Hoe raken honden hun warmte kwijt?

HOE RAKEN HONDEN HUN WARMTE KWIJT?

Een gezonde goed gehydrateerde hond kan, mits hij zelf mag bepalen wat hij wanneer mag doen en waar hij mag liggen, prima omgaan met de Nederlandse temperaturen. De omslag van koud naar warm levert wel acclimatiseringsproblemen op, maar als je hond gewoon rustig op een koud oppervlak in de schaduw of in huis mag liggen met voldoende vers water om te drinken en eventueel een ventilator voor een koel briesje, is er niet veel aan de hand.

Veel hondenbezitters associëren hitterisico’s uitsluitend met extreme gebeurtenissen, waarbij ze subtielere maar cumulatief schadelijke blootstelling over het hoofd zien, zoals middagwandelingen op hete stoepen of langdurige opsluiting in slecht geventileerde ruimtes (Etue et al., 2025). Rasspecifieke kwetsbaarheden zijn vaak onbekend of worden onderschat. En veel hondeneigenaren kennen de signalen niet waarmee de hond aangeeft dat hij moeite heeft om z’n warmte kwijt te kunnen.

Veelal hoor ik dat honden niet kunnen zweten en alleen via hijgen en de pootjes hun warmte kwijt kunnen. Echter heel veel onderzoeken in de afgelopen 50 jaar vertellen toch een wat meer genuanceerde verhaal over hoe honden hun warmte kwijt kunnen. In deze blog wil ik de informatie uit al deze onderzoeken delen.


Overtollige warmte voor 70% verliezen via passieve mechanismen
Er bestaan nogal wat misverstanden onder hondeneigenaren over hoe een hond z’n warmte kwijt kan. Veelal hoor ik dat honden niet kunnen zweten en alleen via hijgen en de pootjes hun warmte kwijt kunnen. Echter diverse onderzoeken tonen aan dat honden in rust 70% van hun overtollige warmte verliezen door passieve mechanismen die warmte wegvoeren van het lichaamsoppervlak, zoals geleiding (contact met een koeler oppervlak), straling (waarbij warmte van het lichaam vrijkomt) en convectie (overdracht naar omringende koelere lucht terwijl deze over het dier stroomt).

Volgens diverse onderzoeken van dierenfysioloog Charles Richard is de belangrijkste manier waarop honden de warmte die ze in hun lichaam produceren door de stofwisseling in rust of bij inspanning kwijtraken bij een omgevingsluchttemperatuur van 31°C of lager is, door CONVECTIE (verlies van het oppervlak – via de huid en vacht, dus hoe dikker de vacht, hoe langzamer ze warmte verliezen).
c

Onderzoek Charles Richard
Enkele gegevens die opnieuw zijn ontleend aan het werk van de grote dierenfysioloog Charles Richard (CR) Taylor (1939-1995) laten zien hoe honden warmte verliezen onder verschillende omgevingsomstandigheden (omgevingstemperaturen).

Even wat uitleg over de kernprincipes uit de onderzoeken:

* DE LICHAAMSTEMPERATUUR VAN DE HOND ligt tussen de 38 en 39°C. De omgevingstemperaturen waarbij de hond werd onderzocht varieerden van warm (21°C) tot zeer heet (41°C).

* CONVECTIEF WARMTEVERLIES is de manier waarop warmte zich van de huid (of het vachtoppervlak) naar de omringende lucht verplaatst. Er is geen sprake van verdamping of direct contact. Hoe dikker de vacht, hoe langzamer ze warmte verliezen. De dikte van de vacht van een hond houdt de warmte in meerdere of mindere mate vast!

* VERDAMPEND WARMTEVERLIES is de manier waarop de lichaamstemperatuur wordt gereguleerd door verdamping van water uit de luchtwegen (ademhaling, hijgen) of verdamping van zweet.

*WARMTE TIJDENS TRAINING ; Spieren zijn niet erg efficiënt in het omzetten van opgeslagen voedselenergie in warmte. Wanneer honden trainen, komt ongeveer 80% van de energie die ze gebruiken terecht in de vorm van warmte, waarvan ze het grootste deel moeten proberen kwijt te raken. Een hond in rust of een hond die aan t trainen is…twee totaal verschillende situaties waarmee jij als eigenaar Peking dient te houden. Bij mensen tel je vaak 10°C bovenop de omgevingstemperatuur als indicatie voor de temperatuur-beleving. Bij honden is dat exact hetzelfde al is die waarschijnlijk niet 10°C extra die je erbij moet optellen. Daarover is nog weinig bekend.
c

HOE REGULEREN HONDEN HUN LICHAAMSTEMPERATUUR?
De normale lichaamstemperatuur van honden ligt dus tussen de 38 en 39 graden. Honden produceren zelf ook warmte in hun lichaam door de stofwisseling in rust of bij inspanning tijdens het wandelen of trainen. Ongeveer 80% van de energie die vrijkomt in de vorm van interne warmte moeten ze proberen kwijt te raken. Maar ook extern hebben honden te maken met warmte zoals omgevingstemperaturen, omgevingsfactoren en luchtvochtigheid waarmee ze moeten omgaan om te voorkomen dat ze oververhit raken.
c

PRIMAIRE WARMTE-AFVOER MECHANISMEN
Om te voorkomen dat de hond oververhit raakt, maakt hij gebruik van de volgende koelingssystemen namelijk ;

1. RADIATION oftewel STRALING en CONVECTION oftewel CONVECTIE (circulatie): Warmte wordt rechtstreeks van het lichaamsoppervlak afgegeven aan de omringende lucht. Wanneer een hond het warm heeft, verwijden de perifere bloedvaten zich, waardoor het bloed naar de huid wordt verplaatst om deze overdracht te vergemakkelijken.

2. CONDUCTION oftewel GELEIDING (warmteoverdracht): Dit is de overdracht van warmte door direct contact met een koeler oppervlak. Dit is de reden waarom honden tegels, hardhouten vloeren of schaduw zoeken om op te liggen.

3. EVAPORATION oftewel VERDAMPING/ HIJGEN: hoewel het vooral bekend staat als koelingsmechanisme tijdens het sporten, wordt hijgen ook in rust gebruikt als de omgevingstemperatuur hoog is. Honden gebruiken hun neusschelpen voor de verdamping van water via de luchtwegen, waardoor de efficiëntie toeneemt via meer oraal vocht.

4. ZWETEN VIA DE VOETZOLEN: Honden hebben net als mensen twee verschillende soorten zweetklieren: eccriene en apocriene. Eccriene zweetklieren, zoals die op de voetzolen van de hond, openen zich direct op het huidoppervlak en bevatten geen haren. Apocriene zweetklieren bevinden zich aan de basis van haarzakjes – dus alleen op behaarde plekken.
Honden hebben MEER apocriene zweetklieren (zweetklieren op harige plekken) dan eccriene zweetklieren, die alleen voorkomen op de voetzolen en de neus. Honden zweten dus wél, en dat beperkt zich niet tot hun voeten. Sterker nog, ze verliezen aanzienlijk meer warmte door te zweten via hun harige huid dan via hun voetzolen of neus… Het is alleen moeilijker om het zweet onder de haren te zien! Zweten via de zweetklieren doet een hond dus wel maar deze dragen niet significant bij aan de algehele koeling.

PS Het voornaamste verschil tussen convectie en geleiding is dat geleiding warmte verplaatst door direct contact, terwijl convectie warmte overdraagt door de fysieke verplaatsing of stroming (lucht). Geleiding is ‘contact’, convectie is ‘stroming’.


Uit de onderzoeken van Charles Richard  is gebleken dat sommige koelingssystemen bij een hond in rust bij bepaalde omgevingstemperaturen efficiënt zijn en bij andere omgevingstemperaturen juist niet. De efficiëntie bij bepaalde omgevingstemperaturen zien er als volgt uit:

BIJ 21°C OMGEVINGSTEMPERATUUR – Honden verliezen veel warmte door convectie omdat er een groot verschil is tussen hun lichaamstemperatuur en de omringende lucht. Slechts een fractie van de totale warmte die verloren gaat, is door verdamping.
c
BIJ 26-31°C OMGEVINGSTEMPERATUUR – Convectief warmteverlies wordt verminderd naarmate de omringende lucht dichter bij de lichaamstemperatuur van de hond ligt. Maar zelfs bij een luchttemperatuur rond de hond van 31°C is slechts ongeveer 40% van het totale warmteverlies afkomstig van verdamping en slechts 20% van warmteverlies via de ademhaling. 20% komt van de verdamping van zweet uit de kussentjes, neus en apocriene klieren aan de basis van de haren.
c
Bij 36°C OMGEVINGSTEMPERATUUR – Omdat de luchttemperatuur rond de hond nu dicht bij de huidtemperatuur ligt (wat meestal een paar °C lager is dan de centrale lichaamstemperatuur), is de kans dat warmte verloren gaat door convectie klein en terwijl het zweten voortduurt, is het warmteverlies door hijgen nu verantwoordelijk voor 75% van de afgevoerde warmte (weggewerkt).
c
Bij 41°C OMGEVINGSTEMPERATUUR – De hond verliest nu bijna twee keer zoveel warmte als bij 31°C. De lucht rondom de hond warmt hem nu op (warmte verplaatst zich van de omgeving naar de hond). Convectief warmteverlies is nu nul. 90% van het warmteverlies komt door hijgen.

 

WARMTEVERLIES VIA HIJGEN
Warmteverlies via de luchtwegen door hijgen begint dus pas het hoofdmechanisme over te nemen zodra de temperatuur van de hond en de omgevingstemperatuur samenkomen, d.w.z. rond de 36°C. Echter bij een luchtvochtigheid vanaf 80% heeft de warmteafvoer via hijgen totaal geen verkoelend effect meer.
c
De omgevingstemperatuur waarbij honden beginnen te hijgen kan lager zijn bij honden met overgewicht, honden met dikke vachten, grote honden, honden die niet aan de hitte gewend zijn, niet fitte honden, brachycefale rassen, honden met luchtwegaandoeningen, oudere honden en honden met hartaandoeningen.
c

Hoewel hijgen efficiënt is bij het afkoelen van honden, vraagt dit heel veel van het lichaam, vooral op het hart en de ademhalingswegen. Daarom is het belangrijk dat oude honden, honden met overgewicht, brachycefale rassen en honden met hart- of ademhalingsproblemen niet lang mogen blijven hijgen. Zij moeten zodra ze beginnen te hijgen zo snel mogelijk afgekoeld worden en koel gehouden worden!
c

HOE REGULEERT DE HOND ZIJN TEMPERATUUR TIJDENS INSPANNINGEN?

Tijdens een wandeling van 30 minuten met je hond is het heel normaal dat de kerntemperatuur met zo’n 1,8 tot 1,9 graden Celsius stijgt. Bij fitte atletische honden tijdens hun activiteit kan de kerntemperatuur zelfs oplopen tot zo’n 41- 42 graden Celsius. Het fitnessniveau van de hond kan dus van invloed zijn op de thermische respons, zoals eerder is aangetoond bij werkende honden in het onderstaande onderzoek van Robins, Ramos, Zanghi en Otto.

“Veel factoren kunnen het uithoudingsvermogen van honden beïnvloeden of zelfs beperken. Deze kunnen intrinsieke factoren van de atleet omvatten, zoals spieractiviteit, vet- en elektrolytenmetabolisme, lichaamsgewicht en conditie, of extrinsieke factoren zoals omgevingstemperatuur en vochtigheid, en vaste factoren zoals leeftijd, ras en geslacht. Andere factoren, zoals acclimatisatie aan de omgeving en activiteit, zoals conditietraining, om de conditie te verbeteren, kunnen ook een rol spelen bij het verbeteren van het uithoudingsvermogen van honden.

Tijdens inspanning leveren honden energie die leidt tot warmteontwikkeling. Atletische honden hebben een hogere cardiovasculaire en thermoregulerende behoefte, waardoor sport- en werkhonden een betere interne temperatuur- en hartregulatie nodig hebben. Tijdens inspanning kan de hond zijn hartminuutvolume met 74–200% verhogen en zijn carotisbloedstroom met 500%, wat de bloedstroom naar de gebieden met maximale warmte-uitwisseling kan verhogen, mogelijk als strategie voor hittetolerantie.

Temperatuurregulatie bij honden tijdens het sporten is voornamelijk een functie van het hijgen en het bijbehorende warmteverlies door verdamping. De combinatie van beweging en beperkte verdampingskoeling door hijgen leidt tot verschillende fysiologische veranderingen, waaronder hyperthermie, en een verhoogde hartslag. Wanneer de omvang van deze fysiologische veranderingen de fysieke capaciteit of conditie van de hond te boven gaat, is zijn vermogen om langdurig te werken beperkt en zijn frequente rustperiodes noodzakelijk.

De gerapporteerde gegevens uit het onderzoek gaven aan dat de buitentemperatuur, maar niet de luchtvochtigheid, de omgevingsvariabele was en omgekeerd evenredig was met de voorspelling van uithoudingsvermogen; naarmate de buitentemperatuur steeg, nam het uithoudingsvermogen af. Anderen hebben opgemerkt dat hoge omgevingstemperaturen acuut metabolische veranderingen teweegbrengen bij honden die aan het sporten/ trainen zijn, wat consistent is met de resultaten van de huidige studie. Hoewel de luchtvochtigheid significant verschilde tussen de twee trainingsperiodes, had deze factor geen invloed op het uithoudingsvermogen.”

Bovengenoemde onderzoeken zijn:
(Robbins  PJ, Ramos  MT, Zanghi  BM, Otto  CM. Environmental and Physiological Factors Associated with Stamina in Dogs Exercising in High Ambient Temperatures. Front Vet Sci.2017;4(1–9):10–3389. https://www.frontiersin.org/journals/veterinary-science/articles/10.3389/fvets.2017.00144/full)

En (Baker  JA, Davis  MS. Effect of conditioning on exercise-induced hyperthermia and post-exercise cooling in dogsComp Exerc Physiol. 2018;14(91–97):10–3920)

 

GEDRAGSSTRATEGIEEN
Honden passen hun gedrag aan om hun lichaamstemperatuur te kunnen regelen. Als je honden zelf zou laten kiezen wat ze mogen doen bij warme omstandigheden, dan hebben ze een aantal heel duidelijke strategieën, namelijk;

* Uitstrekken: Honden liggen vaak op hun zij en strekken zich uit om hun oppervlak te vergroten, waardoor de blootstelling van de huid wordt gemaximaliseerd voor geleidende en convectieve koeling. Vaak zie ik honden plat op hun buik liggen met volledig uitgestrekte voor-en achterpoten, omdat ze via de minder behaarde delen van het lichaam (buik, oksels, liezen) sneller hun warmte kwijt kunnen aan de koele ondergrond.
* Op zoek naar koele plekken: rusten op schaduwrijke, luchtige plekken of plekken met airconditioning helpt de oppervlaktetemperatuur aanzienlijk te verlagen.
* Water drinken: de hond gaat op zoek naar water om hun vochtgehalte op peil te houden zodat ze niet uitgedroogd raken. Maar ook om ervoor te zorgen dat hun tong, gehemelte vochtig blijft zodat ze door verdamping van het vocht via hijgen zichzelf koel kunnen blijven houden.


BEPERKINGEN BIJ WARMTE AFVOER
Er zijn tal van factoren die ertoe bijdragen dat honden hun warmte niet goed kunnen reguleren en de kans op oververhitting toeneemt.  Deze factoren hebben voornamelijk te maken met omgevingsomstandigheden, maar sommige huisdieren lopen een verhoogd risico vanwege hun ras of reeds bestaande medische redenen. De factoren die warmte afvoer beperken zijn:

* Luchtvochtigheid: Als de relatieve luchtvochtigheid hoger is dan 80%, worden de natuurlijke verdampingskoelingsmechanismen van een hond (hijgen) bijna volledig teniet gedaan.

* Vachttype: Dichte en dikke vachten kunnen de hond isoleren, waardoor de snelheid waarmee de warmte via de huid kan verdwijnen wordt verminderd. Een koelbriesje kan niet door een dikke of dichte vacht waaien om de de warmte op het huidoppervlak af te kunnen koelen.

* Brachycephalic Rassen: Honden met korte neuzen (bijv. Mopsen, Bulldogs) hebben beperkte luchtwegen, waardoor het voor hen moeilijker wordt om hijgen te gebruiken als strategie om efficiënt af te koelen. Kortschedelige rassen hebben 146% meer kans op een hitteberoerte dan welk ander hondenras dan ook.

* Obesitas: Overmatig vet werkt als een isolator, waardoor het vermogen om warmte efficiënt af te geven wordt verminderd.

Maar ook honden die onvoldoende gehydrateerd zijn lopen een hoger risico op oververhitting. Maar ook het karakter van de hond kan een verhoogd risico zijn. Extreem actieve, of werk- en jachthonden, zoals herders en retrievers- de zogeheten hoge “drive” honden gaan nu eenmaal. verder over hun eigen grenzen als een relaxte eigenwijze hond.


ZWARTE HONDEN EEN RISICOFACTOR?
Hoewel er theorieën zijn dat een donkere vachtkleur bij honden een risicofactor is voor hittestress, is er in de wetenschappelijke literatuur weinig bewijs dat deze stelling ondersteunt. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, toonde een onderzoek uit 2019 van Caitlin Neander,e.a. aan dat zwarte honden geen grotere warmtewinst ervoeren dan hun gele soortgenoten. Evenmin was er een verschil in het schijnbare thermoregulerende effect tussen donkere en lichte honden. Dit is met name opmerkelijk vanwege de relatief korte duur van de wandeling (30 minuten in de volle zon) en de significante temperatuurstijging die ze waarnamen bij zowel donkere als lichtharige honden. De afkoelingsperiode van 15 minuten bleek tijdens het onderzoek voor 80% van de honden onvoldoende om de basistemperatuur te bereiken op basis van rectale metingen, die als standaard worden beschouwd voor het nauwkeurig registreren van de temperatuur bij diersoorten.
c

OMGEVINGSFACTOREN
Blootstelling aan hoge omgevingstemperaturen, in combinatie met een hoge luchtvochtigheid geen luchtcirculatie en intense zonnestraling, vormt een ernstige en escalerende bedreiging voor de gezondheid en het welzijn van gedomesticeerde honden, vooral in verstedelijkte gebieden.
Stedelijke hitte-eilanden met reflecterende oppervlakken en beperkte toegang tot groene ruimten, nauwelijks schaduw, geen ventilatie en koelingsinfrastructuur vergroot de gezondheidsrisico’s voor je viervoeter die over asfalt en tussen het beton moet lopen.

Zoals opgemerkt door Mitchell et al. (2018) kunnen zonnestraling, oppervlaktetemperatuur en reflecterende stedelijke materialen de lichaamswarmtebelasting van een hond drastisch verhogen.


PREVENTIEVE STRATEGIEËN
Als eigenaar kun je je hond helpen in warme omstandigheden door onderstaande preventieve strategieën:

* Het aanpassen van de timing en duur van buitenactiviteiten om piekhitteperioden te voorkomen (vroeg in de ochtend ipv midden op de dag );

* Zorgen voor toegang tot schaduw en zoet water tijdens alle buitenactiviteiten (altijd water bij je hebben met een opvouwbaar drinkbakje);

* Het vermijden van hete oppervlakken zoals asfalt of beton of mul zand tijdens warme uren;

* Het herkennen van vroege tekenen van thermisch ongemak, zoals overmatig hijgen, onwil om te bewegen of gedragsveranderingen;

* Bevordering van gecontroleerde lichaamsbeweging en conditiebehoud.

Als deze maatregelen consistent worden geïmplementeerd, kunnen ze het risico op vermijdbaar hittegerelateerd lijden aanzienlijk verminderen. Het succes van dergelijke interventies hangt echter af van het gedrag en het bewustzijn van de eigenaar.
c
LINKJES NAAR DE ONDERZOEKEN:

https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC7337213/

https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC11295878/

https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC5800390/

https://www.frontiersin.org/…/fanim.2025.1679377/full

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *