NIEUW – Canitrail Training voor Absolute Beginners in 2024

Canitrailen is het samen beleven en genieten van het hardlopen van lange afstanden in de natuur over onverharde paden vanuit samenwerking tussen mens en hond zonder tijds- en prestatiedruk.
c

Samenwerking
Tijdens het canitrailen zijn mens en hond ten alle tijden aan elkaar verbonden middels een verende lijn tenzij de veiligheid van de hond of mens in het gedrang komt.

Loopt je hond niet los met je mee?
Nee. Je hond zit aangelijnd aan je vast omdat jullie door gebieden lopen waar ook veel wild aanwezig is. Wij, canitrailers, zijn te gast in het natuurgebied en vanuit respect voor de natuur houd je je hond altijd aangelijnd. Daarbij weet je ook niet hoe je hond reageert als hij plots oog in oog staat met bijvoorbeeld een zwijn die haar biggen verdedigt.

Geven en nemen
Als jullie aan elkaar vast zitten zullen jullie met elkaar rekening moeten houden. Daarbij is zowel het aandeel van de hond als het aandeel van de mens evenredig belangrijk. Vaak is het zo dat de hond in een draf sneller kan als de mens, dus zal de hond als jullie samen hardlopen vaak ‘onder z’n eigen snelheid’ moeten lopen. Dat is voor een hond veel vermoeiender en belastender als het gewoon los met je meelopen. Voor een hond die bijvoorbeeld makkelijk 30km los kan meelopen is het 15km aangelijnd lopen veel zwaarder. Als je hond zich aan jouw tempo moet aanpassen is het mijns inziens normaal om dan ook onderweg goed voor je hond te zorgen. Vermoeidheidssignalen neem je altijd serieus en je geeft je hond voldoende gelegenheid om te drinken en/of eten; het lopen van een ‘snelle tijd’ op een bepaalde afstand mag nooit ten koste gaan van de gezondheid en grenzen van je hond.

Het aan elkaar verbonden zijn vraagt gewoon veel meer van de samenwerking en respectvolle relatie tussen hond en mens.

c
Canitrail Training voor Absolute beginners
“Ik wil met mijn hond beginnen met canitrailen, maar hoe doe ik dat? Waar moet ik op letten? Hoe bouw je de belastbaarheid op?”. Veel beginners komen terecht bij bestaande canicross-cursussen of workshop, maar omdat canitrailen een heel ander uitgangspunt heeft als het canicrossen biedt Dorethea voor de absolute beginners een aparte training aan op de woensdagmiddag tussen 15:30-16:30 uur. De hond moet minimaal 10 maanden zijn om aan te mogen sluiten.

Vaste structuur trainingen
De trainingen hebben altijd een vaste structuur, namelijk inlopen/ warming-up en diverse oefeningen, kern waarin we hardlopen afwisselen met stukjes wandelen met aandacht voor techniek en samenwerking. Afsluitend een cooling-down/ uitlopen met een soepje voor de honden en thee voor de baasjes. Door met meerdere honden in een klein groepje te lopen maken we gebruik van de kracht van Social Learning. Oftewel…de honden leren van elkaar en bouwen zo hun zelfvertrouwen op.

Deze training is dus NIET geschikt voor trailers/ hardlopers die al zelf goed getraind zijn en willen beginnen met het canitrailen met hun hond. Op de zaterdagochtend is daar al een Canitrail Training voor tussen 09:00 en 10:00 uur.
c
Wie geeft de trainingen?
De trainingen worden gegeven door de Atletiekunie gecertificeerd en gekwalificeerde hardloop-en trailrunningtrainer Dorethea Bil die zich in Amerika heeft gespecialiseerd in het hardlopen volgens de Chirunning methode voor hardlopers, trailers en canitrailers bij Chirunning Master Danny Dreyer. Dankzij overige opleidingen tot onder andere Yoga4Runners – en  Blackroll Fascia Fitness trainer heeft Dorethea zich als hardloop-en trailrunningtrainer ontwikkeld tot expert op het gebied van het verbeteren van de neuromusculaire coördinatie en loopefficiency.

Na het oprichten van Canitrail.NL en het organiseren van de eerste Natte Neuzen Trails in Nederland is Dorethea eind 2016 begonnen met het geven van trainingen voor Canitrailers. Als Canitrailtrainer heeft ze zich verder verdiept in de fysieke en emotionele ontwikkeling van de hond als atleet. Heeft ze de opleiding tot Basis Fitness trainer voor honden gevolgd, en tevens de workshops gevolgd over de warming up & cooling down, over het gangwerk en basisprincipes van een verantwoorde trainingsopbouw bij de Martin Gaus Academie, het Fit Dog Program en de K9 Sports Strengthening Program. Verdiepingen gehaald via o.a. lezingen in binnen-en buitenland over het roedelgedrag, dominantie, reactiviteit, de emotionele belevingswereld van de hond en pijnherkenning bij o.a. Monique Bladder, Hondenlot, Martin Gaus Academie en K9 Trail Time. Tevens is ze zich verder aan het verdiepen in het gangwerk van sporthonden via de Opleiding tot Hondensportcoach bij Marcel Nijland

Canitrailen is namelijk meer als gewoon een eindje hardlopen met je hond…en toch ook weer niet als je weet wat je doet en waarom je het doet.
c

Flexibel strippenkaart systeem
Er zijn ontzettend veel facetten aan het canitrailen, zoals techniek, gedrag, loopscholing, kracht, balans, snelheid, non-verbale communicatie, hondentaal, samenwerking, warmte, koude, groepsdynamiek, omgaan met wild, en nog veel meer. In een training of een workshop van een uur of een paar uren is het onmogelijk om alles te behandelen en te oefenen. Daarbij is het de vraag of ook alles blijft hangen.

Vandaar dat ik wekelijks trainingen wil geven waarbij we het proces van jullie als team kunnen monitoren, bijstellen en aanpassen op wat bij jullie past. Zo kun je je langzamerhand ontwikkelen naar een goed geolied Canitrail-team.

Daarom bieden we de flexibiliteit van het strippenkaart-systeem aan zodat je kunt aansluiten wanneer jullie kunnen en willen. Zo blijf je samen leren zo vaak als het voor jullie nodig is. Onderschat daarbij ook niet de kracht van het leren van elkaar, zowel mensen als honden.

De 10-strippenkaart is €55,00 en 1,5 jaar geldig.

Wanner zijn de trainingen?
De eerste Canitrail Training voor de Absolute Beginners in de maand januari 2024 starten vanaf de parkeerplaats bij Kasteel Rozendaal, Beekhuizenseweg 4 te Rozendaal op de volgende data:
– woensdag 17 januari 2024 om 15:30 uur
– woensdag 24 januari 2024 om 15:30 uur
– woensdag 31 januari 2024 om 15:30 uur

Aanmelden?
In de gratis aanwezigheidsapp voor sporters Teamy kun je je aanmelden voor de reguliere trainingen.
Download de app, meld je aan via onderstaande link en vink aan dat je komt:

https://app.teamy.online/?inviteToTeam=HocIgoWYHDCFYjXU97EA

c

Wil je nog meer info of heb je vragen stuur dan een mail naar canitrailnl@gmail.com

Hoe bouw je jullie Canitrail afstand uit?

Een veel voorkomende vraag die ik krijg als trainer is hoe je het beste de kilometers/ afstand verder kunt uitbouwen met je hond. In het Canitrail-team is de mens qua conditie vaak de ‘zwakste schakel’. Honden hebben in tegenstelling tot mensen een hoog oxidatievermogen en zijn goed aangepast aan uithoudingsactiviteiten. Er is zelfs een discussie of honden spiervezels hebben die volledig anaëroob zijn. Honden maken ook veel minder als mensen gebruik van het op glycogeen gebaseerde systeem en meer op het op vetzuren gebaseerde energiesysteem. Met die wetenschap in ons achterhoofd weet je dat het opbouwen van het lange duurvermogen bij honden veel sneller gaat als bij ons mensen.

WAT TRAIN JE VOOR EEN LANGERE CANITRAIL?
Belastbaarheid en uithoudingsvermogen zijn naast coördinatie en balans twee belangrijke principes die je moet trainen om langere afstanden te kunnen Canitrailen. Daarbij is belastbaarheid prima te trainen zonder dat er overbelasting hoeft te ontstaan met daaruit voorvloeiende blessures. Het achter elkaar rennen van lange afstanden is ook bij honden iets wat je moet opbouwen; honden zijn van nature echte duursporters maar dat betekent niet dat je sportief gezien goed bezig bent om de hond aangelijnd aan het harnas ineens 10 kilometer achter elkaar te laten hardlopen. Heel veel honden zouden dat best wel kunnen, maar het is de vraag of je dan niet meer schade aanricht dan nodig is…in ieder geval in de relatie. Een hond vertrouwt namelijk volledig op z’n baasje en volgt hem of haar ook al moeten ze daarvoor ver over hun grenzen. En wat is de haast?! Is het niet veel leuker om de conditie en belastbaarheid samen verder op- en uit te bouwen zodat je hond nog tot latere leeftijd samen met je mee kan?

De manier waarop de hond van jongs af aan opgroeit, is allesbepalend voor het begin van jullie sportieve carrière. Uit onderzoek blijkt dat voldoende beweging tijdens de puppy jaren een hele grote invloed heeft op de kwaliteit van botten en pezen, de ontwikkeling van het zenuwstelsel, coördinatie en de hele ‘belastbaarheid’ van de hond. De basisbeginselen van het Canitrailen trainen is dus meer als gewoon een stukje rennen. In feite zijn er 3 aspecten waar je mee aan de slag gaat, namelijk:
1. Coördinatie
2. Belastbaarheid
3. Uithoudingsvermogen
c
COORDINATIE
Al in de puppy periode kun je allerlei coördinatie oefeningen op speelse wijze aanbieden en je hond laten kennismaken met diverse soorten ondergronden, zoals water, mul zand, kiezelsteentjes, zachte bospaden, boomwortels en/of verharde fietspaden. Daarmee laten kennismaken betekent dus niet een uur lang door mul zand lopen, maar gewoon een paar minuutjes heel bewust met je hond er doorheen lopen. Eerst misschien wel snel en later er langzaam doorheen lopen om alle prikkels de tijd te geven om zowel mentaal als fysiek te verwerken. Net als bij jezelf bouw je het hardlopen door mul zand ook op om je enkelbanden krachtiger te maken.
Het trainen van de coördinatie kun je een onderdeel laten zijn van je reguliere training met een blok van 5-10 minuten of je doet het los van de trainingen op de rustdagen een 10-15 minuten. Langer heeft vaak geen zin omdat je hond te moe wordt om de beweging nog correct uit te voeren.
c

BELASTBAARHEID
De spieren, botten, gewrichten, banden en andere structuren in het lichaam worden voortdurend blootgesteld aan belasting. Hiermee wordt bedoeld dat bijvoorbeeld de knieën tijdens het lopen het gewicht moeten dragen en bij elke stap een klap op moet vangen. Het gewicht dat op een knie komt te staan tijdens het lopen is in dit voorbeeld de ‘belasting’. Als we harder lopen of hoger springen, dan wordt de belasting op het kniegewricht groter.

De belastbaarheid is dus de last die jij of je hond kan dragen. Wanneer de ervaren last groter is dan de belastbaarheid, dan is er sprake van overbelasting. Bij overbelasting is de belasting zo groot dat de betreffende lichamelijke structuur deze niet meer kan dragen. Het gevolg is dat er beschadigingen en lichamelijk klachten kunnen ontstaan.
c
Belastbaarheid bij het canitrailen
Houd er rekening mee dat als een hond aangelijnd met je gaat trailen, wat in veel gebieden verplicht is en ook een belangrijk onderdeel is van het Canitrailen, het extra belastend is voor je hond omdat wij voor hem vaak ‘te traag’ lopen.

Een hond is van nature een snuffelaar en legt vaak niet-aangelijnd veel meer kilometers af door het heen en weer te lopen (scharrelen). Zijn bewegingen zijn dan veel efficiënter en altijd aangepast aan wat hij wil. Als je hond aangelijnd loopt kost het hem dus veel meer energie omdat hij zich moet aanpassen en niet ‘z’n eigen ding kan doen’.  Kan je hond uren ‘los’ meelopen dan is dat geen enkele garantie dat hij dat ook ‘aangelijnd’ kan. Wil je weten hoe het voelt om ‘onder je niveau’ te moeten lopen? Loop je normaal 10km/u ga dan eens 30 minuten lang gemiddeld 7,5km/u lopen en voel wat dat doet met je spieren, gewrichten, ligamenten en techniek.

Train de belastbaarheid van het aangelijnd lopen door dit in korte stukken steeds verder uit te bouwen.  Vooral bij jonge honden houd je er rekening mee dat het in het harnas met jou aan de lijn hardlopen echt heel rustig opgebouwd moet worden. Doe dit gecoördineerd, in een lage intensiteit, in een rechte lijn, pak geen heuvels of mul zand en doe geen explosieve oefeningen (denk aan korte sprintjes/ springen naar een bal/ plots laten keren/scherpe bochten) omdat er dan teveel druk wordt uitgeoefend op spieren en gewrichten die bij een jonge hond nog niet stabiel zijn. Vooral het bergafwaarts rennen waarbij de spieren tegelijkertijd uitgerekt en samengetrokken worden kan scheuren veroorzaken.
c

Voorkomen overbelasting
Om overbelasting te voorkomen kun je niet voorzichtig genoeg zijn. Een opbouw in belastbaarheid in bijvoorbeeld een sport als canitrailen heeft tijd nodig en daarbij ontstaat juist vaak het probleem. Die benodigde tijd is namelijk voor iedere persoon en iedere hond verschillend en hangt af van een aantal wel bekende factoren zoals o.a. ras, gewicht, leeftijd. Er bestaan ook onbekende factoren die van invloed kunnen zijn op de persoonlijke belastbaarheid: Hoe is de fysieke gesteldheid? Zijn er beperkingen (zoals bijvoorbeeld rugklachten) die de belastbaarheid eventueel kunnen beïnvloeden. Het lichaam geeft door middel van alarmsignalen zoals pijn, kramp, vermoeidheid en stijfheid aan waar de grenzen liggen van de belastbaarheid. Om vervelende blessures te voorkomen is het daarom zaak de signalen bij jezelf en van je hond bij vermoeidheid en spierpijn serieus te nemen.

c
Opbouwen belastbaarheid
Voor bijvoorbeeld een beginnende canitrailer, is het slim om wat betreft belastbaarheid met een veilig hardloopschema te starten zoals die bij mensen van 0km naar 5km te vinden is. De opbouw van het schema pas je steeds aan op wat er die week goed gegaan is of niet. Als je 10 tot 12 weken nodig hebt in plaats van de 6 tot 8 weken die dat schema aangeeft, dan is dat geen enkel probleem.

Voor een getrainde hardloper is het vergroten van de belastbaarheid van de hond vaak zelfs nog wat moeilijker. Omdat je als mens zelf al getraind bent, denk je al snel dat je hond het ook al aan zou kunnen. Neem wat gas terug en gun je hond de tijd om zijn belastbaarheid op te kunnen bouwen.

Geeft je hond in de periodes dat je de belastbaarheid gaat opbouwen aan dat ie moe is, dan stop je er ook meteen mee. Bij een vermoeide hond is de coördinatie slechter, kan hij makkelijker uit balans raken en is een vervelende misstap misschien wel het begin van een langdurige blessure aan de pezen.  Je pakt wat langer rust, geeft wat te drinken of je maakt de wandelpauze wat langer.  Neem de tijd…opbouwen is altijd een geleidelijk proces..

c
UITHOUDINGSVERMOGEN
Canitrailen valt onder de duursporten waarbij het trainen van jullie duurvermogen een belangrijk trainingsdoel is. Duurvermogen is de conditie op de lange afstanden. Maar hoe breid je die kilometers verantwoord uit? Daarvoor zul je rekening moeten houden met een aantal basale trainingsprincipes. Deze trainingsprincipes zijn geen regels of wetten maar bakens die je helpen om effectief te trainen. In het boek “Duurtraining” van Fritz Zintl worden deze trainingsprincipes uitgebreid besproken en kun je ook toepassen op het Canitrailen.

A. Werkzame belasting;
Elke training heeft een belastingsintensiteit en die moet een bepaalde grens overschrijden om een adaptatie-reactie te veroorzaken en dus werkzaam te zijn. De prikkelniveaus die onderscheiden worden zijn;

  • onderdrempelig,
  • zwak bovendrempelig,
  • sterk bovendrempelig en
  • te sterk bovendrempelig

Onderdrempelige prikkels hebben geen effect, zwak bovendrempelig onderhouden het functieniveau, sterk bovendrempelige prikkels zorgen voor fysiologische en anatomische veranderingen (= optimaal) en te sterke prikkels gaan ten koste van de functie. Tot welke categorie een trainingsprikkel behoort, is afhankelijk van de getraindheid van de hond.

Voor een jonge ongetrainde hond kan een long slow distance (LSD) training van 30 minuten al een bovendrempelige prikkel zijn terwijl voor een getrainde hond diezelfde training geen enkel effect heeft. In de basistraining van een jonge hond worden sterk bovendrempelige prikkels vermeden om het bewegingsapparaat rustig te laten wennen aan het lopen van (lange) afstanden. Een afwisseling tussen zwak bovendrempelig en af en toe sterk bovendrempelig of veel zwak bovendrempelige trainingen koppelen werkt in de praktijk prima.
c

B. Progressief toenemende belasting;
Wanneer de trainingsbelasting gedurende een lange periode gelijk blijft, past het organisme zich zo aan dat dezelfde belastingsprikkel niet meer bovendrempelig werkt en zelfs onderdrempelig wordt. M.a.w. de trainingsbelasting moet in bepaalde perioden opgevoerd worden om progressie te blijven maken.

Toename in kleine stappen (geleidelijk) is altijd zinvol zolang dat leidt tot een prestatieverbetering. Geleidelijk opbouwen kan bijvoorbeeld door de 10% vermeerdering per week regel aan te houden. Oftewel je bouwt het weekvolume aan kilometers met 10% uit dus loop je de week in totaal 10 kilometer dan kun je de week erop in totaal 11km lopen ( = 10% van die 10km)  Zijn jullie in voorbereiding van een canitrail-evenement maar heb je minder voorbereidingstijd, dan maak je geen stappen van 20-30%!  Dit is een vaak toegepast ‘redmiddel’. Maar daarmee wordt de kans op blessures door overbelasting vele malen groter.

Bij zeer goed getrainde honden is een meer sprongsgewijze belastingtoename noodzakelijk omdat de kleine (geleidelijke) veranderingen van de externe belasting niet meer tot adaptatie leidt.  (adaptie = Het aanpassen van het lichaam aan de trainingen)
c

C. Variatie in trainingsbelasting;
Een eenzijdige trainingsbelasting kan leiden tot een stagnatie in het trainingseffect. In de praktijk worden veranderingen van intensiteit, duur van de training, bewegingsdynamiek, keuze van de oefeningen en herstelperioden toegepast om die monotonie te voorkomen en het lichaam gevoelig voor prikkels te houden.  In de rustweken onderhoud je de conditie van je hond door minimaal 1x in de week voor een lange duurloop te gaan.

Gaan jullie langzame duurlopen over de harde bospaden en op vrij vlak terrein goed, dan is het lichaam belastbaar voor bijvoorbeeld de volgende stap namelijk de versnellingen (lees: intervaltrainingen) of het lopen op hoger tempo. Of voor meer variatie (kracht, concentratie, coördinatie, stabiliteit en techniek) op een zachte, mulle ondergrond of door meer heuvels te gaan trainen of korte afstanden afwisselen met langere afstanden met minder hersteltijd. Wissel conditietrainingen af met technische trainingen en speel met afstand, snelheid, hersteltijd en terrein.

Met andere woorden; train gevarieerd en vergeet niet  …. Eerst moet het IJS (de basis) dik genoeg zijn, voor je gaat schaatsen.

c
D. Optimale afstemming van belasting en herstel;

Dit principe is gebaseerd op het feit dat het lichaam na een sterk bovendrempelige training (= belastingsprikkel) tijd nodig heeft om te herstellen. Pas als het lichaam hersteld is kan een volgende trainingseenheid onder goede omstandigheden uitgevoerd worden. Belasting en herstel zijn in zekere zin als een eenheid te beschouwen.  Dit effect noemen ze ook wel supercompensatie:

Het is namelijk de kunst om zo te trainen dat de nieuwe trainingsprikkel plaats vindt op het moment van de supercompensatie. Je gaat trainen als het herstel optimaal is. Ga je trainen als het herstel onvoldoende of te lang is dan heeft de training geen of nauwelijks effect. De juiste hersteltijd is van heel veel factoren afhankelijk , namelijk de intensiteit van jullie inspanning, getraindheid en leeftijd.


Het geleidelijk opbouwen van het duurvermogen gaat bij het trainen voor langere afstanden op een gegeven moment niet meer op. Daarvoor gebruik ik het trainen in blokken. Oftewel meerdere trainingen achter elkaar om de belastbaarheid op de langere afstanden na te bootsen afgewisseld met een langere periode van herstel.  Denk aan bijvoorbeeld 2 of 3 dagen achter elkaar meerdere afstanden en 3 dagen herstel. Of 3 trainingen in 2 dagen en 3 dagen herstel. Geleidelijk opbouwen zoals in de traditionele manier van trainen is voor de echt langere afstanden zoals de ultra’s niet meer mogelijk.  Trainen in blokken met langere hersteldagen en kortere duurlopen (maar met een toename aan weekvolume) is naar mijn ervaring als loper en trainer veel efficiënter en minder blessuregevoelig.
c

De langzame duurloop als fundament
De langzame duurloop over onverharde effen paden op vlak terrein is een goede trainingsvorm waarmee je de belastbaarheid en het duurvermogen van jullie allebei veilig en verantwoord kunt opbouwen. Je moet het eigenlijk zo zien dat de (lange) duurloop het fundament vormt van jullie uithoudingsvermogen. Vergelijk het met een huis, ook daar begin je met de fundering voordat je de muren neerzet, een verdieping bouwt en tot slot het dak plaatst.

Per week 2 keer een langzame duurloop is voldoende om het uithoudingsvermogen te trainen. De eerste duurloop van jullie trainingsweek is wat korter als de tweede duurloop. Voor het gestaag uitbreiden van jullie kilometers pas je de 10% regel toe op het weekvolume en zou je de volgende opbouw kunnen hanteren: 3 weken het weekvolume opbouwen en de 4de week qua inhoud een rustweek. In die 4de week doe je bijna de helft van wat jullie gewoon zijn. Het tempo van jullie duurloopjes ligt tussen de 8km en 10 km per uur oftewel een hartslag in zone 2 (circa 130-140 slagen per minuut). Train je voor een ultra-afstand dan is een trainingsschema volgens de blok-methode efficiënter en minder blessuregevoelig. Beter 2x 10 km en 1x 15km verdeeld over twee dagen als op 1 dag 45 km.

Het duurvermogen train je door een langere afstand in een laag tempo te lopen. Het is de bedoeling dat je tijdens het hardlopen een lage hartslag behoudt. Hiermee train je voor een efficiëntere vetverbranding. Waarmee je dus minder snel zonder energie komt te zitten. Je traint ook direct je anaerobe drempel. Dit betekent dat je spieren minder snel vollopen met melkzuren en de verzuring van je spieren langer uitblijft. Houd er rekening mee dat als jij met je trekkende hond in een lage hartslag loopt, je snelheid wel veel hoger kan liggen. Dat komt uiteraard omdat je minder zelf kracht hoeft te gebruiken als je meelift op de trekkracht van je hond.

PS Vergeet nooit de warming-up en cooling down aan het begin en einde van jullie trainingen. Zeker bij koud weer duurt de opwarming van het lichaam wat langer en gaat het afkoelen sneller.

c

UITBREIDEN BELASTBAARHEID & DUURVERMOGEN
Er is een groot misverstand wat betreft de hoeveelheid kilometers die je voor je duurloop moet maken om mee te kunnen doen aan een Canitrail evenement van 30-40-50-60 km. Je hoeft niet een 30-40-50km duurloop te trainen om een 30-40-50km te kunnen Canitrailen. Je bouwt jullie weekvolume op; m.a.w.  het aantal kilometers dat jullie in een week afleggen verdeeld over een aantal trainingen per week. Je zou bijvoorbeeld jullie duurloopje van 10km kunnen gaan uitbreiden naar een 15km, 20km, 25km en een kortere training met meer techniek-componenten of tempowisselingen van 10km kunnen plannen. Maar je zou ook bijvoorbeeld ook in de ochtend 10km, in de avond 10km en de dag erna nog eens 10km kunnen plannen(= totaal 30km met een lagere belastbaarheid) met een rustperiode van 3 dagen en daarna nog eens een lange duurloop van 15-20km kunnen doen. Variaties zijn er genoeg te bedenken….mits het maar wel realistisch voor jullie is en in te passen in jullie dagelijkse leven.

Wat misschien nog wel een nog groter misverstand is is de snelheid waarmee je traint. Je conditie wordt niet per definitie beter naarmate je thuis meer kilometers in een hoog tempo afraffelt. Je duurvermogen en belastbaarheid train je juist op een lager tempo en/of met een lagere hartslag. Voor je hond is een rustig duurtempo met lagere hartslag echter een heel ander verhaal als voor jou als mens. Soms zul je als mens op een gegeven moment alleen zonder hond wat extra op tempo moeten gaan trainen om je eigen basistempo omhoog te krikken, waardoor je het basistempo van je hond beter en langer kunt volgen. Vaak zie ik dat daar nog te weinig op getraind wordt.

Een hond heeft van nature al een enorm uithoudingsvermogen en om een Canitrail van 30 km in 9 km/u af te kunnen leggen hoef je voor de hond echt geen ingewikkelde trainingsschema’s te hanteren. Consequent en gevarieerd trainen is belangrijker om je hond enthousiast en gemotiveerd te houden. Natuurlijk zul je een bepaalde hoeveelheid werk moeten verzetten om de conditie op te bouwen, maar het is essentieel om je hond blij en werklustig te houden. Vijf uur wandelen in de Ardennen is ook trainen. Maar ook een kort loopje van 5km in een voor jullie vreemde omgeving houdt het voor je hond nog leuk om mee te gaan. En als je tijdens je duurloop tussendoor behoefte hebt om een stukje te wandelen zal het trainingseffect op jullie uithoudingsvermogen nauwelijks verminderen.  Misschien zet je de korte wandelmomenten wel strategisch in zoals bijvoorbeeld een heuvel deels op wandelen om energie te besparen om daarna meteen weer hardlopend door te kunnen gaan.

Maak vooral niet de fout om je strak aan een vooropgezet plan te houden. Het aanvoelen van je hond is veel belangrijker. Heeft je hond een dagje geen zin of zit ie merkbaar slecht in z’n vel dan kun je het beter wat rustiger aan gaan doen en je meer richten op wat simpele balans oefeningen of een snuffelrondje in de buurt. Beter een stap terug waarna je twee stappen vooruit kunt dan maar door blijven gaan totdat jij of je hond uitvalt vanwege een blessure.

Vermoeidheid herkennen bij je hond

Net als bij mensen kunnen ook honden tijdens het sporten vermoeid raken. Als je de vermoeidheidsignalen van je hond bijtijds opmerkt, kun je daarop anticiperen tijdens jullie training of evenement. Maar ook na afloop is het tijdens de herstelperiode belangrijk om in de gaten te houden of je hond te vermoeid is, spierpijn heeft of misschien wel overprikkeld is. Besef je dat een hond niet alleen fysiek vermoeid kan raken maar ook mentaal.
c
Supercompensatie of overbelasting
De conditie van mens en hond bouw je op door het lichaam voldoende te prikkelen middels een juiste trainingsbelasting waardoor je de spieren een klein beetje beschadigd en je energievoorraad iets aanspreekt. Door te rusten en de energievoorraad weer aan te vullen repareert het lichaam zelf de microschade in spieren, ligamenten en pezen. Na het herstel is je conditie niet langer meer op het oude niveau maar ben je juist sterker en fitter dan ervoor. Dat proces noemen ze supercompensatie.

Heb je tijdens je training je hond of jezelf teveel of te zwaar belast dan kan de conditie juist verslechteren in plaats van verbeteren. Het prestatievermogen gaat dan juist achteruit en je kunt zelfs overtraind raken en last hebben van oververmoeidheid. Het je het lichaam onvoldoende belast dan heeft dat geen invloed op het verbeteren van de conditie en kracht. Het vinden van de juiste balans tussen belasting en herstel is dan ook een uitdaging.
c
Vermoeidheid en verminderde coördinatie
Als je moe bent of nog niet voldoende hersteld bent dan is je looptechniek vaak slechter en is je vermogen om gecoördineerd te lopen moeilijk. Je sleept misschien wel meer met 1 voet of gaat te gebogen lopen waardoor je onderrug meer belast wordt. Datzelfde gebeurt ook bij je hond. Zodra je hond vermoeid raakt kan hij z’n bewegingen minder goed gecoördineerd uitvoeren waardoor hij of zij meer kans op blessures heeft, zich makkelijker verstapt of een sprong over bijvoorbeeld een greppel onvoldoende kan inschatten.
c
Herstelpreparaten wel of niet?
Het is daarom ook heel belangrijk om de vermoeidheidsverschijnselen bij je hond goed in de gaten te houden. Door na afloop meteen je hond allerlei herstelpreparaten te geven kun je onvoldoende het natuurlijke herstel van je hond monitoren. Het natuurlijk herstel van jouw hond is namelijk dé graadmeter om te zien hoe jouw hond op de training reageert. Of je misschien je hond te veel, te zwaar of misschien wel te weinig hebt belast.  Wanneer je middelen gebruikt die het herstel versnellen mis je dus die signalen!

Herstelproducten zorgen voor een sneller herstel van de spieren. De spieren herstellen sneller, maar de pezen, ligamenten en gewrichten zijn nog onvoldoende hersteld. Hierdoor kun je de indruk krijgen dat jouw hond alweer klaar is voor de volgende training, maar dat kan op een diepere laag nog totaal niet het geval zijn. Sterker nog, de kans op een blessure kan hierdoor juist toenemen.

c

HOE ZIE JE OF EEN HOND MOE IS?
Iedere hond laat fysieke of mentale vermoeidheid op een andere manier zien, maar als je je hond goed kent weet je welke signalen hij dan laat zien. Meestal herken je de vermoeidheidssignalen pas als ze ‘groter’ en duidelijker worden, maar dan zit je hond vaak al tegen het ‘uitputtings’-niveau aan.

Een aantal signalen, die je hond bij vermoeidheid kan tonen tijdens het sporten (vaak in combinatie):

  • de bewegingen worden langzamer uitgevoerd
  • de coördinatie wordt minder
  • de controle verdwijnt
  • de hond gaat erbij liggen
  • krijgt wallen onder zijn ogen
  • krijgt rode ogen
  • zijn oren en staart zakken in hoogte
  • de hond gaat meer hijgen als normaal
  • kan zich niet meer concentreren
  • wordt juist heel erg druk
  • wordt bijterig
  • gaat in staking/blokkeert

Het hangt af van het type vermoeidheid of je direct stopt als je vermoeidheid ziet bij je hond of juist nog even doorgaat om progressie te boeken door supercompensatie . Bij mentale vermoeidheid is het zinloos om verder te trainen dus stop je meteen.
c
NA AFLOOP VAN DE ACTIVITEIT
Na afloop van de training of het evenement kan het voor honden moeilijk zijn om mentaal of fysiek de knop om te zetten. De tijdens het sporten vrijgekomen hormonen die nog door het lijf gieren kun je het beste afbouwen door na jullie training of evenement nog 10 tot 15 minuten uit te trekken voor een cooling down. Denk dan aan bijvoorbeeld rustig uitwandelen aan een lange lijn met veel snuffelmomenten. Bied wat te drinken met een lekker smaakje of een bottenbouillon aan in kleine hoeveelheden zodat het vochtgehalte weer wordt aangevuld.

Geef je hond iets te eten of iets om op te kauwen, omdat niet alleen kauwen een rustgevend effect heeft dankzij de aanmaak van rustgevende hormonen. Maar het is ook aangetoond dat verteerbare koolhydraatbronnen die onmiddellijk na de training worden gegeven, het uithoudingsvermogen verbeteren en een grotere aanmaak van spierglycogeen bevorderen.

Moeten jullie nog een stuk in de auto rijden dan is een Back-on-Track hondenjas of maasdeken met Welltex® een weldaad voor de kouder wordende spieren en gewrichten van je hond. Welltex® heeft infrarode warmte reflecterende eigenschappen waardoor de bloedcirculatie wordt bevorderd en een positieve invloed heeft op het herstel van stramme spieren en gewrichten. Net als een infrarood sauna na afloop voor ons mensen.
c

Thuis monitoren
Ga je vervolgens naar huis, dan kan het zijn dat je hond meteen weer “aan” staat. De meeste hondeneigenaren denken daardoor dat hun hond dus niet meer moe is. Maar het kan ook zijn dat je hond mentaal nog helemaal ‘vol’ zit van de training/ het evenement, nog overprikkeld is en z’n rust niet kan vinden.

Andere signalen thuis die kunnen aangeven dat je hond oververmoeid is, is dat je hond zich heel anders gedraagt als normaal. Minder enthousiast, meer terughoudend, hangende oortjes en hangend staartje of misschien wel meer uitvalt en minder kan hebben.
Sommige honden kunnen hun eten laten staan, spugen of overgeven bij oververmoeidheid. Als je hond verder voldoende drinkt en later op de dag wel weer gaat eten is dat geen groot probleem.
Het kan zijn dat je hond meer aan het hijgen is om z’n warmte kwijt te kunnen, want bij vermoeidheid heeft een hond vaak een hogere lichaamstemperatuur.
c

Rust is herstel
Een hond heeft normaal gesproken minimaal 12 tot 14 uur slaap tot maximaal 18 tot 20 uur slaap gedurende de dag nodig. Na het trainen of het evenement heeft je hond een rustige plek nodig waar hij zoveel kan slapen als hij wil. Vindt je hond het moeilijk om zich over te geven aan z’n vermoeidheid, help hem dan door bijvoorbeeld een extra knus plekje in de bench te creëren waar hij op een botje kan kauwen. Door het kauwen worden er rustgevende hormonen aangemaakt en kan hij zich daardoor makkelijker overgeven aan de vermoeidheid.

Heeft je hond even geen zin om wat te eten, dan is dat heel normaal.  Heeft je hond later op de dag geen zin in een wandeling, dan is een klein plas-en poeprondje ook heel normaal.  Het kan zelfs zijn dat je hond wat spierpijn heeft of wat stijfjes opstaat. Ook dat is heel normaal.
c

Monitoren van het herstel
Thuis na de training of jullie evenement is het juiste moment om je hond goed te monitoren en te observeren. Want hoe lang heeft je hond nodig om zelf te kunnen herstellen? Hoe lang duurt het voordat je ziet dat je hond weer soepel beweegt, weer zin heeft in wat te eten, weer helder uit z’n ogen kijkt en de kringen onder z’n ogen weggetrokken zijn en z’n lichaamstemperatuur weer normaal is?

Als een hond dat normaal graag geborsteld en geaaid wil worden dit plotseling niet meer wil, moet dit een rode vlag zijn. Dit kan vrij lokaal zijn. Zo kan bij honden de achterkant van de hamstrings (loopt over de achterkant van de achterpoten) vaak erg gespannen zijn. Of zie je plotse veranderingen in de haarrichting dan kan dat wijzen op een spier of spiergroep dat niet goed kan functioneren of te strak staat. Of zie je plotse veranderingen in het gangwerk? Denk aan hinken, kreupelen, afwijkingen in het afwikkelen van de poot, het naar buiten gooien van een poot, stijfheid, ontlasten van een poot door het gewicht anders te verdelen of een bol getrokken rug. Dit zijn belangrijke signalen die je echt niet mag missen want het geeft aan dat je hond pijn heeft. Het kan spierpijn zijn; misschien heeft hij wel andere overbelaste spierklachten of het kan zijn dat hij zich ergens aan bezeerd heeft.

Hoe lang je hond uiteindelijk nodig heeft om te herstellen is per hond weer anders. Een sportmassage kan je hond helpen bij het verbeteren van de circulatie in het spierweefsel en het herstel van het spierweefsel versnellen. Mocht je bij je hond onregelmatigheden in het bewegingsapparaat blijven zien, dan kan een dierenarts, osteopaat, fysiotherapeut of cranio sacraal therapeut daarbij helpen.

 

Ik ga voor de eerste keer meedoen aan een Canitrail-evenement; wat nu?!

Het Canitrailen hebben jullie flink geoefend, alleen of in een groepje, en dan nemen jullie nu de volgende stap. Je hebt jullie ingeschreven voor een evenement. Maar weet jij wat je te wachten staat? Waar je op moet letten? Wat er van je wordt verwacht? En wat jij kunt verwachten? Vanuit mijn eigen jarenlange ervaring als deelnemer en organisator zal ik een deel van je vragen proberen te beantwoorden in onderstaande blog. Heb je een andere vraag die hieronder niet wordt beantwoord, laat het me dan weten zodat ik het alsnog kan oppakken.

A. Waar let ik op?
Bij het kiezen van een evenement let ik in ieder geval op wat de organisatie aanbiedt. Op hun website kun je vaak vooraf al lezen welke afstanden ze aanbieden, vanaf welke leeftijd de hond mag aansluiten, het aantal verzorgingsposten, de parkeerruimte, wel of niet meenemen van het hondenpaspoort, de minimale leeftijd van de hond, een massa-start of individuele start, en het liefst heb ik meer informatie over het parcours wat betreft de hoeveelheid natuurlijk watertjes onderweg voor mijn hond zodat ik weet hoeveel water ik zelf moet meenemen en natuurlijk de ondergrond om te bepalen welke schoenen ik zelf ga aandoen.

Ligt het parkeerterrein en het secretariaat om je startnummer op te halen dicht bij elkaar of ver van elkaar?
Leer je hond al vanaf het begin om alleen in de auto te blijven als jij even weg bent om het startnummer op te kunnen halen. Het levert voor veel honden heel veel stress op als ze in de rij moeten staan met allemaal vreemde mensen en als je pech hebt ook diverse vreemde honden die je niet kunt ontwijken om het startnummer op te halen.
Wil je je hond in de auto laten, zorg er dan voor dat je auto op een schaduwrijk plekje kunt neerzetten met het raam op een kiertje, zodat het niet te warm wordt in de auto. En zet je auto een beetje uit de looprichting om drukke rijen mensen die langs komen lopen te voorkomen.
Heeft je hond heel veel stress in en vreemde omgeving, doe dan alvast thuis het harnas aan en zorg ervoor dat je alle spullen die je nodig hebt in 1 keer kunt pakken. Dat scheelt ook voor jou de nodige stress.
c
Is het evenement hond-vriendelijk?
Het is altijd handig om te weten of er voorzieningen zijn getroffen voor de honden of niet. Als het goed is wordt dat op de website van de organisatie vermeld. Is er bijvoorbeeld een waterpunt waar je je flesjes kunt vullen of moet je dat thuis alvast doen.  Is er eventueel op de verzorgingspost een mogelijkheid om het water voor je hond bij te vullen? Neem in ieder geval bij organisaties waar je met je hond mag aansluiten alles zelf mee in je trailvest, zodat je geheel zelfvoorzienend jullie trail kunnen afleggen.
Ook is het handig om te weten of de route getest is op dat wat voor honden ook prettig is. Denk aan bijvoorbeeld wildroosters; niet handig als je een hond van 40kg hebt en je zou deze er overheen moeten tillen.
Voor mij is het tevens van groot belang om te weten of er een massastart is met alle honden samen of dat ik kan starten met mijn hond in alle rust en ruimte.  Ver van alle andere honden of mensen.
c
Wat neem je mee voor na afloop?
Voor na afloop is het handig om droge kleding, droge schoenen en sokken voor jezelf mee te nemen. Voor je hond heb je in de auto een handdoek of badjas om hem of haar af te kunnen afdrogen. Neem eten mee om in kleine porties na afloop bij de auto te kunnen geven en een warm deken of hondenjas om te voorkomen dat de spieren te snel afkoelen in de koude auto. Zorg voor een droge halsband of wandeltuig en gewone lijn om aan te trekken. Neem vanaf huis een jerrycan van 5 of 10 liter gevuld met water, zodat je altijd voldoende water bij je hebt…niet alleen voor het drinken van hond en mens maar ook om eventuele modder van je hond of je schoenen af te kunnen spoelen. De vieze en natte spullen doe je vervolgens in een vuilniszak om te voorkomen dat de auto een natte modderpoel wordt.

B. Weet jij het verschil tussen allerlei evenementen?
Bij de diverse evenementen in binnen- en buitenland zijn er behoorlijk wat verschillen in wat ze een canitrail noemen en wat ze speciaal voor de honden organiseren. Ik maak dan ook het volgende onderscheid:

– Aansluiten bij Reguliere Trail: Er worden trail-evenementen georganiseerd waarbij jij met je hond mag aansluiten. Er is dan geen apart startmoment voor jou en je hond. Je start vaak gewoon achteraan tussen de gewone trailers. Onderweg is er niets voor je hond geregeld (misschien een extra bakje water), er is geen dieren-EHBO voor noodgevallen, de route kan de nodige obstakels bevatten voor mensen met een (grote) hond en er wordt qua materiaal en leeftijd van de hond niet gelet op geschiktheid. Je zult dus geheel zelfvoorzienend moeten zijn en al behoorlijk wat ervaring hebben in het canitrailen met je hond.  Wat mij betreft niet geschikt voor de beginnende Canitrailer en/ of reactieve/ onzekere honden. Vaak is er vooraf een briefing waarbij je zonder hond aanwezig kan/ moet zijn. Bij de finish staat de muziek aan of staat er een speaker te oreren waarbij het volume flink hoog staat zodat iedereen het goed kan horen.

– Reguliere Trail met Canitrail start: Er worden Canitrails georganiseerd die een onderdeel zijn van een regulier trail-evenement. Alle deelnemers met hun hond starten gezamenlijk op een ander tijdstip als de andere trail-deelnemers. De route is exact hetzelfde als die voor de trailers, dus de vraag is of er onderweg rekening gehouden is met honden-obstakels. Vaak wordt er wel een minimale leeftijd gehanteerd voor de hond en sommige organisaties willen dat je het hondenpaspoort bij het ophalen van het startnummer laat zien. Mijn ervaring is dat dat vaak wel wordt vermeld, maar niet wordt gecontroleerd. Op de tijd dat de Canitrailers mogen starten staan alle honden bij elkaar om massaal te beginnen. Sommigen hanteren een ‘individuele’ start van om de 15 of 30 seconden maar dan wel met alle honden bij elkaar in het startgebied. Onderweg bij de verzorgingspost staat er vaak wat extra water voor de honden. Sommigen hebben zelfs wat hondenkoekjes staan voor de viervoeters. Neem voor je hond vooral voldoende eigen snoepjes mee, want misschien vindt ie die hondenkoekjes niet lekker. Sommige organisaties hebben ook een briefing vlak voor de Canitrail-start…maar meestal hoor je daar niets van vanwege de blaffende honden die moeten wachten maar heel graag weg willen. Vaak staat er bij de finish muziek aan of is er een speaker die de boel aan elkaar kletst op extra volume zodat iedereen het goed kan horen. Wat ik ook vaak tegenkom is dat de start en finish op exact dezelfde plek zit. Met een beetje pech beland jij met je finishende hond tussen de startende trailers.

– Canitrail; Inmiddels zie ik ook Canitrails georganiseerd worden alleen voor hardlopers met hun hond maar dan wel met een start waarbij alle honden bij elkaar staan. Reken er op dat veel honden die met z’n allen bij elkaar staan, aangelijnd, geen kant op kunnen, moeten wachten totdat het startschot gaat een kakafonie van blaffende honden kan uitlokken. Dat komt door de enorme stress die in zo’n setting wordt opgebouwd. Zelf de meest relaxte hond kan in zo’n situatie moeilijk z’n kalmte bewaren. Vaak zie je de honden pas na een kilometer of 2 – 3 weer tot rust komen. Verder wordt er waarschijnlijk wel gelet op het materiaal en moet je je hondenpaspoort laten zien. Sommige organisaties willen dat je hond van tevoren nog wel even langs de dierenarts gaat en wordt gecontroleerd op het hebben van een chip. Soms is er vooraf nog een briefing van de organisatie, maar als je helemaal achteraan in de luwte staat krijg je daar niet veel van mee.  Soms worden er prijzen uitgereikt aan de snelse Canitrailers, soms doet de organisatie niet aan tijdwaarneming. Dat verschilt nogal per organisatie.

– Natte Neuzen Trail; Vanaf januari 2016 worden er Natte Neuzen Trails georganiseerd onder leiding van Canitrail.NL. Deze trails voor honden met hun aangelijnde mens/ baas onderscheidt zich van de reguliere Canitrails die de laatste jaren worden georganiseerd. Het unieke concept van de NNT is altijd hetzelfde: geen tijdwaarneming, geen gezamenlijke start maar vaak om de minuut of 3 minuten onder begeleiding van een Dogwatcher. Voor de Gele Hond met het gele lintje wordt er zelfs een extra rustige start gecreëerd.  Ophalen van het startbewijs zo dicht mogelijk of op de parkeerplaats. Start en Finish zijn nooit op dezelfde plek zodat startende en finishende honden nooit recht op elkaar af komen.  Ook is de verzorgingspost dusdanig ingericht dat honden niet te dicht bij elkaar hoeven te staan.  Vaak is er een sporthonden-masseuse en/of osteopaat aanwezig om de honden vooraf en /of achteraf fysiek te beoordelen. Er is altijd een EHBO voor mensen en honden aanwezig. Vooraf zijn de leeftijden van de honden al gecontroleerd en is er al via de mail of telefonisch contact over gehad als deze afwijkt. Het Hondenpaspoort hoeft niet mee; je kunt een kopie vooraf via de mail toesturen zodat dit al vooraf gecontroleerd is. Je hoeft dan ook niet lang in de rij te staan bij het ophalen van je startbewijs. Op de verzorgingspost en na afloop worden de honden verwend met verantwoorde vetarme snacks en een door de organisatie zelfgemaakte botten-bouillon. Afhankelijk van de afstand en het weer krijgen de honden op de langere afstanden op de verzorgingspost water waaraan extra mineralen, eiwitten en essentiële aminozuren uit kabeljauw, makreel/haring of zalm zijn toegevoegd, omdat een hond op de lange afstanden meer nodig heeft als alleen water.
c

C. De Gele Hond oftewel The Yellow Dog Project
Soms zie je tijdens een Trail, Canitrail of Natte Neuzen Trail een hond lopen met een geel lint, geel botje of waarschuwingssleeve met erop de tekst “I need Space” of “Afstand houden”. Het dragen van een geel lintje is niet voor niks. Het kan een belangrijke boodschap uitdragen over de hond en zijn of haar behoefte aan ruimte.

Het Yellow Dog Project
Het dragen van een geel lintje door honden begon als onderdeel van een initiatief genaamd “The Yellow Dog Project” dat in 2012 in het leven werd geroepen om mensen te informeren over honden die extra ruimte nodig hebben. Dit kan zijn omdat ze onzeker of angstig zijn, omdat ze ziek of herstellende zijn, of omdat ze niet goed samen kunnen met andere honden. Het geelgekleurde lintje aan de halsband van de hond is bedoeld als een signaal voor anderen om voorzichtig te zijn en de hond met rust te laten.

De kleur GEEL
Het gebruik van een geel lintje als teken voor extra voorzichtigheid rondom honden is niet willekeurig gekozen. Er is een specifieke reden waarom geel de kleur is die wordt geassocieerd met dit teken. Geel is een kleur die vaak wordt geassocieerd met waarschuwingen en voorzichtigheid. Daarnaast is geel ook een opvallende kleur die goed te zien is; zelfs op een grote afstand. Dit is belangrijk voor het doel van het geel lintje, namelijk om anderen te waarschuwen om extra voorzichtig te zijn rondom de hond.

Wat betekent dat gele lintje?
Hoewel het dragen van een geel lintje door honden vaak wordt geassocieerd met agressief gedrag, is het belangrijk om te begrijpen dat dit niet altijd het geval is. In feite kan het dragen van een geel lintje vele verschillende betekenissen hebben, afhankelijk van de specifieke situatie en de behoeften van de hond.

– Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat de eigenaar van de hond gewoon extra voorzichtig wil zijn en andere mensen vraagt om de hond niet te aaien of te benaderen zonder toestemming. Dit kan vooral het geval zijn als de hond bijvoorbeeld verlegen, angstig of nerveus is, en gewoon wat extra tijd en ruimte nodig heeft om op zijn gemak te zijn.

– Daarnaast kan het dragen van een geel lintje ook betekenen dat de hond nog in training is en nog moet wennen aan verschillende situaties en omgevingen. Dit kan vooral het geval zijn bij puppy’s en jonge honden, die nog moeten leren hoe ze zich moeten gedragen tijdens wandelingen en andere uitstapjes.

– Bovendien zijn er ook andere omstandigheden waarbij het dragen van een geel lintje kan helpen om de hond en zijn omgeving veiliger te maken. Bijvoorbeeld als de hond ziek is of aan het herstellen is van een blessure, en daarom wat extra ruimte en rust nodig heeft. Of als de hond om andere redenen niet goed overweg kan met andere honden of dieren, en daarom beter apart kan worden gehouden.

Geel lint = Niet benaderen
Het dragen van een geel lintje kan hondenbezitters helpen hun hond veiliger en meer op hun gemak te houden tijdens wandelingen en andere uitstapjes. Het kan ook helpen om misverstanden te voorkomen en om anderen te laten weten dat de hond extra aandacht nodig heeft. Als je een hond met een geel lintje ziet, respecteer dan het teken en benader de hond niet zonder toestemming van de eigenaar.

Mocht je tijdens de Natte Neuzen Trail een hond zien met een geel lint om zijn nek, een geel lint aan zijn riem of aan zijn tuigje, benader je de hond en zijn of haar eigenaar NIET met je eigen hond. Want het gele teken geeft aan dat de hond niet op zijn gemak is als andere honden te dichtbij komen.

Hoe dichtbij is TE DICHTBIJ?
Dat weten we niet. Alleen de ‘Gele Hond’ en zijn eigenaar weten dit. Houd dus ruim afstand en geef de hond en baas tijd en ruimte om je uit de weg te kunnen gaan.  Jouw hond kan het misschien wel vriendelijk bedoelen, maar de ‘gele lint’ hond hoeft het niet zo te interpreteren.

Door deze simpele stap te nemen, kunnen we allemaal helpen om de emotionele en sociale veiligheid en het welzijn van honden en hun eigenaren te waarborgen.

Kortom: het gele teken betekent extra afstand, extra ruimte en zelf ook extra alert zijn dat jouw hond die afstand ook respecteert.

 

D. De belangrijkste Do’s en Don’ts tijdens een Canitrail-Evenement
Vaak lees je vooraf niet wat er van jou als canitrailer wordt verwacht. Enerzijds omdat er niet wordt stilgestaan bij het verschil tussen een trailer en een canitrailer. En anderzijds omdat daar nog niet zoveel over bekend is. Vandaar dat ik een opsomming heb gemaakt van geschreven en ongeschreven regels zodat je zelf in ieder geval goed voorbereid aan de start staat.
1. Je hond is te allen tijde aangelijnd
Je loopt vaak in natuurgebieden waar beheerders erop staan dat je je hond hebt aangelijnd. Respecteer deze voorwaarde, zodat de organisatie van de canitrail ook in de toekomst hun canitrails kunnen blijven organiseren.

2. Je hond is minimaal 1,5 jaar of volgroeid
Grote honden kunnen zelfs pas op 3-jarige leeftijd volgroeid zijn terwijl een terriër dat al met 1 jaar kan zijn. Lees het blog “Wanneer begin ik met het belasten van mijn hond?” over het waarom van deze minimale leeftijd. Bij het ophalen van je startbewijs heb je je hondenpaspoort bij je zodat de organiserende partij de leeftijd kan controleren.

3. Sta alleen aan de start met een fitte getrainde hond
Een hond met pijn hoort niet op een canitrail-evenement. Hoe herken je pijn bij je hond? In het artikel op Doggo.nl staat dat heel goed beschreven.

4. Jullie zijn samen een team en jij bent verantwoordelijk voor het welzijn van je hond
Herken de vermoeidheidssignalen ( lees hierover op de website) en negeer ze niet.
A.Trek je hond niet met je mee maar respecteer z’n grenzen;
B. Laat hem/haar drinken als hij/zij dorst heeft;
C. Laat hem/ haar even uitrusten als hij/zij moe is.
D. Ga wandelen als het nodig is; je hoeft niet continu te hardlopen.

5. Draagt een hond een geel lint, dan benader jij en/of je hond hem/haar niet
Hij/zij heeft niet voor niks extra ruimte nodig. Over de betekenis van het gele lint kun je meer lezen in ons blog ” The Yellow Dog project”.

6. Vanuit respect naar je hond lopen jullie nooit met een prikband of slipketting
Je hond kan zich het beste bewegen in een harnas waarbij de schouders vrij zijn (dus ook geen anti-trek-tuig) zodat hij/zij zich vrij kan bewegen, een verende lijn van ongeveer 1-2 meter en een heupgordel zodat je zelf handsfree kunt bewegen. Vanaf 1 juli 2018 is het in Nederland verboden om je hond een prikband om te doen.

7. Neem onderweg altijd je afval mee
Leave nothing but footprints; doe je afval in een zakje en neem het gewoon mee in je trailvest. Ook je gebruikte wc-papiertjes kun je in een poepzakje van je hond doen en gewoon meenemen om later in een vuilnisbak achter te laten.

8. Neem een opgeladen mobiele telefoon met het noodnummer van de organisatie mee
In geval van calamiteiten moet je altijd de organisatie om hulp kunnen vragen.

9. Haal je een andere canitrailer, trailer, fietser of wandelaar in laat hem/haar dat weten door bijvoorbeeld “Linkszij” te roepen. Je haalt pas links in als je de ruimte van de ander krijgt.

10. Word je ingehaald tijdens een canitrail, dan houd je je hond iets korter aan de lijn
Als je weet dat je hond hier heftig op kan reageren of als jullie op een single track lopen, stap je opzij van het pad en geeft de ander de ruimte om in te kunnen halen.

11. Op een single track geeft de langzamere canitrailer ruimte aan de snellere canitrailer
De snelle canitrailer geeft ruimte aan de snellere mountainbiker. Het paard krijgt altijd de ruimte, omdat een paard onverwacht kan reageren en daardoor een gevaar kan zijn voor zichzelf en anderen. Loop je elkaar tegemoet, dan geeft de canitrailer die bergafwaarts gaat ruimte aan de canitrailer die bergop gaat.

12. Neem voldoende water en wat te eten mee zodat je je hond onderweg ten alle tijden kunt verzorgen
De hoeveelheid is afhankelijk van de afstand, de weersomstandigheden en de aanwezigheid van natuurlijk drinkbaar water in de omgeving. Bij te weinig water onderweg zorgt de organisatie vaak voor wat extra water dmv bijvoorbeeld jerrycans.

13. Gun je hond en jezelf een stressvrije start en finish door goed te letten op zijn/ haar stresssignalen. Herken de stress-signalen ( lees er meer over op de website van Hondenlot of lees het boek “Kalmerende signalen” van Turid Rugaas). Luister ernaar en help je hond vervolgens door hierop te anticiperen. Je hond is hierin altijd leidend en jij als ‘baas’ hieraan ondergeschikt.
A.Hoe leuk het bijvoorbeeld ook is om gezellig wat na te kletsen bij de finish, als je hond hier teveel prikkels krijgt en stress ervaart loop je eerste verder (uit de drukte) en zorg je eerst voor een ontspannen rustige omgeving voor je hond. Ga vervolgens terug naar de finish voor een drankje of hapje  zonder hondje:) Jij blij-hond blij.
B. Ga niet op een kluitje midden op het pad bij elkaar staan waardoor een canitrailer er met zijn hond nauwelijks nog langs kan. Geef als canitrailer aan dat je er graag langs wil, en maak ruimte voor de hond zodat hij niet recht op jullie af hoeft te lopen; dat is in hondengedrag namelijk erg onbeleefd en zal hij zoveel mogelijk proberen te vermijden.

14. In en om het start- en finish terrein is het voor deelnemers en bezoekers wenselijk om een poepvrije zone in te stellen; neem dus altijd extra poepzakjes mee.

15. Heb respect voor alle bewoners in het natuurgebied waar jullie canitrailen
Geef de ruimte aan al het wild dat je tegenkomt en jaag ze vooral niet op. Dieren kunnen onvoorspelbaar reageren, dus houdt voldoende afstand (minimaal 25 meter), doorkuis nooit een kudde maar wandel er met een boog omheen.

 –

 Leave nothing but Footprints
Take nothing but Pictures
Kill nothing but
Time

& HAVE FUN

Ken jij het gangwerk van je hond?

Ben jij aan het sporten met je hond of willen jullie gaan Canitrailen? Dan is het belangrijk om meer te weten over het gangwerk van de hond, zodat je zelfs de kleinste verandering al opmerkt.

Zie je een kleine hapering in het gangwerk van je hond dan ga je nog voordat er sprake is van een zware blessure naar een dierenarts, osteopaat, masseur of fysiotherapeut om erger te voorkomen. Daarbij hoort natuurlijk ook dat je goed bent geïnformeerd over het gangwerk van je hond.

Hoe loopt je hond normaal? Gaat hij soepel van draf naar galop in 1 pascyclus? Zie je je hond meer hijgen als normaal als hij in de galop loopt…of gaat hij liever niet in de draf en van stap meteen naar galop. “Afwijkende” kenmerken die je als sporter met je hond meteen zouden moeten opvallen.

c

HET NORMALE ZWAARTEPUNT (CG)
Het lichaamszwaartepunt is een denkbeeldig punt in het lichaam waaromheen de massa gelijkmatig verdeeld is. Dit moet zich boven het steunvlak bevinden om goed in evenwicht te kunnen blijven zonder je spieren teveel te hoeven belasten. Dit geldt zowel voor je hond als voor jou als mens.

Bij je hond bevindt zich dat zwaartepunt net richting de staart van de thoracale ledematen. Het zwaartepunt kan naar voren worden verschoven door het hoofd en de nek te laten zakken en naar achteren door het hoofd omhoog te brengen. Door het hoofd naar de zijkant te bewegen, verschuift het zwaartepunt lateraal (in zijwaartse richting). De staart (afhankelijk van zijn lengte en massa) draagt ​​ook bij aan longitudinale (in de lengterichting) en laterale (in zijwaartse richting) verschuivingen in het zwaartepunt.


In tegenstelling tot starre lichamen heeft het menselijk lichaam geen vast zwaartepunt. Het verschilt van persoon tot persoon, afhankelijk van de bouw van de persoon. Voor een bepaalde persoon kan het zwaartepunt nog variëren, afhankelijk van de relatieve positie van de lichaamsuiteinden gedurende bepaalde fysische activiteiten. Dit wil zeggen dat elke verplaatsing van lichaamsdelen t.o.v. elkaar een vormverandering betekent zodat een verplaatsing van het lichaamszwaartepunt t.o.v. het lichaam zelf plaatsgrijpt.
De plaats van de zwaartepunten van de bovenuiteinden en de onderuiteinden kunnen ook verschillen. Bijvoorbeeld wordt het zwaartepunt van het been naar achter verschoven als de knie gebogen wordt. Het zwaartepunt van de ganse arm verschuift naar voor als de elleboog gebogen wordt. Het zwaartepunt van de mens in anatomische houding (rechtopstaand met gestrekte armen langs het lichaam) ligt in het bekken voor de tweede sacrale wervel.

In het plaatje kun je zien dat het zwaartepunt van de mens in anatomische houding (rechtopstaand met gestrekte armen langs het lichaam) in het bekken voor de tweede sacrale wervel ligt. En laat nou net dat gebied zijn op precies dezelfde hoogte van het trekpunt van je hond aan de heupgordel:)
c

VOORHAND – MIDDENHAND – ACHTERHAND
Honden zijn gemaakt om vooruit te gaan want hun lichaamsgewicht wordt voor 60% door hun voorhand gedragen terwijl de achterhand slechts 40% van het lichaamsgewicht draagt. Voor – en achterhand hebben dan ook verschillende functies.

De voorhand heeft de functie om de beweging te veranderen van richting. Tevens is het de taak van de voorhand om de stuwkracht vanuit de achterhand op te vangen en door te geven naar beweging.
De achterhand bestaat uit het bekken en de achterste ledematen. Deze vormen samen de motor van de beweging en zorgt voor de belangrijkste stuwkracht. De spiermassa ter hoogte van de bilspieren dienen als extensoren van de heup en staan voor de nodige kracht die moet ontwikkeld worden om een hoge snelheid te kunnen halen.
De middenhand bestaat uit de borstkas, borstbeen, wervelkolom, rug, lendenen en is de brug tussen de voorhand en achterhand. Een sterke soepele middenhand is essentieel om de kracht, stuwing vanuit de achterhand over te brengen naar de voorhand.

Bij honden die hoge snelheden lopen is nog duidelijker te zien dat twee derde van het totale lichaamsgewicht wordt gedragen door de voorpoten en één derde door de achterpoten. “Deze verplaatsing van de zwaartekracht in de richting van de kop zorgt voor een betere acceleratie. De spieren van de achterhand zijn groter dan die van de voorhand en kunnen daarom meer kracht ontwikkelen. De voorpoten hebben tijdens hogere snelheden een andere hoofdfunctie gekregen. Ze hebben dan voor 80% een sturende functie, de overige 20% draagt bij aan de snelheid. Ze vervullen een groot aandeel van de ondersteuning van het lichaamsgewicht en van de schokabsorbering” (Poulter, 1991).

Het lopen op hoge snelheid bij honden, evenals bij andere zoogdieren, kenmerkt zich door een op- en neerwaarts buigen en strekken van de rug. Tijdens het lopen in de galop zorgt deze afwisseling voor een toename van de snelheid door de staplengte en de voortstuwende kracht van de achterpoten te vergroten (Walter & Carrier, 2007).  Wanneer een hond niet durft te strekken in rug, heupen of knieën, zal deze gaan compenseren. Bijvoorbeeld door als een konijn te gaan galopperen, waarbij beide achterpoten gelijktijdig naar voren en naar achteren bewegen en niet onafhankelijk van elkaar. Bij honden met een lange rug en korte poten zie je dit nogal regelmatig. Dit kan ook deels bouw gerelateerd zijn, omdat hun poten te kort zijn ten opzichte van hun lijf.
c

PASCYCLUS
Bij het observeren van het gangwerk van je hond kijk je goed naar de hele pascyclus.
Een pascyclus is wanneer elk van de vier poten zich 1x heeft verplaatst. Daarbij kennen we drie fases:
1. De Steunfase ; poot steunt op de grond ( het gewicht staat er vol op)
2. De Zwaaifase; poot komt los van de grond
3. De Zweeffase ; het moment waarop alle vier de poten van de grond zijn bij hoge snelheid
c

DE GANGEN
Honden gebruiken verschillende gangwerken om zich te verplaatsen. Elke hond kan zich in alle soorten gangwerk voortbewegen, maar niet elk gangwerk past even goed bij je hond op elk moment. Dat kan te maken hebben met de bouw van de hond of de haast die hij heeft, maar ook de fysieke conditie kan hierbij een rol spelen. De gangen bij honden die genoemd worden zijn:
– Stap
– Snelle Stap/ Amble
– Draf/ Trot
– Telgang/ Pace
– Korte Galop/ Canter
– Diagonale galop of Rengalop
– Rotatiegalop (alleen bij windhonden zoals Greyhounds en Whippets)

Symmetrische gangen zijn gangen waarbij de linker – en rechterlichaamshelft dezelfde beweging maken. De belasting en energie wordt gelijk verdeeld over links en rechts. De symmetrische gangen zijn Stap, Telgang en Draf. De verschillende gangen van de hond zijn perfect op video gezet door Sporthond in Conditie.

 

De meest optimale gang
Richard Taylor ontdekte in de jaren zeventig dat dieren een ‘voorkeurssnelheid’ hebben om in een bepaalde gang te lopen. Bij deze snelheid is het energieverbruik namelijk het laagste. Als de omstandigheden ertoe nopen om harder te lopen dan schakelt een dier door naar een snellere gang, maar bij voorkeur loopt hij in die gang dan weer in de optimale snelheid. Per afgelegde meter blijft het energieverbruik op die manier tamelijk constant. Per seconde neemt het energieverbruik wel toe want bij een hogere snelheid legt een dier vanzelfsprekend meer meters af. Optimalisering van het zuurstofverbruik is de rode draad waarlangs dieren hun loopsnelheid bepalen.

Honden zijn soepele lopers en switchen makkelijk van gang; de atletische honden presteren zowel op duurvermogen als snelheid behoorlijk goed. Verhoudingsgewijs verbruiken ze relatief weinig zuurstof per afgelegde meter per kilogram lichaamsgewicht. Ze hebben een hoge biomechanische en fysiologische efficiëntie. Het snel en gemakkelijk wisselen van gang, ook wel ‘schakelen’ genoemd, is een kenmerk van een goede loper. De meest lichtvoetige honden schakelen probleemloos en gaan in een of twee passen over in een andere gang. Als een hond doorschakelt naar een snellere gang mag dat dus hooguit een enkele pascyclus duren. Duurt het langer dan zie je dat terug als een onregelmatigheid. Echter bij de kleinere rassen zie je dat de speelruimte in het schakelen veel kleiner is als de grotere rassen.

De stap, draf en galop/ rengalop zijn de normale gangen van je hond. De gangen amble en telgang(pace) zijn gangen, die ook vaak bij een hond gezien worden. Alle gangen van de hond in het engels volledig uitgelegd kun je vinden op de Gaits Web Site: http://vanat.cvm.umn.edu/gaits/index.html

Er zijn volgens deze website 6 verschillende gangen te herkennen; de Canter wordt echter niet door iedereen herkend als een aparte gang. Als je het gangwerk van honden (en natuurlijk ook je eigen hond) om je heen wil bekijken en observeren, dan zijn de “telgang” en “draf” de twee makkelijkste gangen om mee te beginnen. De “stap” is mechanisch de meest gecompliceerde manier om te begrijpen.

Hieronder een korte uitleg van de verschillende gangen en een link naar een filmpje met de verschillende gangen :

Stap Walk Links achter, links voor, rechts achter, rechts voor. Er beweegt slechts 1 been tegelijk. De stap is een viertakt gang. Wat betekent dat elke poot afwisselend van elkaar de grond verlaat.

 

Snelle Stap Amble De achterste voet komt iets eerder van de grond dan de voorvoet aan dezelfde zijkant. De voeten worden samen op de grond geplaatst. Dit is een snelle stap. Oftewel het lijkt bijna of de hond in telgang wil lopen, maar de poten gaan nog net afwisselend van elkaar van de grond.

 

Draf (Kruisgang) Trot Draf is wanneer de tegenovergestelde achter- en voorbenen kruislings samen naar voren bewegen. Oftewel linksvoor en rechtsachter/ rechtsvoor en linksachter. Op volle snelheid zijn alle vier de voeten een fractie van een seconde van de grond. De draf is een tweetakt gang. Waarbij de diagonale poten gelijktijdig naar voren of naar achteren bewegen. Het is goed geschikt voor ruwe, onregelmatige grond en voor het reizen van lange afstanden met een redelijke snelheid. Het werk wordt gelijkmatig verdeeld over alle vier de ledematen. Door de diagonale ondersteuning is het gemakkelijk om het evenwicht te behouden.
Telgang Pace De Pace is een draf de achter- en voorvoet van dezelfde kant de grond tegelijkertijd verlaten. Wanneer een hond in telgang beweegt in stap (Amble) of draf (Pace), gaan bijvoorbeeld RV en RA tegelijktijdig naar voren, waarbij LV en LA op de grond blijven staan.
Het is een tweetaktgang, net als de draf/ trot
Dit is een van de meest efficiënte gangen voor lange afstanden, echter wel minder stabiel als de draf (kruisgang). Deze gang lijkt minder spierkracht te vereisen dan de draf (minder verticale oscillatie). Verticale oscillatie kunnen we omschrijven als de op- en neerwaartse beweging tijdens het lopen. Een te grote verticale oscillatie leidt tot energieverlies. Bij een te grote op- en neerwaartse beweging gebruik je je energie meer voor de opwaartse dan voor een voorwaartse beweging. Daardoor benut je je capaciteiten niet ten volle.

 

Galop
(Korte galop)
Canter De korte galop is een drietakt gang die voor lange afstanden wordt gebruikt, omdat deze soepel is en de hond helpt energie te besparen. Het exacte patroon is net als de rengalop maar hierbij worden bij een rechtergalop de rechterachtervoet en de linkervoorvoet tegelijkertijd neergezet. Het ziet er qua ritme uit als 1-2-3 De galop is voor veel honden de werkgang. De galop heeft de voorkeur als de hond over een lang recht stuk loopt, omdat het niet vermoeiend is en goede ondersteuning biedt.

Vanwege de gelijkmatige verdeling van de ondersteuning (statief met achterpoot gevolgd door statief met voorpoot), is deze galop geschikt voor ruw terrein.

 

Galop
(Rengalop)Galop
(Draaiende galop) 

 

 

 

 

Gallup

 

 

 

De rengalop is een viertakt of viertelgang.  Bij een rechtergalop wordt eerst de linkerachtervoet neergezet, gevolgd door de rechterachtervoet, de linkervoorvoet en de rechtervoorvoet, waarna een zweefmoment volgt. De rechtervoorvoet maakt daarbij voor de afzet een langere stap, terwijl de linkerachtervoet de landing maakt. De rechterachtervoet levert de meeste kracht voor de afzet.

De draaiende galop is een viervoudige, asymmetrische rengalop die alleen voorkomt bij windhondenrassen . Dit is de enige gang waarbij de hond volledige extensie bereikt met de voorpoten naar voren gestrekt en de achterpoten naar achteren gestrekt, de rug buigt en buigt met de achterpoten voor de voorpoten en de voorpoten achter de achterpoten.

De rengalop is een versnelde galop, waarbij de hond op zijn max rent en snel vermoeid raakt. De rengalop is voor veel honden de snelste gang en wordt geclassificeerd als asymmetrisch. Het is een viergangengang met vering waarbij alle benen van de grond worden getild.

 

Bij de draaiende galop halen de achterpoten de voorkant in, wat betekent dat de hond in elke cyclus twee zweefmomenten kent. Het is deze gang die windhondenrassen zoals Greyhound, Whippet, Galgo en Saluki zo snel maakt, ook al biedt deze gang, ondanks de snelheid, niet veel uithoudingsvermogen. Andere honden kennen deze gang niet.

 

 

Tijdens de trainingen waarin je het duurvermogen wil uitbreiden is de draf voor je hond de meest efficiënte en energiezuinige gang om zich voort te kunnen bewegen. De draf is sneller dan de stap, maar niet zo snel als de galop. Wolven zijn perfect gebouwd voor het – in draf – onvermoeibaar afleggen van lange afstanden. Wolven waren in draf in staat om 160 kilometer per dag af te leggen. In draf lopen zij met de kop in het verlengde van de rug of zelfs lager. Veel honden houden de kop een stuk hoger bij het lopen waardoor ze in de draf minder efficiënt kunnen bewegen. De draf is energiezuinig, stabiel en het minst vermoeiend. Perfect dus voor de langere Canitrails.

Wil je de snelheid en kracht van je hond verder ontwikkelen voor bijvoorbeeld een snellere korte afstand dan verwerk je de galop over rechte paden in jullie training. Snel door de bochten in galop willen gaan kan volgens onderzoeken het risico op blessures verhogen. Mijn advies is om bij nog onvoldoende getrainde honden veel rechte stukken uit te kiezen zonder teveel hoogtemeters of bochten om het risico op blessures te verkleinen.
c

TELGANGEN: IS DAT FOUT ?
De telgang of pace is een laterale gang met twee fases. Het lichaamsgewicht word steeds van de linker zijkant naar de rechter zijkant geslingerd (je ziet de achterhand van links naar rechts draaien – het wiebelende kontje). De hond heeft op ieder moment 2 poten aan de grond aan dezelfde kant. Bijvoorbeeld Rechtsvoor en Rechtsachter tegelijktijdig naar voren, waarbij Linksvoor en Linksachter op de grond blijven staan.

De telgang of pace wordt vaak beschouwt als een ‘verkeerde’ gang echter bij het canitrailen van lange afstanden zien we vaker honden in telgang lopen. Telgang heeft namelijk ook zo z’n voordelen. Het zwaartepunt wordt goed in de richting van de voortstuwing voortbewogen, dus kost het je hond minder energie. De zijwaartse verplaatsing is groter en dus is er minder verticale oscillatie (op en neerwaartse beweging tijdens het lopen). In de telgang zijn hoge snelheden niet mogelijk, maar op de langere canitrails is dat ook niet noodzakelijk.

Honden met een korte rug en/of lange poten hebben meer kans om te gaan telgangen net als jonge dieren en dieren die wat vermoeid zijn. Soms heeft een hond niet het juiste tempo, waardoor ze eerder gaan telgangen in plaats van over te gaan in een draf. Om in de diagonale draf te komen hebben sommige honden meer tempo nodig om uit de telgang te kunnen komen. Zie je je hond telgangen? Ga dan eens versnellen naar een galop en weer terug naar een draf. Kijk of je hond dan ineens wel in de kruisgang gaat. Gaat je hond inderdaad over naar een normale draf (kruisgang) dan is er het waarschijnlijk zo dat je voor je hond te langzaam ging voor zijn kruisgang draf.

Een hond met een hoger gewicht, zal eerder de voorkeur tot telgangen hebben, omdat een zwaardere hond meer energie verbruikt om los te komen van de grond bij een zweeffase. De gemoedstoestand zou ook nog een rol kunnen spelen in het telgangen. Bijvoorbeeld bij angstige honden. Deze honden hebben meer spanning in hun lijf. En hebben meer de neiging tot hyperflexie in de wervelkolom. Hiermee verkorten ze hun rug. Ook bouwen ze meer spierspanning op waardoor de beweeglijkheid van de wervelkolom beperkter wordt. Maar er zijn ook honden die van nature in de telgang lopen zoals de Wetterhoun.

Telgang door klachten
Telgangen kan ook voortkomen uit klachten. Daar moet dan ook altijd rekening mee worden gehouden.
75% van de casuïstieken die aan telgangen doet, is aangeleerd.
25% van deze honden hebben een klacht.

Wanneer een hond aan telgangen doet in stap of draf vanuit klachten, doet de hond dit om zo zijn rug minder te hoeven bewegen en om zijn rug te ontlasten. Na een herstelperiode van een bezoekje aan de osteopaat of fysiotherapeut zou je verschil moeten kunnen zien als je hond telgangt vanwege een blokkade.
c

LAGE RUGPIJN
Lage rugpijn is een veel voorkomend probleem bij honden en goed te zien in het gangwerk van je hond. Het kan worden veroorzaakt door verschillende factoren, zoals verwondingen, artritis en spierspanning. Hun gangwerk wordt behoorlijk beïnvloed omdat de middenhand niet langer het doorgeefluik kan zijn tussen de achterhand en voorhand.

Honden met klachten aan de iliopsoas spier springen helemaal niet meer of durven in de afzet hun achterpoten niet meer naar achteren te zwaaien. Ze kunnen met een bolle rug lopen, en willen hun achterpoten niet meer strekken boven de sprong. Een verkeerde coördinatie of een glijpartij op het verkeerde moment kan tot deze blessure leiden.

 

 

In deze video concentreren de makers zich op de psoas-spier, die strak kan worden en kan bijdragen aan lage rugpijn bij honden. Ze beginnen met het bespreken van de anatomie van de psoas-spier en hoe deze lage rugpijn bij honden kan veroorzaken. Vervolgens demonstreren ze verschillende rekoefeningen en oefeningen die je thuis kunt doen om de psoas-spier van je hond los te maken en zijn lage rugpijn te verlichten. Ze geven ook tips voor het omgaan met de lage rugpijn van je hond, zoals medicatie en fysiotherapie. In Nederland biedt Fit Dog Programm diverse online revalidatieprogramma’s aan om je hond onder begeleiding van een dierenarts en dierenfysiotherapeut weer terug te brengen in conditie.
c

OBSERVEER HET GANGWERK REGELMATIG
Voor, tijdens en na het canitrailen is het belangrijk om het gangwerk van je hond goed te observeren. Nu je weet hoe het zou moeten zijn, kun je goed zien hoe je eigen hond zich beweegt. Zie je opvallende kenmerken in z’n bewegingen? Heeft hij duidelijke voorkeuren voor het rechter en/of linker voorbeen? Buigt hij z’n rug in galop? Is z’n achterhand goed gespierd? Schakelt je hond makkelijk tussen de diverse gangen? Schakelt je hond makkelijk tussen de diverse gangen?

Neem tijdens jullie warming up de tijd om kort te schakelen in het gangwerk en voeg een aantal coördinatie oefeningen toe om te beoordelen of je hond nog met alle vier de poten in balans loopt. Maak ook regelmatig een filmpje van het gangwerk van je hond van opzij van achteren. Door het vertraagd af te spelen kun je beeldje voor beeldje het gangwerk van je hond bekijken.

Hoeveel beweging heeft mijn hond echt nodig?

Omdat een vermoeide hond een goede hond is – en honden doorgaans niet gemotiveerd zijn om de beweging te pakken die ze nodig hebben – is uw hond afhankelijk van u om hem in beweging te komen om in mentale en fysieke conditie te blijven. Volg deze richtlijnen en ideeën om uw hond actief te houden.

VERHAAL IN EEN OOGOPSLAG

  • De meeste honden krijgen tegenwoordig niet genoeg beweging, en daarom zijn er zoveel dikke, verveelde hondengenoten met gedragsproblemen
  • Een goede vuistregel: honden moeten minimaal 3 keer per week minimaal 20 minuten een extensieve inspanning leveren; de meeste honden kunnen profiteren van langere, frequentere sessies
  • Er zijn veel manieren om uw hond te helpen de fysieke en mentale stimulatie te krijgen die ze nodig heeft – van powerwalks tot muzikale freestyle
  • Een fysiek actieve hond is een goed uitgeruste hond: goed getrainde honden zijn beter in staat een gezond gewicht, een goede fysieke conditie en wenselijker gedrag te behouden

Elke hond heeft behoefte aan beweging, en de meesten komen niet in de buurt van de hoeveelheid die ze nodig hebben, gebaseerd op de torenhoge cijfers voor zwaarlijvigheid bij honden en een groeiende epidemie van honden met moeilijk te beheersen gedrag, zoals overmatige opwinding, agressie en vernieling van eigendommen.

Ik herinner ouders van huisdieren er vaak aan dat ‘een vermoeide hond een goede hond is’, en hoewel dit misschien een te simplistisch concept lijkt, is het volkomen logisch als je de evolutie van gedomesticeerde honden in ogenschouw neemt.

De voorouders en wilde neven van uw hond besteden al hun tijd aan het jagen op hun volgende maaltijd, het verdedigen van hun terrein, spelen, paren en zorgen voor nestjes pups. Hun dagelijkse leven is extreem actief en sociaal, waardoor ze zowel fysiek als mentaal worden uitgedaagd. Als je het leven van een hond in het wild vergelijkt met dat bij jou thuis, krijg je een idee van hoe slecht de conditie is en hoe verveeld veel familiehonden tegenwoordig zijn.

Bedenk ook dat honden qua ontwikkeling vergeleken kunnen worden met menselijke peuters, en er is een reden waarom peuterouders hun leven plannen rond het bezig houden van hun kleintjes en het verbranden van overtollige energie. Net als het gemiddelde gezonde kind van drie jaar heeft uw hond de hele dag kansen nodig om fysiek actief en mentaal gestimuleerd te worden.

Dat gezegd hebbende, is het dan een wonder dat honden die urenlang alleen worden gelaten enorm opgewonden zijn als hun mens (of welk mens dan ook) aan het eind van de dag binnenkomt????

Veelvoorkomend ongewenst gedrag bij onderbeoefende, ondergestimuleerde honden zijn onder meer:

  • Ongepast kauwen
  • Baldadigheid, tegen mensen opspringen
  • Destructief krabben, graven
  • Ongepast roofzuchtig spel
  • Bijterig ruw spel
  • Verhoogde reactiviteit, hyperactiviteit
  • Aandachttrekkend gedrag

Hoe honden profiteren van de juiste hoeveelheid lichaamsbeweging

Er zijn talloze voordelen verbonden aan het voldoende bewegen van uw hond, waaronder:

  • Zijn gewicht binnen een optimaal bereik houden
  • Het verminderen of elimineren van veel voorkomende door verveling veroorzaakte gedragsproblemen
  • Zelfvertrouwen en vertrouwen opbouwen bij een angstige of verlegen hond
  • Het verbeteren van zijn vermogen om een ​​kalm, evenwichtig individu te zijn (onthoud: “Een vermoeide hond is een goede hond”)
  • Zijn bewegingsapparaat (skelet, spieren, kraakbeen, pezen, ligamenten, gewrichten en ander bindweefsel) in uitstekende conditie houden
  • Normaliseren en reguleren van zijn spijsverteringsstelsel

Hoeveel dagelijkse beweging heeft mijn hond nodig?

Allereerst is het erg belangrijk om er niet van uit te gaan dat een omheinde tuin garanties oplevert voor alle beweging die uw hond nodig heeft. Ik heb meer dan mijn deel van de eigenaren van zwaarlijvige honden horen vertellen dat hun huisdier veel beweging krijgt omdat ze een grote achtertuin hebben. Studies tonen aan dat wanneer uw hond geen andere honden in de buurt heeft en geen mensen hem aanmoedigen om actief te zijn, hij 80% van zijn tijd zal doorbrengen met dutten.

Honden die andere honden als gezelschap hebben, besteden iets minder tijd aan rusten: ongeveer 60%. Het komt erop neer: net als wij hebben onze honden redenen nodig om lichamelijk actief te worden. Zelfs de grootste, groenste achtertuin is op zichzelf niet genoeg om uw hond te motiveren om de beweging te krijgen die hij nodig heeft om in een goede fysieke en mentale (gedrags)conditie te blijven.

De beste en eigenlijk de enige manier om ervoor te zorgen dat ze in beweging komen, is door hen het gezelschap en de motivatie te geven die ze nodig hebben om actief te blijven. Als ze niet regelmatig de kans krijgen om te rennen, spelen en aeroob te oefenen, zelfs als ze geen overgewicht hebben, kunnen ze artritis en andere slopende aandoeningen krijgen die hun botten, gewrichten, spieren en inwendige organen aantasten. Het gedrag zal zonder regelmatige fysieke en mentale stimulatie er ook onder lijden.

Uw hond moet driemaal per week minimaal 20 minuten aanhoudende, aerobe oefeningen krijgen. Dertig minuten of een uur is beter dan twintig, en zes of zeven dagen per week is beter dan drie.

Minimale trainingsvereisten voorkomen spieratrofie, maar bouwen niet noodzakelijkerwijs spiermassa op, versterken pezen en ligamenten, scherpen de balans en proprioceptie aan, of verbeteren de cardiovasculaire conditie. Daarom is meer altijd beter. Als u uw hond dagelijkse wandelingen en extra dagelijkse trainingssessies kunt geven om aan uw andere trainingsdoelen te voldoen (afvallen, spieren opbouwen, de hartfunctie verbeteren), is dat nog beter!

Sommige hondenouders zijn van mening dat als ze veel weekendactiviteiten met hun huisdier ondernemen, ze het gebrek aan lichaamsbeweging op weekdagen kunnen goedmaken. Maar het probleem met deze aanpak is dat je je hond daadwerkelijk kunt verwonden door hem aan te moedigen alleen in het weekend te sporten.

Wanneer het lichaam van een hond niet goed geconditioneerd is, kunnen plotselinge verhogingen van activiteit verwondingen veroorzaken die tot langdurige gewrichtsschade kunnen leiden. Consistente dagelijkse lichaamsbeweging is een veel veiligere aanpak en heeft diepgaande gezondheidsvoordelen op de lange termijn waarvan u niet wilt dat uw hond deze mist.

Ideeën om uw hond actief te houden

Het is belangrijk op te merken dat simpelweg alleen wandelen met uw hond geen adequate training is. Als wandelen uw ding is, heeft uw hond sessies van powerwalken nodig – bewegend met een tempo van 6,5 tot 7 kilometer per uur om een ​​goede cardiovasculaire intensiteit en calorieverbranding te bereiken.

Deze intensievere wandelingen kunnen belangrijke gezondheidsvoordelen bieden, niet alleen voor uw hond, maar ook voor u, waaronder het verlagen van uw risico op zwaarlijvigheid, diabetes, hart- en gewrichtsaandoeningen. Maar eerst moet je je harige wandelpartner opnieuw programmeren als hij gewend is aan snuffel-treuzelwandelingen. Verwacht niet dat je in één dag de overstap zult maken van ontspannen wandelen naar powerwalken. Het zal een aantal sessies duren voordat hij het doorheeft.

Natuurlijk neemt u uw hond ook mee op informele wandelingen, dus u moet hem helpen onderscheid te leren maken tussen de twee. Het kan iets met het tijdstip van de dag te maken hebben, u kunt bijvoorbeeld langzamere wandelingen plannen als eerste in de ochtend en nog een keer voordat u naar bed gaat, en tussendoor trainingswandelingen. Of u kunt een commando koppelen aan de intensiteit van jullie wandeling zodat uw huisdier weet dat het tijd is voor een powerwalk.

Ik raad ook ten zeerste aan om een ​​harnas te gebruiken als u intensief met uw hond gaat trainen. Een riem die aan zijn halsband is bevestigd, kan een negatieve impact hebben op de hersenstam en de hersenzenuwen. Veel honden leren welke wandeling ze maken door de riem vast te maken aan hun halsband (korte wandeling) of aan een harnas (tijd om te zweten!). PS Maak dan het liefste gebruik van een verende lijn om eventuele schokken tijdens het powerwalken / hardlopen op te kunnen vangen.

Als u niet in een krachtig wandeltempo kunt bewegen, overweeg dan om uw hond te betrekken bij andere soorten cardiovasculaire oefeningen, zoals zwemmen, apporteren, frisbee, behendigheidswedstrijden, flyball, vliegende schijf, flygility, dokspringen, hoeden, jagen en veldproeven, muzikale freestyle. NB Een echte win-win activiteit is wel het samen hardlopen met je hond (canitrailen of canicrossen).

Het is belangrijk om het type oefening dat u kiest af te stemmen op het lichaamstype van uw hond (brachycefale rassen hebben bijvoorbeeld speciale overwegingen), het temperament (hondenagressieve honden hebben speciale overwegingen) en de leeftijd (oudere dieren of dieren met een permanente lichamelijke handicap hebben speciale overwegingen). Het type, de duur en de intensiteit van de lichaamsbeweging die u voor uw huisdier kiest, zal zeer waarschijnlijk in de loop van de tijd moeten worden aangepast.

NB: Dit is de Nederlandse vertaling van het Amerikaanse artikel 

Van 0 naar 5km Canitrailen voor absolute Beginners

Aan het begin van het nieuwe Canitrail seizoen bieden we voor het eerst een nieuwe cursus aan met de titel ” Van 0km naar 5km Canitrail” voor de absoluut niet geoefende Beginners zonder basisconditie die heel graag willen gaan hardlopen met hun hond. Want waar moet je beginnen? Hoe pak je dat aan? En waar moet je op letten?
Deze cursus is dus NIET opgezet voor trailers/ hardlopers die al zelf goed getraind zijn en willen beginnen met het canitrailen met hun hond. Dat vereist echt een hele andere opbouw waar deze cursus niet voor bedoeld is.
c
WAT?
Als je de vraag op social media stelt: “Hoe kan ik verantwoord beginnen met het hardlopen met mijn hond? ” dan krijg je allerlei antwoorden …maar wie ziet dan of jullie het goed doen? Hoe bouw je jullie belastbaarheid op? Waar moet je op letten voor een verantwoorde trainingsopbouw?

Op die vraag komt nu een antwoord…want in 7 weken bouw je geleidelijk samen met je hond jullie conditie en belastbaarheid op onder professionele begeleiding van Dorethea Bil, gecertificeerd hardloop-trail- en canitrailtrainer, naar een doel, namelijk de 5km Natte Neuzen Trail Rosendael op 5 november 2023.
c
HOE?
Je ontvangt een trainingsschema voor 3 keer trainen in de week waarvan er 2 trainingsmomenten met je hond onder begeleiding zijn op woensdag- en zaterdagmiddag en 1 training doe je op maandag in je eigen tijd met of zonder hond. Je krijgt ‘huiswerk’ mee en dat kan variëren van balansoefeningen tot versterkende oefeningen voor mens en hond die je thuis kunt doen.

Na afloop van deze cursus kun je de 5km Natte Neuzen Trail Rosendael afleggen. De opzet is niet zoals op de weg dat je 5km non-stop achter elkaar kunt hardlopen. Bij het Canitrailen staat het samenwerken met je hond centraal, kun je vanwege de wisselende ondergrond en hoogtemeters hardlopen en wandelen vloeiend met elkaar afwisselen. Geleidelijk bouwen we jullie conditie en belastbaarheid op met extra aandacht voor het versterken van de core stability voor mens en hond. We werken aan het beter leren begrijpen van de signalen van je hond en aan jullie samenwerking om technisch het maximale uit jullie samenwerking te halen.
c
DOOR WIE?
De trainingen worden gegeven door de Atletiekunie gecertificeerd en gekwalificeerde hardloop-en trailrunningtrainer Dorethea Bil die zich in Amerika heeft gespecialiseerd in het hardlopen volgens de Chirunning methode voor hardlopers, trailers en canitrailers bij Chirunning Master Danny Dreyer. Dankzij overige opleidingen tot onder andere Yoga4Runners – en  Blackroll Fascia Fitness trainer heeft Dorethea zich als hardloop-en trailrunningtrainer ontwikkeld tot expert op het gebied van het verbeteren van de neuromusculaire coördinatie en loopefficiency.

Na het oprichten van Canitrail.NL en het organiseren van de eerste Natte Neuzen Trails in Nederland is Dorethea eind 2016 begonnen met het geven van trainingen voor Canitrailers. Als Canitrailtrainer heeft ze zich verder verdiept in de fysieke en emotionele ontwikkeling van de hond als atleet. Heeft ze de opleiding tot Basis Fitness trainer voor honden gevolgd, en tevens de workshops gevolgd over de warming up & cooling down, over het gangwerk en basisprincipes van een verantwoorde trainingsopbouw bij de Martin Gaus Academie, het Fit Dog Program en de K9 Sports Strengthening Program. Verdiepingen gehaald via o.a. lezingen in binnen-en buitenland over het roedelgedrag, dominantie, reactiviteit, de emotionele belevingswereld van de hond en pijnherkenning bij o.a. Monique Bladder, Hondenlot, Martin Gaus Academie en K9 Trail Time.

Canitrailen is namelijk meer als gewoon een eindje hardlopen met je hond…en toch ook weer niet als je weet wat je doet en waarom je het doet.

c
WANNEER?
De begeleidde “0km tot 5km Canitrail” cursus begint in de week van 18 september en eindigt op 5 november 2023. De begeleidde trainingsmomenten zijn op woensdagmiddag van 16:00 tot 17:00 uur en zaterdagmiddag van 16:00-17:00 uur in de bosrijke omgeving van Rozendaal (bij Arnhem), Velp (GLD) en Rheden.
Kun je een dag niet? Geen nood; je ontvangt sowieso het huiswerk van die week zodat je altijd bij kunt blijven. Deze cursus is niet op afstand te volgen, omdat dan de fysieke trainingsmomenten ontbreken en de trainer jullie in het proces dan onvoldoende kan volgen.
c
TRAININGSDATA
Week 1 Woensdag
Zaterdag
20 september 16:00-17:00
23 september 16:00-17:00
Week 2 Woensdag
Zaterdag
27 september 16:00-17:00
30 september 16:00-17:00
Week 3 Woensdag
Zaterdag
04 oktober 16:00-17:00
07 oktober 18:00-19:00
Week 4 Woensdag
Zaterdag
11 oktober 16:00-17:00
14 oktober 16:00-17:00
Week 5 Woensdag
Zaterdag
18 oktober 16:00-17:00
21 oktober 16:00-17:00
Week 6 Woensdag
Zaterdag
25 oktober 16:00-17:00
28 oktober 16:00-17:00
Week 7 Woensdag
Zaterdag
Zondag
1 november 16:00-17:00
4 november 07:30-08:30 parcoursverkenning NNT
5 november 09:30-10:00 Start Natte Neuzen Trail Rosendael 5km
c
KOSTEN?
Voor het totale pakket betaal je €95,00.
Hierin zitten 14 begeleidde canitrail-groeps-trainingen en 7 huiswerktrainingen inclusief het kunnen testen/ gebruiken van diverse Canitrail materialen, deelname aan de NNT Rosendael 5km, korting op trailschoenen bij Run2Day Arnhem + korting op aanschaf canitrailmateriaal en uiteraard de thee als afsluiting van de training.

In de planning ligt tevens een kennismaking met de hondensportmassage van Saskia de Weerd en de sportcheck van de osteopaat Diana Soijo.
c
INTERESSE ?
Wil je met je hond in 7 weken vanaf “0km” opbouwen naar een “5km” Natte Neuzen Trail? De leeftijd van de hond waarmee je deze cursus kunt beginnen is afhankelijk van het ras, het gewicht en de grootte van je hond. Bij sommige rassen zijn nu eenmaal de groeischijven al eerder gesloten als bij andere rassen. En sommige honden zijn er mentaal eerder klaar voor als andere honden. Aangezien het Canitrailen een mooie rechtlijnige beweging is, is deze sport ook minder belastend als bijvoorbeeld agility, flyball of zelfs als het gooien met een bal. Het is dus echt maatwerk.

Stuur een mailtje naar canitrailnl@gmail.com en ontvang het inschrijfformulier. Na het retourneren van het inschrijfformulier en betaling van het lesgeld is de inschrijving definitief.

 

DE ZIEL VAN HET CANITRAILEN

Vanaf het moment dat ik ben begonnen met het introduceren van het canitrailen in 2016 in Nederland heb ik altijd uitgedragen dat het canitrailen gaat over endurance, oftewel uithoudingsvermogen, over samen hardlopen in en genieten van de natuur. Hoe spijtig is het om te horen dat er geïnteresseerden in de sport dan te horen krijgen of de indruk hebben gekregen via allerlei filmpjes dat hun hond MOET trekken en VOOR hun moet lopen of dat ze CONTINU moeten hardlopen. Tijdens die gesprekken vertel ik wat mijn visie op het canitrailen is en wat er anders is als je je hond centraal zet tijdens het canitrailen.

Honden zijn natuurlijke duursporters, maar leggen die grote afstanden niet af door continu in de galop te lopen en hun baasje daarbij 20,30,40km over de heuvels mee te trekken. Honden willen hardlopen/ joggen/ snuffelen/ plassen/ drinken/ eten en dat continu afwisselen. In feite doet een ultratrailer niet anders; misschien weten jullie het nog niet maar een ultratrail leg je niet volledig full-speed hardlopend achter elkaar af. Een ultratrailer loopt hard/ jogt/ wandelt/ plast/ eet/ drinkt/ pauzeert en maakt foto’s onderweg. En al deze facetten moet je net als bij het canitrailen trainen.

OP ZOEK NAAR ENDURANCE EVENEMENTEN
In de jaren dat ik vele Trails en Ultratrails liep trainde ik ook met de ‘leenhond’ van mijn dochter Junior en leek het me geweldig om die langere trails samen met Junior te kunnen doen. Helaas mocht hij niet aansluiten of soms wel alleen de kortste afstand van 10km en bij Canicross wedstrijden vond ik de afstand te kort en stond het wedstrijdelement te centraal. Ik miste de georganiseerde trail-evenementen van langere afstanden met de hond dus introduceerde ik de Natte Neuzen Canitrails. Georganiseerde Canitrails voor honden, en hun baasjes moeten aangelijnd mee, met als kortste instapafstand een 7,5 of 8km en tot nu toe de langste afstand van 50km.

ENDURANCE -SPORT
Ik miste dus het echte endurance- aspect zoals ik dat zelf kende vanuit de ultratrails. Het strategisch kunnen afleggen van langere afstanden door hardlopen in het aerobe systeem tijdig af te wisselen met power-walking om te veel verzuring of energieverspilling te voorkomen. Uiteraard met het op tijd eten en drinken om het lichaam te voorzien van de juiste energie om door te kunnen gaan.

Dankzij de gesprekken met experts, zoals Martine Burgers, co-auteur van “De hond als Atleet”, Jelien Lammers van “Boel Bewust” en Suzanne Pen, oprichter en eigenaar van Equilog, gediplomeerd ORUN 3 instructeur met jarenlange ervaring in de internationale endurancesport(paarden) en Djilan Boelen, nationaal en internationaal endurancesporter (paarden) kwam ik erachter dat het canitrailen zoals ik dat in Nederland wilde neerzetten veel meer een relatie heeft met de “endurance” uit de paardensport en de endurance events in landen als Canada en Australië dan met canicrossen. Het klopt dat zowel het canitrailen als het canicrossen in essentie het samen off-road hardlopen met je hond in de natuur is. Maar daar houdt de vergelijking op. Het canicrossen is explosief, competitief, gericht op sprinten, snelheid en het is de bedoeling dat de hond trekt. Het canitrailen is net als het ultratrailen gericht op uithoudingsvermogen (endurance), lange afstanden, energiezuinig bewegen, pauzes inlassen en verzorgen.

ENDURANCE EVENTS IN HET BUITENLAND
In landen zoals Canada, Australië en Engeland worden er al jaren speciale Endurance Events georganiseerd waarin de hond wordt getest op zijn of haar uithoudingsvermogen. Tijdens deze Endurance Events moeten hond en baas het gehele parcours op endurance-tempo lopen; dit is volgens het reglement 8-10km per uur. Daarbij is het de bedoeling dat de hond aan een 2 meter lange verende lijn vast zit en daarbij het liefst naast je moet lopen. De mensen leggen deze afstand hardlopend of op de fiets af.

Dit Endurance Event is minimaal 20km en alleen fitte honden tussen de 2 en 7 jaar mogen hieraan deelnemen. Daarbij wordt de afstand uitgevoerd in 3 fases van respectievelijk 8km, 6km en 6km. Na iedere fase is het team verplicht om een pauze te nemen van circa 5-10-15 minuten (naar gelang de weersomstandigheden). Net als bij de Endurance bij paarden moeten de honden de gehele afstand fit en in goede conditie zijn; je hond mag geen tekenen van vermoeidheid, overbelasting of oververhitting vertonen. Het is tenslotte een uithoudingsvermogen-test.

Net als bij de Endurance in de paardensport zijn baas en hond beiden goed getraind voor de langere afstanden. Uithoudingsvermogen, samenwerking, vertrouwen en verzorging zijn de sleutelwoorden tijdens alle Endurance ritten/ events.

TRAINEN VAN HET AEROBE SYSTEEM
Op de website van Dogs NSW in Nieuw-Zeeland staat: “Endurance training is generally meant to target a dog’s aerobic system rather than their anaerobic system. Depending on the intensity, endurance training can impact both the cardiovascular as well as the muscular and skeletal systems. Dogs are natural endurance athletes. Their bodies were meant to be able to withstand long duration activities and to cover great distances when needed.”

(vertaling -“Duurtraining is over het algemeen bedoeld om het aerobe systeem van een hond te trainen in plaats van hun anaerobe systeem. Afhankelijk van de intensiteit kan duurtraining zowel het cardiovasculaire systeem als het spier- en skeletstelsel beïnvloeden. Honden zijn natuurlijke duursporters. Hun lichamen waren bedoeld om langdurige activiteiten te kunnen weerstaan ​​en om indien nodig grote afstanden te overbruggen.”)

ENDURANCE EN CANITRAILEN 
Het Canitrailen zoals Canitrail.NL dit uitdraagt is NIET hetzelfde als deze bovengenoemde Endurance Events, maar heeft zeker raakvlakken. Bij het canitrailen loop je ook op Endurance-tempo en ben je aan elkaar verbonden, maar is er geen sprake van een wedstrijdelement. Het gaat wel over het samen met je hond beleven van de natuur, het verleggen van jullie fysieke grenzen en om kunnen gaan met alle externe en interne factoren waar je mee te maken krijgt op de langere afstanden. Uiteraard is de impact op het lijf heel anders als je een langere afstand loopt als een korte afstand en vergt het niet alleen een andere manier van trainen maar ook andere soorten van trainingen. 

Het Endurance-tempo is een tempo waarbij de hond in een energiezuinige draf loopt. Als mens loop je een snelheid die past bij jouw persoonlijke aanleg, getraindheid/hardheid, hartslagfrequentie en lactaatconcentratie. Hoe hard jullie dus in een endurance-tempo gaan is per hond/mens team verschillend. Voor een endurance-canitrail moet je als mens onder je aerobe drempel blijven omdat je dan loopt op je vetten die een vrijwel onuitputtelijke bron van energie is. In feite kun je op het juiste endurance-tempo eindeloos blijven lopen omdat het lichaam probleemloos voldoende zuurstof van je longen naar je spieren kan transporteren. Bij honden ligt dat wat anders omdat uit onderzoek blijkt dat honden bijna alleen in hun aerobe systeem lopen. 

Als je met een hond loopt die sneller gaat als jouw snelheid onder jouw aerobe drempel, dan zou jij in theorie boven je endurance-vermogen lopen. In de praktijk blijkt dat je afhankelijk van de basissnelheid van je hond vaak wel mee kunt met de endurance-snelheid van je hond mits je vanuit ontspanning je kunt meenemen in die trekbeweging. Je eigen snelheid gaat dan zeg maar van 10km per uur die je anders zou lopen naar 12km per uur, terwijl je hartslag en energieverbruik hetzelfde blijft. Dat vereist natuurlijk wel een goede techniek, balans en coördinatie. Echter op de Trails is het onmogelijk om in een constante snelheid te lopen. Je hebt nu eenmaal te maken met hoogtemeters, mul zand, gladde rotsen en verschillende weersomstandigheden waardoor je nooit in hetzelfde tempo kunt blijven lopen. Op de Canitrails is er altijd sprake van een grote variatie in omstandigheden waarop jullie het tempo continu moeten aanpassen. Dat maakt het canitrailen tot een zeer afwisselende sport waarbij je steeds bezig bent om te anticiperen op drie vlakken, namelijk de mens, de hond en de natuur.

 

CANITRAILEN – NATTE NEUZEN TRAILS
En zo is in feite de ziel van het Canitrailen gegroeid tot een mooie endurance-sport waarbij hond en mens hun duuruithoudingsvermogen trainen en testen, waarbij het wedstrijdelement is vervangen door beleving, er een goede balans gevonden is tussen rust en inspanning, je goed kunt luisteren naar je eigen lichaam en veranderingen in het lichaam van je hond op tijd kunt signaleren, ‘in het moment’ kunt lopen (de juiste mindset), en goed kunt omgaan met allerlei interne en externe omstandigheden.

Canitrailen is dus een sport waarin baas en hond hun uithoudingsvermogen uitbouwen, een langere afstand voornamelijk hardlopend maar ook deels wandelend waar nodig afleggen en waarin je op zoek gaat naar het maximaal haalbare. Langere afstanden vragen van zowel de hond als de mens het vermogen om vooral strategisch en energiezuinig te kunnen lopen. Je moet onderweg op tijd kunnen eten en drinken om het lijf tot aan het einde van de lange afstand energiek te houden. Net als bij de Endurance bij paarden speelt dus het onderweg goed verzorgen van hond en mens een hele belangrijke rol.

Tijdens de Natte Neuzen Trails kunnen jullie de mate van jullie fysieke belasting testen, zonder tekenen van overmatige stress of gebrek aan constitutie. Het moeiteloos volbrengen van de Natte Neuzen Canitrail is dan het bewijs van de fysieke fitheid van zowel de hond als de baas; dat is jullie prestatie…dat is jullie uitdagingJ

Canitrailen = Dogs – Endurance – Trails

Let op je hond …wanneer is het TE warm?

Uiteraard is iedereen het erover eens dat het niet verstandig is om met je hond te sporten of intensief te bewegen als het warm is. Maar wanneer is het TE warm? De afgelopen weken heb ik gezien dat honden wel meedoen aan een wedstrijd of alsnog even in de auto achter blijven na een eindje zwemmen zodat het baasje even snel een boodschap kan doen. En dat bij temperaturen tussen de 26 en 29 graden, in de ochtend of eind (en zelfs soms midden ) van de dag of bij een luchtvochtigheid van 85%. Maar wanneer is het TE warm voor je hond om dit te doen?

We hebben een paar hele benauwde extreem warme dagen achter de rug en dan voelt een dag als vandaag met 22 graden Celsius, 70% luchtvochtigheid, wind van 13 mph en bewolkt zelfs koud aan. Echter als ik naar mijn honden kijk zie ik een andere reactie. Zij hebben het warm; hijgen, iets geknepen oogjes, oren naar achteren en stoppen op plekken waar ze water kunnen drinken. De signalen zijn niet te missen.

Maar wanneer is het TE warm voor jouw hond?

Natuurlijk is dat verschillend voor alle honden en hangt het af van meerdere factoren. Risicofactoren die de drempel voor een hitteberoerte verlagen, kunnen individueel of omgevingsgebonden zijn en omvatten lichaamsconditiescore, ras, vachttype, ademhalingscapaciteit, fitnessniveau, hydratatiestatus, omgevingstemperatuur en relatieve luchtvochtigheid. Echter je kunt er vanuit gaan dat je hond bij temperaturen tussen de 15 en 20 graden geen zin meer heeft in intensieve explosieve activiteiten.

Fysieke kenmerken
Er zijn honden die vanwege hun fysieke kenmerken meer risico lopen op een zonnesteek/ hitteberoerte. In het onderzoek van Dr. Anne J. Carter en Emily J. Hall ontdekten ze dat met name negen rassen een significant hoger risico op een zonnesteek hebben in vergelijking met bijvoorbeeld een kruising zoals labrador retrievers:

  • De meeste rassen met een hoger risico op een zonnesteek zijn brachycephalic (platte gezichten). In feite hebben brachycephalische honden tweemaal de kans op een zonnesteek dan honden met een gemiddelde snuit (zoals labradors). Brachycephalic honden hebben meer kans om oververhit te raken omdat ze vaak al moeite hebben om te ademen, zelfs in rust. Effectief hijgen is essentieel voor verkoeling, aangezien honden niet kunnen zweten zoals mensen.
  • De chow-chows en golden retrievers hebben een verhoogd risico op een zonnesteek vanwege hun dikke “dubbele jassen”. Een dikke vacht dient als isolatie, houdt hete lucht vast en beperkt warmteverlies als de hond oververhit raakt. Het is voor deze honden alsof ze tijdens een hittegolf een thermische jas dragen.
  • Reuen en honden met een donkere vacht worden ook warmer bij warm weer.
  • Raszuivere honden hebben in vergelijking met kruisingen twee keer meer kans op een zonnesteek
  • Zware honden en honden met overgewicht vertonen ook een verhoogd risico op een zonnesteek. Belangrijk is dat deze groep zowel honden met obesitas omvat als honden die groot of gespierd zijn. Grote honden hebben over het algemeen meer kans op een zonnesteek dan honden onder de 10 kg, terwijl honden van gigantische rassen (met een gewicht van meer dan 50 kg) driemaal meer kans hadden op een zonnesteek.
  • Honden ouder dan twee jaar lopen ook een groter risico, waarbij oudere honden (ouder dan 12 jaar) de meeste kans kregen op een zonnesteek. Dit komt omdat jongere honden mogelijk actiever zijn, terwijl oudere honden met verminderde cardiovasculaire en ademhalingsfunctie moeite hebben om overtollige warmte zo efficiënt mogelijk te kunnen verliezen.

PS: Opvallend detail in hun onderzoek is dat een getrainde hond beter in staat is om om te gaan met de warmte als een hond die bijvoorbeeld drie weken uit de roulatie is vanwege een blessure of in gewicht veel is aangekomen.

Omgevingsfactoren
Uit diverse onderzoeken is gebleken dat omgevingsfactoren een belangrijke invloed hebben op hittestress/ hitteberoerte bij honden. Stel het is een mooie zonnige dag in juni/juli met een luchttemperatuur van 24 tot 26 graden Celsius met een licht koel briesje.  Weet jij wat de werkelijke temperatuur is op de verschillende ondergronden op deze dag?  Onderzoekers hebben dat op de bovengenoemde dag gemeten en kwamen tot de volgende resultaten:
Schaduwrijk gras – 22,3° C
Gras in de volle zon – 28,3° C
Auto na 10 minuten – 37° C
Strandzand – 45,7° C
Auto na 30 minuten – 46° C
Grindpad – 47,1° C
Betonpad – 55,4° C
Kunstgras – 58,2° C

De temperatuur op het schaduwrijke gras in het bos is uiteraard niet te vergelijken met het schaduwrijke grasveldje tussen de huizen in de stad. In de wijk tussen de flats/ huizen heb je te maken met de reflectie van de warmte van de gebouwen waardoor de temperatuur hoger ligt als die tussen de bomen in het bos. Staat er een koele wind dan zal die reflectie vanzelfsprekend minder effect hebben op de temperatuur op dat grasveldje dan als het de hele dag windstil is.

De hitte-indexrisicoclassificaties die worden bepaald door de aanduidingen van de National Weather Service zijn: veilig (<26° C), voorzichtigheid (26-32° C), extreme voorzichtigheid (32-39° C), gevaar (39-51°C) en Extreem gevaar (≥51°C) blijken volgens een ander onderzoek uit 2021 niet overeen te komen met de werkelijke risicoclassificatie van de honden-hitte-index. Hun resultaten suggereerden dat het risico van de gemiddelde hond op hoge blootstelling aan omgevingswarmte groter kan zijn dan traditionele metingen aangeven verkregen via meetstations. Bij het beoordelen van het omgevingsrisico van een hond voor hittegerelateerd letsel of ziekte is dus onvoldoende als je alleen afgaat op wat de temperatuur is volgens een weerstation bij jou in de buurt.

 

Herken de eerste signalen van ongemak 
Honden raken niet alleen oververhit omdat het warm is, ze raken oververhit omdat mensen hun hond onvoldoende ondersteunen of hun beperken in wat ze van nature zouden doen. Of dat nu komt omdat ze niet aanwezig zijn, onwetend zijn of het hun niet goed uitkomt, doet er niet toe. Als het warm is en je met je hond naar buiten gaat voor een activiteit, aan een wedstrijd meedoet of ze thuis achterlaat….als het warm is is het belangrijk dat jij de subtiele signalen van je hond die het TE warm heeft al hebt gezien nog voordat hij tekenen van hittestress vertoont. Als je al in een vroeg stadium begrijpt wat je hond je vertelt dan kun je daarop acteren nog voordat het een probleem is.

Wat zijn de signalen van oververhitting?
# Extreem snel aanhoudend hijgen (eventueel met afwijkend snurkend geluid)
# Glimlachen;een hijgende “glimlach” (lippen naar achteren getrokken om meer van het tandvlees bloot te leggen, het oppervlak van de mond te vergroten – je hond heeft geen plezier!)
# Gespatelde tong; de tong is heel lang, aan het eind breed en vaak gekruld 
# Slijmvliezen donkerrood tot paars (soms zelfs blauw) gekleurd (bij lip of ooglid)
# Veel kwijlen, witte dikke slijmplekken op de tong, braken of diarree

# Sloomheid; traag of ongecoördineerd bewegen, commando’s terughoudend opvolgen
# Ogen geknepen en naar achteren getrokken (spleetoogjes ipv normale ovale vorm)
# Oren naar achteren en gehoekt getrokken 
# Plat op de grond in de schaduw willen gaan liggen; liezen en oksels raken de grond
# Warm aanvoelen, voel in binnenkant bek, binnenkant oren, in de liezen en bij meting temperaturen tussen 40.5 graden (oververhit) en 42 graden (hyperthermie). Normale temperatuur is 38/39 graden. De temperatuur van de hond is echter geen betrouwbare indicator. Fitte, atletische honden kunnen zich prima redden bij korte periodes van zeer hoge interne temperaturen. Een “normale” WERKtemperatuur voor zo’n hond kan oplopen tot wel 40/41,5 graden Celsius. 
# Buiten bewustzijn raken

EEN VOORBEELD
In het filmpje zie je Simon die om 10 uur gaat wandelen met zijn hond en volgens het weerbericht is het 23° C. In de zon meet hij dat het 26°C en in de schaduw is het werkelijk 22°C. Hij meet verder een luchtvochtigheid van 66% en er staat een licht windje van 5mph. Eenmaal buiten voelde het warm aan in de zon, het was een mix van zon en schaduw maar vooral zon.

https://fb.watch/lruX_gpp4y/

Wat zie je?
Aan het begin van de wandeling zie je de volgende kenmerken:
– Er is sprake van een spateltong; deze specifieke vorm van de tong treedt op wanneer de hond hijgt als gevolg van warmte.
– De hond hijgt maar niet overdreven snel, dus hij krijgt het warm maar heeft nog wel controle over zijn hijgen.
– De hond is alert, snuffelt nog wat en is geïnteresseerd in zijn omgeving.
– Hij beweegt goed, niet in slowmotion, en heeft een goede lichaamshouding.

Na ongeveer 30 minuten
Nadat Simon ongeveer 30 minuten had gewandeld had de hond al 3 keer op eigen initiatief een waterpauze in de schaduw ingelast. Voorafgaand aan iedere pauze zag Simon de volgende signalen optreden:
– De tong van de hond strekt zich verder uit en gaat meer uitwaaieren.
– De hond gaat meer en oppervlakkiger hijgen.
– De hond vertraagde zijn bewegingen.

Al bij de eerste subtiele signalen kreeg de hond tijdens deze korte wandeling alle steun van z’n baasje Simon waardoor hij tussendoor voldoende de ruimte kreeg om een pauze te pakken in de schaduw en water te drinken. Hij zou er aan het einde van zijn wandeling niet zo uitzien als hij niet die ruimte had gekregen.

Als je hond worstelt, overmatig hijgt, moe, traag is, hoofd naar beneden, tong uitsteekt, niet in veel geïnteresseerd is, niet naar je luistert, of erger nog, tekenen van een zonnesteek laten zien, dan heb je TE VEEL gedaan en niet naar je hond geluisterd. Heeft je hond aan het begin van jullie wandeling/ activiteit al moeite met de warmte, dan zou hij/zij waarschijnlijk niet naar buiten moeten.

Leer de vroege signalen en hoe je je hond moet lezen, zodat je ze een pauze kunt geven voordat het een probleem wordt… en NEEM ALTIJD WATER MEE!

 

OVERVERHITTING EN KOELEN

Zondag 21 mei 2023 was het een heerlijke warme lentedag terwijl ik drie workshops Canitrailen mocht geven tijdens het CaniSport Event. Een uitgelezen kans die ik met beide handen heb aangegrepen om de aanwezige deelnemers ‘live’ de signalen van oververhitting/ warmtestress te laten zien en te vertellen over hoe een hond z’n warmte kwijt kan raken. Veel eigenaren die verantwoordelijk zijn voor het welzijn van hun hond zijn zich niet bewust van de signalen van hun hond, omdat ze het vaak ook nooit geleerd is of zich er nooit zo in verdiept hebben.

Ik vind het dan ook mijn missie om deze informatie wel zoveel mogelijk te delen, omdat er in de media een hoop ongefundeerde beweringen voorbij komen en er nog vastgehouden wordt aan oude stigma’s die al lang achterhaald zijn. Ik blijf m’n informatie up-to-date houden door op de hoogte te blijven van alle nieuwe ontwikkelingen en onderzoeken bij werkhonden in o.a. het leger die vaak bij extreme temperaturen hun werk moeten doen.

HOE ZWETEN HONDEN
Honden hebben NIET zoals mensen de mogelijkheid om hun warmte volledig via zweten kwijt te raken. Hoe doen ze dat dan wel?

Honden kunnen zichzelf koelen door EVAPORATION (verdamping), CONDUCTION (geleiding), CONVECTION(convectie) en RADIATION (straling).

– EVAPORATION oftewel VERDAMPING vindt plaats door het hijgen (panting) van je hond. De lichaamswarmte die je hond kwijt wil wordt uit het lichaam verdreven via het oppervlak van de tong door verdamping van waterdruppeltjes op het tongoppervlak. Tot op zekere hoogte is dit proces effectief. Kort snuitige, brachycefale honden worstelen om zichzelf effectief af te koelen met deze methode. Niet alleen omgevingstemperaturen boven 31 graden Celsius maar ook vochtige omstandigheden (luchtvochtigheid vanaf 60%) maken deze methode minder effectief.

Hijgen kan dus efficiënt voor honden zijn om bij hogere omgevingstemperaturen af ​​te koelen, maar deze manier van koelen vraagt heel veel van het hele lichaam, vooral op het hart en de luchtwegen. Daarom is het belangrijk dat oude honden, honden met overgewicht, kortschedelige rassen en honden met hart- of ademhalingsproblemen niet te lang mogen blijven hijgen, maar direct gekoeld worden als ze beginnen te hijgen!

– CONDUCTION oftewel GELEIDING is afhankelijk van de overdracht van warmte van een warm oppervlak (de hond) naar een koeler oppervlak. Een goed voorbeeld hiervan is een hond die op zijn buik (minder haar) of helemaal gestrekt (liezen en oksels op de grond) ligt op koel, schaduwrijk gras.

– CONVECTION oftewel CONVECTIE is het verkoelende effect dat bewegende lucht ons biedt, zoals een koud zomerbriesje of ventilatoren.

– RADIATION oftewel STRALING is de overdracht van warmte aan de omgeving. Straling is niet effectief als de lichaamstemperatuur van de hond de omgevingstemperatuur nadert. En hoe dichter en dikker de vacht is hoe minder ze hun warmte op deze manier kwijt kunnen. Het zogeheten koel-vest geeft je hond verkoeling op basis van dit principe.

c

VERSCHILLENDE LAGEN IN DE VACHT
De vacht van de hond bestaat uit een combinatie van dekharen, onderwol, huid en de onderhuid die samen een isolerende factor vormen die de hond beschermd tegen warmte en koude. Door de verschillende lagen vacht en huid komt er een isolerende luchtlaag tussen deze lagen. Net zoals bij een thermos zit er tussen de verschillende wanden een isolerende luchtlaag. Deze zorgt ervoor dat warme drankjes warm blijven en koude drankjes koud. Net zo werken de luchtlagen in de vacht van de hond. Ga je de hond kort scheren, dan neem je de laagjes weg dus ook de isolerende luchtlaag. Hierdoor biedt de vacht geen bescherming meer tegen warmte en koude. Of kan je hond zelfs verbranden omdat de vacht niet meer kan beschermen tegen de zon. Maak je je hond aan de bovenkant nat om hem af te koelen, dan heeft dat geen enkel voordeel. Eerder een nadeel want je sluit daardoor de luchtlaag in de vacht en dus ook de isolerende factor tegen warmte.

Je hond helemaal (dus ook de bovenkant) nat laten worden door bijvoorbeeld te gaan zwemmen of natte doeken op de rug van je hond te leggen heeft dus niet zoveel zin.

c

EXTREEM HOGE LICHAAMSTEMPERATUUR
Als je hond zijn lichaamstemperatuur niet normaal kan houden kan dat een hitteberoerte als gevolg van het vrijkomen van ontstekingseiwitten veroorzaken. Deze eiwitten verwoesten het centrale zenuwstelsel, het cardiovasculaire systeem, de nieren, de longen, het maagdarmstelsel en de bloedstollingsroutes. Lichaamstemperaturen hoger dan 41 graden Celsius resulteren in multi-orgaanfalen, aangezien celdood optreedt als reactie op het vrijkomen van enzymen, cytokines en ontstekingsmediatoren. Het gevaar van stolling van lichaamseiwitten leiden dan tot onomkeerbare beschadigingen (vergelijk het maar met het koken van een ei) aan de organen.

c

WAT ZIJN DE SIGNALEN VAN OVERVERHITTING
# Extreem snel aanhoudend hijgen (eventueel met afwijkend snurkend geluid)
# Glimlachen;een hijgende “glimlach” (lippen naar achteren getrokken om meer van het tandvlees bloot te leggen, het oppervlak van de mond te vergroten – je hond heeft geen plezier!)
# Gescoopte tong; de tong is heel lang, aan het eind breed en vaak gekruld
# Slijmvliezen donkerrood tot paars (soms zelfs blauw) gekleurd (bij lip of ooglid)
# Veel kwijlen, witte dikke slijmplekken op de tong, braken of diarree

# Sloomheid; traag of ongecoördineerd bewegen, commando’s terughoudend opvolgen
# Ogen geknepen en naar achteren getrokken (spleetoogjes ipv normale ovale vorm)
# Oren naar achteren en gehoekt getrokken
# Plat op de grond in de schaduw willen gaan liggen; liezen en oksels raken de grond
# Warm aanvoelen, voel in binnenkant bek, binnenkant oren, in de liezen en bij meting temperaturen tussen 40.5 graden (oververhit) en 42 graden (hyperthermie). Normale temperatuur is 38/39 graden. De temperatuur van de hond is echter geen betrouwbare indicator. Fitte, atletische honden kunnen zich prima redden bij korte periodes van zeer hoge interne temperaturen. Een “normale” WERKtemperatuur voor zo’n hond kan oplopen tot wel 40/41,5 graden Celsius. 
# Buiten bewustzijn raken

c

WAT MOET IK DOEN BIJ OVERVERHITTING
Bij een oververhitte hond stop je meteen met je activiteit en is onmiddellijk koelen van levensbelang.
Hoe doe je dat:
Koele plek; Breng je hond direct naar een schaduwrijke liefst koele plek
Koele luchtstroom; Zorg voor een koele luchtstroom (ventilator, in de wind of zelf wind maken met je jas)
Bloedvaten openzetten; Maak de voetzooltjes, de liezen, oksels en hals nat. Kan je hond in het water staan zorg er dan voor dat je hond tot en met z’n buik in het water staat, laat je hond in de schaduw in het natte gras liggen of maak een handdoek nat, leg het op de grond en laat je hond erop liggen. Maak de vacht van je hond aan de bovenkant zo min mogelijk nat; dat brengt amper verkoeling en kan door het sluiten van de isolerende lagen in de vacht zelfs het tegengestelde effect hebben.
Water drinken; Laat je hond zo snel mogelijk water drinken in kleine hoeveelheden.
Koelen met alcohol; Maak de voetzooltjes, oksels en liezen nat met alcohol.  Koelen met alcohol (>70%) is de beste manier om de lichaamstemperatuur van je hond zo snel mogelijk te laten zakken, omdat door de alcohol de vaten zich direct verwijden waardoor hitte snel afgevoerd kan worden.
– Direct contact opnemen met de dierenarts

c

GOED LEIDERSCHAP
Voordat jullie ergens gaan canitrailen kijk je altijd eerst naar de fysieke gesteldheid van je hond en onderstaande omstandigheden voor je beslist of jullie gaan sporten en hoe lang jullie gaan canitrailen:

*Dagtemperatuur en het verloop; hoe warm is het en hoe snel gaat de temperatuur in de komende uren omhoog; in de vroege ochtend is de temperatuur het laagst en is de omgeving afgekoeld, terwijl in de avond de warmte van de hele dag nog lang kan blijven hangen.

*Acclimatiseren; is het net de eerste dag warm of zijn de afgelopen twee weken de temperaturen al geruime tijd hoog; ook een hond moet wennen aan de warmte (acclimatiseren). Afhankelijk van de fitheid van je hond en de weersomstandigheden duurt acclimatiseren gemiddeld 10 tot 20 dagen.

*Luchtvochtigheid; wat is de luchtvochtigheid die dag: vanaf de 60% kan je hond al veel minder vocht via het hijgen verdampen om af te kunnen koelen. Bij een luchtvochtigheid van 80 tot 100% is de lucht volledig verzadigd met waterdruppels en wordt het lichaamskoelingsysteem van je hond volledig teniet gedaan. In onderstaande Hitte Index Hondensporten staan wat richtlijnen mbt sporten met je hond bij bepaalde temperaturen en luchtvochtigheid, zoals Canicross, Bikejoren en Dogscooter.

*Windsnelheid en windrichting; welke wind er waait en hoe sterk de wind is; een noord tot noordoosten wind in de lente is koud en droog; een noord tot noordwesten wind in de zomer en herfst geeft koelere lucht; en in de winter zorgt de noordoosten en oosten wind voor koudere lucht. Heeft je hond een lange dubbele vacht dan kan de wind voor veel minder verkoeling zorgen als bij een hond met een kortharige enkele vacht.

*Vooronderzoek omstandigheden; onderzoek vooraf of er op jullie route voldoende schaduw is, zo min mogelijk opgewarmd zand of asfalt en of er water onderweg is om in af te koelen. Pas de afstand en lengte van jullie Canitrail aan, neem extra vers water mee met een opvouwbare drinkbak en zorg voor extra water voor na afloop of eindig bij een beekje.

*Aanpassen afstand: Lange perioden bij zeer hoge temperaturen sporten is gevaarlijk, zelfs als de hond fit en geconditioneerd is, als de lucht heet is en de luchtvochtigheid hoog is, waardoor koeling moeilijk wordt! Pas dus jullie afstand aan in de periodes dat je hond nog onvoldoende gewend is aan de warmte in de komende weken. Had je je ingeschreven voor een 15km Canitrail maar is je hond nog onvoldoende gewend aan de temperatuurverandering en loopt de temperatuur snel op in de 2 uur na de start, ga dan voor een kortere afstand of ga helemaal niet. Het welzijn van jouw hond is jouw verantwoordelijkheid dus wacht niet op een beslissing van de organisatie.

*Je hond bepaalt wat ie nodig heeft; Heb je alles vooraf goed overwogen en gaan jullie vroeg in de ochtend op Canitrail avontuur laat je hond onderweg drinken totdat hij ervoor kiest om te stoppen (tenzij het een dwangmatig probleem is). Je hond heeft waarschijnlijk korte drinkpauzes nodig om braken te voorkomen, maar blijf terugkeren naar het water totdat de hond het niet meer wil. Bied regelmatig het water aan dat je hebt meegenomen. Het kan zijn dat je hond het niet wil, maar blijf het toch aanbieden. Wees dus niet zuinig in het water dat je meeneemt!

 

HOUD JE HOND FIT
We gaan een periode tegemoet van warmere dagen, maar dat hoeft niet te betekenen dat jullie niets hoeven te doen. Jullie trainingen zullen heel flexibel meer aangepast zijn aan de weersomstandigheden en meer aangepast aan het behouden van jullie basis-fitness-niveau. Je gaat nu niet meer jullie uithoudingsvermogen, kracht, snelheid of duurvermogen op- of uitbouwen. Weet dat als jullie fit blijven, jullie een fit hart hebben dat tijdens het canitrailen een lagere hartslag geeft als bij een ongetraind team. Hoe lager de hartslag, hoe beter je hond met de warmte om kan gaan. Als je hond de hele zomer op z’n kont heeft gezeten, dan zullen jullie in september/ oktober de eerste 2-3 weken van jullie trainingen uitsluitend moeten acclimatiseren.

Een getrainde hond is dus beter in staat is om om te gaan met de warmte als een hond die bijvoorbeeld drie weken uit de roulatie is vanwege een blessure. Oude honden, jonge pups en honden met overgewicht kunnen hun lichaamstemperatuur ook niet zo goed regelen. Het handhaven van een gezond lichaamsgewicht moet worden beschouwd als een belangrijk managementinstrument om het HRI-risico te beperken.

c

TOEVOEGING: Net als bij mensen gaat ook bij honden de lichaamstemperatuur omhoog tijdens het hardlopen, al is dat wel minder als bij mensen. Wat opvallend is in een aantal studies die ik voorbij zag komen is het feit dat als je na het hardlopen en een korte cooling down je hond in de auto doet om te rusten, hun lichaamstemperatuur omhoog blijft gaan. Oververhitting heeft dus een momentum!

Misschien moet je de cooling down langer maken totdat je hond weer ‘volledig bijgekomen‘ is voordat je je hond in de auto doet…of in de auto ervoor zorgen dat er extra water ligt waar je hond bij kan, misschien wel een koeldeken waarop hij kan liggen en voldoende luchtstroom waardoor z’n lichaamstemperatuur minder ver omhoog blijft gaan: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC7222851/

c

TOT SLOT
Het allerbelangrijkste wat ik de afgelopen jaren heb geleerd over hittestress, oververhitting, hyperthermie is wel dat er GEEN standaard temperatuur en GEEN standaard luchtvochtigheid is waarbij het voor ALLE honden onverantwoord is om nog te gaan canitrailen.

Wel vind ik dat je je volledig bewust moet zijn van bovenstaande informatie en factoren die meespelen. En blijf je hond goed observeren…ook al zijn jullie al heel wat jaartjes samen! Het is ontzettend belangrijk om je hond door en door te kennen zodat je weet hoe hij reageert op warmte, luchtvochtigheid en of zijn vacht bijvoorbeeld geschikt is om bij hoge temperaturen te gaan canitrailen. Observeer, observeer, probeer, en leer. Weet wat je doet; wees altijd alert ook al denk je dat je alles al weet. Vertrouw je eigen onderbuik gevoel, maar vertrouw vooral ook het instinct van je hond. Ik heb een Podenco gezien die uitstekend en nog super fris erbij liep bij 20 graden Celsius en 80% luchtvochtigheid, terwijl mijn Witte Herder niet vooruit te branden is bij 15 graden Celsius en 65% luchtvochtigheid:)

 

©2023 Dorethea Bil – Canitrail.NL