is er een mooie nieuwe sport voor hondeneigenaren in Nederland bijgekomen, maar het levert ook de nodige verwarringen op. Deze sport, Canitrailen, heeft overeenkomsten met Canicross maar is qua dynamiek totaal wat anders. Ik hoor mensen vaak vragen: “Wat is nu het verschil tussen deze twee sporten?”

Laat ik het anders stellen…Canitrail en Canicross hebben 2 overeenkomsten, namelijk
– je gaat samen met je hond aangelijnd hardlopen over onverharde paden
– het staat open voor alle typen honden

 

Canicross
Op de website van Canicross Nederland staat de volgende omschrijving:
“Canicross is hardlopen in de natuur met een aangelijnde hond die naar hartenlust mag trekken zodat baas en hond samen zo snel mogelijk een parcours over onverharde paden afleggen. De sport staat open voor alle typen honden, klein of groot, ras of geen ras. Naast een enthousiaste hond heb je alleen een heupgordel, een goed passend tuig, een elastische lijn en een paar hardloopschoenen (liefst met profiel) nodig…Er worden jaarlijks ongeveer 12 wedstrijden georganiseerd, waaronder sinds 2012 ook een officieel NK. Bij de meeste wedstrijden wordt een tijdritstart toegepast waarbij individueel om de 30 seconden wordt gestart….De afstanden zijn meestal 2 à 3 km voor de korte afstand en 5 à 6 km voor de lange afstand. ”

 

Canitrailen
Bij het Canitrailen loop je ook met een aangelijnde hond maar ligt de nadruk meer op ‘ endurance’ oftewel alles, techniek, tempo, materiaal, is erop gericht dat je samen een zo lang mogelijke afstand kunt afleggen. Denk hierbij aan de energiezuinige draf van je hond en je racevest met opvouwbare drinkbak en voldoende water onderweg.  De hond is aangelijnd maar hoeft niet te trekken.  Op sommige stukken steil de heuvel af naar beneden is het zelfs niet wenselijk dat je hond trekt. De minimale afstand van een Canitrail is ongeveer 7,5-8km tot en met 50km en in Duitsland zelfs 100km.

 

Materiaal
Omdat je bij de Canicross een korte afstand zo snel mogelijk wilt afleggen is het materiaal dat je gebruikt niet hetzelfde als bij de Canitrail. Al het materiaal dat je kiest voor het canitrailen is erop toegespitst dat je beiden zo lang mogelijk op een ontspannen manier vrij kunt bewegen in de natuur.
Het tuig voor de hond hoeft niet dezelfde te zijn als bij het Canicrossen omdat de hond niet hoeft te trekken, maar ook naast je mag lopen. Ook een heupgordel is niet nodig, maar wel wenselijk zodat je je armen vrij kunt bewegen. De elastische lijn mag ook kort zijn als je hond het liefst naast je loopt. Ga je langer als 1,5 uur weg dan heb je in je racevest water voor je hond en jezelf met eventueel een opvouwbare drinkbak. En voor de echt langere stukken ver diep in de bossen neem je voor de veiligheid natuurlijk je mobiele telefoon mee, iets zouts en zoets te eten, een geïsoleerd reddingsdeken en een kleine EHBO-set voor jezelf en je hond voor het geval er onderweg iets gebeurt en hulptroepen niet zo snel bij jullie kunnen komen.

 

Georganiseerde Canitrails
In georganiseerd verband kun je aansluiten bij een Canitrail. De eerste Canitrail in Nederland was op 28 februari 2016 de Natte Neuzen Trail Veluwezoom met een 10km georganiseerd door Dorethea en Selina van Canitrail.NL. Inmiddels twee jaar later zie je her en der dat honden toegelaten worden op bestaande trails. Sommigen voegen een Canitrail als apart onderdeel aan hun Trail toe en anderen kiezen er juist bewust voor om dat niet apart te regelen.

In de kalender op onze website kennen we 2 categorieën Canitrails en de Natte Neuzen Trails.

  • Canitrails: Een trail die alleen voor honden en hun handlers worden georganiseerd, waarbij het belang van de hond voorop staat.
  • Natte Neuzen Canitrails: De Canitrails georganiseerd door Canitrail.NL hebben een uniek en herkenbaar concept. Dat betekent dat er geen tijdregistratie is, er individueel of in kleine groepen minimaal 1 en maximaal 5 minuten wordt gestart, de route, de verzorgingsposten, de EHBO en extra waterpunten aangepast zijn op de honden, dat er gele linten en gele zones zijn ingericht voor de honden die ruimte nodig hebben en dat er Dogwatchers zijn.
  • Trails – honden zijn toegestaan: Ook reguliere trailorganisatoren stellen hun evenement beschikbaar voor canitrailers. Soms is er een aparte start voor canitrailers ingericht. Soms sluit je gewoon achteraan. Je hond is ondergeschikt aan de trailers.

Mocht het zo zijn dat een canitrail wordt aangeboden bekijk dan eerst of het een onderdeel is van een reguliere trail of dat het echt een canitrails is alleen voor honden. De organisatie van een canitrail zal heel anders omgaan met bijvoorbeeld warme omstandigheden als organisatoren van reguliere trails.

 

Moet mijn hond trekken tijdens het canitrailen?

Regelmatig zie ik tips en trucs voorbij komen over dat je hond tijdens het hardlopen zou moeten trekken. Een gedachte die waarschijnlijk uit het canicrossen komt, aangezien de mensen die dit zeggen zelf in eerste instantie uit de canicross komen. Ik heb zelf nog nooit iets gedaan in de canicross, omdat de korte afstanden mij niet afspreken. Die achtergrond heb ik niet en misschien sta ik er daarom ook zo anders in. Vanaf het begin heb ik gekeken wat ik in de samenwerking met mijn hond nodig heb voor de langere trails.
 
Ik weet nog goed toen ik begon met het canitrailen dat zowel Junior als Quasar uit zichzelf voor en naast me gingen lopen. Een hond naast me…zo gezellig…ff oogcontact maken en dan weer door 🙂 Maar Quasar loopt ook achter mij…dat heb ik met hem vanaf toen hij nog klein was al getraind tijdens onze wandelingen. Met een vooropgezet plan heb ik Quasar geleerd om voor mij, naast mij, achter mij, linksvoor en rechtsvoor van het pad te gaan lopen. Dat betekent o.a. dat wij met een kortere lijn lopen als anderen en dat ik diverse soorten harnassen gebruik voor de trainingen die gepland staan.
 
Bij afdalingen en trappen wil ik dat Quasar naast mij of achter mij gaat lopen en vooral niet voor me loopt te trekken om allerlei onveilige situaties te voorkomen. Een lange lijn is dan een echte sta in de weg en sommige harnassen zijn dan ook erg onhandig. Op sommige paden wil ik dat hij aan de linkerkant loopt omdat het pad daar beter begaanbaar is. Of aan de rechter zijkant van een pad omdat er iemand ons tegemoet komt lopen.
 
Ik heb mijn hond dus bewust geleerd om aan alle kanten van mij te kunnen lopen, omdat ik wil kunnen anticiperen op de trails en datgene wat wij onderweg tegenkomen aan afdalingen, technisch terrein, modderpoelen etc.. En al dat voorbereidende werk heeft z’n vruchten afgeworpen tijdens onze solo-canitrails met de nodige hoogtemeters, single tracks en technische ondergronden in binnen- en buitenland.
 
Moet je hond dus trekken tijdens het canitrailen?
Ik zou zeggen dat dat op sommige trails zelfs niet wenselijk en gevaarlijk is.
Train zoveel mogelijk de diverse posities van je hond ten opzichte van jou, geef er een commando bij die bij jullie past en zet die diverse posities in op de trails daar waar ze voor getraind zijn:) 

Hoe drinkt jouw hond?

Tijdens onze canitrails heb ik altijd een klein opvouwbaar drinkbakje voor Quasar bij me.
Als hij wat wil drinken vul ik zijn bakje met water en kijk eens in t filmpje hoe hij drinkt😍

 

Quasar krult z’n tong en maakt een soort bakje waarin hij het water opvangt om daarna het water naar binnen te trekken. Door deze natuurlijke manier van drinken te bekijken snap ik ook waarom hij het vervelend vindt om uit het tuitje te drinken van mijn waterzak.

Hij kan het water niet goed in zijn tong opvangen om het naar binnen te trekken. Er druipt veel water langs z’n bek op de grond en soms lijkt het wel alsof hij stikt omdat het water met een te grote druk rechtstreeks z’n bek in gaat.

Mijn hond drinkt natuurlijk het liefst uit poeltjes en plasjes onderweg. Maar soms zijn dat juist drinkplekken die we tijdens  droge warme periodes willen vermijden vanwege o.a. blauwalgen en andere bacteriën waarvan hij ziek kan worden. 

Gelukkig hebben we van jongs af aan met hem getraind om water te drinken uit opvouwbare bakjes, zowel tijdens onze wandelingen als thuis in de tuin, zodat het voor hem nu tijdens onze lange trails geen enkel probleem is om eruit te drinken. 

Dus voortaan heb ik altijd in mn trailrugzak een extra waterbakje bij me🥰🏃‍♀️🐕