Het Puppy Dagboek; hoe introduceer ik het canitrailen bij m’n pup

K9 Trail Time heeft op hun website vanaf juni 2017 een soort van dagboek bijgehouden over dingen die ze doen om hun nieuwe puppy Yogi kennis te laten maken met canicrossen zodat hun puppy net zoveel zal gaan genieten van het hardlopen als de rest van hun team als hij oud genoeg is. De drie fases heb ik in drie artikelen voor geïnteresseerde puppy-eigenaren die in de toekomst willen gaan canitrailen en canicrossen met hun lieve nog jonge viervoeters geschreven. De vertaling van deze artikelen heb ik voor jullie hieronder toegevoegd:

 

* 10 weken tot 6 maanden

Het eerste wat ik moet zeggen is dat onze pup nog een lange tijd NIET zal rennen in het tuig. Hij wordt momenteel 5 maanden oud en alles wat we doen in dit stadium is de basis leggen voor een gelukkige en evenwichtige hond. Yogi moet nog veel groeien en toen we hem met 10 weken kregen, ging hij eigenlijk nog 2 weken niet met de anderen wandelen om hem te laten settelen en te wennen aan het leven in zijn nieuwe naar huis voordat we iets fysieks deden.

In eerste instantie hebben we behoorlijk wat trainingen gedaan om Yogi te laten wennen aan zijn naam, aan z’n omgeving en de basisprincipes van puppytraining om hem op weg te helpen. Nadat hij al z’n vaccinaties had namen we hem mee naar het Tri Dog-evenement in Box End Park om Yogi te laten wennen aan het buiten zijn met veel andere honden in de buurt.

Voor ons is het heel belangrijk dat Yogi zich niet gestrest voelt omringd door andere honden en vooral niet door andere blaffende honden. Bij canicross-evenementen krijg je veel lawaai en activiteit aan het begin van races en als je een rustige en gecontroleerde hond aan de startlijn wilt hebben, is het belangrijk je hond te laten wennen aan dat soort lawaai en begrijpen dat het niet beangstigend is. Bij veel canitrail-evenementen is er vaak veel minder lawaai, maar het wennen aan luide muziek, veel activiteit en grote mensenmassa’s die tegelijkertijd gaan hardlopen (en dus de aanwezige energie verandert) is absoluut een must voor jullie sporthond-in-de-dop.

Het volgende dat we hebben gedaan, is hem laten wennen aan het dragen van een harnas. Het klinkt misschien voor de hand liggend, maar zoveel mensen laten hun hond aan een halsband lopen en verwachten dat hun hond het goed vindt dat hij een tuigje om heeft en leert eraan te trekken. Het gevoel van een harnas kan voor een hond heel anders zijn en daarom loopt Yogi al in een harnas tijdens onze speciale wandelingen, zodat hij kan leren dat het aantrekken van een harnas betekent dat jullie buiten iets leuks gaan doen.

Het andere dat we nu al trainen, zijn de commando’s tijdens onze speciale wandelingen. Je pup is nooit te jong om te beginnen met het trainen van de commando’s, dus we hebben gewerkt aan ‘wacht’ ‘ga door’ ‘gee’ (voor rechts) ‘haw’ (voor links) en ‘steady’ (als we die ooit onder de knie zullen krijgen zou dat een wonder zijn!). Tot nu toe lijkt het erop dat Yogi deze van de andere honden oppikt. Hij ziet de reactie van de andere honden op de commando’s die al getraind zijn en leert daar enorm veel van. Dit hoort allemaal bij z’n leerproces en uiteindelijk zal hij onafhankelijk weten wat de commando’s betekenen.

Het zal interessant zijn om te zien hoe Yogi de komende maanden met alles omgaat naarmate hij groeit en we meer activiteiten met hem kunnen gaan ondernemen. Op dit moment is wat hardlopen los van de lijn en relatief korte wandelingen aan de lijn, samen met op beloning gebaseerde training thuis, genoeg om zijn lichaam en geest bezig te houden terwijl hij leert over het leven als lid van het K9 Trail Time-team

Toevoeging: Je pup laat je in deze periode kennis maken met allerlei verschillende ondergronden zoals los zand, gras, mos, modder, water door er doorheen te lopen en de zenuwen te prikkelen. Je kunt nu ook het waterdrinken uit een opvouwbaar bakje trainen, het rijden van en naar een plekje in het bos, en laat je je pup zoveel mogelijk kennis maken met diverse geuren en beestjes in de bossen, duinen, weilanden etc.

* 6 tot 9 maanden

Dus nu je puppy een beetje volwassen is en er een beetje minder op een puppy en meer op een echte hond lijkt, kan het verleidelijk zijn om jullie speels opgezette wandelingen om te zetten naar echte trainingen. Juist op deze leeftijd heb ik het gevoel dat mensen een beetje te opgewonden raken over het trainen van hun hond en hun hond te snel teveel willen aanbieden. Het is erg belangrijk om te onthouden dat je hond nog steeds een puppy is, hoe volwassen ze er nu ook al beginnen uit te zien.

 

Dit is waar het debat begint. In veel sledehondenkennels beginnen de jongeren vanaf ongeveer 6 maanden in het tuig te gaan in teams (en dit is het cruciale ding) om de kneepjes van het vak te leren. Hoewel dat misschien allemaal goed en wel is voor een grote kennel waar grotere teams van honden samen rennen en de trekkracht wordt verdeeld over het team, is het niet hetzelfde als een hond die alleen aan je gewicht trekt. Het is ook de moeite waard om erop te wijzen dat veel van deze honden naar verwachting geen lange loopbaan zullen hebben en hoewel velen dat wel doen, is er een groot verschil tussen de ervaring van een racekennelhond en jouw hond.

 

Het is bewezen dat de groeischijven van honden pas volledig sluiten als ze een stuk ouder zijn en in het geval van sommige van de grotere hondenrassen is 2 jaar normaal voor volledige skeletvolwassenheid. Volledige volwassenheid wordt vaak pas bereikt als de hond ongeveer 3 jaar oud is. Met dit in gedachten, zou je dan niet liever een paar maanden willen wachten en ervoor zorgen dat je je hond geen onnodig kwaad doet? Ik ben er geen fan van om een ​​specifieke datum vast te stellen waarop je moet beginnen met het doen van een goede tuigtraining, aangezien elke hond een individu is en moet worden beoordeeld op zijn eigen ontwikkeling.

Je kunt bijvoorbeeld een GSP (Duitse kortharige pointer) hebben die, wanneer hij volgroeid is, meer dan 35 kg kan wegen en de bot- en spierstructuur moet hebben ontwikkeld om dat gewicht te ondersteunen voordat hij aan het harnas trekt. Of een GSP die amper 20 kg weegt en fysiek een stuk sneller volgroeid zal zijn dan de grotere, zwaardere hond. Zelfs dit houdt geen rekening met de ‘’mentale ontwikkeling’ van de hond en dit is iets dat volgens mij net zo belangrijk is als hun fysieke ontwikkeling.

 

Met andere woorden: sommige honden (zoals sommige mensen!) rijpen mentaal een stuk langzamer dan andere en hebben meer tijd nodig om informatie te verwerken om commando’s zelfverzekerd te kunnen volgen. Als je een pup hebt die snel afgeleid of nerveus is in een nieuwe omgeving, is het de moeite waard om de hond vertrouwen te geven in jou en in nieuwe situaties, voordat je verwacht dat ze voor je gaan werken. Helaas zijn er honden die niet de tijd krijgen die ze nodig hebben om te leren werken in het tuig. Als ze in een racesituatie worden geplaatst, kunnen ze erg nerveus of zelfs agressief worden als ze nog onvoldoende zelfvertrouwen hebben. Dus het is echt, echt belangrijk dat je op het individuele tempo van je hond meebeweegt als je overweegt om de training die je met je hond doet gaat intensiveren.

 

Mijn eigen pup is op het moment van schrijven 7 maanden oud en we hebben veel getraind, maar het is misschien niet het soort training dat je per se zou verwachten als je het hebt over het trainen van een hond voor tuigsporten. We gaan bijna dagelijks naar nieuwe plekken en houden niet vast aan dezelfde wandelroutes, zodat hij steeds nieuwe dingen tegenkomt. Ik gebruik de spraakopdrachten consequent tijdens al onze wandelingen en ik wil heel graag een goed ‘wacht’-commando in zijn brein krijgen (omdat hij al veel groter en sterker is dan ik had verwacht!) Dus we stoppen regelmatig om dit te versterken. Daarnaast ben ik begonnen met hem tijdens onze wandelingen vrij te laten rennen terwijl ik jog. Onlangs is zijn prooidrift echter begonnen, dus dit heeft de hoeveelheid vrij rennen die hij kan doen beperkt.

Qua tuigje heeft hij vanaf dag 1 een looptuigje en nu begint hij al echt te trekken (zoals hij de anderen ook ziet doen). Ik heb dit niet ontmoedigd. Ik heb thuis een paar van de harnassen bij hem uitgeprobeerd, gewoon om te zien wat hij ervan vindt om iets op zijn rug te hebben, omdat ik denk dat hij uiteindelijk een langer harnas nodig zal hebben. Op dit moment houdt hij er niet van om iets op zijn rug te hebben, dus daar zullen we wat meer aan moeten doen om er zeker van te zijn dat hij straks gewend is aan iets dat over zijn lengte trekt.

We zijn ook naar een paar races geweest om hem de kans te geven zoveel mogelijk honden te ontmoeten, hem te laten wennen aan veel mensen, honden en natuurlijk het lawaai geassocieerd met de start van een race! Ik denk niet dat het belangrijk is om ze hieraan te laten wennen, aangezien het laatste wat je wilt, is dat je hond zich gestrest voelt als hij in het harnas rond andere honden loopt en dus als ze zich al comfortabel en gelukkig voelen in de buurt van veel honden, kan dit alleen maar positief zijn. Ik zorg er ook voor dat Yogi niet met elke hond mag spelen die we zien, omdat dit ook een probleem kan zijn. Je wil tenslotte ook niet dat je hond anderen lastigvalt als je aan het rennen bent; dus het is erg belangrijk ervoor te zorgen dat je hond zich nog steeds op jou blijft concentreren.

 

Behalve dat we de tijd en afstanden van onze wandelingen vergroten en af ​​en toe joggen, hebben we niet veel anders op het gebied van lichaamsbeweging gedaan. Yogi is behoorlijk gegroeid en hij zal behoorlijk lang worden, dus ik wil beperken de hoeveelheid beperken zodat hij later in zijn leven niet lijdt aan te broze of vergroeide botten. Bovenal geniet hij er gewoon van om nog steeds een puppy te zijn. Ik denk dat het van cruciaal belang is om je hond de tijd te geven om puppy te zijn zolang hij nodig heeft en hem niet te snel ergens in te duwen. Het is in ieder geval ook een mooie tijd om elkaar goed te leren kennen, zodat we straks als een goed geolied team kunnen samenwerken.

 

Dus voor nu ben ik blij dat hij leert wat hij moet. Trainen met tuig zal alleen maar toenemen als ik zeker weet dat hij zowel fysiek als mentaal voldoende ontwikkeld is!

 

* 9 tot 12 maanden

We hebben nu het stadium bereikt waarin onze eerste race niet al te ver weg is, we hebben nagedacht over een ‘goed’ tuigje en ook een beetje meer gedaan in termen van daadwerkelijke canicross-training voor Yogi. Het is nog steeds belangrijk om te onthouden dat honden zullen blijven groeien tot en zelfs na de leeftijd van 12 maanden. Zelfs als ze een jaar oud zijn, moet er nog steeds voorzichtig getraind worden met de jonge honden, met aandacht voor hun gewrichten en hun beïnvloedbare geest. Blijf alert op positieve ervaringen en niet al te belastende trainingen.

Yogi was al op zeer jonge leeftijd comfortabel met zijn kortere harnas, maar gezien zijn beweging en vorm, was het vrij duidelijk dat hij beter geschikt zou zijn om in een langer trekharnas te gaan rennen. Yogi is een natuurlijke trekker en ook wanneer hij vrij loopt heeft hij een zeer lange paslengte. Hoewel het kort harnas zijn rennen op geen enkele manier beperkt, zal een langer harnas beter voor hem zijn om op lange termijn de ‘pull’ van zijn beweging goed te kunnen stroomlijnen. Met dit in gedachten begonnen we rond 10 maanden de langere harnassen te passen om te kijken wat het beste bij hem zou passen.

 

We hebben het geluk dat we allerlei harnassen hebben om te proberen, maar als je een uitrusting voor je hond kunt lenen en ze gewoon kunt laten wennen aan verschillende stijlen en lengtes voor je hond, is dit een geweldige manier om te zien wat er goed uitziet en om ze te laten wennen aan een goed hardloopharnas. Veel honden hebben geen langer harnas nodig, maar omdat Yogi de vorm van een hond heeft en atletisch gebouwd is, twijfelde ik er nooit aan dat hij uiteindelijk een langer harnas zou dragen. We lieten hem pas in één rennen toen hij ongeveer 11 maanden oud was.

 

Naast de selectie van harnassen waren we ook bezig met tal van andere kleine stukjes training om Yogi te laten wennen aan het leven in het harnas. We hebben in deze tijd geen grote afstanden afgelegd. Het is belangrijk om elke afstand langzaam op te bouwen om je hond aan te moedigen meer te willen doen. Als je je pup teveel uitput door hem meteen naar buiten te brengen om vervolgens al 5 kilometer in het harnas te laten lopen, zou je kunnen merken dat ze een negatieve associatie krijgen. Het is veel beter om bij korte runs te blijven en ze meer te laten doen, zodat ze opgewonden en blij zullen zijn als het harnas tevoorschijn komt. Je moet er ook voor zorgen dat ze niet overbelast raken. Net als mensen kunnen ook honden pijn en vermoeidheid in spieren en gewrichten voelen, dus houd hier goed rekening mee tijdens het trainen.

Andere dingen die we gedaan hebben om trainen leuk te maken, is door te variëren met wat we elke dag doen. Yogi heeft hardgelopen in bossen, door velden, door water, heuvels op, door enkeldiepe modder en het is allemaal een goede ervaring voor hem om te leren dat niets eng is en dat we tijdens een run of race ook elk type oppervlak kunnen tegenkomen. Met Yogi hebben we getraind door modder, water, sneeuw, velden, bossen en op zoveel mogelijk verschillende oppervlakken als we kunnen vinden; gras, baan en zelfs zeer korte stukken op asfalt om ervoor te zorgen dat hij niet wordt gehinderd door iets dat we tijdens een route zouden kunnen tegenkomen.

 

Maar hoe zit het met andere honden? We hebben veel gesocialiseerd met Yogi om ervoor te zorgen dat hij vriendelijk is en goed met andere honden omgaat, maar we hebben ook momenten gehad waarop hij andere honden moest negeren en zich moest concentreren op zijn werk. Om eerlijk te zijn, is hij erg geïnteresseerd in het zeggen van ‘hallo’ tegen andere honden als hij uit is, maar ik heb dit actief ontmoedigd terwijl hij aan in het tuig zit, omdat dit geen acceptabel gedrag is tijdens een race en het is niet iets waar ik mee te maken wil hebben wanneer Ik hem uiteindelijk voor de fiets heb! We hebben een paar keer vrienden ontmoet die honden hebben die Yogi alleen van tijd tot tijd ziet en hij is aangemoedigd om ze te negeren tijdens het rennen, maar hij mag met ze spelen als hij niet in een ‘werkende’ situatie is en dit lijkt goed te werken.

Bij het trainen van een jonge hond is het altijd handig om met andere ervaren hun bekende honden te ‘daten’ om van te leren. Wij hebben ontdekt dat dit het beste werkt. Dat is niet zo handig als dit je enige hond is, maar met zoveel canicross-groepen om mee af te spreken, zou het geen probleem moeten zijn om vrienden te vinden met honden die erg gefocust zijn en die je kunt ontmoeten om mee te doen voor een ‘sociale run’. Of je plaatst een oproepje voor hulp op de Facebookpagina van Canitrailers.  Ik heb ontdekt dat Yogi voldoende zelfvertrouwen heeft en het verschil kent tussen ‘werken’ en het samen rennen met de andere honden die ook niet aangelijnd zijn. Ik heb hem onlangs ook een keer meegenomen naar een nachttrail en laten rennen met een paar andere honden die hij niet kende. Hij gedroeg zich heel goed, passeerde zonder te proberen te interfereren met een andere hond en neemt de leiding als dat nodig is, dus hij heeft geleerd om vooraan te rennen en niet te jagen.

 

Bij het trainen van een hond op deze leeftijd is het ook belangrijk om te bedenken dat dit soort focus vermoeiend is.  Als ik Yogi heb gevraagd echt na te denken over wat hij aan het doen is, is hij daarna moe, dus geef je jonge hond voldoende rust na afloop. Je hebt hopelijk een lange en gelukkige loopcarrière met je pup, dus het is niet nodig om dingen te overhaasten of heel veel training te proppen in een te kort tijdsbestek. Ze kunnen blijven leren ‘on the job’ zolang de basis maar aanwezig is en jij hebt vervolgens een gelukkige en zelfverzekerde hond die het heerlijk vindt om te rennen.

 

Samenvattend raden we aan:
* Train heel regelmatig en wacht tot je hond zowel fysiek als mentaal ontwikkeld is voordat je hem vraagt ​​​​om met je in het harnas te rennen.

 

* Zorg ervoor dat je eerst de basis hebt gelegd; socialisatie en het aanleren van commando’s zijn twee belangrijke dingen die cruciaal voor een gelukkig en gefocuste pup.

 

* Forceer je hond nooit, ga niet over zijn buiten zijn mogelijkheden en grenzen en wordt nooit boos als ze iets niet doen wat je wilt; ga terug naar de basis en begin vervolgens opnieuw als je merkt dat je problemen hebt.

 

* Ontmoet zoveel mogelijk anderen en laat je hond leren van ervaren canicrossers/ canitrailers en hun honden. Het delen van kennis, ervaring en tips kan een groot verschil maken voor hoe je aan de slag gaat.

 

We hopen dat deze (zeer korte) gids interessant is geweest en dat je wat handvatten hebt om met je pup aan de slag te gaan zodat jullie samen een leven lang heel veel plezier zullen beleven aan het samen hardlopen op de trails J

(Vertaling van de drie engelse artikelen die te lezen zijn op de website van K9 Trail Time)

 

Gebruiken mens en hond dezelfde energiesystemen?

Als hardlooptrainer voor honden en mensen verdiep ik mij graag in de basis van het hardlopen. Want waar haal ik en mijn hond de energie vandaan om langere afstanden af te kunnen afleggen. Hoe train ik dat dan? En wat beïnvloedt die energiesystemen?
Maar nog essentiëler vind ik de vraag of de hond en de mens, beide zoogdieren, dezelfde energiesystemen gebruiken….Mijn zoektocht tot nu toe leverde onderstaande bevindingen op die ik graag met jullie wil delen. Een zoektocht die wat mij betreft nog steeds niet kaar is want er zijn nog heel wat onderzoeken niet gedaan op dit onderwerp.
c

De vier energiesystemen van de mens
Het menselijk lichaam heeft een motor die bestaat uit de spieren en het hart-longsysteem. Als je intensiever gaat inspannen hebben je spieren meer zuurstof nodig omdat er sneller energie vrij moet komen. Daarom gaat je hartslag omhoog bij fysieke inspanning: je hart pompt meer zuurstof naar je spieren. In het begin ga je dieper ademen, maar niet sneller. Er komt vanzelf een punt (als je blijft versnellen) dat je niet meer dieper kunt ademen, maar je bovenbenen wel meer zuurstof vragen. Dat is het moment dat je sneller gaat ademen. Dit is het moment dat de trainingsprikkel begint, boven deze inspanning ga je conditie opbouwen: je aerobe drempel. Dit heet de aerobe drempel omdat je met veel zuurstof vooral je vetten als brandstof aan kunt spreken. Deze intensiteit kun je wel vier tot zes uur volhouden. Blijf je na de aerobe drempel versnellen, dan kom je op je anaerobe drempel. Je gaat minder diep ademen en exponentieel sneller, melkzuur hoopt zich op en deze inspanning houd je ongeveer een uur vol en je verbrandt vooral glycogeen.

Om te lopen heeft je motor dus energie nodig. Er zijn vier brandstoffen, namelijk ATP, Creatine Fosfaat, Glycogeen en Vet. Voor de duursporten zijn vooral glycogeen en vet interessant. Het nadeel van vet is dat het langzaam vrij komt en er veel zuurstof nodig is om het vet te kunnen verbranden. Dus vet als brandstof geeft nooit direct energie. Als je rustig loopt kun je prima de vetten gebruiken als brandstof, maar als je wil gaan versnellen heb je een andere brandstof nodig, namelijk glycogeen.

De eigenschap van vetten is dat het energiezuinig is. Je doet er lang mee en de verbranding verloopt rustig. Glycogeen, oftewel energiesnelle suikers, vallen onder de tragere koolhydraten. Dit glycogeen ligt opgeslagen in de lever en rond de spieren. Een goed getrainde loper kan op maximaal glycogeengebruik ongeveer 1,5 uur tot 2 uur  lopen. Beide systemen blijven ten alle tijde actief, dus het is een fabeltje dat je ene systeem ( glycogeen) wordt ingeschakeld als je andere systeem (vetten) niet meer meedoet. Beide systemen blijven actief omdat de zuurstofopname evenredig stijgt met de oplopende belasting.

 

In onze spiercellen, om precies te zijn in de mitochondriën, wordt de energie geproduceerd. Daarbij kunnen de cellen gebruik maken van 4 energiesystemen, namelijk

1. Het Adenosinetrifosfaat (CP-ATP) systeem
2. Het Anaerobe Glycolyse systeem
3. Het Aerobe Glycolyse systeem
4. Het Aerobe Vetzuren systeem

 

  1. Het Adenosinetrifosfaat (CP-ATP) systeem is een energiebron voor de hele korte sprint waarbij de energieborn ATP energie en ADP levert. Kenmerkend aan dit energiesysteem is de geringe voorraad energie die je voor circa 10 seconden kunt inzetten op maximale snelheid in een sprint.
  2. Het Anaerobe Glycolyse systeem is een belangrijke energiebron voor de middenafstanden waarbij het glycogeen wordt afgebroken en daarbij melkzuur en energie levert. Kenmerkend aan dit energiesysteem is de beperkte voorraad die je voor enkele minuten energie levert voor middellange afstanden op hoge snelheid.
  3. Het Aerobe Glycolyse systeem is de voornaamste energiebron voor de lange afstanden waarbij glycogeen met zuurstof samen een enorme energie met koolstofdioxide en zuurstof oplevert. Kenmerkend aan dit energiesysteem is de grote voorraad energie die je voor enkele uren kunt inzetten voor een lange afstand op duurtempo.
  4. Het Aerobe Vetzuren systeem is de voornaamste energiebron voor de echte diesels waarbij vetzuur met grote hoeveelheden zuurstof wordt afgebroken tot grote hoeveelheden energie, koolstofdioxide en zuurstof. Kenmerkend aan dit energiesysteem is de zeer grote voorraad die je vele dagen kunt inzetten voor extreem lange afstanden op laag tempo met een hoger zuurstofverbruik.

Sprinters gebruiken vooral ATP als brandstof en langeafstandlopers gebruiken de aerobe omzetting van vetzuren en glycogeen. De inzet van de 4 energiesystemen is de verklaring voor de afname van het vermogen met de tijd die Pete Riegel gevonden heeft. In de grafiek hebben we inzichtelijk gemaakt hoe de inzet van de 4 energiesystemen in de praktijk als functie van de inspanningsduur verloopt.

 

Uit “Lopen op Vermogen” van Ron van Megen en Hans van Dijk.

 

Hoe zit het bij honden? Gebruiken die ook de 4 energiesystemen zoals bij mensen?
Honden zijn van nature uithoudingsvermogen-dieren. Ze hebben een hoog oxidatievermogen en zijn goed aangepast aan uithoudingsactiviteiten. Er is zelfs een discussie of honden spiervezels hebben die volledig anaëroob zijn! Dat betekent echter niet dat het cardiovasculaire uithoudingsvermogen niet kan worden verbeterd. Aërobe cardiovasculaire conditionering zal het hartslagvolume, de bloedstroom en de zuurstofopname verhogen, terwijl de hartslag in rust wordt verlaagd.

Om meer te weten over het aerobe of anaerobe vermogen van de hond wil ik verwijzen naar het artikel “Exercise physiology of the Canine Athlete” van Ralp Millard uit 2016. Een goed algemeen begrip over de fysiologische functie van het lichaam van de hond is belangrijk als basis om te begrijpen hoe je hond z’n systemen inzet tijdens het canitrailen. Honden blijken skeletspieren te hebben met superieure oxidatieve capaciteiten. Zelfs de minst oxidatieve spiervezels bij honden hebben een aanzienlijk vermogen tot aëroob metabolisme in vergelijking met snelle vezels van andere soorten.

Het lijkt er volgens onderzoeken dus op dat honden veel minder als mensen gebruik maken van het op glycogeen gebaseerde systeem en meer op het op vetzuren gebaseerde energiesysteem. De vier energiesystemen die gebaseerd zijn op de mens zijn dus niet exact hetzelfde als de energiesystemen van de hond.Er zijn wezenlijke verschillen.

In plaats van glycogeen gebruiken sledehonden andere energiebronnen zoals spiertriglyceriden (de reeds aanwezige vetvoorraad in de cellen). Honden zijn waarschijnlijk in staat tot deze vorm van metabolisme vanwege hun aangeboren vermogen om vrije vetzuren te gebruiken, hun vermogen om hoge niveaus van training in uithoudingsactiviteiten uit te voeren en de consumptie van een dieet met een hoog percentage vet als een van de componenten. De skeletspier van honden bestaat voornamelijk uit spiervezels van type I, IIA en IIAX, die allemaal in staat zijn tot een hoog oxidatief metabolisme. Zeer aerobe zoogdieren zoals honden hebben een verhoogd vermogen om op vet gebaseerde substraten te gebruiken voor het energiemetabolisme.  Het vetrijke, eiwitrijke dieet van sledehonden kan helpen om de spierglycogeenvoorraden te behouden tijdens het sporten.

Het is vrij algemeen aanvaard dat de skeletspier van honden een relatief hoog vermogen heeft tot aëroob metabolisme. Het is waarschijnlijk dat honden veranderingen in het spiervezeltype ervaren als reactie op inspanning. Echter het gebrek aan verandering in capillaire dichtheid in skeletspieren na duurtraining suggereert dat microcirculatie van ongetrainde jachthonden al voldoende is om te voldoen aan de eisen van duurtraining of dat de overbelasting die nodig is om veranderingen te bevorderen in deze onderzoeken niet werd bereikt. Zelfs ongetrainde honden hebben een hoge aerobe capaciteit en lijken genetisch aangepast te zijn voor efficiënte zuurstofextractie en -gebruik. Het is echter belangrijk om een ​​ongetrainde hond niet te verwarren met een zittende, inactieve of zwaarlijvige hond.

Duurtraining is echter waarschijnlijk zeer gunstig voor de algehele gezondheid van honden en een verbeterde atletische functie. Krachttraining vergroot de omvang van type II-vezels meer dan type I. Training met hoge weerstand verhoogt het aantal contractiele eiwitten in type II-vezels, waardoor het dwarsdoorsnede-oppervlak en de kracht die ze kunnen genereren, toenemen. Men denkt dat de vergroting van spieren die optreedt bij krachttraining meestal optreedt als gevolg van hypertrofie van spiervezels en niet van hyperplasie (toevoegen van spiervezels). Kracht bij honden heeft voornamelijk te maken met snelheid en het vermogen om lasten te dragen of te trekken. Kracht is ook belangrijk voor honden die zeer snel moeten accelereren en vertragen, zoals honden die deelnemen aan behendigheidswedstrijden. Net als kracht wordt de sprintsnelheid ook het meest beïnvloed door type II spiervezels.

Kortdurende trainingsprogramma’s met maximale intensiteit zijn het meest geschikt om een ​​toename van kracht of snelheid te bevorderen. Naast het conditioneren van de spieren van de ledematen is het ook belangrijk om te focussen op de wervelkolomspieren. Tijdens sprintoefeningen is waargenomen dat de wervelkolomspieren als een van de eersten vermoeid raken. Lopen op een helling op de loopband en bergopwaarts sprinten zijn goede activiteiten om de spieren te versterken, inclusief de wervelkolomspieren. Andere versterkende oefeningen zijn rennen of racen, weerstandsbelastingen trekken of dragen, tegen iets in zwemmen en draven of rennen op hellingen of trappen. Het uitvoeren van krachttraining kan de grootte van spiergroepen en de kracht die ze kunnen genereren vergroten.

Er is zoals blijkt uit het artikel al veel wel onderzocht maar ook nog heel veel niet. Ik vroeg mij af of de energiesystemen van de mens dezelfde waren als de energiesystemen van de hond. Mijn conclusie tot nu toe is…NEE. Er zijn overeenkomsten maar het energiesysteem van onze lieve viervoeters is anders als die van mensen. Omdat de honden wezenlijk een ander energiesysteem gebruiken tijdens het canitrailen is het natuurlijk ook logisch om de voeding daarop aan te passen. uiteraard is dat weer een ander onderwerp maar wel een logisch gevolg van….

c


VERTALING: Voor wie meer hierover wil weten heb ik een vertaling van een deel van het artikel toegevoegd:

A. Skeletspiercellen
Skeletspiercellen spelen een grote rol bij lichaamsbeweging en het bepalen van atletische prestaties, en het is belangrijk om de structuur en functie ervan te begrijpen. Het spierstelsel is een verzameling samentrekkende eenheden die de krachten leveren om verschillende functies uit te voeren, zoals voortbeweging, houding, ademhaling en bloedsomloop. De drie soorten spieren in het lichaam zijn de skeletspier, de gladde spier en de hartspier. Deze sectie richt zich op de skeletspierfysiologie.Skeletspieren worden ingedeeld in typen op basis van de specifieke individuele contractiele en metabolische eigenschappen van elke cel. Een algemeen classificatieschema verdeelt spiervezels op basis van hun contractiesnelheid, wat het resultaat is van hun contractiele en metabolische eigenschappen. Over het algemeen worden spiervezels beschouwd als slow twitch (type I) of fast twitch (type II). Type I-vezels bevatten hogere niveaus van oxidatieve enzymen, myoglobine en mitochondriën en zijn zeer geschikt om aerobe activiteiten uit te voeren en vermoeidheid te weerstaan. Type II-vezels hebben kleinere hoeveelheden oxidatieve enzymen en beperkte aerobe mogelijkheden. Type II-vezels bevatten echter grote hoeveelheden glycolytische enzymen voor het anaërobe metabolisme en zijn in staat hogere spanningsniveaus en verkortingssnelheid te genereren, maar zijn veel minder bestand tegen vermoeidheid dan type I-vezels.Honden zijn vrij uniek omdat hun snelle vezels, naast de aerobe eigenschappen van slow twitch-vezels, ook aanzienlijke oxidatieve eigenschappen hebben. Er is zelfs significant bewijs dat suggereert dat er geen puur glycolytische spiervezels aanwezig zijn in de skeletspieren van de romp en ledematen van honden. Er is gesuggereerd dat de enige locatie van type IIB-spiervezels bij honden in de larynxspieren (in het strottenhoofd) is. Er wordt aangenomen dat eerdere onderzoeken die alleen op immunokleuring waren gebaseerd, hebben geleid tot een verkeerde classificatie van spiervezels. Nieuwere studies hebben elektroforese, immunoblots, immunohistochemie en beeldanalyse geïmplementeerd om spiervezels van honden te karakteriseren.Momenteel worden vijf belangrijke vezeltypes beschreven in de romp- en ledematenspieren van honden, waaronder drie zuivere vezels (I, IIA en IIX) en twee hybride vezels (I+IIA en IIAX). De oxidatieve/glycolytische verhouding van hondenspiervezels neemt af van type I (hoogste) naar IIX (laagste). Type IIA is intermediair, met beide hybriden tussen hun respectievelijke zuivere isovormen. De afname van het oxidatieve vermogen van type I naar type IIX is drie tot vier keer minder dan bij andere zoogdieren, wat een andere bevinding is die de superieure oxidatieve capaciteit van de skeletspieren van honden ondersteunt. Zelfs de minst oxidatieve spiervezels bij honden hebben een aanzienlijk vermogen tot aëroob metabolisme in vergelijking met snelle vezels van andere soorten. De maximale verkortingssnelheid van spiervezels van honden neemt toe van type I (traagste) naar type IIX (snelste).

c

B. Spierpijn en Vermoeidheid
Vermoeidheid is een disbalans tussen de ATP-behoefte van de spieren en het vermogen om ATP te produceren
. Tijdens inspanning neemt de behoefte aan ATP door skeletspieren dramatisch toe. Omdat de componenten die nodig zijn om ATP-niveaus te regenereren uitgeput raken, is er minder ATP beschikbaar om energie te leveren voor aanhoudende spiercontractie, wat resulteert in een onvermogen om te oefenen of te presteren op hetzelfde niveau of tempo als voorheen. Fosfaat is een van de componenten die nodig zijn voor de vorming van ATP. Wanneer ATP-vorming de ATP-consumptie niet kan bijhouden, hopen zich overmatige anorganische fosfaationen op in de spiercel. Hoge concentraties fosfaationen kunnen direct interfereren met de kruisbrugging van actine en myosine, en ook de calciumafgifte uit het sarcoplasmatisch reticulum remmen. Melkzuur (lactaat) is een eindproduct van het glucosemetabolisme via de glycolytische route. Lactaat wordt gevormd tijdens omstandigheden van onvoldoende zuurstoftoevoer naar spieren of door spiervezels met een laag aantal mitochondriën. Ophoping van melkzuur als gevolg van anaëroob metabolisme in spiercellen kan ook enzymen remmen die betrokken zijn bij de productie van ATP.

Glycogeen is een belangrijke energiebron die tijdens inspanning wordt gebruikt. Uitputting van spierglycogeen is een kritieke factor die verband houdt met vermoeidheid bij topsporters tijdens langdurige inspanning.  Sledehonden zijn een goed voorbeeld van een topsporter. Canne-atleten met een hoog uithoudingsvermogen kunnen een opmerkelijk vermogen hebben om de spierglycogeenconcentraties te handhaven tijdens perioden van langdurige inspanning. Ondanks de beperkte inname van koolhydraten ontwikkelden sledehonden die gedurende 5 opeenvolgende dagen 160 km (99,4 mijl) per dag renden, geen cumulatieve spierglycogeendepletie.
Op de eerste trainingsdag was er een afname van het spierglycogeengehalte; elk van de volgende trainingsperioden resulteerde echter in een stabiel spierglycogeengehalte, dat hoger was dan het gehalte na de eerste dag. Er is vastgesteld dat spierglycogeenbehoud bij duursporters, zoals sledehonden, optreedt als gevolg van verzwakking van uitputting in plaats van snelle aanvulling. Tijdens het eerste deel van meerdaagse duurraces gebruiken sledehonden een aanzienlijk deel van de spiermassa glycogeen. Op de daaropvolgende dagen gebruiken ze slechts een klein percentage van hun resterende spierglycogeenvoorraden. In plaats van glycogeen gebruiken sledehonden andere energiebronnen zoals spiertriglyceriden.

Honden zijn waarschijnlijk in staat tot deze vorm van metabolisme vanwege hun aangeboren vermogen om vrije vetzuren te gebruiken, hun vermogen om hoge niveaus van training in uithoudingsactiviteiten uit te voeren en de consumptie van een dieet met een hoog percentage vet als een van de componenten. De skeletspier van honden bestaat voornamelijk uit spiervezels van type I, IIA en IIAX, die allemaal in staat zijn tot een hoog oxidatief metabolisme. Zeer aerobe zoogdieren zoals honden hebben een verhoogd vermogen om op vet gebaseerde substraten te gebruiken voor het energiemetabolisme.  Het vetrijke, eiwitrijke dieet van sledehonden kan helpen om de spierglycogeenvoorraden te behouden tijdens het sporten.

Evaluatie van gevaste ratten die aan verschillende perioden van herhaalde inspanning werden onderworpen, toonde vergelijkbare resultaten van spierglycogeenbehoud, wat suggereert dat metabolische aanpassingen bepaalde soorten, zoals honden, in staat stellen spierglycogeenvoorraden te behouden tijdens perioden van herhaalde inspanning. Er kan een kritische concentratie van spierglycogeen zijn die het lichaam beschermt tegen overmatige consumptie tijdens herhaalde inspanning. Vergeleken met mensen kunnen geconditioneerde hondensporters een voordeel hebben met betrekking tot langdurige inspanning op basis van hun zeer aerobe metabolisme en het vermogen om alternatieve substraten te gebruiken voor energie en onderhoud van spierglycogeenvoorraden.
c

C. Conditionering en training van skeletspieren
Conditionering van skeletspieren omvat het uitvoeren van fysieke oefeningen die de spieren voorbereiden op de specifieke taak die ze moeten uitvoeren. Training heeft betrekking op het incorporeren van de specifieke oefening in het type sportevenement of activiteit waar de hond bij betrokken zal zijn. Een deel van de training omvat ook gedragsverandering die nodig is om de specifieke activiteit uit te voeren. Tijdens inspanningstraining worden atleten vaak gepusht om een ​​activiteit uit te voeren totdat ze fysiek niet meer in staat zijn om door te gaan. Dit wordt gewoonlijk het overbelastingsprincipe genoemd, dat verwijst naar de noodzaak dat een systeem wordt uitgeoefend op een niveau dat verder gaat dan het effect dat training gewend is. Door het systeem in een overbelaste toestand te plaatsen, past het zich aan nieuwe omstandigheden aan, waardoor het systeem beter in staat is om een ​​taak op een hoger prestatieniveau uit te voeren. Dit principe is van toepassing op het cardiovasculaire systeem, het bewegingsapparaat en andere lichaamssystemen. Factoren die overbelasting beïnvloeden, zijn onder meer de intensiteit, duur en frequentie van een bepaalde oefening. De meeste soorten oefentraining kunnen worden onderverdeeld in duur- of krachttraining. Het is belangrijk dat bij de training gebruik wordt gemaakt van de systemen en structuren die bij de activiteit betrokken zijn. Dit is een trainingsprincipe dat specificiteit wordt genoemd. Een hond die bijvoorbeeld deelneemt aan een sport waarbij hij moet trekken, zou er beter aan doen om te rennen terwijl hij tegen weerstand in trekt, in plaats van langdurig te draven op een loopband. Bij mensen resulteert het deelnemen aan trainingsactiviteiten die gericht zijn op specifieke spiergroepen in aanpassingen in de spiertypes waarop wordt getarget. Uithoudingsoefeningen, zoals het lopen van lange afstanden met een submaximale hartslag, verhogen bijvoorbeeld het vermogen om op een aerobe manier energie te produceren door de haarvaten en mitochondriën te vergroten, vooral in type I-spiervezels.

Een hoog uithoudingsvermogen is erg belangrijk bij honden die deelnemen aan langdurige lichaamsbeweging, zoals sporthonden, hoeden en honden die op lange afstand racen. Uithoudingsvermogen heeft betrekking op het vermogen van een spier of een groep spieren om veel herhalingen van samentrekking te ondergaan bij lage belasting. Duurtraining richt zich meestal op specifieke spiergroepen die betrokken zijn bij de specifieke actie en duurt lang, meestal langer dan 15 minuten. Duuroefeningen voor honden omvatten draven, rennen, zwemmen, land- en onderwaterloopbandactiviteiten en sleeën over lange afstanden. Eerder werd aangenomen dat duurtraining niet leidt tot een toename van type I-spiervezels. Meer recent onderzoek geeft aan dat langdurige duurtraining een verschuiving van type II-spiervezels naar type I bij mensen kan bevorderen. Andere veranderingen die verband houden met langdurige duurtraining zijn onder meer een toename van de capillaire dichtheid en vasculariteit van spierweefsel, waardoor de afgifte van zuurstof toeneemt.

 

De kwestie van de conversie van het spiervezeltype na duurtraining bij mensen blijft enigszins controversieel, maar kan worden verklaard door het feit dat spiervezels worden geclassificeerd door ze te kleuren en omdat hun aerobe capaciteiten zijn veranderd, vezels die in classificatie op het randje stonden, kunnen “verschuiven” in een andere categorie.

Studies hebben de aanpassing van de skeletspieren bij honden geëvalueerd tijdens perioden van duurtraining. Een studie van jachthonden die uithoudingsoefeningen ondergingen, toonde niet de biochemische en histochemische aanpassingen in skeletspieren die zijn gevonden in sommige onderzoeken waarbij mensen betrokken waren. Foxhounds lieten geen veranderingen zien in de activiteit van succinaatdehydrogenase (SDH), spiervezeltype of capillaire dichtheid van skeletspieren na een duurtrainingsprogramma van 12 weken. Deze bevindingen contrasteren met die van mensen, die na duurtraining wel detecteerbare skeletspieraanpassingen ondergaan. SDH is een maat voor de oxidatieve capaciteit van een spier. Er was geen verschil in SDH-activiteit, spiervezelkleuring of capillaire dichtheid bij getrainde en ongetrainde jachthonden, wat suggereert dat een ongetrainde hond al goed geschikt is om het zeer oxidatieve metabolisme van duurtraining te ondersteunen, of dat het trainingsprogramma dat in dat onderzoek werd gebruikt, was niet uitdagend genoeg om te resulteren in spiervezelveranderingen. Het ontbreken van een verandering in de kleuring van het vezeltype na duurtraining kan de theorie ondersteunen dat honden, zoals jachthonden, tijdens inspanning sterk afhankelijk zijn van het oxidatieve enzymmetabolisme, onafhankelijk van het patroon van rekrutering van motoreenheden.

 

Een andere studie concludeerde echter dat duurtraining een verschuiving van type II- naar type I-spiervezels kan veroorzaken. Beagles die 5 dagen per week gedurende 55 weken op een loopband trainden, toonden een toename van type I-vezels in de thoracale spinale spieren en de triceps-spier. Het unieke karakter van de skeletspier van honden en de tekortkomingen van verschillende kleurings- en beeldvormingstechnieken hebben de classificatie van de skeletspier van honden tot een moeilijke taak gemaakt, laat staan ​​het classificeren van veranderingen als gevolg van duurtraining. Het is vrij algemeen aanvaard dat de skeletspier van honden een relatief hoog vermogen heeft tot aëroob metabolisme. Het is waarschijnlijk dat honden veranderingen in het spiervezeltype ervaren als reactie op inspanning; enkele van de gedeelde kenmerken van type I en type II vezels bij honden hebben echter geleid tot verkeerde classificatie, en daarom onzekerheid in mogelijke veranderingen in spieren en hun vezeltypes.1 Nieuwere technieken die worden gebruikt om hondenspiervezeltypes te identificeren, kunnen inzicht verschaffen in de identificatie van mogelijke conversie van het vezeltype als gevolg van duurtraining. Naast een gebrek aan concreet bewijs ter ondersteuning van de theorie van de conversie van het spiervezeltype, hebben honden die uithoudingsoefeningen ondergaan in sommige onderzoeken geen toename laten zien van de capillaire dichtheid van de spieren, de capillaire vezelverhouding of de capillaire oppervlakte tot vezelverhouding. Het gebrek aan van een verandering in capillaire dichtheid in skeletspieren na duurtraining suggereert dat microcirculatie van ongetrainde jachthonden al voldoende is om te voldoen aan de eisen van duurtraining of dat de overbelasting die nodig is om veranderingen te bevorderen in deze onderzoeken niet werd bereikt. Zelfs ongetrainde honden hebben een hoge aerobe capaciteit en lijken genetisch aangepast te zijn voor efficiënte zuurstofextractie en -gebruik.

 

Het is echter belangrijk om een ​​ongetrainde hond niet te verwarren met een zittende, inactieve of zwaarlijvige hond. Er is een gebrek aan onderzoeken naar veranderingen in de skeletspieren bij sedentaire honden of honden met overgewicht na het ondergaan van een training. Het is waarschijnlijk dat ongetrainde maar actieve honden voordelen hebben ten opzichte van sedentaire of zwaarlijvige honden op cellulair niveau van skeletspieren. Significante biochemische en histochemische veranderingen moeten nog worden gedocumenteerd bij sedentaire honden na het ondergaan van een duurtraining. Duurtraining is echter waarschijnlijk zeer gunstig voor de algehele gezondheid van honden en een verbeterde atletische functie. Misschien kunnen toekomstige studies voorheen onbekende aanpassingen van de skeletspieren van honden ontdekken, die uniek verschillen van die van mensen en andere soorten.

Andere aanpassingen en veranderingen in lichaamssystemen treden op na duurtraining die waarschijnlijk betere prestaties tijdens inspanning mogelijk maken. Hoewel er mogelijk geen specifieke biochemische of histochemische verandering in spieren is, is er enige ondersteuning dat uithoudingsoefening de functionele gasuitwisselingseigenschappen van bloedweefsel van skeletspieren bij honden kan verbeteren. Uit een onderzoek waarin uithoudingsgetrainde honden en honden met één ledemaat geïmmobiliseerd werden geëvalueerd, bleek dat uithoudingsgetrainde honden een verhoogde VO2 max hadden bij een constante snelheid van zuurstofafgifte, voornamelijk als gevolg van een verhoogde zuurstofdiffusiegeleiding (DO2) in de skeletspieren. Een interessante ontdekking was echter dat er ondanks een afname van het spiergewicht met 31% geen verschil was in VO2 of DO2 tussen geïmmobiliseerde honden en een controlegroep tijdens inspanning.

 

Kracht van spier verwijst naar de maximale kracht die een spier of een groep spieren kan genereren tijdens één herhaling. Spierkracht gaat gepaard met een toename van de spieromvang (hypertrofie). Type II-spiervezels zijn in staat om meer kracht per dwarsdoorsnede te ontwikkelen en met een hogere snelheid samen te trekken dan type I-vezels. Krachttraining vergroot de omvang van type II-vezels meer dan type I. Training met hoge weerstand verhoogt het aantal contractiele eiwitten in type II-vezels, waardoor het dwarsdoorsnede-oppervlak en de kracht die ze kunnen genereren, toenemen. Men denkt dat de vergroting van spieren die optreedt bij krachttraining meestal optreedt als gevolg van hypertrofie van spiervezels en niet van hyperplasie (toevoegen van spiervezels). Kracht bij honden heeft voornamelijk te maken met snelheid en het vermogen om lasten te dragen of te trekken. Kracht is ook belangrijk voor honden die zeer snel moeten accelereren en vertragen, zoals honden die deelnemen aan behendigheidswedstrijden. Net als kracht wordt de sprintsnelheid ook het meest beïnvloed door type II spiervezels.

De verdeling van bepaalde vezeltypes is ook afhankelijk van genetische factoren. Sprintrassen, zoals windhonden, hebben een groter percentage type II-spiervezels, terwijl rassen zoals foxhounds grotere percentages type I-vezels hebben en meer bedreven zijn in uithoudingsvermogen. Kortdurende trainingsprogramma’s met maximale intensiteit zijn het meest geschikt om een ​​toename van kracht of snelheid te bevorderen. Naast het conditioneren van de spieren van de ledematen is het ook belangrijk om te focussen op de wervelkolomspieren. Tijdens sprintoefeningen is waargenomen dat de wervelkolomspieren als een van de eersten vermoeid raken. Lopen op een helling op de loopband en bergopwaarts sprinten zijn goede activiteiten om de spieren te versterken, inclusief de wervelkolomspieren. Andere versterkende oefeningen zijn rennen of racen, weerstandsbelastingen trekken of dragen, tegen jets in zwemmen en draven of rennen op hellingen of trappen. Het uitvoeren van krachttraining kan de grootte van spiergroepen en de kracht die ze kunnen genereren vergroten. Het tegenovergestelde is waar als de skeletspier wordt blootgesteld aan perioden van onbruik of immobilisatie. Onder deze omstandigheden ondergaan de spieren atrofie en verminderde spierkracht van de ledemaat. Een studie die spieratrofie als gevolg van immobilisatie evalueerde, vond dat immobilisatie van het achterbeen gedurende een periode van 10 weken de diameter van type II-vezels met 50% en type I-vezels met 35% verminderde in de vastus lateralis-spier en maximale productie van tetanische torsie door de aangedane ledemaat nam met 50% af. Toen ze uit de geïmmobiliseerde toestand werden verwijderd, vergrootten groeihormonen de spiervezels en de sterkte van de eerder geïmmobiliseerde ledemaat tijdens de herstelperiode significant meer dan een controlegroep.

c

D. Het cardiovasculaire systeem
Het primaire doel van het cardiovasculaire systeem is het leveren van zuurstof en voedingsstoffen aan de weefsels van het lichaam, het verwijderen van afvalstoffen en het helpen bij temperatuurregulatie. Om deze taken uit te voeren, werkt het cardiovasculaire systeem samen met het ademhalingssysteem. Tijdens inspanning moet het hartminuutvolume toenemen in verhouding tot de toename van de stofwisseling. Bij menselijke atleten is er een lineair verband tussen het percentage maximale zuurstofopname (VO2 max) en het hartminuutvolume. Het hartminuutvolume is de hoeveelheid bloed die elke minuut door het hart in de aorta wordt gepompt en wordt bepaald door het product van de hartslag en het per hartslag uitgestoten bloedvolume (slagvolume). Dit bepaalt op zijn beurt de hoeveelheid bloed die door de bloedsomloop stroomt. Een verhoogde vraag naar zuurstof en voedingsstoffen door skeletspieren tijdens inspanning vereist een toename van het hartminuutvolume en herverdeling van bloed van inactieve organen naar actieve skeletspieren.

Er is onderzoek gedaan naar het effect van inspanning op het cardiovasculaire systeem van honden. Net als bij mensen zijn er veranderingen in het cardiovasculaire systeem van honden nodig om te voldoen aan de metabole behoeften van skeletspieren tijdens inspanning. Sledehonden, enkele van de meest elite hondenatleten, hebben tijdens maximale inspanning onschatbare informatie opgeleverd over het cardiovasculaire systeem. De hartslag van sledehonden kan dramatisch toenemen bij het begin van de training. De hartslag kan toenemen van een rustfrequentie van 50 slagen per minuut tot 300 slagen per minuut en blijft tussen de 250 en 300 slagen per minuut tijdens een duurloop van 60 minuten. Foxhounds die trainen op een loopband vertonen vergelijkbare trends in hartslagveranderingen. De hartslag blijft toenemen naarmate honden worden onderworpen aan toenemende niveaus van submaximale lichaamsbeweging. Wanneer jachthonden een staat van maximale inspanning op de loopband bereiken (ongeveer 12 km/u op een helling van 28%), nadert de hartslag 300 slagen per minuut. Bij het vergelijken van de hartslag van getrainde en ongetrainde jachthonden op verschillende niveaus van submaximale inspanning, hebben getrainde honden gemiddeld een hartslag die 14 slagen per minuut lager is dan ongetrainde honden op elk niveau van gemeten submaximale inspanning.

 

Zoals al eerder benoemd is dit to nu toe wat ik tijdens mijn zoektocht heb gevonden en kan delen. Uiteraard zijn tips over andere artikelen mbt dit onderwerp van harte welkom.

 

 

 

 

 

 

Canitrailen? Train je Gluteus Maximus

Voor iedere hardloper, trailer of canitrailer zijn specifieke spiergroepen van essentieel belang om blessures te voorkomen.
Een van de belangrijkste spiergroepen voor canitrailers zijn de bilspieren. De heupgordel wordt geplaatst op de Gluteus Maximus om de trekkracht van je hond goed op te kunnen vangen, je onderrug en knieën te ontlasten en om de kracht om te zetten in de juiste voorwaartse hardloopbeweging in plaats van continu op de rem te staan.

Onze billen bestaan uit drie spieren:
1. Gluteus Maximus (grote bilspier)
2. Gluteus Medius (middelgrote bilspier)
3. Gluteus Minimus (kleine bilspier)

De Gluteus Minimus is een kleine, waaiervormige spiergroep die diep in de bil verstopt ligt. De spier hecht aan het bekken en loopt naar beneden en hecht vast aan het dijbeen (femur) in de buurt van het heupgewricht. Deze spier zorgt voor het voorwaarts heffen, het zijwaarts heffen en het naar binnen draaien van het bovenbeen. Daarnaast is het ook een belangrijke stabilisator van de heup.

De Gluteus Medius is de middelste van de drie bilspieren en je kan hem voelen aan de zijkant van je heup. Deze spier helpt mee bij het zijwaarts heffen van het been. Daarnaast helpen de voorste vezels mee bij het been naar voren bewegen en het naar binnen bewegen van het been. De achterste vezels helpen mee bij het naar achteren bewegen en naar buiten bewegen van het been. De Gluteus Medius wordt vaak in verband gebracht met een hele reeks loopblessures zoals lopersknie, ontsteking van de patellapees, irritatie van de achillespees, etc.

De Gluteus Maximus is de grootste en sterkste spier van ons lichaam. Het verbindt het darmbeen, heiligbeen en staartbeen met het femur via het weefsel van de dij. Het is de belangrijkste spier die ervoor zorgt dat we rechtop kunnen lopen. Een zwakke gluteus maximus geeft een slungelige ingevallen basishouding.

De Gluteus Maximus zorgt voor het strekken (extensie), roteren (exorotatie) en zijwaarts afvoeren van de heup (abductie). Het strekken wordt ook wel extensie genoemd. Bij het strekken kan het been zich zowel voor als achter het lichaam bewegen, hetgeen hyperextensie wordt genoemd. Deze beweging wordt vooral veel gebruikt bij het hardlopen. Tijdens deze hyperextensie zijn juist de bilspieren het hardst aan het werk.

Sterke bilspieren zijn tevens noodzakelijk voor een goede heupstabiliteit. Als je tijdens het hardlopen op 1 been staat zorgen deze spieren in combinatie met je buikpieren ervoor dat je heup recht blijft staan. Zijn je spieren in het bekkengebied te zwak dan zakt je bekken weg naar de andere kant tijdens het hardlopen. In mijn werk als hardloopadviseur in een hardloopspeciaalzaak zie ik bijna 90% van de hardlopers wegzakken in het bekkengebied. Deze verkeerde loophouding kan allerlei blessures in de keten veroorzaken. Sterke bilspieren hebben een ondersteunende functie in de preventie van rugklachten en zijn mede verantwoordelijk voor het ontlasten van je knieen bij het hardlopen.


De heupgordel van een canitrailer zoals bijvoorbeeld Inlandsis wordt geplaatst op de Gluteus Maximus oftewel de grote bilspier. Deze bilspier is de grootste spier in het lichaam en zorgt voor voldoende stabiliteit terwijl je hond trekt.
Door de positie van de heupgordel op de Gluteus Maximus wordt de trekkracht van je hond verdeeld over deze grootste spier in je lichaam. Daardoor voorkom je dat de enorme trekkracht van je hond je onderrug, wervelkolom en gewrichten teveel belast. De exacte positie van de heupgordel mag de hyperextentie van de hardloopbeweging echter niet verstoren. Oftewel je moet met je benen voldoende naar achteren een grote roterende hardloopbeweging kunnen maken.

 

Trainen van de Bilspieren
Om een betere en vooral blessurevrije Canitrailer te worden is het trainen van de bilspieren/ heupstabilisatoren een echte must. Veel mensen denken bij het trainen van de billen aan “squatten”. Bij het squatten pak je inderdaad de bilspieren maar train je vooral andere spiergroepen. De squat is namelijk een kniedominantie oefening waarbij de nadruk vooral ligt op de bovenbenen.
Om de bilspieren volledig aan te spreken zijn andere oefeningen nodig die de heupextensie aanspreekt en dan vooral de hyperextensie van de hardloopbeweging.  De Hip Thrust, Glute Bridge, Pull Through en Bent Leg Reverse Hyper zijn dan de beste keuze.

In zowel mijn hardlooptrainingen als de aparte Blackroll-trainingen voor hardlopers voeg ik voor het trainen van de bilspieren het liefst een elastiek toe voor wat extra weerstand.

Op de website van Blackroll vind je de volgend oefeningen die uitermate geschikt zijn voor Canitrailers:
– De Glute Bridge
– De Clamshell
– De Side Walks
– De Side Pull
– De Glute Kickbacks

Op Youtube is deze workout van MadFit met de weerstandsband ook prima om toe te voegen aan jullie trainingsschema 🙂

Kies een regenachtige dag en ga lekker aan de Gluteus Maximus werken voor meer stabiliteit tijdens het canitrailen:)

 

Trainingsschema voor de absolute Beginner

Je hebt een lieve hond waarmee je samen zou willen canitrailen…maar hoe begin je?

Ben je een absolute beginner in het hardlopen dan is het noodzakelijk om de belastbaarheid van je lichaam te trainen. Raadzaam is om dan zelf 3x in de week te trainen en je hond in ieder geval 2x in de week mee te nemen. Naast het aanschaffen van goed Canitrail-materiaal zoals een heupgordel voor jezelf, een harnas voor je hond en een verende lijn loop je zelf op goede hardloopschoenen met voldoende demping en/of profiel. Waar je op moet letten wat betreft het juiste Canitrail materiaal kun je lezen in deze blog. Wat betreft de juiste schoenen kun je het beste laten adviseren in een hardloopspeciaalzaak. Heb je een sterk trekkende hond dan is maximale grip ( bij gladde ondergrond) en optimale demping ( op de paden in de zomer) erg belangrijk.

En dan … Prik een datum, kies een mooie plek in de natuur en volg het onderstaande hardloopschema naar 30 minuten hardlopen in 10 weken:)

Trainingsschema : in 10 weken naar 30 minuten

Training 1 Training 2 Training 3
Week 1 10 min inwandelen
T: 5 x 1 min J
R: 2 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 8 x 1 min J
R: 1 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 5 x 1 min L
R: 2 min W
10 min uitwandelen
Week 2 10 min inwandelen
T: 8 x 1 min J
R: 1 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 4 x 2 min J
R: 2 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 8 x 1 min L
R: 1 min W
10 min uitwandelen
Week 3 10 min inwandelen
T: 10 x 1 min J
R: 1 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 3 x 3 min J
R: 2 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 10 x 1 min L
R: 1 min W
10 min uitwandelen
Week 4 10 min inwandelen
T: 6 x 2 min L
R: 1 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 3 x 4 min J
R: 2 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 1 x 3 min L/ 2 x 5 min J
R: 2 min W
10 min uitwandelen
Week 5 10 min inwandelen
T: 2 x 7 min J
R: 3 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 2-3-4-3-2 min L
R: 1 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 1 x 5 min L/ 1 x 10 min J
R: 3 min W
10 min uitwandelen
Week 6 10 min inwandelen
T: 2 x 10 min J
R: 3 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 4 x 5 min J
R: 1 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 2 x 10 min L
R: 1 min W
10 min uitwandelen
Week 7 10 min inwandelen
T: 1 x 5 min L/ 1 x 10 min J/ 1 x 5 min L
R: 2 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 3-4-5-4-3 min L
R: 1 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 3 x 8 min J
R: 2 min W
10 min uitwandelen
Week 8 10 min inwandelen
T: 1 x 12 min J / 1 x 9 min J/ 1 x 6 min J
R: 1 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 4 x 6 min HL
R: 1 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 2 x 15 min J
R: 5 min W
10 min uitwandelen
Week 9 10 min inwandelen
T: 3 x 10 min J
R: 1 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: : 4-5-6-5-4 min HL
R: 1 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 1 x 20 min J/ 1 x 15 min L
R: 2 min W
10 min uitwandelen
Week 10 10 min inwandelen
T: 1 x 10 min L/ 1 x 15 min J / 1 x 10 min HL
R: 1 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
T: 4 x 9 min HL
R: 1 min W
10 min uitwandelen
10 min inwandelen
30 min L
10 min uitwandelen

Wandelen aan het begin en einde van de training. Waarom?!
Start en eindig jullie training altijd met 10 minuten in- en uitwandelen in een stevig wandeltempo. In deze tijd kun je je hond nog een poepje en plasje of een snuffeltje laten doen. Hierdoor breng je niet alleen geleidelijk de temperatuur van jullie lichaam omhoog of omlaag maar breng je ook je hartslag rustig omhoog of omlaag.

In de warming-up bereid je jullie lichaam voor op het sporten. Het bloed wordt dunner waardoor het sneller kan stromen en er meer zuurstof kan worden opgenomen en getransporteerd. Het vloeistof in de gewrichten (synovia) wordt stroperiger waardoor de smering in de gewrichten beter wordt en het dempingsvermogen van het kraakbeen toeneemt. Daarnaast wordt de reactiesnelheid hoger doordat de zenuwen bij een hogere temperatuur beter geleiden. En als laatste worden de pezen en spieren flexibeler bij een hogere temperatuur.

Bij een high-impact sport als canitrailen en zeker bij het kortere sprintwerk zoals canicrossen is het beginnen van jullie training met een warming-up van 10-15 minuten absoluut noodzakelijk om blessures te voorkomen. Onderzoek wijst uit dat het oprekken van spieren in de warming-up geen effect heeft op het voorkomen van blessures. Het kan de sportprestatie die jullie nog moeten gaan leveren zelfs negatief beinvloeden, omdat door het rekken de kracht en snelheid in de benodigde spierenspanning daalt.

Voorbeeld warming-up:
– Begin met 10 minuten actief wandelen in opwarm tempo en loop hierbij in rechte stukken
– Vervolgens laat je je hond bochten maken, om bomen lopen en/of over omgevallen bomen rustig stappen om de wervelkolom voor te bereiden.
– Na de eerste 4- 5 weken kun je aan jullie warming-up nog 5 minuten licht joggen met ongeveer 3 tot 5 keer een kleine versnelling toevoegen.
LET OP: Ga in deze fase nooit meteen sprinten

Natuurlijk is de omgevingstemperatuur en hoe lang de hond in die omgeving is van belang: hoe kouder de omgeving en hoe langer de hond daarin verbleven is, hoe langer de warming up moet duren. Onder slechte omstandigheden (de hond heeft een uur voor de training bij een buitentemperatuur van 5 graden bij windkracht 6 met de auto vol in de wind in die auto gezeten en heeft gisteren ook intensief getraind) is een warming up van 15 tot 20 minuten zeker nodig.

Alle looptempo’s op een rij:

  • J = Jogtempo: Lopen in Jogtempo is een tempo waarbij je nog in staat bent om te praten, je raakt dus niet buiten adem. Dit tempo kun je lang volhouden. Je hartslag ligt tussen 60% en 72% van je maximale hartslag.
  • L = Looptempo: Looptempo is een redelijk tempo waarbij je licht gaat hijgen, praten is eigenlijk net niet meer mogelijk. Je hartslag ligt tussen 72% en 80% van je maximum.
  • HL = Hardlopen: Hardlopen in een snel tempo, je gaat dan ook flink hijgen maar kunt nog wel je bewegingen en ademhaling goed controleren. Je hartslag ligt tussen 80% en 87% van je maximum.
  • W = Wandelen: Wandelen in een redelijk tempo. Het is wel de bedoeling om te herstellen. De ademhaling wordt weer normaal bij wandelen, maar je loopt wel redelijk door.

 

Belangrijke tips:
1. Train minimaal 2x per week, liefst 3x per week.
Pas dan bouwen jullie je basisconditie op en kunnen de spieren, pezen en gewrichten wennen aan de belasting van het hardlopen.

2. Opbouwen belastbaarheid belangrijk als conditie. Als je begint te trainen bouw je je conditie (aanpassing ook van hart en longen) sneller op dan de hardheid en belastbaarheid van spieren, pezen en banden. Het is dan ook belangrijk om rustig te beginnen en het trainingsschema stipt te volgen; vooral niet meer lopen ook al voelt het dat je meer zou kunnen. Merk je dat je hond teveel in het harnas trekt en jou op sleeptouw neemt, kijk of je dan een deel van de training in een hondenlosloopgebied kunt doen, zodat je hond gewoon stukken vrij mee kan lopen.

3. Wissel altijd trainingsdagen af met rustdagen zodat het lichaam tijd heeft om te herstellen.

4. Wandel met stevige stappen en loop in een rustig, traag tempo hard. Snelheid doet er niet toe!

5. Verlies vooral de moed niet als je het moeilijk hebt. Iedereen heeft wel eens een slechte dag. Pas daarop altijd je training aan. Ga wat minder lang achter elkaar hardlopen en wandel wat vaker tussendoor.

6. Spierpijn of overbelasting? Het is belangrijk om het verschil tussen spierpijn en overbelasting te herkennen. Er is sprake van spierpijn 24 tot 48 uur na jullie inspanning. Dat is normaal. Heb je daarna nog steeds last van allemaal pijntjes dan is er sprake van overbelasting. Herhaal dan nog een keer de week waarin jullie zitten qua trainingsschema om te voorkomen dat jullie te snel opbouwen.
Als je na afloop van de training 5 tot 10 minuten uitwandelt met grote stappen, zul je weinig tot geen last hebben van de liesspieren (spieren die bij het canitrailen zwaarder belast worden). Het is zeker aan te raden om na afloop tijdens het douchen een paar keer je benen met ijskoud water af te spoelen. Een plens koud water zorgt voor sneller herstel van de spieren en voorkomt beginnende blessures.

7. Spierpijn bij je hond herkennen. Als je bedenkt dat zo’n 45% van het lichaam uit spieren bestaat, dan is het niet zo gek dat ook je hond weleens spierpijn heeft. Als je zelf spierpijn hebt, kun je besluiten om extra goed voor jezelf te zorgen, bijvoorbeeld met wat rustig bewegen, een warm bad, een massage of extra gezonde maaltijden. Voor dieren ligt dit uiteraard anders, ze kunnen niet zelf een warm kruikje maken en daarom is het goed om de signalen van spierpijn bij je dier te leren herkennen. Je herkent spierpijn bij je hond aan de volgende signalen:
– verandering in het gangwerk
– verandering in gedrag
– verandering in de houding
– verandering in haarrichting
– minder aangeraakt willen worden
– overmatig veel uitstrekken en/of stijf vanuit ligstand opstaan.

8. Voldoende drinken, eiwitten voor spierherstel en ontstekingsremmende soep. Drink allebei na afloop van de training voldoende en neem wat extra eiwitten na afloop ter ondersteuning van het herstellen van de spieren. Doe zelf wat extra stretch en/of yoga-oefeningen en laat je hond wat extra stretchoefeningen doen (8-tje draaien of neus-naar-staart beide kanten op) Geef je hond een zelfgemaakte kippensoep met kurkuma en zwarte peper (ontstekingsremmende werking). Het recept hiervan vind je op deze site

9. Gebruik nog geen herstellende shakes. Belangrijk is om je hond en jezelf oordeelloos en zonder enige verwachting voor, tijdens en na de training op de signalen van overbelasting te observeren. Houd desnoods een dagboekje bij. Geef je hond nu liever nog geen herstellende shakes; je kunt anders onvoldoende zien hoe je hond heeft gereageerd op de training. In jullie opbouw gaat het namelijk nog niet over spieropbouw of conditie, maar over belastbaarheid van pezen, ligamenten en gewrichten!!! Een herstelshake werkt op een sneller herstel van de spieren. Daardoor herstellen de spieren van je hond sneller, maar de pezen en ligamenten en gewrichten zijn nog onvoldoende hersteld. Je zou dan de indruk kunnen krijgen dat je hond alweer klaar is voor de volgende training, maar op een diepere laag is dat nog niet het geval. Het inzetten van supplementen om pezen en gewrichten te ondersteunen zijn vooral bij grote zware honden wel aan te raden.

10. Je voelt je wat verkouden, wat dan? Ben je wat verkouden dan kun je in een wat rustiger tempo gewoon je trainingen doen. Ben je grieperig, hoest je als een malle en/of heb je last van koorts dan mag je absoluut niet gaan trainen. Pak het schema pas weer op nadat je beter bent. Afhankelijk van hoe lang je ziek bent geweest pak je of het schema weer op vanaf week 1 of twee weken voor de week waarin je gestopt bent.

Ik ben ontzettend benieuwd hoe het jullie vergaat, dus mail gerust jullie ervaringen naar canitrailnl@gmail.com.

Gr. Dorethea ( hardlooptrainer/ canitrailtrainer/ trailtrainer/ fitnesstrainer en yogadocente)
Canitrail.NL

 

Hoe wandelen ook honden helpt om weer contact te maken met hun (echte) natuur

Bewegen in de buitenlucht zorgt ervoor dat er endorfine vrij komt. Endorfine, ook wel het gelukshormoon genoemd, werkt niet alleen pijnonderdrukkend maar ook weerstandsverhogend. Het zorgt voor een geluksgevoel, vermindert angst en verlaagt stress. Na een stevige wandeling in de natuur voel je je direct beter. En dat geldt niet alleen voor ons mensen, maar ook voor onze honden:)

 

In het vertaalde artikel van Dr. Karen Becker gaat ze in op het waarom het ook voor honden belangrijk is om in de natuur te wandelen.
c

Ook honden willen naar buiten
Als je naar buiten gaat en je hond meeneemt, de geluiden en geuren van de natuur in je bewustzijn laat sijpelen – de lucht, de wind en het geknars van de aarde onder je voeten – is het heel goed mogelijk dat je huisdier deze zelfde stemmingsverhogende ervaring ondergaat.

Naarmate je aanwezigheid in de natuur je bewustzijn begint uit te breiden, realiseer je je misschien dat je allerliefste hond bij je is en nog sneller als jij ook terecht komt in een overweldigend gevoel van rust en welzijn. Het enige verschil is dat voor honden de essentie van de natuur hun ware natuur is:

“Wandelen met een roedel honden kan een weg naar zelfontdekking zijn. Ik denk niet dat ik te ver ga door te speculeren dat wanneer we ons zelfverzekerd gezamenlijk over een oud pad in de diepe bossen voortbewegen, er iets primitiefs in werking treedt…”1

Afhankelijk van hun ras en natuurlijke neigingen als werkhonden, retrievers, herders of jachthonden, kun je getuige zijn van de normaal timide terriër die krachtig een stukje aarde verscheurt voor een ongrijpbare muis. En zelfs als je hond een chronische “bankaardappel” is, zou je blij kunnen zijn hem door het bos te zien springen of lekker los te gaan in een pak bladeren.
c

Waarom honden in de natuur moeten lopen?
Omdat we soms hun “wilde” aard vergeten, denken we misschien dat honden het niet leuk vinden om buiten in de kou rond te ravotten, maar daar heb je het mis. Honden zijn er dol op. Sommige honden genieten van alle soorten weersomstandigheden waarvan mensen misschien wel gruwelen. Volgens Eco News Network:

“Frisse lucht is van vitaal belang voor alle levende wezens, ook voor honden. Het is essentieel om je hond voldoende frisse lucht te geven, zelfs bij koude temperaturen. Voor alle lichamen geldt dat frisse lucht het bloed zuivert, het kalmeert de zenuwen, stimuleert de eetlust, bevrijdt het lichaam van onzuiverheden, is noodzakelijk voor het celmetabolisme en is essentieel voor de algehele immuniteit.
Het kan gemakkelijk zijn om te vergeten dat je hond een dier is (ze maken tenslotte deel uit van ons gezin), maar het is belangrijk om te onthouden dat het in feite geen mensen zijn en dat ze veel frisse lucht nodig hebben.”2

Frisse lucht en beweging buiten zijn zelfs van vitaal belang voor het geluk en het welzijn van je hond. Animal Wellness Magazine 3 legt uit waarom honden doorgaans in de aanslag springen telkens wanneer ze iemand horen zeggen “ga wandelen”. Hier zijn vijf redenen waarom tijd buiten doorbrengen niet alleen leuk voor ze is, maar ook gezond:

Door naar buiten te gaan, krijgen honden frisse lucht binnen — Afgezien van extreme luchtkwaliteitsproblemen, is de lucht buiten in de meeste gevallen beter dan binnen. Synthetische tapijten en stoffering, chemische reinigingsmiddelen en andere giftige stoffen kunnen mensen ziek maken, maar kunnen een nog slechter effect hebben op onze harige huisdieren. Regelmatige tijd buitenshuis doorbrengen kan dergelijke toxische blootstellingen helpen compenseren.

• Het helpt bij gewichtsbeheersing — Vooral wanneer je hond het grootste deel van zijn dagen en nachten in huis rondhangt, is obesitas bij huisdieren tegenwoordig meer dan ooit een probleem, wat een negatieve invloed op hen kan hebben op manieren die je je misschien niet kan voorstellen. Het kan o.a. leiden tot aandoeningen, zoals artrose, hartfalen en tussenwervelschijfaandoeningen.

• Het helpt angst, verveling en depressie te verminderen — Speelgoed kan helpen je hond af te leiden van de natuurlijke gevolgen van het niets doen terwijl hij binnen is, maar een kans om “stoom af te blazen” door rond te rennen en aan van alles buiten te ruiken is de beste remedie voor zowel rusteloze als lusteloze honden. Door je hond volop mogelijkheden te bieden om te snuffelen, kun je op een gemakkelijke manier hun kwaliteit van leven drastisch verbeteren, terwijl je ook nog eens samen van het buitenleven geniet.

• “Aarding” is belangrijk voor honden — Als je je ooit hebt afgevraagd waarom je pup graag in het gras of de aarde rolt, kan het antwoord gedeeltelijk worden verklaard door het magnetisme van de aarde. Als ze het grootste deel van hun dagen binnen zijn, worden ze niet blootgesteld aan de magnetische stroom van de aarde, maar worden ze overmatig blootgesteld aan elektromagnetische velden (EMV’s) die bij honden net als bij mensen, schadelijke effecten veroorzaken.4

c

Vergeet niet waar je bent; aanlijnregels
Als alleen jij en je beste viervoetige maatje op pad gaan, is het genoeg om al je problemen te laten vergeten. Maar er is een voorbehoud: vergeet niet dat je hond zich misschien niet zo bewust is van mogelijke gevaren als jij. Als je in een nationaal park of bos bent, kijk dan of honden zijn toegestaan en specifiek waar beperkingen gelden.
Houd je aan de aanlijnplicht die specifiek zijn voor het gebied en zorg ervoor dat je hond gewend is aan het aan de lijn lopen. Heeft je hond veel snuffelruimte nodig maak dan bijvoorbeeld gebruik van een lange biothane lijn van 10 meter. Gaan jullie op pad voor een stevige lange wandeling is het prettig om je hond te bevestigen aan jouw heupgordel zodat jullie in volledige harmonie met elkaar samen lopen.

Het kan zijn dat je hond schrikt van iets of iemand en er plotseling vandoor gaat. Zorg er dan ook voor dat je hond altijd een ID-tag heeft aan de halsband of tuig. En wil je in het hondenlosloopgebied precies weten waar je hond zit, dan is een GPS aan de halsband een goede optie.

Naast het in gedachten houden van je fitnessniveau (voor jullie allebei), zal water, afhankelijk van de tijd dat je van plan bent om weg te zijn, iets zijn dat je hond zelfs meer nodig heeft dan jij als hij snuffelend en gravend z’n omgeving aan het verkennen is. Neem een waterfles en een opvouwbare drinkbak mee voor je hond. Als het warm is, stel je lange tocht dan uit tot het weer wat koeler.

Terwijl jullie gemoedelijk met elkaar in de natuur wat rondstruinen zonder tijdsdruk en erkent dat je precies bent waar je moet zijn, is het mogelijk dat je hond een vergelijkbare tevredenheid voelt. In tegenstelling tot mensen lijken honden geen triggers voor schuldgevoelens of een drang om te rechtvaardigen te hebben, waardoor ze mentaal beoordelen of ze in plaats daarvan iets productiefs zouden moeten doen. Ze zijn veel beter in “leven in het nu” – iets waar we allemaal een les uit kunnen trekken.

c

SAMENVATTING
• Als je je gestrest voelt door de drukte van de dagelijkse beslommeringen maar van het buitenleven houdt omdat het een gevoel van tevredenheid oproept, is het natuurlijk heel goed mogelijk dat je hond hetzelfde kan voelen.
• Voor honden is de essentie van de natuur eigenlijk hun aard, wat kan verklaren waarom je “bankaardappelhond” plotseling tot leven komt wanneer hij buiten is en geniet van de geuren en geluiden van het buitenleven
• Experts zeggen dat frisse lucht het bloed zuivert, zelfs voor honden, vermoeide zenuwen kalmeert, een gezonde eetlust stimuleert en van vitaal belang is voor het celmetabolisme en de algehele immuniteit
• Er zijn verschillende redenen waarom het belangrijk is om regelmatig op pad te gaan voor honden, zoals helpen om ze te “aarden”, evenals aerobe oefeningen en overvloedige mogelijkheden om nieuwe geuren te ruiken

Bronnen en referenties
• 1 The Bark August 2019
• 2 Eco News Network January 2, 2014
• 3 Animal Wellness Magazine May 14, 2018
• 4 Animal Wellness Magazine, How is electro-pollution affecting your pet? February 9, 2019

Waaraan kun je herkennen dat je hond het te koud heeft

Met dat koude winterweer wil je het liefst binnen blijven, maar honden hebben het nog steeds nodig om naar buiten te gaan voor mentale stimulatie en lichaamsbeweging. Het is echter een verkeerde aanname dat alle honden alle soorten kou aan zouden kunnen.

Of het voor je hond te koud is of niet, hangt van verschillende factoren af, en wat voor de ene hond te koud is, kan voor een andere hond prettig aanvoelen. Als de temperatuur op of onder de -6 ° C is, vormen onderkoeling en bevriezing een risico voor alle honden.

 

Van vachttype tot maat: factoren bij koud weer om te overwegen

Hoe kun je het beste bepalen of het veilig en comfortabel is voor je hond om bij lage temperaturen buiten te zijn? De volgende factoren moeten allemaal worden overwogen:

* Dikte van de Vacht; Honden met een dunne vacht, zoals windhonden en Xoloitzcuintli, hebben weinig barrière tegen de kou, terwijl honden met dikke, dubbellaagse vachten, zoals Siberische husky’s, Newfoundlanders en Samojeden, doen het heel goed bij koud weer.

* Leeftijd van de Hond; Puppy’s en oudere honden hebben moeite met het reguleren van hun lichaamstemperatuur en zijn vatbaarder voor nadelige effecten van het blootstellen aan koud weer.

* Algemene gezondheid van de Hond; Honden die ziek zijn of kampen met chronische aandoeningen of mobiliteitsproblemen, hebben meer bescherming nodig tegen extreme temperaturen dan gezonde honden.

* Grootte en gewicht van de Hond; Kleine honden hebben een grotere verhouding tussen oppervlakte en volume, waardoor ze meer huid hebben waardoor meer warmte ontsnapt in vergelijking met grotere honden.

Dit is een van de redenen waarom kleine honden over het algemeen niet zo goed tegen koude temperaturen kunnen als grotere honden. Honden met overgewicht hebben vaak ook geen extra isolatie nodig, terwijl magere of ondergewicht honden het sneller koud krijgen en misschien een extra laag warmte nodig hebben in de vorm van een trui of jas.

* Vachtkleur van de Hond; Honden met een donkergekleurde vacht, zoals zwart of bruin, kunnen warmte van zonlicht absorberen, waardoor ze warmer blijven dan honden met een lichtgekleurde vacht.

* Conditionering; Is je hond geboren en getogen in een koud, sneeuwklimaat? Hij zal de kou dan gemakkelijker aankunnen dan een hond uit Spanje die zijn eerste ijsstorm meemaakt.
Is je hond vaak buiten dan zal z’n vacht zich ook meer aanpassen aan de buitentemperaturen en beter kunnen omgaan met de koude in ons landje. Is je hond altijd binnen op een paar kleine wandelingetjes na, dan zal de vacht van je hond ook meer aangepast zijn aan de constante binnentemperatuur in onze huizen en is je hond minder bestand tegen de koude buiten.

Evalueer alle weersindicaties

Temperatuur alleen is niet de enige indicator van hoe goed je hond het buiten zal doen. Er zijn ook andere omgevingsfactoren waarmee rekening gehouden moet worden, zoals gevoelstemperatuur.

Wind: Naarmate de wind toeneemt, wordt er meer warmte aan het lichaam onttrokken, waardoor de huid- en lichaamstemperatuur dalen. Dit is de reden waarom een ​​winderige dag veel kouder aanvoelt dan een niet-winderige dag met dezelfde temperatuur.

Waterkoud: Windchill-temperaturen zijn van toepassing op zowel mensen als dieren, dus let op eventuele waarschuwingen in je omgeving. Zoals uitgelegd door de National Weather Service: “Als de temperatuur -18°C is en de wind waait met 25 mph, is de gevoelstemperatuur -28°C. Bij deze gevoelstemperatuur kan de onbedekte huid binnen 30 minuten bevriezen.”

Regen, mist, sneeuw: Bedenk ook of het regent, sneeuwt of mist. Dit kan de vacht van je hond vochtig of nat maken, waardoor hij sneller afkoelt

Zonlicht: Als de zon schijnt, geeft dit je hond de kans om op te warmen, maar als het bewolkt is, kan je hond het sneller koud krijgen.

Activiteit: Als je traint met je hond, kan hij warmer blijven vanwege de lichaamswarmte die wordt gegenereerd, terwijl een hond die inactief is, vatbaarder zal zijn voor de koude temperaturen.

 

Even op een rijtje: algemene richtlijn voor buitentemperaturen

  1. Beneden 7°C beginnen honden die niet van de kou houden zich ongemakkelijk te voelen
  2. Beneden 0 ° C moeten kleine rassen, honden met dunne vacht en oude, jonge en zieke honden zeer zorgvuldig worden gecontroleerd op tekenen van ongemak
  3. Beneden -7° C zijn onderkoeling en bevriezing een risico voor alle honden

Aanvullende overwegingen:

  • Is de lucht zonnig of bewolkt? Bewolkte dagen voelen kouder aan dan zonnige dagen, en bovendien is er geen mogelijkheid voor honden met een donkere vacht om zonneschijn te absorberen om de lichaamswarmte vast te houden.
  • Regent of sneeuwt het? Elke vorm van vocht die de vacht van uw hond verzadigt, kan de lichaamstemperatuur snel verlagen, zelfs als het niet erg koud is.
  • Blaast de wind? Winderige dagen kunnen ervoor zorgen dat de temperatuur veel kouder aanvoelt dan het getal op de thermostaat. Bovendien belemmeren winderige omstandigheden het vermogen van de vacht van je hond om te isoleren en hem te beschermen tegen de kou.
  • Wat zijn je plannen voor je hond terwijl hij buiten is? Het activiteitenniveau van je hond maakt een groot verschil in hoe snel hij het koud krijgt. Als hij krachtig rent of speelt, genereert hij veel lichaamswarmte die hem zal beschermen tegen het snel koud krijgen.

 

Hoe weet je of je hond het koud heeft?

Als algemene richtlijn geldt dat wanneer de temperatuur onder de 7° C daalt, honden die niet van de kou houden zich ongemakkelijk gaan voelen. Als het lager is dan 0° C, moeten kleine rassen, honden met dunne vacht en oude, jonge en zieke honden zeer zorgvuldig worden gecontroleerd op koudeverschijnselen.

De volgende tekenen geven aan dat je hond het echt koud heeft. Zodra je dat ziet is het niet alleen tijd om naar binnen te gaan, maar ook om te overwegen je hond binnen of in de auto naar huis uit te laten rusten in een jasje. Doe de volgende keer dat jullie naar buiten gaan een jasje aan of dekje om, vooral als het voor een langere periode is.

  • Rillen
  • Pootje ophouden
  • Stresssignalen, zoals beven, een verlaagde of opgetrokken staart en neus of liplikken
  • Gericht zoeken naar warme plekken
  • Zeuren/ piepen
  • Zwalken of mank lopen
  • Vertragen
  • Gebrek aan mentale alertheid

 

Overweeg een hondenjas

Chihuahua’s, veel van de terriër- en pinscherrassen zijn aanvullende voorbeelden van rassen die in de winter vaak een extra warm jasje waarderen. Zelfs met een vacht moet je je hond niet onbeheerd achterlaten in de kou en moet je hem nauwlettend in de gaten houden op tekenen van ongemak.

Sommige honden, vooral kleine honden met een zeer dunne vacht, kunnen op koude dagen een lichte trui of T-shirt waarderen, zelfs als ze binnen zijn, maar houd ze goed in de gaten voor het geval ze het te warm krijgen.

Wanneer je een hondenjas kiest, zoek dan naar organische, natuurlijke materialen die vrij zijn van kappen, stropdassen, knopen en andere versieringen, die verstikkings- of verwurgingsgevaar kunnen opleveren – om nog maar te zwijgen van het feit dat ze ongemakkelijk kunnen zijn voor je huisdier. De jas moet goed passen, de bewegingsvrijheid op geen enkele manier beperken, maar toch strak genoeg zijn om geen struikelgevaar te vormen.

 

De poten van je hond komen nog steeds in contact met de grond, dus houdt er rekening mee dat bevriezing nog steeds mogelijk is. Als je echter in een sterk vervuilde omgeving woont of op ijs loopt, kan het noodzakelijk zijn je hond te trainen om laarzen te dragen.

Dwing je hond nooit om een ​​jas te dragen. Als hij het niet leuk lijkt te vinden, of het liever slechts voor een korte periode draagt, moet je die keuze respecteren.

Of je hond nu wel of zonder jasje in de koude buiten loopt, uiteindelijk is het nog altijd het beste om goed op te letten. Zodra je hond aangeeft dat ie het te koud begint te krijgen, haal je hem onmiddellijk naar binnen zodat hij weer op temperatuur kan komen.

 

Samengevat:

Of het al dan niet te koud is voor je hond hangt af van verschillende factoren, waaronder vachtdikte, leeftijd, gezondheidstoestand, grootte, gewicht en vachtkleur.

Er moet ook rekening worden gehouden met andere omgevingsfactoren, zoals gevoelstemperatuur, vochtigheid, bewolking en het activiteitenniveau van je hond.

Als je hond rilt, jankt, een poot ophoudt of langzamer gaat lopen, is dit een teken dat hij het te koud heeft en naar binnen moet.

Sommige honden vinden het prettig om een jas of dekje te dragen als ze buiten zijn op koude dagen. Zelfs met een dikke vacht mag je je hond nooit onbeheerd buiten bij koud weer achterlaten en moet je hem nauwlettend in de gaten houden op tekenen van ongemak.

Als de temperaturen op of onder de -6 ° C zijn, vormen onderkoeling en bevriezing een risico voor alle honden.

 

Bronnen:
https://www.petmd.com/dog/care/how-cold-too-cold-dog

https://healthypets.mercola.com/sites/healthypets/archive/2020/03/19/dog-coat-colors.aspx

https://www.weather.gov/safety/cold-faqs
https://www.petmd.com/dog/pet-lover/do-some-breeds-actually-need-dog-coats

 

 

 

10 stressverlagende tips voor een langer en gezonder leven van je hond

Dr. Karen Becker, een proactieve welzijnsdierenarts uit Chicago, plaatst regelmatig interessante artikelen op haar website met het doel om miljoenen huisdieren over de hele wereld te helpen bij het bereiken van een optimale gezondheid door de meest actuele informatie te bieden over soortspecifieke voeding, levensstijlkeuzes en proactief leven. Het meest actuele artikel over de 10 meest voorkomende tekenen van stress bij honden helpt hondeneigenaren om hun dierbare viervoeter te helpen bij het verminderen van stress bij je hond:)

SAMENVATTING

  • Het is een feit dat honden last hebben van stress. Chronische stress kan de algehele gezondheid en kwaliteit en kwantiteit van het leven van uw huisdier beïnvloeden.
  • Er zijn 10 veelvoorkomende tekenen van stress bij honden, waaronder neus- of liplikken, geeuwen, hijgen en trillen/beven.
  • Veelvoorkomende oorzaken van stress bij honden zijn veranderingen in de omgeving van een hond, op straf gebaseerde trainingsmethoden en scheiding van menselijke familieleden.
  • Sommige stress-triggers kunnen buiten uw controle liggen, maar er zijn veel dingen die u kunt doen om stressfactoren in de omgeving van uw hond te verminderen

 

Studies tonen aan dat honden vaak stress ervaren, maar omdat hondenstressoren heel anders zijn dan de dingen die doorgaans stress bezorgen bij mensen, kan het moeilijk zijn om te weten, laat staan ​​te accepteren dat je hond zich gespannen en angstig voelt.

Dit is een belangrijk onderwerp, want helaas blijkt uit onderzoek ook dat stress de gezondheid en levensduur van uw hond kan beïnvloeden. Volgens één onderzoek: “Er zijn aanwijzingen dat de stress van het leven met een angst of angststoornis negatieve effecten kan hebben op de gezondheid en de levensduur van de huishond.”

In feite concludeerde een ander onderzoek naar het verband tussen kanker en stress bij honden dat “honden met kanker significant meer kans hebben om tijdens hun leven tekenen van stress te vertonen in vergelijking met de controlehonden.”

Wanneer uw hond onder stress staat, geeft haar lichaam een ​​overmatige hoeveelheid noradrenaline af, het vecht- of vluchthormoon, dat de darmbacteriën kan veranderen en de beweeglijkheid van het maagdarmkanaal kan verstoren. Dit vormt de basis voor een diarree aanval, wat alleen maar bijdraagt ​​​​aan het nog verder verhogen van haar stressniveau (en dat van jou), vooral als ze een ongeluk in huis heeft.

Sommige honden ervaren vooral kortstondige stress, maar anderen hebben te maken met chronische stress. Hoe meer je weet over wat de stress van je hond veroorzaakt, hoe ze zich gedraagt ​​als ze zich gestrest voelt en wat stress voor haar gezondheid kan doen, hoe beter je in staat bent om het te identificeren.

Tekenen van stress en stresstriggers

Volgens de British Small Animal Veterinary Association (BSAVA) 2009 Manual of Canine and Feline Behavioral Medicine zijn er 10 veelvoorkomende tekenen van stress bij honden:

  1. Neus/lip likken (tongelen)
  2. Geeuwen
  3. Hijgen
  4. Verminderde of afwezige eetlust
  5. Diarree
  6. Staart verlaagd of opgetrokken
  7. Oren naar achteren getrokken of vastgemaakt
  8. Ineengedoken/gehurkte lichaamshouding en/of verstoppen
  9. Trillen/schudden
  10. Verhoogde vocalisaties – janken, huilen, blaffen

 

In dezelfde handleiding worden ook deze 10 meest voorkomende stresstriggers bij honden vermeld:

  1. Nieuwigheid – blootstelling aan nieuwe items, nieuwe mensen, nieuwe dieren, enz.
  2. Harde geluiden – vuurwerk, onweersbuien, enz.
  3. Veranderingen in huisvesting – verhuizen naar een nieuw huis, internaat, enz.
  4. Veranderingen in leden van het huishouden – nieuwe baby, nieuw huisdier, verlies van huisdier of mens, huisgasten, enz.
  5. Veranderingen in de routine van het huishouden – nieuw werkschema, kinderen die naar school gaan, vakanties, enz.
  6. Bestraffende trainingsmethoden – schok halsband (anti-blafband), schreeuwen, slaan, enz.
  7. Invasie van persoonlijke ruimte – verstoring bij rusten, knuffelen, kussen, met geweld tegenhouden, enz.
  8. Gebrek aan uitingsmogelijkheden voor normaal rasgedrag – drijven, hoeden, rennen, apporteren, enz.
  9. Afscheiding van menselijke familieleden – verlatingsangst, enz.
  10. Slechte (gespannen) relaties met andere leden van het huishouden (huisdieren of mensen), etc.

Sommige stressoren in het leven van honden kunnen onvermijdelijk zijn, zoals een verhuizing naar een nieuw huis of een verandering in werkschema’s. Er zijn echter ook verschillende triggers in de bovenstaande lijst waar u controle over kunt uitoefenen om stress in het leven van uw hond te minimaliseren. Bijvoorbeeld:

  • De meeste honden, vooral werk- en sportrassen, hebben veel meer beweging nodig dan ze krijgen, dus een goed begin bij het verminderen van de stress van uw huisdier is het verhogen van haar dagelijkse fysieke activiteitsniveau.
  • Honden zijn sociale wezens die zich eenzaam en verveeld voelen als ze gedwongen worden om voor langere tijd alleen te zijn. Als er overdag niemand thuis is om je hond gezelschap te houden, raad ik aan om minimaal een vriend of buurman in te huren of een hondenuitlater in te huren om met hem een ​​blokje om te wandelen. Een alternatief is hondenopvang.
  • Vervang bestraffende training door angstvrije gedragstraining.
  • Zorg ervoor dat iedereen in het huishouden de behoefte van uw hond aan ononderbroken slaap en gepaste hondvriendelijke omgang begrijpt en respecteert.


Suggesties om het stressniveau van uw hond te verlagen

  1. Zorg ervoor dat ze voldoende beweging, speeltijd, mentale stimulatie, aandacht en genegenheid krijgt. Dagelijkse krachtige lichaamsbeweging is een van de meest over het hoofd geziene, gratis en effectieve behandelingen voor het verminderen van stress waar maar heel weinig ouders van huisdieren gebruik van maken. Honden hebben elke dag rigoureuze fysieke en mentale oefening nodig.
  2. Overweeg om een ​​probiotisch supplement of gefermenteerde groenten toe te voegen aan het verse, qua voedingswaarde optimale, soortspecifieke volledige voedseldieet van uw hond, aangezien studies aantonen dat probiotica stressgerelateerde GI-stoornissen bij honden verminderen, het microbioom opbouwen en de darm-hersenas positief beïnvloeden.
  3. Als uw hond alleen thuis zal zijn, laat hem dan een kledingstuk of deken achter met uw geur erop en een speeltje om snoepjes los te laten, plaats kleine lekkernijen en zijn favoriete speeltjes in huis zodat hij het kan ontdekken, en trek wat aan rustgevende hondenmuziek voordat je vertrekt.
  4. Speel rustige, rustgevende muziek voordat een mogelijke stressfactor optreedt. Dit kan uw hond ontspannen en als bonus hebben dat verontrustende geluiden worden overstemd.
  5. Voeg een blend van bloemenessentie zoals Solutions Safe Space for Dogs toe aan haar drinkwater en investeer in een Adaptil feromonenhalsband of -verspreider.
  6. Raadpleeg een integratieve dierenarts over kalmerende nutraceuticals en kruiden die nuttig kunnen zijn, waaronder heilige basilicum, l-theanine, rhodiola en ashwagandha. In één diermodelstudie had Bacopa angstremmende effecten die vergelijkbaar waren met voorgeschreven medicatie
  7. Als uw hond goed reageert op druk die op haar lichaam wordt uitgeoefend, investeer dan in een draagdoek zoals het Thundershirt; overweeg ook Ttouch, een specifieke massagetechniek die angstige huisdieren kan helpen.
  8. Als de angst van uw hond erger lijkt te worden in plaats van beter, overweeg dan een geïndividualiseerde benadering om haar stress te beheersen door haar te laten kiezen wat haar het beste kalmeert via toegepaste zoöfarmacognosie (zelfgenezingstechnieken aangeboden door een getrainde professional).
  9. Als je een hond hebt geadopteerd die misschien een moeilijke start in het leven heeft gehad, raad ik ten zeerste een muzikaal programma aan genaamd A Sound Beginning, dat is ontworpen om stress te verminderen.
  10. Werk samen met een gedragstherapeut of trainer zonder dwang om angsttriggers te identificeren en een protocol voor gedragsverandering te ontwikkelen dat kan helpen het stressniveau dat uw hond ervaart te verminderen wanneer zich gebeurtenissen voordoen.

 

Bronnen en referenties in het artikel van Dr. Karen Becker:

Canitrail Training voor Beginners om aan te Snuffelen

Op zaterdagochtend geeft Dorethea Bil, cani-hardloop- en trailtrainster, in Amerika opgeleid in de Chirunning techniek, en honden fitness trainer (gecertificeerd bij de Atletiek Unie en Fitdog Program) met haar Siberische Husky Kaya vanaf de maand september het hele seizoen door iedere maand 1 Canitrail training om geïnteresseerden te inspireren en enthousiasmeren❤️
c

Omdat het een training voor beginners is lopen we niet aan een stuk door; het is meer een run-walk-run van maximaal 5-6km. Uiteraard met warming up, core-stability en cooling down.
c
Wanneer en Waar?
A. Zaterdag 11 september 08:00 -09:00 uur; Parkeerplaats Overasselt en Hatertse Vennen net voorbij Kaasboerderij De Diervoort, Staddijk 17 te Wijchen.
B. Zaterdag 2 oktober 08:00-09:00 uur; Parkeerplaats De Lappendeken aan de Diepesteeg net buiten het dorp De Steeg in het bos.
C. Zaterdag 13 november 09:00 -10:00 uur; Parkeerplaats bij Kasteel Rosendael, aan de Beekhuizenseweg 4 te Rozendaal
D. Zaterdag 4 december 09:00-10:00 uur; Parkeerplaats Het Leesten, Hoenderloseweg 191, 7339 GG Ugchelen
c
Voor wie?
* Beginnende Canitrailers waarvan de hond minimaal 11-12 maanden is
* Senior honden die nog heel sportief zijn maar niet meer lange stukken kunnen hardlopen
c
Kosten?
Op basis van vrije donatie
c
Aanmelden?
Dat kan via een mailtje naar canitrailnl@gmail.com
c

LET OP: Graag je eigen harnas, verende lijn en heupgordel mee nemen. Heb je dat niet dan is er leenmateriaal aanwezig van Run with Pride. Neem ook wat extra lekkere voertjes mee voor de oefeningen onderweg en wat water met lekkers voor na afloop van de training.
c

#JoinTheCanitrailXperience

Ik ga canitrailen en neem mee…

Als je je hond meeneemt op een wandel of hardloopavontuur in de natuur, ga je met je hond weg van de openbare wegen en de bewoonde wereld. Weg van een goede ontvangst voor je mobiele telefoon en dierenartsen of dierenklinieken. Onderweg ben jij dus voor 100% verantwoordelijk voor het verzorgen van wonden en noodsituaties die zich kunnen voordoen bij zowel jezelf als je hond. Als toegewijde trainer en fervent canitrailer moedig ik iedereen aan om een ​​eenvoudige lichtgewicht EHBO-kit voor honden en jezelf mee te nemen op elk Canitrail-avontuur.

Maar wat neem je mee?

Er zijn verschillende EHBO-koffers online te koop, waarvan sommige zelfs speciaal zijn ontworpen voor mensen die met hun honden in de natuur langere afstanden afleggen. Wat zit er in jullie lichtgewicht EHBO-kit voor backpacken, wandelen en/of canitrailen met je hond(en)?

In het blog van Kate Pederson over dit onderwerp vond ik allerlei tips die ik heb vertaald en aangevuld met eigen kennis. https://pawsitivelyintrepid.com/the-best-lightweight-first-aid-kit-for-hiking-with-dogs/


Nice to Know

Voordat we verder gaan naar de materialen is het handig om een aantal dingen te weten over je hond:

A. De normale hartslag van je hond
Een normale hartslag van je hond in complete rust ligt tussen de 30 tot 40 hartslagen per minuut. Normaal ligt deze overdag tussen de 60 en 120 slagen per minuut. Bij het hardlopen mag de hartslag zelfs boven de 120 slagen per minuut komen.
Tel het aantal slagen per vijftien seconden en vermenigvuldig dit dan met 4 zodat je de hartslag per minuut weet. De slagen moeten krachtig en regelmatig zijn. De hartslag versnelt na lichamelijke inspanning, oververhitting, bij hartproblemen, bij shock en na pijn.
Om te weten wanneer de hartslag van je hond normaal is en dus te hoog of te laag is, is het goed om de hartslag van je hond regelmatig te meten. In dit filmpje kun je zien hoe je de hartslag van je hond meet.

B. De normale temperatuur van je hond
De normale temperatuur van een hond ligt tussen de 38 en 39 graden. Bij puppy’s ligt die vaak wat hoger. En ook bij honden die een inspanning leveren ligt ie hoger. Van een extreme verhoging van de lichaamstemperatuur is sprake als de lichaamstemperatuur van je hond boven de 41,5 graden ligt. Onmiddellijk koelen is dan van levensbelang. Het meten van de lichaamstemperatuur doe je rectaal met een digitale thermometer. Heb je die niet bij de hand, dan is het mogelijk de temperatuur te bepalen aan de hand van het voelen van de warmte van oren en poten of door te voelen aan z’n neus of door de oksels en liezen te voelen of z’n tandvlees te onderzoeken. Hoe je dat moet doen kun je op deze pagina van wikihow lezen.

C. De normale ademhaling van je hond
Bij een normale ademhaling van je hond kun je de borstkas rustig op en neer zien bewegen. Als je de borstkas niet ziet of voelt bewegen, houd je een doekje voor de neus van de hond om de ademhaling te controleren. Onder normale omstandigheden ademt een hond in rust tussen de 15 en 30 keer per minuut. De ademhaling van een hond is sneller en oppervlakkiger bij oververhitting, pijn, shock en hartproblemen. Als je hond niet ademhaalt, controleert je zijn hartslag en pols en bereid je je voor op het toepassen van kunstmatige ademhaling en/of hartmassage.

 

WAAR MOET JE OP LETTEN
Aangezien je een EHBO-kit nodig hebt die je in je trailvest of rugzak moet meenemen voor tijdens een langere canitrail of lange wandeling, is het gewicht ervan van groot belang. Daarom is het belangrijk om je EHBO tot het absolute noodzakelijke minimum te proberen te beperken. Een lichtgewicht EHBO-kit voor je hond moet in ieder geval de volgende dingen bevatten:

  1. Een manier om wonden te reinigen, zoals antiseptische doekjes of drievoudige antibiotische zalf
  2. Een manier om het bloeden te stoppen en wonden te beschermen, zoals gaas, vetrap (zelfklevend verband) of ander verbandmateriaal
  3. Een manier om splinters of ander materiaal uit de huid of poten te krijgen, zoals een lichtgewicht pincet
  4. Een manier om allergische reacties te behandelen. Een veelgebruikt medicijn om mee te nemen is Benadryl (difenhydramine).
  5. Een manier om je hond uit de onbewoonde wereld te dragen. Dit kan je armen zijn, je rugzak of een reddingsharnas.
  6. Een touwtje, extra riem of verband om een snuitje/muikorf te kunnen aanleggen om te voorkomen dat je hond jou of anderen kan bijten als hij erg veel pijn heeft.
  7. Handig om bij je te hebben; er zijn spullen die absoluut de moeite waard zijn om bij je te hebben.

Laten we elk van de bovenstaande items bespreken en waarom ze belangrijk zijn. Dit zal je helpen om voorverpakte EHBO-kits die op de markt zijn beter te beoordelen en je ook in staat te stellen een eigen doe-het-zelf EHBO-kit samen te stellen om met je hond eropuit te gaan als je al de juiste benodigdheden in huis hebt.

 

  1. Een manier om wonden schoon te maken

Enkele van de meest voorkomende verwondingen die in de buitenlucht optreden zijn prikwonden, schaafwonden en andere huidbeschadigingen. Afhankelijk van de ernst van de wond, is je eerste prioriteit om het bloeden te stoppen en druk uit te oefenen. Maar voor kleine wonden verdient het de voorkeur om te proberen de wond schoon te maken voordat je een verband aanbrengt.

Neem altijd water mee om zichtbaar vuil uit een oppervlakkige wond te kunnen spoelen. Dep vervolgens de wond schoon met een antibacterieel reinigingsmiddel zoals chloorhexidinedicetaat of providonejodium. Beide items zijn meestal inbegrepen in EHBO-koffers. Wanneer je jodium of chloorhexidine gebruikt, moeten deze worden verdund met water voordat je dit op je hond gebruikt. Breng vervolgens aan op steriel gaaskompres en dep het gebied voorzichtig schoon.

 

  1. Een manier om bloedingen te stoppen en wonden te beschermen

Nadat een wond is schoongemaakt, breng je een ​​verband aan om druk op de wond uit te oefenen en het bloeden te verminderen. Dit verband zal ook helpen de wond te beschermen tegen vuil.

Voor een zo minimalistisch mogelijke lichtgewicht EHBO-kit neem ik mee voor het kunnen beschermen van een wond (geen bijtwond) het volgende mee in volgorde van aanbrengen op de wond:
– een steriel niet-verklevend wondkompres,
– synthetische watten (bij ernstige bloedingen of drukverdeling bij drukverband))
– rol elastisch hydrofiel zwachtel met leukoplast tape
– en/of rol zelfklevend verband

Bij een oppervlakkige wond leg je dus na het schoonmaken van de wond eerst het steriele wondkompres erop om vervolgens de elastische zwachtel of zelfklevende verband eromheen te binden om het kompres op z’n plaats te houden. Houd er bij het verbinden rekening mee dat dit een zeer rekbaar materiaal is. Het verband moet strak genoeg zitten om er niet af te glijden, maar mag de bloedsomloop niet afsnijden. Om dit te voorkomen kun je synthetische watten over de wondkompress leggen om te voorkomen dat het rekbare verband alles afknelt.  Onthoud dat een verband dat onderweg moet worden aangebracht hopelijk tijdelijk is totdat je bij de auto, thuis of dierenarts bent. In dit filmpje zie je hoe je bijvoorbeeld een wond aan de poot van je hond verzorgt

  1. Een manier om splinters of ander materiaal van de huid en poten van uw hond te verwijderen

Er zijn veel items die in de huid kunnen blijven steken van je hond en die moeilijk met je vingers te verwijderen zijn. Van houtsplinters tot cactusstekels tot ingebedde teken. Een goed pincet kan in verschillende situaties goed van pas komen. Een klassiek Zwitsers zakmes heeft een goed klein pincet die je uitstekend zou kunnen gebruiken. Maar er zijn ook tal van lichtgewicht titanium pincetten die online te koop zijn. Ongeacht het type pincet dat je aan je EHBO-doos toevoegt, ik denk niet dat je er spijt van zult krijgen om er een mee te nemen tijdens je wandel- en canitrailavonturen.

 

  1. Een manier om allergische reacties te behandelen

Difenhydramine (algemeen bekend onder de merknaam Benadryl) is een antihistamine medicijn voor de behandeling van allergische reacties. Net als mensen worden honden gebeten en gestoken door insecten, vooral in de warmere maanden. Dit kan weinig effect hebben, of het kan een noodsituatie zijn, afhankelijk van het gif, de allergische reactie van het huisdier en de locatie van de beet, omdat zwelling in het nek- en keelgebied ernstige ademhalingsproblemen kan veroorzaken. Honden hebben meestal zwelling van het gezicht en snuit bij insecten met hun mond.

Benadryl® is een geweldig noodmedicijn voor allergische reacties met betrekking tot insectenbeten en -steken. Relatief veilig, kan het worden gebruikt in de meeste huisdieren, kinderen en volwassenen om de allergische reactie te kalmeren en mogelijk een noodsituatie te voorkomen als gevolg van extreme zwelling. Neem contact op met je dierenarts om nauwkeurige doseringsinformatie voor je hond te krijgen.

Veel EHBO-kits voor honden bevatten een paar individueel verpakte Benadryl-tabletten. Stop een paar tabletten in een leeg pillendoosje. Deze houdt de tabletten droog en beschermd en is navulbaar.

 

  1. Een manier om je hond uit de onbewoonde wereld te dragen

Voor kleine honden kun gemakkelijk oppakken en terugbrengen naar de auto. Maar hoe groter de hond is, hoe belangrijker het is om een ​​plan te hebben hoe je je hond weer terug bij de auto kunt krijgen.

Onlangs zijn er een aantal noodharnassen gemaakt voor honden om in mee te kunnen nemen als je viervoeter zelf niet meer in staat is om te lopen. Want je hond achter laten is natuurlijk geen optie. Hier is een korte lijst van enkele van de populairste merknamen:


De meeste EHBO-koffers worden niet geleverd met een noodharnas, maar of je nu wel of niet een reddingsharnas voor je hond koopt, zorg ervoor dat je een manier hebt om je hond terug te brengen naar je startlokatie of een plek in de bewoonde wereld. Veel reddingsdiensten die gewonden moeten ophalen zijn niet goed uitgerust om honden te redden.

 

  1. Een touwtje, extra riem of verband om een snuitje/muikorf te kunnen aanleggen

Van het gaasverband kun je eenvoudig een ​​noodmuilkorf maken. Je zou kunnen denken dat een muilkorf niet nodig is voor je hond, omdat je hond niet zou bijten. Maar alle honden zijn in staat om te bijten wanneer ze pijn hebben en jij veroorzaakt pijn door je hond te bewegen of een wond aan te raken. Je kunt echter ook van een schoenveter, stropdas, of je riem een noodmuilkorf maken. Oefen dit regelmatig thuis in een niet-stressvolle omgeving voordat je het toepast op de trails. In het onderstaande filmpje leer je hoe je een gaasmuilkorf aanbrengt

Let op: als je hond oververhit is, moeite heeft met ademhalen of moet overgeven doe je NOOIT een muilkorf om.

  1. Handig om mee te nemen

Vanuit eigen ervaring op de ultratrails zijn er dingen die handig zijn om mee te nemen of bij diverse evenementen zelfs verplicht zijn om mee te nemen. Veel van deze spullen zijn multifunctioneel zodat je zo minmogelijk hoeft mee te nemen:

 

* Het Reddingsdeken is goud waard
De reddingsdeken goud en zilver is voor eenmalig gebruik en beschermt zowel tegen oververhitting als onderkoeling. De deken heeft een gouden en een zilveren kant. Met de goudkleurige zijde naar het lichaam wordt oververhitting voorkomen. Daarnaast beschermt de reddingsdeken met de zilverkleurige kant naar het lichaam bij onderkoeling. In noodgevallen zoals bij een shock kun je dit deken om doen bij zowel hond als mens. Een ezelsbruggetje is “zie je goud, dan is het slachtoffer koud”. Het gaat dan dus om de zijde die je als hulpverlener ziet.

Je zou het reddingsdeken zelfs kunnen gebruiken als brancard om je gewonde hond in te vervoeren; je legt dan je hond op het reddingsdeken en met twee mensen pakken jullie het deken aan de vier punten op en heb je een noodbrancard.
En als je de deken helemaal oprolt kun je je hond eventueel ook ermee op je borst dragen in een soort van draagzak. Het reddingsdeken is zelfs in te zetten bij het maken van een tourniquet bij slagaderlijke bloedingen.
In dit filmpje kun je zien hoe je het reddingsdeken het beste kunt gebruiken

 

* Het IJSverband/ Cold bandage
Het IJsverband is éénmalig te gebruiken voor het behandelen van blessures, spierpijn en overbelasting. Het ijsverband bestaat uit een speciaal ontwikkelde, verkoelende oplossing in een elastische bandage. Het ijsverband vermindert zwellingen en verleent voldoende koeling voor een zeer effectieve behandeling, ook verkort de bandage de herstelperiode van blessures doordat koelen en compressie worden gecombineerd in één eenvoudige stap. Wikkel de bandage rond het geblesseerde gebied, zorg voor genoeg compressie zodat de bandage goed kan verkoelen.Wikkel de bandage niet te vaak over zichzelf en zorg dat hij niet afknelt. De verkoeling zal geleidelijk kouder worden in de eerste 10 tot 15 minuten en zal gedurende 2 uur blijven verkoelen.

 

* Extra t-shirt voor noodmitella
Stel je komt als mens te vallen en je hebt direct erna last van je hand, arm, schouder of sleutelbeen dan is het noodzakelijk om de opkomende zwelling van de verstuiking of breuk te voorkomen door het dragen van een mitella. Mocht je geen mitella in je EHBO hebben dan is het goed om te weten dat je van een T-shirt een nood-mitella kunt maken

 

* De veelzijdigheid van Tie Wraps
Een paar kabelbinders (tie wraps) zijn een echte must om bij je te hebben in je trailvest of auto. De veter in je schoen kun je bijvoorbeeld kapottrekken; dan gebruik je de tie wrap om je schoenen dicht te kunnen maken. Of de musketon van de lijn breekt af; dan is de tie wrap sterk genoeg om als vervanging te gebruiken. Of je hebt een noodhondenlijn nodig; dan maak je van diverse tie wraps aan elkaar vastgelust een oersterke lijn. Een kleine schaartje gebruik je vervolgens om de overtollige stukken eraf te knippen. In dit filmpje zie je 12 handige tips over het gebruik van de tie wraps

* O.R.S. tegen uitdrogingsverschijnselen
De afkorting O.R.S. staat voor Oral Rehydration Salts. Het middel O.R.S. is een glucose-zoutenpreparaat met de juiste hoeveelheden glucose (druivensuiker) en zouten dat de opname van water bevordert. Het wordt gebruikt bij uitdroging door warmte, braken, diarree of wanneer een jong dier lange tijd geen melk heeft gekregen.

Ook je hond zou je bij extreme uitdrogingsverschijnselen kleine beetjes O.R.S. mogen toedienen mits hij nog wel wil drinken. Uit onderzoek is gebleken dat het gebruik van O.R.S. effectief en veilig is bij honden met milde tot matige dehydratie geassocieerd met hemorragische diarree. Hemorragische diarree wordt gekenmerkt door het acuut ontstaan van bloederige diarree en braken waardoor er een groot risico op uitdroging van de hond is. In de O.R.S. van mensen is de zoetstof sucralose (0,012mg per zakje) toegevoegd; gebruik dit middel voor je hond alleen in uiterste noodgevallen door het in kleine beetjes aan te bieden. Nooit in grote hoeveelheden in 1 keer.

 

* Poepzakjes en papieren zakdoekjes
De poepzakjes zijn ongelooflijk handig omdat je daarin alle afval kunt stoppen voor het geval je geen prullenbak in de buurt hebt. In sommige natuurgebieden is het zelfs verplicht om de uitwerpselen van je hond op te ruimen.
Als je zelf ergens een grote boodschap moet doen is het altijd fijn dat je papieren zakdoekjes bij je hebt als wc-papier die je na gebruik in de poepzakjes kunt stoppen om bij de auto in de prullenbak te gooien. Leave nothing but footprints!
De papieren zakdoekjes kun je tevens gebruiken om bijvoorbeeld stromend bloed te stelpen of om het geronnen bloed rondom een verzorgde wond mee schoon te maken.
Het poepzakje kun je tevens gebruiken als waterdicht zakje voor je mobiele telefoon of andere zaken die niet nat mogen worden als je plotsklaps wordt overvallen door een enorme stortbui.

* Zwitsers zakmes; multifunctioneel
Een Zwitsers zakmes kun je vooral zien als een multifunctionele tool. De tool biedt meer dan een mes, zo heeft het vaak ook schroevendraaiers, kurkentrekker, flesopener, priem. Maar er zijn er ook met een schaar, kabelkniptang, zaklamp, pincet vergrootglas en led lampje, en noem het maar op. Een aparte Het Zwitsers zakmes is dan ook de beste keuze als je op zoek bent naar één tool voor verschillende situaties.Het meest bekende voorbeeld is het Zwitsers zakmes van Victorinox.

 

* Leukotape; stevige tape voor onderweg
In plaats van het aanschaffen van leukoplast om een wikkelverbandje vast te zetten kun je beter voor de aanschaf van Leukoplast gaan. Dit is in de lengte ook eenvoudig te scheuren, maar kan ook ingezet worden om bijvoorbeeld je enkel te fixeren na een misstap. Door het tapen van je enkel kun je dan in ieder geval nog terugkomen bij de auto. De Cool bandage gebruik ik zelf meteen als ik door m’n enkel ben gegaan.  Het tapen van mijn enkel doe ik als de zwelling weg is.

Je kunt leukotape ook gebruiken om op plaatsen te plakken waar je schoenen voor veel wrijving zorgt om blaren te voorkomen. Of je gebruikt de tape om je schoen als je bijvoorbeeld aan de zijkant uit je schoen bent gescheurd. Ook kun je deze tape prima gebruiken als een dogbootie om de poot van je hond steeds weer loslaat.
In dit filmpje kun je zien hoe je je eigen enkel kunt fixeren met leukotape

* Dogbooties
Een ander item dat je uitstekend kunt gebruiken bij het beschermen van hondenpootjes zijn de hondenlaarsjes oftewel dogbooties. Booties beschermen de voetzool tegen ijs, strooizout/pekel in de winterperiode. Maar zijn ook te gebruiken ter bescherming van beschadigde voetzolen, zoals wonden of kloven en wanneer de hond niet mag likken aan zijn poot. Vandaar dat een ​​paar hondenlaarzen (dogbooties) en een goede potenbalsem op meerdaagse trips in de winter of stenig gebied een absolute must zijn.Een review op een aantal dogbooties worden in dit filmpje besproken.

 

* Powerbank en waterproof foedraal
Mijn mobiele telefoon heb ik altijd bij me. Niet alleen om foto’s en filmpjes mee te maken, maar ook om mobiel bereikbaar te zijn of anderen te kunnen bereiken in noodgevallen. In mijn telefoon heb ik altijd de noodnummers staan van niet alleen de lokale hulpdiensten maar ook de landelijke noodnummers. Op het beginscherm heb ik de Emergency Contacts geïnstalleerd voor het geval iemand voor mij hulp in moet schakelen.

Bij langere afstanden en vooral als ik ook navigeer op mijn telefoon heb ik altijd in een waterproof foedraal een powerbank met oplaadkabel mee. Je wil nooit en te nimmer ergens staan met een lege telefoon. Mocht je meerdere dagen onderweg zijn, dan kan een powerbank op zonne-energie de oplossing zijn. Nadat je je telefoon ermee hebt opgeladen, zorgt de zon ervoor dat je powerbank weer opnieuw wordt opgeladen. Een powerbank kan levensreddend zijn!

Om mijn telefoon die volledig voor 100% afgesloten wil hebben tegen water en vuil maar toch nog wil kunnen gebruiken heb ik een speciaal daarvoor ontworpen waterproof foedraal van Seawag aangeschaft.

Alle andere spullen die ik niet nat of vies wil laten worden stop ik in waterdichte zip bags voordat ik ze in mijn trailvest doe.

 

* Water en voeding
Tot slot neem je altijd voldoende water mee en iets te eten voor onderweg om te voorkomen dat jij en je hond uitdrogen of dat de bloedsuikers spiegel van jou of je hond te laag wordt. Een te lage bloedsuiker herken je aan de volgende symptomen: sloomheid, wankel lopen, afwezig zijn, trillen, versnelde ademhaling, trage hartslag en in het meest ernstige geval kan de hond in coma raken.  Geef jezelf of je hond kleine porties eten voor het geval er milde klachten zijn.
Ik neem bij korte afstanden tot 15km altijd minimaal 1 liter water mee en een opvouwbare drinkbak voor m’n hond. Het water verdeel ik over twee soft flaskes van 500ml waarbij 1 flesje voor m’n hond is en de andere voor mezelf. Bij langere afstanden of in gebieden waar verder geen water te vinden zal zijn neem ik in mijn trailvest ook nog een waterzak van 1,5 liter of 2 liter mee. Mijn hond kan rechtstreeks uit het mondstuk van de waterzak drinken of ik vul de meegenomen opvouwbare drinkbak met water waaruit de hond kan drinken.
Het water is ook ontzettend handig om te gebruiken bij het schoonmaken van allerlei wonden. De soft flask kan ik makkelijk bijvullen en deze gebruiken om de O.R.S. zakjes in op te kunnen lossen en drinken.


*Een noodfluitje; vooral in de bergen
Een klein fluitje is vooral in de bergen of als je alleen met je hond onderweg bent onmisbaar. Het geluid van een fluitje reikt verder dan je stem. Bovendien kun je fluiten langer volhouden dan schreeuwen.

Zorg dat je je het fluitje altijd voor het grijpen hebt. Dus niet onderin je racevest! En vergewis je ervan dat je het alpiene noodsignaal kent. Binnen 1 minuut het signaal 6 keer herhalen, 1 minuut wachten en dan eventueel herhalen. Heeft iemand jouw noodsignaal ontvangen, dan wordt er gereageerd met 3 signalen in een minuut.

 

 

SAMENVATTING

Bij een kortere trail bij jou in de buurt neem je waarschijnlijk minder mee als op jullie langere canitrails. Zo zul je ook minder spullen nodig hebben als je dicht bij de bewoonde wereld loopt dan als je ergens in de ‘middle – of nowhere’ trailt. Als je je route als een 8-tje hebt gepland dan kom je na de eerste lus weer terug bij de auto en kun je veel EHBO-spullen, droge kleding en extra water in de auto laten. Wel zo handig als jullie iets verder willen, maar niet teveel in de trailrugzak willen meenemen.

Kies je spullen vooraf welbewust op veiligheid, nooit op gewicht.

De complete lijst met alle spullen voor onderweg ziet er als volgt uit:

– Steriel gaaskompressen
– Niet verklevend wondkompres
– Hydrofiel zwachtel (geschikt voor bewegende lichaamsdelen)
– Pleisterspray (ipv gewone pleisters)
– Blarenpleisters
– Leukotape
– Cold bandage/ IJsverband
– Betadine of Chloorhexidine of Reinigingsalcohol( desinfectant)
– Benadryl-tabletten
– Paracetamol tabletten
– Reddingsdeken goud zilver
– Noodfluitje
– Safe Kiss Beademingsdoekje (reanimatie)
– Poepzakjes
– Papieren zakdoekjes
– Tie wraps (kabelbinders)
– Energiereep/ gelletje/ brokjes = voeding
– O.R.S. zakjes
– Magnesiumolie
– Rescue harnass ( reddingsharnas)
– Dogbooties
– Geplastificeerde kopie van je ID kaart
– Waterdichte zip bag (om alles te beschermen tegen vocht en vuil)
– Water en een opvouwbare drinkbak
– Opvouwbaar waterafstotend kleed
– Tekentang
– Zwitsers zakmes met splinterpincet, schaartje, led lampje (of zaklampje)
– Powerbank met kabel (opladen telefoon)

En natuurlijk een volledig opgeladen telefoon met hierop in ieder geval een gedetailleerde kaart van de omgeving. Zorg ervoor dat je telefoon vooraf helemaal is opgeladen en zet zo veel mogelijk functies uit om batterijen te sparen.

 

 

 

 

 

Actieve hondenrassen voor actieve baasjes

Heb je een actieve levensstijl en ben je op zoek naar een hond die qua ras daar het beste bij past?

Als het gaat om het maken van lange runs of lange wandelingen met je hond is het belangrijk om je te verdiepen in de eigenschappen van het ras. Wat zit er in hun genen en waarop zijn ze oorspronkelijk gefokt. En welke fysieke kenmerken hebben ze daarom meegekregen. Daarnaast is natuurlijk de persoonlijkheid van de hond belangrijk om te bekijken of deze bij jou en jouw leefstijl past.  Er zijn hondenrassen die zijn gefokt om urenlang in de buitenlucht bezig te zijn. Dat zijn de rassen die in principe uitstekend geschikt zijn voor de actieve trailrunner en wandelaar. Maar ook de ‘vuilnisbakkies’ en ‘mixjes’ lenen zich uitstekend voor een actieve leefstijl. Uit de diverse lijstjes die te vinden zijn op internet heb ik op alfabetische volgorde de bekendste op een rijtje gezet voor mensen die op zoek zijn naar een actieve metgezel:

 

  1. Alaskan Malamute
    De Alaskan Malamute is een grote waakse werkhond die is gefokt om karren en sleeën over lange afstanden te trekken in ruw terrein. Het zijn speelse, vriendelijke, vreugdevolle en aanhankelijke honden met een dikke vacht die graag buiten zijn, vooral bij koud weer. Het zijn deskundige klimmers en gravers die moeilijk achter een hek te houden zijn als ze te weinig lichaamsbeweging krijgen of uitdagende opdrachten moeten uitvoeren. Dit vocale ras is gefokt op uithoudingsvermogen in plaats van snelheid, en dat maakt ze vooral geschikt voor lange wandelingen. Meest geschikt voor; lange afstanden bij koudere weersomstandigheden
  2. Australian Cattle Dog
    De Australian Cattle Dog is een atletisch, gedrongen werkhond met krachtige goed gespierde voor- en achterhand. Aan de wieg van dit intelligente energieke ras die ingezet werd in Australië bij het naar de markt drijven van vee hebben de volgende rassen gestaan: Bull Terriër, Dalmatiër, Kelpie, Red Deer Dingo en de blue merle Colle. Het resultaat is een echte werkhond, onbevreesd, vastberaden trouw en zeer alert. Ze hebben een instinctieve neiging tot het beschermen van de baas en zijn eigendommen en zijn wantrouwend tegenover vreemden. Ze zijn perfecte hardlooppartners en passen perfect in een thuis met voldoende fysieke uitdagingen. Meest geschikt voor lange run op de trails
  3. Australian Shepherd
    De Australian Shepherd is een in de Verenigde Staten ontwikkelde veelzijdige herdershond voor op de farms en uitgestrekte ranches. De Aussie is een vriendelijke hond, wat terughoudend naar vreemden, met een groot uithoudingsvermogen en een sterk hoed- en drijfinstinct. De Australian Shepherd is een gedreven werkhond (een echte workaholic) en kan erg vervelend worden als iets te eentonig is of als ze niets te doen hebben. Ze hebben ook onderweg een uitdaging nodig waarbij ze worden aangesproken op hun intelligentie. Meest geschikt voor: rennen op de trails met veel afwisseling en obstakels
  4. Dalmatier
    De Dalmatiër is een sterk, actief en atletisch ras met een groot uithoudingsvermogen. Dalmatiërs werden gefokt om urenlang langs de as van een door paarden getrokken koets te kunnen rennen en hun te beschermen tegen andere honden en bedreigingen. Dalmatiërs zijn mensgericht, gevoelig en houden van bewegen. Deze honden hebben de neiging om op de stoep te beuken, dus het is het beste om voor lange afstanden op zachte paden te blijven. Door hun gevoelige huid en korte haar kunnen ze extreme weersomstandigheden niet goed aan.  Meest geschikt voor: langere runs op de trails in niet al te extreme weersomstandigheden
  5. Duitse Korthaar Pointer
    De Duitse Kortharige Pointer is een multifunctionele jachthond die uitstekend fungeert als gezinsgenoot in een actief gezin. Het ras zeer energiek, intelligent en zijn waakzame beschermende karakter maakt hem tot een uitstekende waakhond. Het zijn echte duursporters die genieten van lange uren van inspannende activiteit in verschillende klimaten, waardoor ze geschikt zijn voor lange wandelingen en avonturen. Ze zijn sociaal en bereid om te behagen, willen graag met hun baasjes samenwerken en nieuwe vrienden maken. Dankzij hun magere bouw en gespierde achterhand is dit ras geweldig voor lange runs (meer dan tien mijl) en zelfs om fietsers bij te houden.  Meest geschikt voor: lange runs; snel gaan; hardlopen op de trails
  6. Parson Russel Terriër
    De Parson Russel Terriër, iets groter dan de Jack Russel Terriër, is een kleinere pittige intelligente jachthond die werd gefokt om met paarden mee te kunnen lopen tijdens de vossenjacht. Dit ras die houdt van spelen en is meestal erg gretig en actief. Het zijn jagers, dus zorg ervoor dat je wat tijd besteedt aan het trainen van z’n focus tijdens het rennen om te voorkomen dat je op een zijspoor raakt op zoek naar een prooi. De Parson Russel Terrier is behoorlijk gehard en kan pijn goed verdragen, waardoor je een blessure pas laat zult zien. Meest geschikt voor; lange afstanden in alle weersomstandigheden
  7. Portugese Waterhond
    De Portugese waterhond werd ingezet op vele taken, waaronder het hoeden van vissen in vissersnetten, het ophalen van uitrusting en netten, en als koerier van schip naar kust of schip naar schip. Dit onstuimige ras houdt van werken en is een geweldige gezinsgenoot voor mensen die op zoek zijn naar een actieve metgezel. Ze zijn aanhankelijk en avontuurlijk, en ze zijn het gelukkigst als ze veel beweging krijgen. Als je geen natte hond wil dan past dit ras niet geschikt bij jou. Meest geschikt voor: lange afstanden, rennen op de trails met veel afwisseling en obstakels
  8. Rhodesian Ridgeback
    De Rhodesian Ridgeback is een in Zuid-Afrika ontwikkelde gespierde hond. De lokale boeren hadden een werkhond nodig die hen zou helpen indringers af te weren maar ook om mee te kunnen jagen onder zware temperaturen. De Deense Dog, Mastiffs, windhond en bloedhond werd gekruist met de lokale semi-gedomesticeerde rassen die leefden bij de stam van Khoikhoi.
    De Rhodesian Ridgeback zijn zeer actieve en waardige honden, gereserveerd tegenover vreemden, maar aanhankelijk naar hun familie. Ze hebben een sterke wil en kunnen de neiging hebben om kattenkwaad uit te voeren. Dit ras heeft een efficiënte pas en een korte, onderhoudsarme vacht die helpt bij het hardlopen in de hitte. Meest geschikt: rennen bij warm weersomstandigheden, lange runs
  9. Siberische Husky
    De Siberische Husky werd oorspronkelijk gefokt om sleeën en karren over lange afstanden te trekken in het barre Russische klimaat. De Husky combineert kracht, snelheid en uithoudingsvermogen met een lichte soepele tred die zowel goed bereik als drive vertoont. Husky’s hebben een levendige geest en staan altijd klaar voor avontuur op elk moment. De dikke vacht – een zachte ondervacht en een langere, grove bovenvacht – houdt husky’s dagenlang goed geïsoleerd in de meest onaangename omstandigheden. Siberiërs zijn zachtaardige en alerte, zeer sociale honden die in een roedel leven en graag buiten zijn, maar ook prima na gedane arbeid in huis kunnen liggen luieren op de bank. Meest geschikt voor; rennen bij koudere weersomstandigheden
  10. Vizsla
    De Vizsla is een Hongaarse jachthond en wordt tot op de dag van vandaag op grote schaal in het veld gebruikt. Vanwege zijn aangeboren kracht en gedrevenheid als jachthond, heeft de Vizsla zijn behoefte aan beweging en liefde voor het buitenleven behouden. Vizsla’s zijn energieke en atletische honden, erg vriendelijk en aanhankelijk en altijd klaar om te gaan. Dit ras blinkt uit in snelheid, uithoudingsvermogen, het navigeren door obstakels en zelfs springen. Wat vizslas verder onderscheidt, is hun uitzonderlijke trainbaarheid. Meest geschikt voor: Lange runs; snel gaan; rennen in de hitte; hardlopen op de trails
  11. Weimaraner
    De Weimaraner is een jachthond die door de edelen aan het Weimar-hof werden gefokt om te jagen op vogels, konijnen en vossen. Deze moedige intelligente hond met een goed geurvermogen en uitstekend uithoudingsvermogen werd bereikt door de Bloedhond, Engelse Pointer, Duitse Kortharige Pointer en blauwe Duitse Dog met elkaar te kruisen. Het zijn loyale, aanhankelijke en vrolijke honden die uitstekende partners zijn mits je maar voldoende met ze in beweging bent. Het zijn geen honden om te lang alleen te laten en kunnen dan uit verveling destructief kauwen op van alles en nog wat in huis. Ze zijn gebouwd voor snelheid en uithoudingsvermogen, wat betekent dat ze het goed doen op zowel korte als lange tochten. De Weimaraner is geweldig in het navigeren door ruig terrein of paden. Meest geschikt voor: lange en korte runs; snel gaan; hardlopen op de trails

 

 

Natte Neuzen Trail Meest Voorkomende Hondenrassen
Tijdens de Natte Neuzen Trails zien we echter een ander beeld aan hondenrassen die hierin actief zijn. Een aantal van de meest bekende actieve honden voor op de lange afstanden zien we terug op de Canitrails, maar zijn niet altijd even aanwezig. De volgorde van meest bekende Canitrail honden op de Natte Neuzen Trails met erachter het aantal zijn:

  1. Border Collie (incl kruising) 20
  2. Siberische Husky 18
  3. Mechelse Herder 13
    Vuilnisbakkie/ Thaise, Roemeense, Bulgaarse, Griekse, Spaanse, Portugese mix 13
  4. Labrador 11
  5. Australian Shepherd 9
    Rhodesian Ridgeback 9
  6. Duitse Staander Korthaar 8
  7. Duitse Herder 6
    Golden Retriever 6
    Labradoodle 6
    Cocker Spaniël 6

Totaal Overzicht Meeste Hondenrassen NNT
Het totale overzicht van hondenrassen die we regelmatig tegenkomen op de Natte Neuzen Trails laat ook een aantal verrassende hondenrassen zien die je in eerste instantie niet zou verwachten op de Canitrail….Het totaaloverzicht op alfabetische volgorde is:

Ras Aantal
Alaskan Malamute 2
Amerikaanse Staffordshire 4
Appenzeller 3
Australian Shepherd 9
Beagle 3
Boerenfox 3
Border Collie (incl kruising) 20
Boxer 2
Bull terriër ( incl de mini) 4
Catahoula 2
Catalaanse herder 2
Chihuahua 3
Cocker Spaniël 6
Dalmatiër 3
Dobermann 2
Drentsche Patrijs 3
Duitse herder 6
Duitse Staander Korthaar 8
Entlebucher 2
Flatcoated Retriever 2
Friese Stabij 4
Golden Retriever 6
Groenlandse hond 2
Heidewachtel 4
IJslandse herder 2
Kooiker 2
Labradoodle (incl kruising) 6
Labrador (incl kruising) 11
Labrador Retriever 3
Mechelse herder 13
Podenco (incl kruising) 5
Rhodesian Ridgeback 9
(Konings)Poedel 3
Rottweiler 5
Sharpei 2
Siberische Husky 18
Vizsla 3
Weimaraner 5
Working Kelpie 4
Zwitserse Witte herder 4
Vuilnisbak/ Roemeens/ Griekse/ Spaanse/ Portugese/ Thaise mix 13


Overzicht Overige Hondenrassen NNT 
En dan hebben we ook nog eens een hele lijst aan enkele hondenrassen die we tussen 2016 en 2021 tijdens de Natte Neuzen Trails zijn tegengekomen maar die echt meer een uitzondering waren, namelijk:

American Indian Dog
Amerikaanse Bull Dog
Australian Cattle Dog
Barbet
Beauceron
Boomer
Border terriër
Bracco Italiano
Cairn terriër
Cesky Fousek
Corgi
Duitse Pinscher
Engelse Setter
Finse Lappenhond
Galgo
Golden Irish
Gordon Setter
Korthals Griffon
Groenendaeler
Ierse Setter
Jack Russel
Keeshond
Laika
Nova Scotia Duck Tolling Retriever
Hollandse Herder
Hovawart
Manchester terriër
Mestizo
Mopshond (Pugchu)
Nizinny (polish lowland sheepdog)
Old English buldog
Parson Russel terriër
Peruaanse naakthond mix
Pointer
Puli (Hongaarse herdershond)
Teckel
Samojeed
Scandinavian hounds ( Eurohounds)
Schapendoes
Schotse herder
Shetland Sheepdog (Sheltie)
Shiba inu
Shi Tzu
Spaanse Waterhond
Tervuerense herder
Wheaten terriër
Whippet
Yorkshire terriër

Zoals je kunt lezen is het een mooie bonte verzameling aan honden; in alle soorten en maten.
Maar wat eigenlijk het allerbelangrijkste is, is een hond, ongeacht welk ras, die het heerlijk vindt om samen met z’n baasje sportief bezig te zijn in de natuur 🙂
En daar heb ik er de afgelopen 5 jaar gelukkig heel veel van voorbij zien komen op de Natte Neuzen Trails XXXX