Warmte en Honden; waar moet je op letten

De zomer is een geweldige tijd om erop uit te trekken met je hond. Maar honden verdragen de hitte niet zo goed als hun baasjes. Wanneer mensen het warm krijgen, beginnen ze te zweten via de huid, maar honden kunnen dit alleen doen via de kussens onder hun poten en door te hijgen. Hijgen is daarbij hun belangrijkste koelmethode.

Maar hijgen kan de lichaamstemperatuur slechts tot op een zekere hoogte regelen. Naarmate de temperatuur en de luchtvochtigheid stijgen, kan de hond niet meer afkoelen door alleen maar te hijgen. Dit leidt tot een verhoogd risico op oververhitting bij honden, wat mogelijk dodelijk is. Op het internet en op Facebook zijn er gelukkig heel veel artikelen die gedeeld worden over hoe je kunt voorkomen dat je hond in deze temperaturen oververhit raakt. Er is niets ergers dan als je door wat simpele ingrepen had kunnen voorkomen dat je hondje komt te overlijden door oververhitting.

Realiseer je dat warmte voor honden bepaald niet ongevaarlijk is.  Een hond die zijn warmte onvoldoende kwijt kan doordat hij bijvoorbeeld druk heeft gespeeld in de warme zon, kan uiteindelijk een warmte-shock krijgen. Een hond die in shock raakt, zakt door zijn poten en is zijn coördinatie kwijt.  Wanneer een hond te lang in shock blijft, kan hij uiteindelijk overlijden!

 

HOE RAAKT EEN HOND ZIJN INTERNE WARMTE KWIJT 

  • Lucht in- en uitademen: Dit is de belangrijkste methode die een hond gebruikt om zichzelf af te koelen. Je hond hoor je zwaar en snel hijgen zelfs als het maar matig warm wordt. Dit is volkomen normaal. Door dit te doen, laat je hond koele lucht in zijn lichaam circuleren, waardoor de lichaamstemperatuur daalt. Hoe koeler de lucht, hoe effectiever deze methode is. De lichaamstemperatuur van een hond is normaal gesproken 38° C – 39° C (puppy’s vaak iets hoger). Hoe hoger de luchttemperatuur wordt, hoe minder effectief deze methode is.
  • Geleiding:Honden gaan op een koele ondergrond liggen om zo de warmte van hun lichaam over te brengen naar de koele ondergrond. Koel zand, schaduw, koele stenen, allemaal manieren om af te koelen. In de liezen en oksels, op de buik en onder de voetzolen heeft de hond graag koelte als hij z’n warmte kwijt wil.
  • Verdamping: Dit gebeurt door te hijgen. De hond zal lucht over de tong en in de longen laten circuleren. Het speeksel en het vochtige slijmvlies van de longen zullen verdampen en de energie van de lucht absorberen in plaats van dat de energie wordt overgebracht naar het oppervlak van de tong of longen. Mensen gebruiken deze methode door te zweten.
    c

Als de luchttemperatuur de lichaamstemperatuur van je hond nadert, kan de hond zichzelf niet meer koelen!!!!
Gewoon sporten of spelen bij warmer weer kan leiden tot oververhitting in verrassend korte tijd, slechts tien minuten lopen kan al te veel zijn.
Voorbeeld: de lichaamstemperatuur van de hond in volledige rust is binnen in het huis 37,5° C. Je neemt de hond naar buiten waar het 29° C is met een luchtvochtigheid van 53%. Nadat we in een rustig tempo een klein stukje hebben hardgelopen, was z’n lichaamstemperatuur al gestegen naar 39,9° C!
c

Het effect van hoge relatieve vochtigheid
De gemiddelde luchtvochtigheid in Nederland in de zomer is tussen de 74% en 82%.  Dat betekent dat de relatieve vochtigheid in de lucht erg hoog is en het moeilijk is om je vocht kwijt te raken.  Je hond reguleert zijn lichaamstemperatuur door te hijgen; zo circuleert de hond frisse lucht in zijn lichaam en koelt hij zichzelf af. Hoe koeler de lucht, hoe beter dit werkt. Maar als de lucht al zo vol zit met water, kan het speeksel en slijmvlies op de longen net als het ‘zweet’ bij ons mensen nauwelijks verdampen. Je kunt dus letterlijk niet je warmte kwijt omdat het vocht niet kan verdampen en er dus geen verkoelend effect optreedt . In onderstaande Hitte Index Hondensporten staan wat richtlijnen mbt het sporten met je hond bij bepaalde temperaturen en luchtvochtigheid.

c

HYPERTHERMIE
Als je hond zijn warmte niet kwijt kan, is er gevaar voor oververhitting, ook wel hyperthermie genoemd. Je hond wil graag afkoelen, maar het lukt niet! Als de lichaamstemperatuur van je hond te hoog wordt (> 41 °C), kunnen organen als het hart, de lever, hersenen en de nieren beschadigd raken. Oververhitting kan zeer plotseling optreden; honden kunnen in het ergste geval eraan overlijden.

Wat zijn de alarmsignalen als een hond oververhit raakt?

Fasen van oververhitting:
1. Hijgen, koele plekjes zoeken, geen rust meer hebben op één plek
2. Hard hijgen, kwijlen, braken, diarree
3. Slijmvliezen worden bleek
4. Niet meer reageren op prikkels, apathisch, shock erg hijgen
Bij meting temperaturen tussen 40.5 °C en 42 °C !!!
c

Zodra je vermoedt dat je hond oververhit raakt kun je meteen de volgende dingen doen:

  • Schaduw: Haal je hond uit de zon of uit de warme auto en leg hem in de schaduw.
  • Rust: Gun je hond rust. Als hij nu gaat lopen of rennen zal de temperatuur verder stijgen.
  • Water: Laat je hond water drinken met een normale temperatuur (geen ijswater). Door het water zal je hond van binnenuit afkoelen.
  • Strand: Zorg dat je hond geen zeewater drinkt. Dit geeft meer schade dan dan het goed doet.
  • Pootjebaden / zwemmen: Laat, indien mogelijk, je hond in het water liggen/zwemmen. Neem hier ruim de tijd voor.
  • Tocht: Droog je hond niet af, dek je natte hond niet af met een handdoek en laat je hond op de tocht staan (houd de raampjes van je auto open)
  • Bontjas: Bij oververhitte dieren met een dichte vacht, adviseert een dierenarts de buik van je hond te scheren. Het is niet leuk, maar bedenk dat je hond, als hij niet snel afkoelt, kan overlijden!
  • Alcohol: Een hond koelt het snelst af met alcohol. Dep de alcohol op de onbehaarde plekken van de hond (liezen, oksels, keelgebied, enzovoort). Alcohol zorgt dat de bloedvaten zich verwijden, zodat de hitte sneller afgevoerd kan worden.

Wanneer de lichaamstemperatuur boven de 41 graden stijgt, dan maakt het niet uit wat je doet: als je de hond maar zo snel mogelijk afkoelt!

 

TIPS OM OVERVERHITTING TE VOORKOMEN!!

Als baasje kun je voorkomen dat je hond oververhit raakt door een aantal dingen te doen of laten.
1. Laat je hond niet achter in de auto ( ook niet heel eventjes)
2. Doe jullie activiteiten vroeg in de ochtend of laat in de avond
3. Pas de soort activiteiten aan aan de temperatuur
4. Vermijd asfalt, betonnen tegels,  zand – en off road paden in de volle zon
5. Kam je hond regelmatig om dode haren uit z’n vacht te verwijderen voor meer lucht tussen de haren (isolatie)
6. Geef je hond voldoende water en koel de pootjes af in een laagje water
7. Beter in je koele huis als buiten in de schaduw
8. Zorg ervoor dat je hond kan hijgen
9. Het koelvest tijdens of na een korte wandeling ter bevordering van het afkoelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 


c
cc

1.Laat je hond niet achter in de auto ook al heb je een raampje openstaan.
Al binnen tien minuten stijgt de temperatuur in je auto met zo’n tien graden. Is het buiten 21 graden, dan is het na 10 minuten al 31 graden in je auto. Na een half uur zelfs al 40 graden. In het Social Experiment op YouTube kun je zien wat er gebeurt als mensen gevraagd wordt om 10 minuten in een auto te gaan zitten in de zomerse zon. Geen enkele proefpersoon heeft die 10 minuten gered.

2. Doe jullie activiteiten vroeg in de ochtend of laat in de avond als de temperatuur van die dag op z’n laagst is.
Laat in de middag doen we een klein blokje voor het nodige plaswerk, maar onze hond geeft vaak al na 5 tot 10 minuten aan dat hij terug naar z’n koele huis wil. Zo vroeg in de ochtend actief zijn levert ook nog eens hele mooie momenten op:)


3. Pas de soort activiteiten aan aan de temperatuur.
 Liever een relaxte kleine 5km vroeg in de ochtend dan een lange duurloop van 20km.
Honden doen ontzettend graag hun best voor hun baasje. Ze gaan daarbij vaak ver over hun eigen grenzen. Help je hond bij het creëren van een een zo prikkelarm mogelijke omgeving waarin hij lekker duf kan blijven liggen.  Probeer niet met je hond te lang te ballen in de zon of wild te laten spelen met andere viervoeters.


4. Vermijd op warme dagen het asfalt, betonnen tegels, opgewarmde zand – en bospaden in open terrein
. Twijfel je of het te heet is voor de pootjes van je hond? Plaats 5 seconden lang de rug van je hand of blote voet op het oppervlak. Is het te warm voor jou? Dan zeker voor je hond!
Ga niet fietsen, wandelen op het heetst van de dag tussen 12:00 en 15:00 uur. Verplaats jullie uitje naar een ander moment van de dag 🙂
Meer hierover lezen? Kijk eens op de website van rsdrnederland.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5. Kam je hond regelmatig om dode haren uit z’n vacht te verwijderen voor meer lucht tussen de haren en een betere isolerende werking van de vacht. “Baasjes denken vaak dat honden het heel warm hebben met hun dikke lange pels en willen hun hond hiervan verlossen door ze te scheren of te laten knippen. Integendeel, kort geschoren honden hebben het zelfs warmer en kunnen zelfs verbranden. Op de foto zie je een hond die half geschoren is en half normaal behandeld. Zoals gemeten met de infrarood warmtemeter, zie je dat het geschoren stuk beduidend warmer wordt dan het niet geschoren stuk. Daardoor is het niet slim om je hond te scheren. Ze kunnen het er zelfs nog warmer van krijgen, verbranden en zelfs mogelijkheid om huidkanker te krijgen. Honden hebben er dus helemaal geen baat bij geschoren te worden in de zomer. Wat beschermt tegen koude, beschermt ook tegen de warmte en omgekeerd.”  – citaat en foto is van website ‘dierenhoekske”.

Realiseer je dat een hond met een dunne vacht in de zon kan verbranden. Net als bij mensen kunnen honden een verbrande rode huid krijgen en er vervolgens erg veel last van hebben. Let vooral op bij honden die net geknipt of geplukt zijn. Bij deze honden is de huid niet gewend aan veel zonlicht waardoor de hond dus eerder zal verbranden.
Klik hier voor meer info over vachtverzorging bij deze hitte .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

c
6. Geef je hond voldoende water en als het kan laat ‘m lekker met de pootjes afkoelen in een laagje water.
Op jullie wandeling in de ochtend of avond neem je extra water mee en/of heb je een extra fles met water in de auto voor na afloop. Het water niet ijskoud geven, want net als bij mensen kan dat diarree tot gevolg hebben. Geef door de dag regelmatig vers water…dat vinden wij zelf toch ook lekkerder?!
Is er een poeltje water in de buurt waarin je hond met z’n pootjes kan staan dan geeft dat wat extra verkoeling. Maar let wel op dat het stilstaande water onderweg niet besmet is met allerlei bacteriën waar je hond ziek van kan worden.

Zwemmen is prima ter afkoeling, maar zorg na afloop dat je hond goed opdroogt en niet te lang in de volle zon blijft staan. Kortharige honden kunnen door een te natte vacht sneller verbranden en bij langharige honden en honden met een dikke vacht kan de huid zelfs gaan broeien (vachtbroei), waardoor smetplekken kunnen ontstaan. Voor meer info: het verschijnsel vachtbroei

Wanneer het gedurende wat langere tijd warm weer is, bestaat er een grote kans op botulisme in stilstaand water. Hier kunnen honden ook ziek van worden. Laat je hond dus zwemmen in schoon, stromend water. Meer info over dit onderwerp vind je in de blog Water en Honden .

 

7. Beter in je koele huis als buiten in de warme schaduw?  Bij hoge temperaturen is het overdag binnen dankzij de nodige maatregelen koeler als buiten in de schaduw. Zet vroeg in de ochtend alle ramen en deuren tegen elkaar open om de warmte uit het huis te laten. Daarna gaat bij ons alles dicht. De ramen, de sunscreens en de gordijnen om de zon buiten te houden. Onze ventilators boven en beneden gaan aan en we maken onze eigen airconditioner met een aantal flessen bevroren water voor de ventilator. Lees op deze site hoe je je huis koel kunt houden.

De temperatuur binnen is bij ons dan ongeveer 26 graden, terwijl het buiten in de schaduw bijvoorbeeld 34 graden is.

 

8. Zorg ervoor dat je hond kan hijgen
Je hond hijgt om z’n warmte kwijt te kunnen net zoals de mens dat doet via zweten. Er zijn honden die het prettig vinden om een balletje in de bek te houden, maar tijdens jullie wandeling op het heetst van de dag kan dat zelfs gevaarlijk zijn. Omdat je hond al iets in de bek heeft zal hij nauwelijks hijgen en kan hij dus niet z’n warmte kwijt. Een zeer gevaarlijke situatie ontstaat zo voor je hond,…dus als het even kan, laat die bal thuis. Zijn jullie gewend om wandelen/ sporten met een snoetband (Gentle Leader), of draagt je hond een muilkorf, realiseer je dan dat de hond waarschijnlijk minder goed kan hijgen en dus veel slechter zijn warmte kwijt kan dan normaal.

9. Het koelvest ter bevordering van het afkoelen
Voor onze hond hebben we niet een koelmat maar een koelvest gekocht van een merk dat verkoelende producten verkoopt voor zowel mensen als dieren. Ik ben hier nogal sceptisch over want algemeen is het bekend dat als je een hond wil afkoelen je dat doet door water of in het extreemste geval puur alcohol te deppen in de oksels, onderbuik en voetzolen.  Mijn hond Quasar draagt het Aqua Cooling jacket. Wat mij het meeste aan dit product opvalt is het feit dat je het vest ‘droog’ aandoet bij je hond.  Voordat je het vest kunt gebruiken maak je het ongeveer 30 seconden nat en laat je het vervolgens een paar uur drogen zodat de verkoelende gelkristallen het vocht volledig kunnen absorberen. Op hun website staat: “De gelkristallen -HyperKewl ™ – gebruiken polymeer om snel water te absorberen. De chemische reactie creëert een langdurig koeleffect door verdamping van het water. Gebruikers  kunnen een koeleffect verwachten dat 6 tot 9 graden lager is dan de omgevingstemperatuur. De exacte temperatuur is afhankelijk van diverse omgevingsvariabelen zoals vochtigheid, luchtstroming en dergelijke. Let erop dat zeer hoge luchtvochtigheid van meer dan 90% de eigenschappen van het materiaal sterk zal verminderen en dat HyperKewl ™ producten alleen dan nog zullen werken bij voldoende luchtstroming.”

Tijdens de warme dagen wil mijn hond al na 5 minuten weer terug. Bij het dragen van een koelvest valt in eerste instantie meteen op dat hij minder aan het hijgen is, tijdens de wandeling alerter om zich heen snuffelt en dat we pas na 20 minuten weer terug zijn. Binnen in de koelte van het huis doen we het koelvest niet aan en valt op dat hij ook veel minder aan het hijgen is.

Het koelvest beschouw ik als een mooie aanvulling op wat we al doen bij extreem warm weer. Maar wat mij betreft hoeft het niet langer als 30 minuten en het liefst onder mijn toeziend oog na een inspanning om het verkoelingsproces extra te ondersteunen. Link naar de Review van het baasje van Thor op de foto met het cooling jacket aan.

10. Een aantal tips van anderen:
* Maak zelf een hondenijsje en geef met mate om maagdarmklachten te voorkomen. En geef het ijsje niet meteen aan je hond: je hond kan met zijn lippen of tong aan het ijsje blijven plakken. Laat het ijsje even staan of spoel het ijsje af onder de kraan. Een aantal do’s en don’ts over hondenijsjes vind je in dit artikel. 
* Goed laten drinken. Als ze slecht drinken maak dan een een soort vissoepje van bijvoorbeeld Icepaw of een koolvisje, voeg eventueel karnemelk aan het drinkwater toe of maak een kippensoepje.
* Mocht je nog wat meer willen weten, lees dan dit artikel op FB over het sporten met honden in warme omstandigheden

 

TOT SLOT; wetenschappelijke studie naar zonnesteek en hitteberoerte bij honden
Op 18 juni 2020 presenteerden Dr. Anne J. Carter en Emily J. Hall de allerlaatste resultaten van hun wetenschappelijke studie naar zonnesteek/ hitteberoerte bij honden. Gewoon sporten of spelen bij warmer weer kan ook leiden tot een zonnesteek in verrassend korte tijd, slechts tien minuten lopen kan al te veel zijn. Honden die werken of concurreren in warme omstandigheden lopen ook risico, dus het is essentieel om ervoor te zorgen dat ze koel blijven. Opvallend detail in hun onderzoek is dat een getrainde hond beter in staat is om om te gaan met de warmte als een hond die bijvoorbeeld drie weken uit de roulatie is vanwege een blessure. Oude honden en jonge pups kunnen hun lichaamstemperatuur ook niet zo goed regelen. Het handhaven van een gezond lichaamsgewicht moet worden beschouwd als een belangrijk managementinstrument om het HRI-risico te beperken.

Er zijn honden die vanwege hun fysieke kenmerken meer risico lopen op een zonnesteek. In het onderzoek ontdekten ze dat met name negen rassen een significant hoger risico op een zonnesteek hebben in vergelijking met bijvoorbeeld een kruising zoals labrador retrievers:

  • De meeste rassen met een hoger risico op een zonnesteek zijn brachycephalic (platte gezichten). In feite hebben brachycephalische honden tweemaal de kans op een zonnesteek dan honden met een gemiddelde snuit (zoals labradors). Brachycephalic honden hebben meer kans om oververhit te raken omdat ze vaak al moeite hebben om te ademen, zelfs in rust. Effectief hijgen is essentieel voor verkoeling, aangezien honden niet kunnen zweten zoals mensen.
  • De chow-chows en golden retrievers hebben een verhoogd risico op een zonnesteek vanwege hun dikke “dubbele jassen”. Een dikke vacht dient als isolatie, houdt hete lucht vast en beperkt warmteverlies als de hond oververhit raakt. Het is voor deze honden alsof ze tijdens een hittegolf een thermische jas dragen.
  • Reuen en honden met een donkere vacht worden ook warmer bij warm weer.
  • Raszuivere honden hebben in vergelijking met kruisingen twee keer meer kans op een zonnesteek
  • Zware honden en honden met overgewicht vertonen ook een verhoogd risico op een zonnesteek. Belangrijk is dat deze groep zowel honden met obesitas omvat als honden die groot of gespierd zijn. Grote honden hebben over het algemeen meer kans op een zonnesteek dan honden onder de 10 kg, terwijl honden van gigantische rassen (met een gewicht van meer dan 50 kg) driemaal meer kans hadden op een zonnesteek.
  • Honden ouder dan twee jaar lopen ook een groter risico, waarbij oudere honden (ouder dan 12 jaar) de meeste kans kregen op een zonnesteek. Dit komt omdat jongere honden mogelijk actiever zijn, terwijl oudere honden met verminderde cardiovasculaire en ademhalingsfunctie moeite hebben om overtollige warmte zo efficiënt mogelijk te kunnen verliezen.

c

 

 

P.S. Een goed getrainde hond moet aan het begin van de zomerse periode net als wij wennen aan die warmte. Zo’n acclimatiseringsproces verschilt per hond van 7 á 9 dagen tot 3 á 4 weken. 

 

Succes met alle tips…en als je zelf nog een tip hebt, laat het ons dan weten met een mailtje naar canitrailnl@gmail.com

 

 

Water en Honden; waar moet je op letten

Mijn Hond Quasar is een echte waterrat…overal vindt hij wel een plasje om in te kunnen duiken. Of er dan veel of weinig modder in zit…het maakt hem niets uit. Regelmatig heb ik na afloop van onze canitrail of caniwalk een witte herder met zwarte sokjes, buik en kop. Maar in de zomerperiode ben ik daar extra voorzichtig mee.
c

Water tijdens een Canitrail is essentieel voor zowel de hond als de mens. Een hond drinkt gemiddeld 50-60 ml water per kilogram lichaamsgewicht per dag. Maar niet alle water is geschikt voor je hond. Er is namelijk een duidelijk verschil tussen stilstaand water en stromend water. En er is een belangrijk verschil tussen water in de winter en water in de zomer. Ook de temperatuur van het water is van invloed; honden hebben vaak een voorkeur voor water op kamertemperatuur. Van te veel water ineens en te koud water drinken kan een hond diarree of maagproblemen krijgen. Dus idealiter geef je je hond kleine hoeveelheden lauw water.

c
Opvouwbare Waterbak of Drinkslang
Om water te kunnen drinken vouwt een hond zijn tong om tot een soort lepeltje waarmee hij het water naar binnen schuift. Het water dat je in een opvouwbaar bakje doet kan je hond dan ook op natuurlijke wijze naar binnen schuiven. In je racevest kun je in een waterzak van 1,5 liter of 2 liter veel water meenemen, maar het drinken uit zo’n waterslang vraagt de nodige oefening voor je hond. Het water komt via het waterslangetje rechtstreeks in z’n keel en vaak ook met de nodige druk. Veel honden hebben hier moeite mee omdat het een niet natuurlijke manier van drinken is. Veel honden heb ik zien kokhalzen omdat ze het water zoals die op deze manier wordt toegediend niet goed kunnen wegkrijgen.
c


Kraanwater;
Niet alle honden vinden kraanwater lekker om te drinken. Het is heel goed mogelijk dat dat komt omdat ze het chloor dat aan kraanwater is toegevoegd om het voor ons mensen veilig te maken kunnen ruiken. Maar ook omdat het kraanwater niet op kamertemperatuur is en dus te koud is om te drinken. Mocht je onderweg in de natuur of op een terrasje een buitenkraan tegenkomen laat dan in eerste instantie de kraan eerst even een minuut goed doorlopen. Zo voorkom je dat je hond oud stilstaand water binnenkrijgt. Vooral in de zomer kan de watertemperatuur oplopen tot 30-40 graden.
c

Mineraalwater is het alternatief voor de honden op plekken waar geen goed kraanwater  en/of natuurlijk water te vinden is. Flessenwater bevat meestal minder mineralen dan leidingwater, dus is het wel beter voor je hond. Er is dus geen probleem dat honden mineraalwater drinken om te hydrateren.

Veel mensen die in gebieden wonen waar kraanwater van slechte kwaliteit is, geven hun huisdieren mineraalwater. Het mag dan wel duurder zijn, maar op deze manier kunnen nierziekten en andere soortgelijke problemen effectiever worden vermeden.
c

Regenwater – mijn hond is er dol op. Hij geeft er zelfs de voorkeur aan boven vers kraanwater. Over het algemeen zal je hond niet snel ziek worden van regenwater. Hun immuunsysteem is gewend geraakt aan het drinken en eten van minder hygiënische dingen, en hun maagzuur is sterker waardoor er minder schadelijke bacteriën overleven.  De locatie van de plas heeft wel een grote invloed op de mogelijke gevaren die deze met zich meebrengt voor je hond. Plassen op de stoep die vrij zijn van strooisels, dierlijke uitwerpselen, urine en verontreinigingen zoals motorolie vormen geen enkel gevaar voor honden. Plassen in parkeergarages kunnen verontreinigd zijn met motorolie en benzine of diesel van voertuigen. Als een hond of ander dier met een ziekte zoals leptospirose in de plas heeft geplast, loopt je​​ hond het risico diezelfde ziekte op te lopen.

Regenwater is in principe veilig voor honden om te drinken, mits de waterplas niet langer dan een paar dagen oud is.  Water dat stilstaat kan worden vervuild door allerlei bacteriën en parasieten van wilde dieren en hoe langer het water stilstaat hoe groter dit risico is.

Stilstaand water
Water dat beweegt, zoals beken en rivieren, bieden meestal geen goede omgeving voor bacterievorming. Aan stilstaand water, groot of klein, kleeft altijd een groot risico! Als water warm wordt, vermeerderen eventuele schadelijke bacteriën zich. Voor honden met een verzwakt immuunsysteem of hele jonge honden kan dat ernstige gevolgen hebben.

In Nederland ligt een groot netwerk aan sloten: maar liefst 330.000 kilometer. De kwaliteit van het water in veel sloten is slecht volgens een onderzoek van het NIOO tijdens de jaarlijkse slootjesdagen half juni. De vervuiling in het water komt onder meer door mest, bestrijdingsmiddelen, rioolwater en medicijnresten. De waterkwaliteit bleek het minste in Midden-Nederland. Toch vonden de deelnemers aan de slootjesdagen ook daar fraaie slootjes, met watertorren en salamanders. Slootjes zijn heel divers, en daardoor kunnen er vlak bij elkaar in de buurt grote verschillen in kwaliteit zijn. De resultaten van de slootjesdagen kun je terugvinden op de website van het NIOO.

Met name ondiep stilstaand zuurstofarm water dat in de zomer al snel warmer wordt als 20 graden Celsius is een plek waarin bacteriën en parasieten zich snel vermenigvuldigen.  Wat kun je zoal in stilstaand water verwachten: 

a.Botulisme is een ziekte die veroorzaakt wordt door de bacterie Clostridium botulinum, die gifstoffen (toxinen) afgeeft die verlammingen kunnen veroorzaken. Deze bacterie komt bij hoge watertemperaturen (watertemperatuur 20-25 graden Celsius) met weinig zuurstof voor en maakt vooral (water-)vogels en vissen tot slachtoffer. Deze kadavers kunnen hoge hoeveelheden toxinen bevatten. Door het opeten van deze besmette kadavers kunnen honden zéér ernstig ziek worden.

Botulisme kenmerkt zich door verlamming, de hond krijgt spierzwakte en voelt zich niet lekker. Hij zal stoppen met eten en het slikken wordt steeds moeilijker; uiteindelijk zal ademhalen ook steeds moeizamer gaan, omdat de ademhalingsspieren verlammen.
c

b.Blauwalg komt voor in stilstaand zoet en zout water met veel fosfor en stikstof dat in de zomerperiode vaak wat blauwig uitziet. Niet alle blauwalg is giftig. De bacteriën die dit veroorzaken produceren giftige stoffen die vooral het zenuwstelsel en de lever aantasten. Allerlei dieren kunnen hierdoor vergiftigd worden, zoals honden, katten maar ook vogels, vissen en vee. Als water met blauwalg opwarmt naar 20-30 graden vertonen ze een optimale groei.
Drinken van dit water of erin zwemmen kan bij leververgiftiging verschijnselen geven als braken, diarree, zwakte, shock, geelzucht en zelfs overlijden. Zenuwgiffen veroorzaken trillingen, sloomheid, toevallen, moeilijk ademen, blauwkleurende slijmvliezen en uiteindelijk mogelijk ook overlijden. Minder giftig blauwalg zal braken en diarree veroorzaken. Meestal is dit goed te behandelen en de dieren kunnen volledig herstellen.
c

c.Leptospirose, oftewel de ziekte van Weil, is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door Leptospira bacteriën. De bacterie komt via de urine van een besmet dier in stilstaand water terecht en vervolgens kunnen andere dieren besmet raken wanneer zij in dit water zwemmen.
Bij een besmetting vermenigvuldigen deze bacteriën zich in het bloed en veroorzaken bloedingen. De bacteriën gaan zich nestelen in organen (meestal nieren en lever), die daardoor slechter gaan functioneren. Bij de ernstige vorm kunnen de volgende symptomen optreden: maag-darmontsteking met braken en diarree (die bloederig kan zijn), geelzucht (oranje gele verkleuring van de slijmvliezen als gevolg van een verminderde leverfunctie), ernstige uitdroging, donkere urine en lusteloosheid. Enting biedt goede bescherming tegen deze ziekte.
c

d. Giardia is een eencellige parasiet (protozo) die wordt overgedragen via de ontlasting van geïnfecteerde dieren. Het zijn niet alleen honden die de Giardia-parasiet dragen. Uitwerpselen van knaagdieren, eekhoorns, katten, herten, bevers en vele anderen kunnen allemaal Giardia parasieten bevatten.
Veel voorkomende symptomen van een Giardia–infectie zijn maagklachten, braken, diarree, gebrek aan eetlust, gewichtsverlies en winderigheid.

Zout zeewater, natuurlijk heerlijk om op een warme zomerdag met de hond langs het strand te lopen en te genieten van je naar golven happende hond. Maar laat je hond geen zeewater binnen krijgen want dit zoute water is enerzijds te koud en anderzijds kan het uitdroging veroorzaken.
Zout heeft een irriterende werking op het slijmvlies van het maag-darmkanaal, met niet willen eten, braken en diarree als gevolg. De maag-darm klachten kunnen leiden tot uitdroging, te laag suikergehalte in het bloed en mogelijk zelfs tot een shock. Ook kunnen er klachten met betrekking tot het zenuwstelsel ontstaan: de hond wordt rusteloos, prikkelbaar en kan zelfs spiertrekkingen, toevallen of een sterk verhoogde lichaamstemperatuur krijgen. Uiteindelijk kan de hond in coma raken en overlijden.


Waterfilter
Welke maatregelen kun je nemen om te voorkomen dat mogelijke ziekteverwekkers in drinkwater, zoals virussen, bacteriën en protozoa, jullie lange canitrail bederven?
Natuurlijk kun je drie liter water meenemen in je rugzak voor jezelf en je hond en/of je hond zelf ook water laten dragen in z’n eigen rugzak. Maar wat als je daar niet voldoende aan hebt? Je kunt ervoor kiezen om een speciale waterfilter mee te nemen om water te zuiveren uit de natuurlijke zoetwater bronnen die je onderweg tegenkomt. Afhankelijk van jullie behoefte is de waterfilter op basis van actieve kool de beste om alle chemicaliën, bacteriën, virussen, pesticiden en zware metalen uit het water te filteren. Waterzuiveringstabletten op basis van chloor zijn voor licht vervuild niet troebel water ook uiterst effectief.
c

Zwemmen in stilstaan water
Tot slot is het in het voorjaar en in de zomer natuurlijk heerlijk om je hond te laten afkoelen door ze te laten zwemmen. Het kan helaas wel gevaarlijk zijn om in stilstaand water te zwemmen. Honden zwemmen vaak met de bek open en drinken van het water; ze zijn op die manier extra gevoelig voor vergiftigingen zoals die boven genoemd zijn.

Bij voorkeur laat je je hond zwemmen in stromend water of laat je ze afkoelen door met de pootjes in een stromend beekje te laten staan. Of je kijkt op de website www.zwemwater.nl waar een complete lijst met gecontroleerde zwemlocaties in Nederland te vinden is. Meestal staat hierop ook aangegeven of honden zijn toegestaan.


Symptomen na het drinken
Als je hond symptomen begint te vertonen na het drinken uit plassen of vijvers, kun je hem het beste laten nakijken door een dierenarts. Symptomen waar je op moet letten zijn:

  • Braken
  • Diarree (soms bloederig of stinkend)
  • Lethargie
  • Spierzwakte
  • Buikpijn
  • Gebrek aan eetlust
  • Gewichtsverlies
  • Ademhalingsproblemen
  • Evenwicht -of coördinatieproblemen
  • Epileptische aanvallen
  • Pijn (vaak een gebolde rug)

Over het algemeen hebben honden slechts milde symptomen, maar elke hond kan ernstigere complicaties krijgen. Puppy’s, drachtige honden, honden met onderliggende gezondheidsproblemen en oudere honden lopen allemaal een groter risico op ernstige symptomen.
c

Tot Slot
Overal waar je naar toe gaat met de hond is het goed om je te beseffen wat de gevaren voor je hond zijn. Drinkt je volwassen super gezonde hond af en toe uit een ondiepe plas en heeft hij de dag erna wat last van diarree, dan is het goed om je hond in de gaten te houden en vooral veel ‘vers’ water aan te bieden om uitdroging te voorkomen. Houden de klachten aan dan ga je natuurlijk meteen naar de dierenarts om erger te voorkomen.    

Neem ten alle tijde voldoende water mee. In de zomermaanden misschien wel meer als in de wintermaanden. Als je je hond van pup af aan laat wennen aan het drinken uit een opvouwbare drinkbak, heb je daar later tijdens jullie langere Canitrails heel veel plezier van:)

 

De Snuffeltrail – welkom in de wereld van je hond :)

DE SNUFFELTRAIL 

Tijdens de warmere zomerperiode van het jaar zie je mij en mijn hond Quasar minder hardlopen om oververhitting te voorkomen.  Om te voorkomen dat hij te weinig beweging krijgt en zich misschien zou gaan vervelen heb ik de “Snuffeltrail” doelbewust in onze trainingen geïntroduceerd. Dankzij onze Snuffeltrails heb ik zijn zelfvertrouwen zien groeien en is ook onze onderlinge band sterker geworden. Ten tijde van de loopsheid van mijn andere hond kan hij tijdens onze Snuffeltrails echt z’n koppie en stress-emmertje helemaal leegmaken.

Voldoende beweging voor een mentaal en fysiek gezonde hond
Een hond heeft dagelijks voldoende beweging nodig om gezond en gelukkig te zijn. Krijgt hij te weinig fysieke beweging en wordt hij ook mentaal niet uitgedaagd dan kan de hond uit verveling of frustratie het hele huis overhoop halen, de meubels vernielen of dwangmatig aan z’n poot likken/ bijten. Een hond die zijn energie niet kwijt kan, voelt zich ongelukkig.

Voldoende beweging is belangrijk voor alle leeftijden wat leidt tot een gezond, sterk en belastbaar bewegingsapparaat. De dosering van beweging en de mate van belastbaarheid in de groeifase van pup naar volwassen hond, is een belangrijke factor in de ontwikkeling van een gezond bewegingsapparaat van de hond. In deze fase moeten groei en belasting met elkaar in balans zijn.
Maar ook voor de ouder wordende hond is beweging belangrijk . Een (oudere) hond die te weinig beweegt verliest de kracht en soepelheid van zijn bewegingsapparaat.

Het belangrijkste orgaan van de hond: DE NEUS
Honden nemen de wereld op een totaal andere manier waar als dat wij mensen dat doen. De mens leert de wereld kennen vooral door wat we zien en horen. Voor honden daarentegen bestaat de wereld voornamelijk uit geur. Dat is ook niet zo gek als je bedenkt dat de neus het belangrijkste meest gevoelige orgaan van de hond is. Een hond kan 100.000 keer beter kan ruiken dan de mens!

In zijn neus zitten tussen de 125 en 300 miljoen reukcellen. De mens heeft slechts 5 miljoen reukcellen. Er zijn wel 1000 verschillende geurreceptorgenen bekend bij de hond (vergeleken met ongeveer 350 bij de mens). Door het uitgebreide assortiment aan geurreceptoren van de hond, ruiken wij mensen erwtensoep, maar een hond ruikt alle afzonderlijke ingrediënten!
Het is belangrijk dat je je dus bewust bent van het feit dat geur ontzettend belangrijk is voor je hond.

Snuffelen is een mentale uitdaging
Een hond die de tijd krijgt om te kunnen snuffelen vertoont in feite gewoon natuurlijk hondengedrag. Vooral het geven van voldoende tijd om de geur in z’n geheel op te kunnen nemen is daarbij van groot belang en heeft een enorm positieve invloed op het welzijn van je hond. Honden kunnen stereo ruiken, door de verschillen in de rechter en linker neusholte, en hebben de tijd nodig om alle differentiaties aan geuren in zich op te nemen en te verwerken in hun hersenen.  Het gedeelte van de hersenen dat zich bezighoudt met geur is bij honden 10% van de hersenen, terwijl dit bij mensen slechts 1% van de hersenen is.

Henriette Jordens schrijft op haar website over de vele voordelen van het ‘snuffelen’ voor de hond:
“Snuffelen stimuleert de hersenen, het laat de hond nadenken en bedenken over wat hij ruikt, en onderzoeken waar de geur vandaan komt. Daarmee is het een geweldige mentale uitdaging. Dit is minstens net zo belangrijk als fysieke uitdaging.”

Monique Bladder, hondengedrag specialiste, legt op haar website uit waarom snuffelen zo’n grote invloed heeft op het gedrag van de hond.  “Ruiken, snuffelen is voor de hond de belangrijkste manier om informatie te verzamelen over zijn omgeving. En die informatie bepaalt voor een deel zijn gedrag….. Als eigenaren ontnemen we onze hond vaak de kans om die informatie op te doen. Omdat we snel ergens moeten zijn en dus de tijd niet hebben om te blijven staan. Of omdat we vinden dat de hond niet mag snuffelen “omdat hij dan de leiding heeft”. Of gewoon omdat we het irritant vinden. We laten de hond “volgen”, lokken hem mee of in het slechtste geval trekken we hem mee… Voor alle honden, maar zeker voor reactieve honden, is het erg belangrijk dat ze kunnen snuffelen en op die manier informatie kunnen verzamelen over hun omgeving. Daardoor kunnen ze een betere afweging maken en zullen ze minder snel explosief reageren. Omdat ze beter kunnen bepalen of het echt een bedreiging is of niet. Je kunt als eigenaar de keuze maken om je hond tijdens een wandeling wat vaker informatie te laten verzamelen.”

Waarom De Snuffeltrail
Het is belangrijk dat je hond de ruimte en tijd krijgt om geuren voldoende te kunnen onderzoeken. Daardoor leert de hond de wereld om zich heen beter begrijpen en neemt z’n zelfvertrouwen toe. Door je hond te laten snuffelen, en vooral ook ‘uit te laten snuffelen’ kan hij ontspannen en z’n zogeheten “stress-emmertje” leeg maken. Sommige honden moeten echt weer opnieuw leren snuffelen omdat ze altijd worden meegetrokken.

Tijdens de Snuffeltrail word je uitgenodigd om meer mee te gaan in de wereld van je hond door hem ruim de gelegenheid te geven om te snuffelen. Hierdoor krijgt hij voldoende tijd om in alle rust alle informatie in zich op te snuiven, om alles op zich in te laten werken en alle tijd heeft om de geur via de receptoren in de hersenen te laten komen. Als de hond de mogelijkheid krijgt om genoeg te snuffelen, geeft dat de hond een voldaan gevoel. Het voldane gevoel zorgt ervoor dat je hond na de Snuffeltrail in een rustige ontspannen gemoedstoestand verkeert.

De Snuffeltrail is een uitnodiging om mee te gaan in de wereld van je hond !
– De Snuffeltrail is een wandeling voor jonge honden, senior honden, honden die terugkomen van een blessure …eigenlijk alle honden.
– Afhankelijk van de leeftijd en fysieke getraindheid van je hond kies je voor een 30 minuten of 60 minuten Snuffeltrail.
– Kies een rustige plek waar jullie ongestoord kunnen wandelen. Dat kan in de natuur zijn, een park of gewoon bij jullie in de buurt.
– Honden dragen een harnas die hun niet in hun bewegingen belemmerd aan een lange lijn; liefst een lichte biothane lijn van 5 of 10 meter .
– Tijdens de Snuffeltrail ben je gericht op het observeren van je hond en volg je volledig het tempo van je hond; je trekt je hond niet mee omdat je ‘verder wil’.

Het kan zijn dat je hond wel 5 tot 10 minuten op 1 plekje blijft “hangen”. Tijdens jullie Snuffeltrail is dat geen enkel probleem. Stel zelf dus ook je verwachtingen bij, want het kan zijn dat je 1 km in ruim 30 minuten doet. Zet je telefoon uit, houd je aandacht bij je hond en neem zelf ook alle tijd…niets hoeft, alles mag.

Veel mensen voelen zich na een Snuffeltrail net zo opgefrist en “Zen” als de hond zelf.


De begeleidde Snuffeltrail
Het lijkt je erg leuk om dit samen met je hond te doen, maar je weet niet precies hoe je dit het beste kunt doen. Of waar je op moet letten om deze wandeling tot een succes te maken voor jou en je hond.  Ik begeleid hond en baasje, laat ze kennis maken met de geheimen van De Snuffeltrail en vertel onderweg waar jullie specifiek als team op moeten letten.  Ik heb altijd leenharnassen en lange biothane lijnen bij me voor het geval jullie zelf nog geen materiaal hebben. Zelf wat lekkere voertjes meenemen kan helpen om bij sommige lastige momenten je hond te begeleiden.

Mocht je zelf niet in de gelegenheid zijn om met je hond samen een Snuffeltrail te doen, maar wil je je hond wel een bijzondere wandeling cadeau doen?
Dat kan…Ik haal je hond op en ga met hem of haar op Snuffeltrail-avontuur bij jullie in de buurt lopen, mits jullie binnen een reisafstand van 20 minuten vanaf postcode 6891 wonen.

We lopen o.a. in het gebied bij Kasteel Rozendaal, Beekhuizerbossen Velp, Landgoed Heuven Rheden en Middachterbossen bij De Steeg.
Wil je in een ander gebied bij jullie in de buurt lopen mits dit niet verder rijden is als 30 minuten vanaf de postcode 6891, dan worden er extra reiskosten in rekening gebracht.
d

Boeken Snuffeltrail 30 minuten of 60 minuten
Stuur een mailtje naar canitrailnl@gmail.com om een leerzame en heel persoonlijke Snuffeltrail van 30 minuten of 60 minuten in te plannen.

Kosten Snuffeltrail hond en baas:
30 minuten: €15,00
60 minuten: €25,00
Prijzen zijn inclusief BTW exclusief eventuele extra reiskosten

Kosten Snuffeltrail-cadeau voor de hond:
30 minuten: €25,00
60 minuten: €35,00
Prijzen zijn inclusief BTW exclusief eventuele extra reiskosten

Een impressie van een van onze Snuffeltrails:)

Dag 13 Augustus Challenge….heb je even de tijd? Voor wie nieuwsgierig is naar hoe een Snuffeltrail eruit ziet deze extra lange editie?? Onderweg volop genieten van de natuur om me heen (2 zwijntjes, 1 ree, tig Schotse Hooglanders), de rust en de ruimte ❤️Ik zie Quasar allerlei dingen denken, ontdekken en doen…en geniet daar nog het meest van?? Zien jullie het ook?!??? @Bewegen is HET antwoord op het coronavirus ❤️?#canitrailen #canitrailnl #snuffeltrail #besttrailbuddyever #coast2coastcanitrail #voorbereidingen #augustuschallenge #bewegenishetantwoordophetcoronavirus #lekkerbuitenbewegen #neewadogsports #runwithpride

Geplaatst door Dorethea Bil op Donderdag 13 augustus 2020

Zwijnen en Honden; waar moet je op letten

Regelmatig komen wij tijdens het Canitrailen zwijnen tegen. Momenteel zelfs heel veel met kleintjes erbij. In de loop der jaren weet ik waar ik op moet letten en hoe te reageren op deze bijzondere bosbewoners. Maar ook honden reageren verschillend op zwart wild.
c
Vaak ruik ik de zwijnen al eerder dan als ik ze zie. De typische zure lucht herken ik uit duizenden. Bij Quasar zie ik altijd meteen dat er wild in de buurt is. Quasar reageert met name sterk op het wild zodra ze weg lopen. Blijven ze onbeweeglijk stil staan, doet hij er verder ook niets op uit. En bij Kaya herken ik de signalen nog niet goed genoeg omdat zij als jonge jager van krap 8 maanden reageert op muisjes, vogels, hommeltjes, vlinders, blaadjes … eigenlijk op alles wat beweegt.
c
Verder weet ik op de Veluwezoom de favoriete plekjes van de zwijnen met en zwijnen zonder kleintjes. Ook verse omgewoelde aarde, schuurplekken tegen bomen, diepe modderkuilen waarin ze liggen en slaapplekken tussen de varens zijn voor mij duidelijke signalen van zwijn-aanwezigheid. Daarbij maken zwijnen geen onderscheid in hondenlosloopgebied of stiltegebied. Het tijdstip maakt ook niet zoveel uit, want ik zie ze zowel overdag rond half twee als bij schemering. Maar ze zijn vooral tijdens de schemering en in de nachtelijke uren actief.
c
Weetjes over de wilde zwijnen
Wilde zwijnen leven in groepen, ook wel rotte genoemd, tot wel dertig dieren. Een rotte bestaat uit een aantal vrouwtjes en hun jongen van het eerste en het tweede jaar. Mannetjes leven vanaf hun derde levensjaar alleen. Wie op de wandelpaden blijft, zal zelden een ontmoeting hebben met wilde zwijnen.
c
Een mannetjes zwijn heet een beer, keiler of ever.
Een vrouwtjes zwijn wordt een zeug of bagge genoemd.
Jonge of eenjarige wilde zwijnen heten biggen of frislingen.
Tweejarige wilde zwijnen heten overlopers.
Keilers leven buiten de paringstijd meestal solitair. Onvolwassen mannetjes kunnen zich soms in los groepsverband ophouden.
c
Het zichtvermogen van het wild zwijn is relatief slecht; zo kunnen ze een mens niet herkennen als deze zich niet beweegt. Daarentegen is hun reuk- en tastzin zeer goed ontwikkeld, waardoor ze in bijvoorbeeld Frankrijk voor het zoeken naar truffels worden ingezet. Wilde zwijnen hebben ook een zeer fijn gehoor.
c
Wilde zwijnen zijn alleseters. Ze eten eikels, kastanjes, beukennootjes, wortels, knollen maar ook wormen, larven en zelfs knaagdieren en kadavers.
c
Wanneer moet je extra alert zijn?
Met hun vlijmscherpe slagtanden, hun plompe bouw met korte pootjes en een gewicht dat kan oplopen tot 160 kg ziet een wild zwijn er erg bedreigend uit. Maar vergis je niet in hun lompe uiterlijk…Trippelend op hun teentjes kunnen ze op topsnelheid net zo hard gaan als een kat. Zelfs het wilde zwijn verslaat Usain Bolt❤️
c
Een wild zwijn zal niet snel een mens of een hond aanvallen. Wilde zwijnen zijn rustige dieren, niet agressief en hebben meer angst voor de mens. De meeste wilde zwijnen vluchten weg als ze een hond of mens tegenkomen. Het gaat mis wanneer een wild zwijn niet meer kan vluchten en klem is gedreven door een hond. Dan kan het zwijn uit zelfbescherming de hond aanvallen.

In de volgende 4 situaties schuilt het meeste gevaar. Let goed op het gedrag van je hond. Zodra het jachtinstinct naar boven komt, moet je extra alert zijn en weten hoe te reageren.

Situatie 1: Je komt tussen een moederzwijn en haar biggen terecht.
Neem hier het luide puffen en het brommen of blazen van de zeug als waarschuwingssignaal uitermate serieus en houd onmiddellijk afstand.

Zorg dat je niet in de buurt komt van de zeug en zijn jongen. Een zeug zal met haar leven de jongen willen beschermen. In het verleden was dit de periode tussen februari en april echter recentelijk onderzoek heeft uitgewezen dat het gehele jaar door jongen worden geboren gezien de milde winters en het rijkelijke voedsel, vooral maïspercelen, dat voorhanden is.

Situatie 2: Het tweede gevaar zijn de gewonde wilde zwijnen. Dit zijn individuele wilde zwijnen die aangeschoten zijn door een jager of gewond zijn geraakt bij een auto ongeluk. Deze dieren zijn agressief en blijven aanvallen. Als je er. Gewond zwijn tegenkomt bedenk je dan geen moment maar bel gelijk de politie of boswachter.

Situatie 3: Het derde gevaar is het tijdsbestek dat de wilde zwijnen niet op je rekenen. Als de schemering intreedt en tijdens de nachtelijke uren tot 7 uur in de ochtend. Tijdens deze uren verwachten de wilde zwijnen niet dat ze in contact komen met mensen. Gebeurt dit wel kun je dezelfde reactie als bij mensen verwachten: De een valt onmiddellijk aan, de ander verschuilt zich.

Situatie 4: Het vierde gevaar zijn de dagen tijdens de droge warme zomermaanden. Deze dagen wordt doorgebracht op plekken waar voldoende dekking is en waar de dieren water hebben om in te zoelen. Dit soort plekken zijn vaak herkenbaar aan de lichte kleur van de opgedroogde modder en aan de plekken waar door het schuren met de slagtanden hars uit de boom naar buiten komt.
Het zoelen heeft twee redenen:
– Ten eerste kunnen de dieren niet zweten en dus is een verkoelend (modder-) bad geen overbodige luxe.
– Ten tweede worden door het nemen van modderbaden vlooien, luizen en teken verwijderd. Nadat de modder gedroogd is, zoekt het wilde zwijn een boom met een ruwe schors op en schuurt er met zijn flanken langs om de restanten van de opgedroogde modder te verwijderen.
c
Wat te doen bij een ontmoeting met een wild zwijn!
Wetende dat op de Veluwezoom wilde zwijnen verblijven, zul je bewuster een boswandeling moeten maken. M.a.w. goed luisteren wat er in je directe omgeving gebeurt.
* Zie je in de verte een wild zwijn draai dan gelijk om en loop in de richting waar je vandaan bent gekomen.
* Staat een wildzwijn plotseling voor je neus, sta onmiddellijk stil, blijf rustig en zorg ervoor dat je hond dichtbij je blijft staan. Het kan zo zijn dat het zwijn net zo snel weer vertrekt dan het gekomen is.
* Ga zeker niet het dier te lijf met een stok en laat al helemaal niet je hond los. Hoe meer je hond blaft hoe meer het zwijn zich in het nauw gedreven zal voelen. Het beste is dan om je hond aan te sporen om direct om te draaien of door te lopen. Houd het zwijn in de gaten en blijf alert. In het uiterste geval verschuil je je achter een boom.
* Verlaat de bospaden niet voor je eigen veiligheid. Als je op de bospaden blijft kunnen de wilde zwijnen je beter beoordelen en zien je dan als niet vijandig. Door op de bospaden te blijven verstoor je ook niet de leefruimte van de wilde zwijnen.

* Houd je hond ten alle tijde aangelijnd. Wordt je hond toch gebeten en of aangevallen door een wild zwijn ga direct naar een dierenarts gezien de mogelijke zeer gevaarlijke bacteriële besmetting van de wonden.
c

In de natuur pas je uit respect voor het wilde dier je gedrag aan, zodat je de wilde dieren niet opjaagt en in gevaar brengt. Je bent uiteindelijk te gast in hun woonkamer.

Hardlopen met je hond; een aantal tips voor beginners

Canicross (korte afstanden hardlopen met je hond op sprint snelheid) en Canitrail (lange afstanden hardlopen met je hond op duurloop tempo) wordt steeds populairder – hier lees je hoe je dat veilig en verantwoord kunt doen.

Door de lockdowns en de beperking van het menselijke fysieke contact is de vraag naar gezelschapsdieren enorm toegenomen. Vele gezinnen besloten tijdens de coronacrisis een huisdier aan te schaffen. Huisdieren geven steun en troost aan hun eigenaren in moeilijke tijden en door de coronacrisis kan er meer tijd met het huisdier worden doorgebracht. Vooral honden en katten hebben tijdens de pandemie voor de stijgende trend gezorgd: bijna 25% van de huishoudens heeft een kat en nog net geen 20% een hond. De hondenpopulatie is inmiddels gestegen naar 1,9 miljoen.
c

Hardlopen met de hond wordt steeds populairder en is tevens een goede manier om mens en hond in goede conditie te brengen en houden. Om op een veilige en vooral verantwoorde manier met je hond te hardlopen zijn er een aantal tips die we startende canicrossers en canitrailers willen meegeven.

 

De juiste uitrusting

Overweeg je om samen met je hond te gaan hardlopen, of misschien doe je dat al maar weet je niet zeker of je de juiste uitrusting daarvoor hebt, dan zijn er een paar dingen waar je absoluut op moet letten om ervoor te zorgen dat je hond zich vrij kan bewegen.
1

1.Het hondentuig/ harnas – bij voorkeur kiezen voor een specifiek sporttuig of tenminste een die ontworpen is om niet de loopbeweging van je hond te beperken. Hardlopen met een halsband om is niet wenselijk, want bij 91% van de honden met nekletsel is er een direct verband gevonden met het trekken aan de lijn. Nekletsel kan variëren tussen blauwe plekke en hoofdpijn tot een whiplash, een beschadigde luchtpijp of strottenhoofd of zelfs gebroken wervels. Bedenk dat een onverwachte ruk aan de lijn maar één keer hoeft te gebeuren en je hond kan ernstig nekletsel oplopen.

Wat de anatomie van de hond betreft, dienen de schouders van de hond bij een harnas vrij te zijn om de loopbeweging volledig te kunnen uitvoeren. Met andere woorden, wanneer de schouder van je hond naar voren en naar achteren zwaait, zorg er dan voor dat de schouder op geen enkele manier wordt beperkt (stel je voor dat je probeert in een lange, strakke rok te rennen of dat je armen aan de bovenkant van de schouder vast worden gehouden met een te strak elastiek) Dus elk harnas moet volledige bewegingsvrijheid toestaan ​​en niet over de schouders lopen.


1

Omdat er zoveel verschillende vormen en rassen van honden zijn, is het belangrijk om het juiste harnas te vinden die bij jouw hond past bij de activiteit die jullie samen willen gaan doen. Net als een paar juiste hardloopschoenen is ook dit echt maatwerk. Daarbij zijn er een aantal belangrijke criteria waar je op moet letten bij de aanschaf van een harnas:
a. De voorkant van het harnas mag niet boven het borstbeen uitkomen om te voorkomen dat de keel van de hond wordt dichtgeknepen
b. De schouderbladen moeten vrij zijn zodat de hond de loopbeweging volledig en vrij kan maken
c. Tussen oksel en harnas moet voldoende ruimte zijn voor drie tot vier vingers. Is de ruimte te klein dan schuurt het harnas in de oksels.
d. De achterste band mag niet voorbij de laatste rib komen, omdat het harnas anders in de maagstreek duwt.
e. De achterste banden waar de lus aan vastzit mogen bij een trektuig niet voorbij de staartaanzet komen.

Ga je hardlopen met een sterk trekkende hond dan gebruik je een ander type harnas als bij een hond die graag naast je blijft lopen. Bij een sterk trekkende hond moet de trekkracht die vrijkomt gelijk verdeeld worden over het hele lichaam om blessures en overbelasting bij de hond te voorkomen. Daarvoor zijn speciale trekharnassen op de markt. Bij een hond die graag naast je loopt of nauwelijks trekt is een zogeheten H-type harnas ideaal.

Bij het passen van een specifiek trektuig is het belangrijk om deze volledig uit te rekken om precies te kunnen zien hoe de banden op bovengenoemde punten zitten. Prijzen van harnassen varieerden tussen de €25,00 en €90,00.
c
1

2. De heupgordel voor de mens – sommige heupgordels zien eruit als klimgordels, met riemen om de benen om te voorkomen dat de heupgordel gaat schuiven. De heupgordels voor canicross en canitrail zijn speciaal ontworpen om de trekkracht van je hond te verdelen over de heupen en billen om zo min mogelijk de onderrug te belasten.


1
Doordat je zo de handen vrij hebt kun je ook meer op een natuurlijke manier de hardloopbeweging maken. Het vasthouden van de lijn in de hand kan net als het vasthouden van een telefoon of waterflesje in de hand voor blessures zorgen. Als je hardloopt is het belangrijk om je gewicht gelijk te verdelen in een optimale balans tussen links en recht voor een soepele loop. Als je iets in de hand houdt veroorzaakt dat een asymmetrie in je loopstijl, waardoor bepaalde spieren gaan compenseren met een vergrote kans op verrekkingen en overbelastingen.

Ook in het type heupgordels zijn er verschillende stijlen beschikbaar waarbij de keuze wordt bepaald door persoonlijke voorkeur en behoefte. De prijzen beginnen bij ongeveer €35,00 tot en met €80,00.

 

3.De verende lijn – tot slot is er een verende bungee lijn die mens en hond met elkaar verbindt in diverse lengtes en zwaartes. Deze geheel of gedeeltelijk elastische lijn heeft als doel om de kracht van het trekken van je hond te absorberen om daardoor beiden te beschermen tegen mogelijke verwondingen veroorzaakt door een plotselinge toename of afname van de snelheid.

De meest gebruikelijke lengte is 1,5 meter; in uitgetrokken toestand 2 meter. Loopt je hond meer naast je dan is een lijn van 1,5 meter te lang. De kans om over zo’n loshangende lijn te vallen is dan veel groter of de neiging om de lijn dan maar in de hand te houden gaat dan weer ten koste van je loopstijl. Een kortere lijn van bijvoorbeeld 1 meter zal dan veel veiliger zijn. Ook zijn er lichtgewicht verende lijnen in de handel speciaal gemaakt voor de kleinere honden.

Verende lijnen, oftewel bungee-lijnen, beginnen vanaf ongeveer €20,00.

 

 

Leeftijd, tempo en duur van de runs

We weten allemaal wel een beetje over hoe we op een verantwoorde en veilige manier kunnen hardlopen, maar waar moeten we nu op letten als we onze honden meenemen?

1.Begin niet op een te jonge leeftijd
Jullie hebben alle basismaterialen in huis en willen zo ontzettend graag beginnen, maar vanaf welke leeftijd kun je je hond meenemen met het hardlopen?
c
Hardlopen is voor de hond een rechtlijnige beweging zonder al te vreemde abrupte bewegingen en is dan ook een van de minst blessuregevoelige hondensporten. Het gooien van ballen is voor de opgroeiende hond een groter risico op blessures. Als je te vroeg begint met samen hardlopen kan het nog niet uitgegroeide bottenstelsel zeker schade toegebracht worden. Als de groeischijven van je hond dicht en volgroeid zijn, kun je beginnen met hardlopen. Wanneer dat precies is is afhankelijk van de grootte van je hond, het ras, de genetische aanleg, de mentale bereidheid en dus ook nu weer heel persoonlijk.
c
Afhankelijk van de grootte van de hond kun je stellen dat de groeifase voorbij is volgens onderstaand schema:
a. Kleine rassen tot 10kg = 10-12 maanden
b. Middelgrote rassen tussen 11 – 25 kg = 12-15 maanden
c. Grote rassen vanaf circa 25kg = 15-24 maanden

Mocht je het zeker willen weten of de groeischijven klaar zijn voor het samen hardlopen, ga dan bij je dierenarts langs voor een röntgenfoto en/ of bij de osteopaat langs voor advies.
1

2.Houdt je hond in de gaten op tekenen van vermoeidheid.
Als je net met je hond hardloopt, moet je de afstanden en tijd langzaam opbouwen. Het kan geen kwaad om samen te beginnen met een reguliere start-tot-run opbouw van niets tot 5km. Als je dit eenmaal hebt bereikt en verder of sneller wilt gaan, zijn er bepaalde dingen waar je op moet letten om er zeker van te zijn dat je niet over de grenzen van je hond gaat.

De signalen waarbij je hond aangeeft dat hij te vermoeid raakt zijn :
* Rusteloosheid
* Overmatig hijgen
* Langzamer bewegen
* Coördinatie wordt minder
* Onderweg niet willen bewegen of achter je gaan lopen
* De neiging hebben om te willen gaan liggen
* Er komen wallen onder de ogen
* De staart en oren zakken in hoogte
* Kan bijterig worden ( in de lijn of enkels)
* Stijfheid bij het bewegen

Als je een van bovenstaande signalen ziet, doe dan meteen een stap achteruit of stop onmiddellijk met jullie training. Ga direct wandelen of las een pauze in. Verminder jullie afstanden en / of snelheid en werk terug totdat je hond zich weer op zijn gemak voelt om je bij te houden.
1

3.Houdt je hond in de gaten op tekenen van een zonnesteek.
Veel van de tekenen van vermoeidheid kunnen ook worden waargenomen als je met je hond bij ongeschikte te hoge temperaturen gaat hardlopen. De meest voorkomende is als je hond het te warm krijgt.
1
Honden kunnen niet zweten om hun warmte kwijt te raken zoals wij mensen. Daarvoor in de plaats gaan ze hijgen om hun lichaamstemperatuur op orde te houden. Als de temperatuur en luchtvochtigheid stijgt, kan je hond niet meer afkoelen door alleen maar te hijgen. Dit leidt tot een verhoogd risico op een zonnesteek bij honden.  Een zonnesteek is levensbedreigend voor een hond en hoewel we misschien genieten van een zonnige zomerdag, heeft je hond daar veel meer moeite mee.

Sommige honden lopen vanwege hun fysieke kenmerken meer risico op een zonnesteek. Te denken valt dan aan bijvoorbeeld de rassen met een platte snuit omdat ze minder effectief kunnen hijgen. Maar ook honden met ‘dikke dubbele jassen’ zoals de chow-chow en golden retriever hebben last van hun thermische jas waardoor ze hun hitte moeilijk kwijt kunnen. Ook de zware honden en de honden met overgewicht hebben een verhoogd risico op een zonnesteek.

Let naast de bovenstaande tekenen van vermoeidheid ook op de volgende signalen:
* Constant, luidruchtig en te snel hijgen
* Overmatige speekselvloed en dik plakkerig speeksel
* Verdrietige vochtige starende ogen
* Rood of heel lichtroze (in plaats van gezond roze) tandvlees
* Onvast op de benen
* Met de buik volledig op de grond willen liggen
* Diarree, braken of niet meer eten
1

Als je vermoedt dat je hond aan een zonnesteek lijdt, moet je meteen naar een dierenarts gaan. De snelste manieren om je hond af te laten koelen totdat je naar de dierenarts kunt gaan, zijn:
–  afkoelen met lauw water onder de oksels en onder de pootjes
–  bewegende koele lucht
–  in de schaduw leggen
c
LET OP: Bedek je hond nooit met natte handdoeken want deze werken juist als een thermische jas waardoor je hond de warmte juist nog meer vasthoudt. Laat je hond niet teveel drinken ineens of te koud water; in plaats daarvan kleine hoeveelheden lauw water aanbieden. Van te veel en te koud water drinken kan een hond maagproblemen en diaree krijgen.

Bij temperaturen boven de 15-18 graden heb je altijd extra drinkwater mee voor jezelf en je hond als er geen schone waterbronnen beschikbaar zijn langs jullie route. Ook pas je je route aan en vermijd je zand en asfalt dat door het directe zonlicht kan oplopen tot wel 80 graden. Ga niet midden op de dag als de zon op z’n heetst is lopen en pas de afstand aan.


1

4.Houdt rekening met de omgeving
Als je voornamelijk op onverharde paden, trails, loopt, zul je je ervan bewust zijn dat de impact op je gewrichten heel anders is als het hardlopen op asfalt.  Wij mensen kunnen ervoor kiezen om op asfalt hardloopschoenen aan te trekken met meer demping. Maar je hond kan niet overschakelen op schoenen met meer demping.
1
De poten van je hond bestaan uit voetzool kussens met eelt, nagel en haren. De poten van de hond dienen als schokdemper om gewrichten en de botten te beschermen tegen (zware) impact.
De mens wikkelt zijn voet af tijdens het lopen en gebruikt zo de gehele voet, van hak tot en met teen. De hond gebruikt voornamelijk de voorvoet, je zou kunnen zeggen dat de hond eigenlijk op zijn tenen staat.
De poten van de hond maken het mogelijk om op verschillende soorten ondergrond in verschillende omstandigheden goed te kunnen lopen, bijvoorbeeld een ruwe ondergrond. De voetzooltjes beschermen de diepere onderliggende weefsels tegen beschadigingen.

Als je korte stukken over wegen of trottoirs moet rennen, kan dit prima zijn voor je hond, hoewel ze het misschien saaier vinden dan de onverharde bospaden, single tracks.

Houd er echter rekening mee dat de kussentjes van honden last kunnen hebben van te veel rennen op harde oppervlakken, vooral als ze ook hard trekken. Honden ontwikkelen ook artritis, net als wij, en dus, hoewel het prima is met mate, moet het hardlopen op wegen en trottoirs worden beperkt, vooral voor zwaardere rassen, om gewrichtsproblemen op latere leeftijd te helpen voorkomen.

 

Tot Slot

Hardlopen met je hond, Canicrossen en Canitrailen, is ontzettend leuk, gezellig en vooral heel erg verslavend. Het is geschikt voor alle honden, waarbij jullie ambitie is afgestemd op de mogelijkheden en het enthousiasme van je hond. Door het juiste basismateriaal en door goed naar de signalen van je hond te luisteren kunnen jullie samen een leven lang van heel veel kilometers genieten in goede gezondheid.

 

NB. Dit artikel is een vrije vertaling met persoonlijke aanvullingen op het artikel van K9 over het hardlopen met je hond in het Trailrunning Magazine.

Foto’s van materialen zijn met toestemming van Run with Pride – dog sport equipment van de website gekopieerd en in dit artikel gedeeld.

Natte Neuzen Trail Kleding

De eerste bestellingen van de vrolijke sportkleding waarin we de sfeer van de Natte Neuzen Trail wilden terug laten komen zijn met groot enthousiasme ontvangen. De sprankelende kleuren zijn oogverblindend. Het materiaal zit fantastisch en de pasvorm als gegoten 🙂

 
Natuurlijk zijn alle kledingstukken te personaliseren met de naam van je hond, je team of iets anders wat je graag op je kleding zou willen hebben staan.Vul het bestelformulier onder aan deze pagina in voor de maten en tekst en ik stuur je vervolgens een betaallinkje.

De Natte Neuzen Trail lijn bestaat uit een aantal kledingstukken waarbij de dameslijn iets meer getailleerd is en de herenlijn niet;

– T-shirt met korte mouw

Het T-shirt heeft een uitstekende warmte- en vochtregulatie. Door de antibacteriele behandeling worden bacteriegroei en geurvorming verminderd. De extreem goed ademende mesh Kite zijbanen zorgen voor een zeer goede warmte afvoer.
Prijs exclusief verzendkosten €39,95

– T-shirt met lange mouw

T- shirt met lange mouwen met boordje en ritsje gemaakt van zacht en licht gewicht Crono en Air zijbanen. Heeft een uistekende warmte- en vochtregulatie. Door de antibacteriele behandeling worden bacteriegroei en geurvorming verminderd. De goed ademende Air zijbanen zorgen voor een goede warmte afvoer. Op de rechter onderrug zit een zakje met rits, het zakje is aan de binnenkant voorzien van een opening voor een hoofdtelefoon-kabel. Prijs exclusief verzendkosten €49,95

– Softshell hoody jacket

Hooded jack gemaakt van winddichte en waterafstotende softshell, voozien van 2 steekzakken met rits (YKK Camlock). De binnenzijde is licht gebrushed, houdt de lichaamswarmte vast en transporteert transpiratievocht af naar de buitenlaag. Het lichaam blijft hierdoor droog en warm. Ideaal voor na het sporten met je hond. Prijs exclusief verzendkosten €95,00

– Multifunctionele Buff

Gemaakt van Interlock, een zeer elastische en goed ademende stof. Prijs exclusief verzendkosten €10,00

– Bandana (voor de hond)

Gemaakt van Interlock, een zeer elastische en goed ademende stof.
Prijs exclusief verzendkosten €10,00
Prijs met naam van de hond of het team exclusief verzendkosten €12,50

Beschikbare maten XS | S | M | L | XL | 2XL | 3XL

Meet je maten door een goed zittend eigen shirt plat neer te leggen en dan de maten op te nemen conform het onderstaande plaatje. Bij twijfel of zit je tussen 2 maten in, pak dan een maat groter. De maat van het shirt is ook de maat voor de overige items.
Vind je het fijn om je kleding strak te dragen, dan is het advies om de hooded jacket een maatje groter te bestellen want daar zit minder rek in.

HEREN

DAMES

Bestellen kan dmv het invullen en opsturen van onderstaand  bestelformulier naar canitrailnl@gmail.com

 

Wanneer kan ik met mijn pup beginnen met Canitrailen?

Een vraag die veel wordt gesteld in onze Facebook-groep is hoe oud je puppy moet zijn voordat je kunt beginnen met Canitrailen.

Het antwoord is; als de groeischijven eenmaal volgroeid zijn (minimaal 12 maanden oud).
Maar het genuanceerde antwoord is dat sluiting van de groeischijven afhankelijk is van het ras, de grootte van de hond, genetische aanleg en ook nog eens per hond verschillend is. Het is dus maatwerk…en ja dat maakt het voor jou als hondeneigenaar niet makkelijker op.

ONDERZOEK SLUITING GROEIPLATEN
In het onderzoek van Dirsko JF von Pfeil, Dr.med.vet, in Alaska Anchorage, Alaska, en Chalrles DeCamp, Dr. med. vet,  op de DAVCVSMichigan State University uit juli 2009 kun je alles lezen over de groeiplaten:

 

“ Sluiting groeiplaat en bijdrage aan algemene groei

Bij honden vindt de meeste groei plaats tussen de leeftijd van 3 en 6 maanden. De meeste honden bereiken 90% van hun volwassen grootte aan het einde van 9 maanden. De meeste groeischijven sluiten tussen de leeftijd van 4 en 12 maanden, afhankelijk van de anatomische eigenschappen en het ras van de hond. Het is echter onze klinische indruk dat de groeischijven van sommige honden van grote rassen pas na een leeftijd van 15 tot 18 maanden sluiten. Tabel 2 toont het tijdsbestek van het sluiten van de groeiplaat aan de voor- en achterpoten van de gemiddelde hond van 25 tot 30 kg. Groeiplaten die een groot percentage bijdragen aan de totale axiale groei van de lange botten blijven langer open in vergelijking met kleinere botten (bijv. , carpus, tarsus). Het is algemeen aanvaard dat epifysaire sluiting eerder optreedt bij kleinere dieren.

Wanneer de functie van de groeischijven ernstig wordt aangetast, kan anatomische misvorming optreden. Directe trauma, voeding en hormonale en genetische ethologiën zijn klinisch belangrijk voor groeistoornissen.”

http://vetfolio-vetstreet.s3.amazonaws.com/mmah/48/37155337d24e34963af2fc8e4cdce3/filePV0709_Von-Pfeil_P1.pdf?fbclid=IwAR1HkYo55bGk4QAp6gUm5z4Gj1Z6gA-E_uwm0j5gSiwEAcuhDnUmnN2dF1k

ONDERZOEK “WHAT’S THE LOGIC BEHIND NOT EXERCISING PUPPIES UNTIL GROWPLATES ARE CLOSED
Op 29 december 2019 publiceerde Dr. Darryl Millis het artikel “What is the logic behind not exercising puppies until the growth plates are closed” een artikel dat enorm goed ontvangen werd en direct wijdverspreid werd. Dit artikel is vertaalt door Carmen van de Kamp van Sporthond in Conditie en kun je vinden op haar website:

https://www.sporthondinconditie.com/blog/46-pups-beweging-in-de-periode-dat-de-groeischijven-nog-niet-gesloten-zijn

“ Al jaren is het zo dat fokkers, trainers en hondeneigenaren zeggen dat pups eigenlijk bijna niks mogen qua training en belasting tot de groeischijven gesloten zijn. Als orthopedisch specialist ben ik ook wel gevraagd om van 12 maanden oude honden röntgenfoto’s te maken om zekerheid te hebben dat de groeischijven al gesloten zijn.

Wat denkt de wetenschap over dit advies? Om te starten, wat is een groeischijf? De groeischijf, ook wel epifysairschijf genoemd, is de plaats waar de pijpbeenderen, de lange beenderen, van zoogdieren langer worden, deze zorgen dan ook voor het op lengte komen van het bot. In basis is dit hoe de hond groeit. Groei zorgt voor het op lengte komen van het bot en door het op lengte komen van het bot groeien de ledematen.

Het sluiten van de groeischijven is redelijk voorspelbaar qua leeftijd op basis van het formaat van de hond. Kleine rassen, toy, mini, hebben over het algemeen de groeischijven al gesloten met 6 tot 8 maanden oud, terwijl bij de grotere rassen ze open kunnen blijven tot 14 of 16 maanden. Onthoud wel, dat de meeste hoogtegroei al compleet is, voordat de groeischijven volledig gesloten zijn. 

Natuurlijk gebeuren er ongelukken waarbij een groeischijf breekt, maar vaak zijn dit soort breuken gerelateerd aan trauma zoals een aanrijding met een auto, een sprong vanaf grote hoogte of omvergelopen worden door een andere hond. En ja het klopt dat dit soort trauma vaak resulteert in het te vroeg sluiten van de groeischijven waardoor de poot korter blijft en soms verandert het ook de hoekingen van die poot, dat is vooral als het een deel van het lichaam betreft waar 2 botten verantwoordelijk zijn voor de lengtegroei zoals in de voorpoot de radius en de ulna. Bij een breuk in een groeischijf in een van de voorpoten is het vaak in de ulna waardoor daar de groei stopt en de radius blijft dan doorgroeien. Alleen kan ik echt naar eer en geweten me niet een situatie voor de geest halen waarbij groeischijven vroegtijdig gesloten zijn door enkel beweging of normale krachttraining.
 

In Noorwegen is er een studie gedaan naar aan beweging gerelateerde risico factoren met betrekking tot de ontwikkeling van op röntgenfoto’s zichtbare heupdysplasie onder de rassen Newfoundlander, Labrador Retrievers, Leonbergers en Ierse Wolfshonden (Krontveit, et al. Am J Vet Res 2012;73:838-846 )

Het onderzoek wees uit dat er waarschijnlijk een toename in de aanwezigheid van heupdysplasie was bij pups die tussen de geboorte en de leeftijd van 3 maanden trappenliepen. 

Een andere studie evalueerde de voeding, beweging en het gewicht als risicofactoren voor heupdysplasie en elleboogdysplasie bij Labrador Retrievers  (Sallander et al, J Nutr 2006, 136:2050S-2052S ). Vrij voer (ad libitum) ter beschikking was zeer duidelijk geassocieerd met de gewrichtsafwijkingen, ook al was het maar een kleine testgroep waar gebruik van is gemaakt tijdens dit onderzoek.

 

Het belangrijkste hierin is dat de pups vrij zijn van heup- en elleboogdysplasie en ook vrij van de genetische aanleg voor afwijkingen als OCD. 

Rennen achter ballen en stokken gegooid door de eigenaar is ook vastgesteld als een van de hogere risico factoren. Slater et al (Am J Vet Res.1992, 53:2119-24  ) stelde ook vast dat abrupte bewegingen, zoals ontstaan bij zaken als achter een bal of een stok die door de eigenaar gegooid wordt aanrennen, een grotere kans geeft op het ontwikkelen van OCD. Een afwijking die vooral voorkomt bij grote tot extreem grote rassen en die resulteert in verdikt kraakbeen in de gewrichten zoals het schoudergewricht, in een zwakker deel van het kraakbeen kan dit dan afbreken wat problemen en pijn geeft in het gewricht. Er wordt ook gesproken over trauma, zoals springen (landen), waardoor het bot onder het kraakbeen aangetast kan worden wat uiteindelijk ook in een verdikt kraakbeen kan eindigen waardoor dezelfde problemen, het afbreken van een stuk van het zwakkere kraakbeen, kan ontstaan. Maar, het ras, de genetische eigenschappen en het voer lijken een grotere bijdrage te leveren aan het ontstaan van OCD dan belasting van de gewrichten. 

Bovenstaande geeft daarmee aan dat abrupte bewegingen en bewegingen met een grotere krachtsexplosie misschien risicofactoren zijn voor sommige gewrichtsaandoeningen. Neem met betrekking tot bovenstaande onderzoeken wel mee dat er bij geen van de studies volledig rekening is gehouden met de genetische component op het gebied van gewrichtsaandoeningen van de honden. Daarnaast is er al redelijk goed onderbouwd bewijs dat als een pup overgewicht heeft de kans op een gewrichtsafwijking daardoor ook al groter wordt. 


Maar wat met betrekking tot gewone beweging, normale beweging?

Normale beweging zet druk op het kraakbeen in een gewricht, het gewricht wordt daardoor geconditioneerd om de druk, stress, die opgebouwd wordt te kunnen verwerken. Lichte tot gemiddelde inspanning zoals rennen van de honden kan daardoor aanpassing van het gewricht stimuleren. 

De meeste studies die een gemiddelde inspanning met normale bewegingsbelasting (lopend en rennend) tonen geen schade aan het gewrichtskraakbeen. Hierbij wordt er wel vanuit gegaan dat er geen abnormale biomechanische krachten op de gewrichten werken zoals heupdysplasie, elleboogdysplasie of gescheurde kruisbanden, want beweging veroorzaakt wel een versnelde ontwikkeling van artrose in afwijkende gewrichten. “

 

TOT SLOT
Op basis van beide zeer interessante onderzoeken en alle reeds bekende theorieën kun je stellen dat:
a.  Het rechtlijnig bewegen van je pup bevorderlijk is voor het ontwikkelen van gezond sterk kraakbeen en een verfijnd zenuwstelsel.
b.  Niet bewegen is voor de ontwikkeling van het kraakbeen van je pup funest.
c. De kwaliteit van het kraakbeen wordt juist slechter zodra je pup teveel kracht moet zetten en te lange afstanden aflegt.
d. Laat je pup geen abrupte bewegingen en explosieve activiteiten doen tijdens de maanden dat de botstructuur zich ontwikkeld (zie bovenstaand schema). 
Denk hierbij aan het gooien van een bal en stokken waarbij je pup allerlei doldwaze sprongen maakt om de bal of tak te kunnen vangen, of vol op de rem moet omdat hij te snel komt aanlopen om de stok op te kunnen pakken. Onderschat ook niet het ongecontroleerd stoeien en over elkaar heen buitelen in hondenlosloopgebieden. Mijn hond raakte eerder geblesseerd door die stoeipartijen als door het samen op een rustige draf hardlopen in de natuur.

Het is aan jou als baas de taak om je pup goed te begeleiden, voldoende beweging aan te bieden (niet teveel maar ook niet te weinig) en vooral om je gezonde verstand te gebruiken. Vind je het lastig om in te schatten wat je op welke leeftijd kan, wees dan gewoon voorzichtig en houd je aan het onderstaande schema die is gebaseerd op het gemiddelde zoals ik die heb geformuleerd in een eerder verschenen blog: https://canitrail.nl/2018/08/25/belastbaarheid-hond/

Gemiddeld kun je stellen dat de groeifase voorbij is volgens onderstaand schema:

☞ Bij kleine rassen (tot 10 kg)
10 – 12 maanden

☞ Bij middelgrote rassen (11 – 25 kg) – <50 cm
 12 – 15 maanden.

☞ Bij grote rassen ( vanaf 25kg ) > 50 cm
15 – 24 maanden

 

KLAAR OM TE BEGINNEN?
Zijn jullie zover om te beginnen dan is het natuurlijk fijn om goed op weg geholpen te worden met een aantal nuttige tips. Canitrail Trailrunners is een community in het Verenigd Koninkrijk waar je allerlei basisinformatie kunt vinden over het canicrossen. Veel van de basistechnieken van de canitrailsport liggen in dezelfde lijn als die van canicross met dien verstande dat de hond vanwege het endurance karakter van het canitrailen niet verplicht is om fanatiek te trekken.

Absoluut een aanrader is hun webinar over de basis van het canicrossen, uitleg over de materialen en waar je op moet letten bij het aanschaffen ervan, de looptechniek die significant anders is als bij het hardlopen zonder je hond en een voorbeeld van een efficiënte warming up.

Ben je zover om te beginnen met Canitrailen en ben je zelf ook nog niet een getrainde hardloper, dan is het 12 weken beginnersschema op de website van Canicross Trailrunners een mooie manier om te beginnen

https://965bdc9f-7c07-4d00-a4fa-77db4e4e2a4c.filesusr.com/ugd/757497_153a316ed259427db7fa043236ce9245.pdf

Veel plezier op de Canitrails:)

Honden in de Winter; waar houd je rekening mee

In de Hollandse wintermaanden kan het soms behoorlijk koud zijn met een gure noordenwind. De ene mens houdt ervan en de andere niet…net zoals er honden zijn die echt niet staan te springen om naar buiten te gaan in die koude winterdagen. Tijdens de wintermaanden kun je te maken hebben met sneeuw, ijs en ijzige koude wind. Hoe is dat voor je hond en waar kun je mee rekening houden.

Dat honden van nature goed tegen de koude kunnen is een misvatting.
Voor een gezonde hond die de hele dag buiten leeft zou dat inderdaad het geval zijn. Veel van onze honden leven vooral binnen in een omgeving met een constante binnentemperatuur van 19-21 graden waardoor ze geen dikkere buitenvacht (meer) hebben. Je kunt je voorstellen dat als de temperatuur plots onder het vriespunt komt je hond natuurlijk ook aan die buitentemperatuur moet wennen.

Voor puppies, oudere honden of honden met een dunne vacht kunnen last hebben van de kou. Oudere honden kunnen door de kou extra last krijgen van hun gewrichten. Honden met een hele dunne vacht, zoals veel windhonden, kunnen ook vaak niet zo goed tegen de kou. Voor deze groepen honden geldt dat ze als ze nat zijn geworden goed afgedroogd moeten worden. Je kunt ze eventueel een hondenjas aandoen.

Er zijn hondenrassen die van nature uit een warm klimaat komen, zoals de Galgo, Ridgeback, Boerboel en die hebben vaak moeite met onze koude maanden.

Ook de gezondheid van de hond is van grote invloed op het wel of niet goed kunnen omgaan met de hond.  Gezondheidsaspecten die o.a. meespelen zijn:
– zwak immuunsysteem
– ondervoeding
– slechte conditie
– slechte bloedsomloop

Kleinere hondenrassen kunnen sneller met hun buik tegen besneeuwde en koude oppervlaktes komen. In combinatie met hun vaak korte vacht en lage vetgehalte vertonen kleine honden vanaf 8 graden verschijnselen van kou. Bij middelgrote honden kunnen de eerste koude verschijnselen optreden rond de 5 graden. En bij grote honden met een dikkere vetlaag kunnen de eerste verschijnselen van kou optreden rond de 3 graden.

Foto gemaakt door Henk Jeuring tijdens de Natte Neuzen Trail in Montferland


De vacht van de hond
Er worden binnen bepaalde rassen vaak werklijnen en showlijnen gefokt. Honden die bijvoorbeeld gefokt worden op het uiterlijk kunnen honden zijn waarbij de functionaliteit van een goede vacht verloren is gegaan. Bij een sledehond moet de vacht ervoor zorgen dat hij tijdens een lange tocht warm blijft. Een herdershond moet zichzelf warm houden als hij het vee moet bewaken.

De vacht van de hond heeft een hele belangrijke functie en worden opgedeeld in dertien verschillende soorten vachtgroepen; bijvoorbeeld de kort -of gladhaar, de korte stokhaar met ondervacht, de honden met zacht dekhaar en ondervacht, ruwharige vacht, langhaar met ondervacht, viltvacht etc.  Bij de dubbele vachten bestaat de bovenvacht uit stijve haren die water en vuil afstoten en de ondervacht zorgt voor de isolatie.

Twee maal per jaar, een keer in het voorjaar en een keer in het najaar, wisselen de meeste honden van vacht. De wintervacht bestaat uit een overvloedige beharing van dikkere en stevigere haren. Maar omdat veel honden met name binnen leven, wordt het ritme van de vacht vanwege ons kunstlicht en onze centrale verwarming verstoort. Je kunt je voorstellen dat veel vachten van onze huisdieren moeite hebben met de wisselende extreme buitentemperaturen. Extra bescherming voor honden die niet meer de volledige isolerende functie van de vacht hebben is absoluut noodzakelijk.

Warmteverlies
Er zijn verschillende onderzoeken die aanwijzen dat een hond veel kou kunnen verliezen tijdens koude omstandigheden. Dat geldt niet alleen voor de honden waarvan wij het vanzelfsprekend vinden dat deze het sneller koud hebben. Hieronder vind je twee Duitstalige artikelen die laten zien op welke manier en waar honden hun warmte kunnen verliezen.

In dit artikel zie je honden en hun baasjes tijdens een koude winterdag. De kleuren op de foto’s laten zien waar het lichaam warmte verliest. De verschillende kleuren ontstaan vanuit het warmte verlies dat er is. Rood betekent warmteverlies, maar geel is nog (veel) meer warmteverlies. Dit betekent dat hoe lichter en feller de kleur geel aanwezig is op de foto hoe meer warmteverlies het lichaam heeft op die plek. Op de foto’s kun je heel goed zien op welke plekken de honden hun warmte verliezen. Wil je je hond ondersteunen bij koude weersomstandigheden wees je je dan ervan bewust dat met name de buik een gebied is waar veel honden hun warmte verliezen.


Wanneer heeft een hond het koud?
Het is belangrijk om te achterhalen of je hond het koud heeft. Wanneer hij het koud heeft kun je je hond namelijk beter helpen. Welke signalen wijzen erop dat je hond het kooud heeft:
– rillen
– moeilijker ademhalen
– zwakkere hartslag
– anders gedragen;
* keert zich meer in zichzelf
* zoekt geen contact
* wil niet spelen
* versterkte gedragsproblemen zoals sneller uitvallen, meert stress, angstig, etc

De lichaamstemperatuur van de hond ligt normaal gesproken tussen de 38 en 39 graden. Door inspanning en stress kan dit snel oplopen met een halve tot een hele graad, en door kou kan de temperatuur juist snel dalen. Iets lager is niet zo erg, maar wanneer de temperatuur beneden de 37.5 graden zakt en je hond begint afwijkend gedrag te vertonen, dan moet je direct contact opnemen met een dierenarts.



Wat moet je doen als je hond onderkoeld is?
De gemiddelde lichaamstemperatuur van een hond ligt tussen de 38 en de 39 graden. Bij de koude temperaturen in de winter of het te water raken van je hond kan je hond snel onderkoeld raken. Onderkoeling is levensbedreigend en je moet je hond daarom zo snel mogelijk hulp bieden. Om de lichaamstemperatuur van je hond hoog te houden zullen de spieren reageren door overmatig te gaan rillen. Ook zie je vaak dat de vacht wat rechtop gaat staan zodat er lucht tussen kan komen en voor een isolatielaagje zorgt. De lichaamsdelen van je hond voelen koud aan doordat de bloedsomloop zich alleen nog op de vitale organen richt. Het lichaam zal er alles aan doen om de hersenen, het hart en de longen zo lang mogelijk te laten werken. Je hond zal bij onderkoeling steeds zwakker worden en uiteindelijk bewusteloos raken. Wanneer er nu niet snel wordt ingegrepen zal je hond snel hierna overlijden door onderkoeling.

Er zijn een aantal dingen die je kunt doen als je hond onderkoeld is:

  • Breng je hond naar een warme omgeving
  • Wrijf je hond droog/warm met een handdoek (zo bevorder je de bloedsomloop)
  • Neem regelmatig de temperatuur op
  • Wanneer de temperatuur 37 graden is is het zaak om hem warm te houden door hem in een warme deken te wikkelen (uit de wasdroger, verwarmd op de verwarming bijv.), tegen een kruik aan te leggen
  • Voer de warmte niet te snel op, maar laat je hond geleidelijk aan opwarmen
  • Als je hond bij bewustzijn is kun je hem wat warms te drinken geven
  • Wanneer je hond een temperatuur heeft boven de 37,8 graden kun je alles weg halen; maar is het wel van belang hem in een warme ruimte te laten
  • Neem contact op met je dierenarts!
  • Wacht niet te lang wanneer je hond bevriezings- of onderkoelingsverschijnselen vertoont!


Heeft je hond bevriezingsverschijnselen?
Plaatsen waar weinig of geen haar is, zijn gevoeliger voor kou en kunnen bevriezen. De huid wordt op deze plaatsen bleek, grijs of blauw. Bevriezing zal sneller optreden in combinatie met harde wind. Bevriezingsverschijnselen kun je herkennen aan:

  • Bleke of rode en gezwollen huid
  • Pijn aan de oren, staart of klauwen bij aanraking
  • Huid blijft koud en ‘verschrompeld’

De lichaamsdelen die als eerste bevriezen zijn delen waar geen tot weinig haar op zitten, zoals:

  • Oorpunten
  • Voetzooltjes
  • Staartpunt
  • Bij reuen de balzak

Wat kun je doen bij bevriezingsverschijnselen?

  • Masseer de bevroren lichaamsdelen heel zachtjes met een warme doek. Pas op dat je de huid niet beschadigd!
  • Warm bevroren lichaamsdelen evt. op met lauw warm water
  • Wanneer huid donker verkleurt, neem dan direct contact op met je dierenarts om langs te gaan (spoed!)


Tips voor een heerlijke wintertijd:

Foto gemaakt door Dorethea Bil tijdens het Natte Neuzen Winter Weekend in februari 2019

1. Loop geen al te lange afstanden
De meeste honden zijn gek op sneeuw. Ze rennen uitgelaten heen en weer, vangen sneeuwballen of springen naar de dwarrelende sneeuwvlokken. Zelfs oude honden kunnen zich tijdelijk een ‘jonge god’ voelen en trekken vrolijk een paar sprintjes. Lopen in de sneeuw is echter extra vermoeiend. Bevroren grond is glad en niet veerkrachtig waardoor een hond sneller uitglijdt en een blessure oploopt. Daarnaast wandelt een grote hond gemakkelijker door de sneeuw dan bijvoorbeeld een teckel, die al snel tot zijn buik in de kou staat.
Houd er met kou rekening mee dat de temperatuur van je hond snel daalt. Dan kun je beter een paar korte wandelingen maken wil je je hond toch voldoende beweging geven. Doseren is daarom verstandiger.

2.Bescherm de pootjes; pas op met strooizout
Sneeuw, kou en pekel kunnen pijnlijke kloofjes in de voetkussentjes van een hond veroorzaken. Probeer daarom zo veel mogelijk bestrooide plekken te vermijden. Indien nodig kun je de voetzooltjes insmeren met een pootwax of vaseline, bij voorkeur met een (niet chemisch) product speciaal geschikt voor honden. De Vetramil Paw wax en Espree Paw Bam zijn uitstekende producten om hiervoor te gebruiken. Wanneer je na een wandeling thuiskomt dan kun je zout en vuil verwijderen met wat lauw water. Kun je langere stukken lopen over paden waar gestrooid is niet vermijden, dan zijn hondenschoentjes een goede oplossing.

3.Verwijder plakkende sneeuwklontjes
Sneeuw blijft snel aan de vacht van je hond plakken. Om dit wat tegen te gaan kun je de langere haren rondom de voetjes, staart, oren en andere delen van het lichaam wegknippen. Er zal dan minder snel sneeuw aan je hond blijven plakken.

Sneeuw klontert ook snel tussen de voetkussentjes bij je hond. Sneeuw tussen de pootjes bij de hond gaat snel irriteren en je hond zal dit weg willen kauwen. Het is aan te raden om regelmatig tijdens het wandelen even de pootjes van je hond te controleren en de plakkende sneeuw direct te verwijderen. Wanneer je dit laat zitten kunnen het ijsklonten worden die moeilijk te verwijderen zijn. Laat de ijsklonten rustig wegsmelten met je vingers, wanneer je eraan gaat trekken kan dit pijn doen voor je hond. Eventueel kun je hondenschoentjes aandoen om te voorkomen dat er sneeuwklontjes tussen de voetkussentjes gevormd worden.


4. Verwijder lange haren tussen voetkussentjes
Lange haren tussen de tenen van je hond kunnen leiden tot pijnlijke sneeuwklontjes. Een hond kan hierdoor mank lopen of onderweg steeds bezig zijn met het verwijderen ervan, waardoor hij wellicht ijs en pekel binnenkrijgt. Verwijder daarom tijdens wandelingen indien nodig zelf voorzichtig de sneeuwklontjes. Of gebruik een pootwax of vaseline. Vaseline is niet giftig voor honden; let er wel op dat de vaseline vrij is van toevoegingen.
Je kunt ook de haren tussen de voetkussentjes korter knippen. Bouw dit stapsgewijs op, ruim voordat de sneeuw valt, zodat je hond er rustig aan kan wennen. Knip de haren in het begin niet te kort omdat de ondergrond na het knippen voor een hond anders kan voelen.

5. Feit of fabel: hondenpoten blijven ook in de winter warm
In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, hebben honden in de winter geen last van koude poten. De bloedvaten die bloed vanuit de poten naar het hart pompen en de vaten die bloed van het hart naar de poten pompen, liggen heel dicht bij elkaar. Het bloed dat vanuit het hart wordt rondgepompt is warm; die warmte stroomt direct door naar de bloedvaten die het koude bloed weer afvoeren. Zo warmt het koude bloed al wat op voordat het hart bereikt is. Een hond kan zijn lichaam hierdoor zeer effectief op de juiste temperatuur houden.


6. Sommige honden eten sneeuw

Ook zonder een sneeuwballengevecht zijn de meeste honden zo gek op sneeuw dat ze regelmatig hier en daar een hapje meepikken en de sneeuw doorslikken. In kleine hoeveelheden kan dit niet snel kwaad, maar als je hond een echte sneeuw-eter is moet je toch een beetje oppassen. Je hond kan vervelende maag- en darmklachten krijgen door het eten van sneeuw en hier buikpijn, misselijkheid en diarree aan over houden. Kies er daarom voor om de sneeuwballen in te ruilen voor een echte bal voor je hond.

Foto gemaakt door Dorethea Bil van Dink en zijn Casey tijdens het Natte Neuzen Winter Weekend februari 2019

7.Laat je hond niet op het ijs
Wees voorzichtig met bevroren vijvers, sloten, kanalen etc. Het is onverstandig om hier met je hond op te gaan. Wanneer je hond zelf de neiging heeft om dit op te zoeken, zorg dan voor afleiding en ga samen met je hond aan de slag om dit te voorkomen. Een hond kan niet (altijd) inschatten of het ijs dik genoeg is. Het gevaar kan zijn dat je hond door het ijs zakt. Ook zorgt de gladheid voor minder grip wat invloed heeft op de spieren, gewrichten en pezen wat voor blessures kan zorgen.

8. Zorg voor een gezonde hond
Je hond kan veel beter met de kou omgaan als hij gezond is. Een gezonde hond is een hond die niet te dik of te dun is, een gezonde vacht heeft en een goede conditie heeft. Goede voeding en supplementen voor een gezonde vacht hebben hier een belangrijke rol in.

9. Ga voorbereid op pad
Het is verstandig om voorbereid op pad te gaan en standaard een paar artikelen in je auto te hebben liggen:

  • deken(s) en een paar grote handdoeken
  • water
  • iets te eten voor hond en mens
  • een EHBO box voor hond en mens met onder andere traumeel, reguliere pijnstillers en bach rescue for pets erin. Één en ander afhankelijk van je hond.

Daarnaast is een volle benzinetank raadzaam. Mócht je in een winterse file terecht komen dan heb je voldoende brandstof om thuis te komen en je auto blijft onderweg warm.

Tot slot
De meeste honden zijn goed bestand tegen regen en kou. Hondenkleding wordt vaak beschouwd als een onnodig accessoire. Er zijn echter uitzonderingen. Bepaalde rassen, kwetsbare honden en vermoeide honden krijgen het bijvoorbeeld snel(ler) koud. Als je hond moeite heeft met kou is een kledingstuk voor je hond geen overbodige luxe.

Foto is van Raymondo Bosch met een deel van zijn team.

NB: een deel van de informatie komt uit de powerpointpresentatie van Raymondo Bosch die werd gehouden in januari 2019 ten behoeve van het Natte Neuzen Winter Weekend in februari in het besneeuwde Thuringerwoud, Duitsland.

Honden vinden poep lekker

In de natuur komen wij dagelijks heel veel verschillende soorten uitwerpselen tegen van allerlei soorten dieren. Mijn honden zijn dol op poep van wilde zwijnen en schapenkeutels. Een verse paardenvijg van de wilde paarden op de Veluwezoom pakken ze onderweg graag even mee. Een verse hertendrol is favoriet om in te rollen. En mijn pupje Kaya heeft zo’n beetje alle uitwerpselen van alle wilde dieren op de Veluwezoom al eens in de bek gehad. Helaas tijdens de Corona-periode komen mijn honden in de bossen regelmatig mensenpoep tegen…deze lekkernij herken ik vaak aan de geur. Echt niet om te harden.

Het eten van ontlasting is vrij normaal. Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat het gedrag erg veel bij pups en jonge honden voorkomt. Logisch ook weer want die moeten nog leren wat ze moeten eten – ze zijn erg nieuwsgierig en gretig om de nieuwe wereld te ontdekken. Ontlasting van planteneters zoals schapen, runderen en paarden is voor veel honden erg aantrekkelijk omdat zij het als een aanvulling voor hun maaltijd beschouwen.

Over coprogafie, oftewel het eten van poep, is uitgebreid onderzoek gedaan door de Universiteit in Wageningen:
– 6% eet z’n eigen poep op
– 9% eet de poep van andere honden
– 85% eet poep van andere dieren
– 33% vertoont een combinatie van deze opties
– 11,6% eet alle poep die hij/zij tegen komt, ongeacht de afkomst

Is het eten van poep gevaarlijk?
Ontlasting bestaat uit onverteerde voedingsbestanddelen en bacteriën. De meeste van deze bacteriën zijn niet-ziekmakend.
De volgende bestanddelen zijn mogelijk wel gevaarlijk:

  • Ziekmakende bacteriën (SalmonellaCampylobacter en Clostridium).
  • Resistente bacteriën (ESBL)
  • Virussen
  • Parasieten als Giardia, wormen en brillendoosjesgist
  • Restanten medicijnen (zoals ontworming voor het paard).
  • Restanten drugs

Paardenontlasting bevat veel halfverteerde vezels en goede bacteriën. Je hond kan ontlasting van paarden eten omdat het lekker is. Alleen wanneer een paard net ontwormd is, kan er ontwormingsmiddel in de ontlasting zitten.  Dit kan voor sommige honden dodelijk zijn.
In mensenpoep kunnen restanten medicatie of drugs zitten wat kan leiden tot vergiftigingsverschijnselen van jouw viervoeter.
In de ontlasting van een vos kunnen vossenlintwormeitjes zitten. Je hond kan door te snuffelen aan de besmette ontlasting van de vos zelf ook besmet raken. Via de hond kun jij als mens ook ermee besmet raken wat bij mensen tot ernstige klachten kan leiden.

Het is een echter een grote misvatting dat wanneer een hond (mensen)poep eet, hij iets in z’n eten tekort komt. Allemaal verhalen van horen zeggen die op geen enkel (wetenschappelijk) onderzoek berusten!

Herken jij de uitwerpselen?

In de natuur liggen heel wat uitwerpselen van allerlei beesten die er wonen.
* Hertachtigen zijn planteneters en produceren strengen van eikelvormige keutels. Ze liggen meestal met enkele tientallen bijeen. De inhoud van de keutels is homogeen en bestaat uit zeer kleine plantenvezels.

Keutels Ree-Hert-Edelhert

* Uitwerpselen van wilde zwijnen kunnen zeer variabel zijn omdat het een echte alleseter is. Meestal zijn de uitwerpselen in klonten aan elkaar gekleefde bolvormige keutels.
* Konijnen en hazen laten typische, donkerbruine knikkervormige keutels achter op een hoopje. De keutels van een haas zijn iets groter dan die van het konijn en hebben een lichte druppelvorm. Dit in tegenstelling tot de keutel van het konijn die mooi rond is.

 

* Vossen gebruiken verhogingen in het landschap om hun drollen op te plaatsen zodat de concurrentie weet dat het gebied bezet is. De ene keer ligt het subtiel bovenop een molshoop midden op het pad. De andere keer misschien iets meer verscholen langs de rand van een bosje.
* Waar dassen wonen kun je ook zogenaamde ‘mestputjes’ , latrines, vinden. Dat zijn kuiltjes die dassen graven om in te poepen. Een poes doet dat ook, maar die maakt zo’n kuiltje weer netjes dicht, zodat je het niet kan ruiken. Dassen niet, die laten het juist open, zodat je het wèl kunt ruiken.

 

* Schotse Hooglanders eten verschillende grassoorten die vaak overdadig groeien in natuurterreinen zoals; pijpenstrootje, zwenkgras, struisgras en bochtige smele maar ook blauwe bosbes, veldzuring en brandnetel worden met smaak verorberd.Door dit gevarieerde voedsel zijn de uitwerpselen van Schotse Hooglanders vast van vorm, het zijn stevige keutels.
* Wilde paarden hebben zo’n groot leefgebied, dat ze niet in de buurt van mest hoeven te grazen. Bovendien hebben wilde paarden een sterk immuunsysteem dat ervoor zorgt dat de infectiedruk van wormen op een acceptabel niveau blijft. Toch moet je voorzichtig zijn om je hond de poep van wilde paarden te laten eten omdat deze veel parasieten kan bevatten waar de hond ziek van kan worden. Een paardenvijg van een paard dat wel ontwormd is met preparaten die “Organophisphorus” bevatten, zijn zeer giftig voor de hond.

 

Al die heerlijke geurtjes in de natuur van al die verschillende dieren zijn natuurlijk fantastisch, maar aan de buitenkant kun je niet zien welke parasieten, bacteriën en /of medicijnen erin zitten. Voelt je hond zich niet lekker na het eten ervan, gedraagt hij zich sloom en heeft hij last van diarree en krampen, raadpleeg dan onmiddellijk je dierenarts, want hij kan er uiteindelijk aan sterven.

The paradox of canine conspecific coprophagy
Een onderzoek naar dit onderwerp door onderzoekers van het Center for Companion Animal Health in California (USA) werd begin 2018 gepubliceerd onder de titel:“The paradox of canine conspecific coprophagy.” – A team of researchers from the Center for Companion Animal Health, University of California, Davis, tried to get to the bottom of this problem. Their findings were presented in their study report, titled, “The paradox of canine conspecific coprophagy.”  The study found no correlation of coprophagy (poop eating) with age, sex, age of separation from the mother, whether animals were neutered or spayed, type of food eaten, ease of housetraining, or any specific types of behavior such as barking, aggression, destructiveness, anxiety-related behavior or compulsive behaviors.

Een samenvatting van dit onderzoek kun je lezen in The Scientific American.

Ontheffing Trekhondenverbod

Regelmatig hoor ik via via dat je voor het hardlopen met je hond, canicross en canitrail, een ontheffing op het trekhondenverbod moet aanvragen. Daar zijn bij meerdere instanties ‘misverstanden’ over.

Waar komt het verbod vandaan?

In het artikel van Martin Deinum schrijft hij het volgende: “Karren getrokken door honden waren honderd jaar geleden een heel normaal straatbeeld. Om het vaak treurige lot van deze honden te verbeteren trad op 1 september 1911 de Trekhondenwet in werking. Het voorzichtige begin van een andere kijk op honden. De eerste meldingen van hondenkarren stammen al vanaf het begin van de 17e eeuw. Ze worden pas echt veel gebruikt in de 19e en 20e eeuw. In allerlei beroepen waar een last te vervoeren is, zijn honden in gebruik: postbezorgers, marskramers, eierhandelaren, krantenbezorgers, melkboeren, noem maar op. Sommige honden schijnen zelfs trekschuiten getrokken te hebben.

Als trekkracht waren honden vaak geschikter dan paarden. Hondenkarren waren klein en wendbaar, veel handiger in gebruik in smalle stadsstraten dan grote, brede paardenkarren. Honden waren daarnaast veel goedkoper in de aanschaf en het onderhoud. Waar paarden een stal en speciaal voer vereisten, namen honden al genoegen met een hondenhok als onderkomen en etensresten en slachtafval als maaltijd.

De hondenkar verdwijnt in de loop van de 20e eeuw steeds meer uit het straatbeeld. De opkomst van transportfietsen, bakfietsen, motorfietsen en de auto maakt het gebruik van honden als trekkracht overbodig. Bovendien groeit het maatschappelijk verzet dankzij het werk van de Anti-Trekhondenbond. Uiteindelijk wordt in 1962 het gebruik van de hond als trekkracht geheel verboden. Dan zijn er ook nog maar zo’n dertig á veertig trekhonden in het hele land over.

Nederland was overigens erg laat met een verbod. In Frankrijk en Engeland was de hondenkar in de 19e eeuw al verboden, in Denemarken is het zelfs nooit toegestaan.” Mocht je het hele artikel willen lezen dan is hier de link:  http://www.geschiedenisbeleven.nl/de-trekhond-de-schande-onzer-natie/


Verbod gebruik hondenkarren
De Trekhondenwet 1910 is een Nederlandse wet uit 1911. De wet was van kracht tot 1 januari 1963 toen de Wet op de dierenbescherming inging. Op 1 januari 1962 ging het verbod op het gebruik van trekhonden in. In de Wet Dieren staat tegenwoordig dat honden in Nederland niet mogen gebruikt worden als trekkracht. Een hond mag je geen kar, slee, boot of een ander voorwerp laten trekken. Wil je wel honden inzetten als trekkracht? Dan heb je hiervoor meestal een ontheffing nodig.

Geen ontheffing nodig
Beoefen je de sledehondensport met een of meer van de hieronder genoemde hondenrassen met stamboom? Dan geldt een vrijstelling en kun je zonder ontheffing je sport beoefenen:

*Alaskan malamute
*Eskimohond
*Groenlandse hond
*Samojeed
*Siberian husky

Op de website van het RVO staat verder letterlijk: “ Je hoeft geen ontheffing aan te vragen voor hardlopen met honden 

 

Ontheffing nodig
Wil je een hond gebruiken als trekkracht bij een activiteit waar geen vrijstelling voor geldt? Dan heb je een ontheffing nodig. Dit geldt bijvoorbeeld voor bikejoring (mountainbiken met een aangelijnde hond) en waterwerk (trekken van boten, voorwerpen en personen in het water). Of voor sledehondensport met een ander hondenras dan waarvoor een vrijstelling geldt.

Meer over dit onderwerp kun je lezen op de website van het RVO.

 

 

Hoe zit dat dan bij het canitrailen?
Je hond moet je dan toch ook trekken?

Nee, tijdens het Canitrailen hoeft de hond jou niet te trekken. Dat is geen vereiste en op de langere afstanden ook niet altijd verstandig.  Om lange afstanden samen af te kunnen leggen is het belangrijk om zo efficiënt en energiezuinig mogelijk te hardlopen. Daarbij hoort ook dat er tussendoor gewoon gewandeld of gesnuffeld wordt om op adem te kunnen komen. Of om iets te eten of te drinken om weer bij te tanken.

Bij het Canitrailen hoeft de hond de mens dus NIET te trekken. Deze loopt voor, naast en/of achter de mens; geheel afgestemd op het terrein waar er gelopen wordt. Er wordt zoveel mogelijk in een energiezuinige draf gelopen en zelfs delen gewandeld als het terrein daarom vraagt (bijvoorbeeld steile heuvels omhoog of omlaag). De verzorging onderweg van mens en hond is onderdeel van deze endurance sport; de mens neemt altijd voldoende water mee en geeft de hond genoeg gelegenheid om water te kunnen drinken en af en toe kleine hoeveelheden te eten (mits hij daar behoefte aan heeft). Daarnaast is het samen genieten van de natuur een van de drijfveren om te gaan canitrailen. Dat betekent dat de hond onderweg mag snuffelen om z’n omgeving te leren kennen en de mens af en toe stilstaat om z’n omgeving met alle zintuigen in zich op te kunnen nemen.

 

Het verantwoord kunnen afleggen van langere afstanden kan alleen vanuit een respectvolle relatie met de hond. Het goed kunnen “lezen” van je hond, je omgeving, de omstandigheden, jezelf en het daarop adequaat kunnen anticiperen geeft de voldoening. De prestatie is dat je samen ‘meer’ blijkt te kunnen als je gedacht had. Een snelle tijd en hoe hard je zou gaan doet er niet toe.