HONDEN EN MOGELIJKE VERSTORINGEN IN DE NATUUR
In 2015 ben ik begonnen met het neerzetten van het Canitrailen in Nederland. Met passie en bezieling draag ik sindsdien uit wat de win-win situatie is voor hond en mens maar ook dat het prima in de natuur kan. De discussie over het wel of niet toelaten van honden in buitengebieden raakt onze sport dan ook direct. Dit leverde bij mij heel veel vragen op, want wat is nu werkelijk die verstoring waarover beleidmakers van beheerorganisaties zoals Staatbosbeheer, Natuurmonumenten, Geldersch Landschap en Kasteelen en nog vele andere kleinere organisaties het hebben?
Mensen en honden leven al minstens 15.000 jaar samen. Archeologisch en genetisch bewijs laat zien dat de hond het allereerste gedomesticeerde dier was, lang voordat de landbouw begon. Honden trokken destijds mee met menselijke jagers en verzamelaars. Ze hielpen bij de jacht, boden bescherming en kregen in ruil daarvoor voedselresten en warmte.
Mensen hadden honden nodig voor het opsporen van wild en bewaken van hun gezin en erf. Honden werden ook steeds meer afhankelijk van mensen voor onderdak, veiligheid en voedsel. En juist die afhankelijkheid roept bij mij als hondeneigenaar ook de verantwoordelijkheid op om zowel mentaal als fysiek goed voor mijn honden te zorgen. Zij zijn mijn beste maatjes en vanwege hun loyaliteit aan mij als baasje verdienen ze een hond-waardig leven.
Maar wat is een hond-waardig leven?
Dat betekent wat mij betreft meer als een kwartiertje uitlaten in de wijk. In de nieuwe Europese wetgeving over het welzijn van honden staat: “Dogs must have their physical, behavioural and environmental needs met”. In het Nederlands vertaalt staat er letterlijk dat er aan de fysieke, gedrags- en omgevingsbehoeften van honden moet worden voldaan. Dit principe is de hoeksteen van verantwoord hondenbezit en dierenwelzijn volgens de aangenomen EU Dog Welfare Rules.
Op de website van de Raad van Beheer staat: “De gepresenteerde wetswijzigingen zullen lacunes in de wetgeving aanpakken die tot nu toe door illegale handelaren werden uitgebuit. Zaken als dagelijkse beweging, huisvesting en verzorging worden expliciet benoemd.” https://www.europarl.europa.eu/news/en/press-room/20260423IPR41833/first-eu-rules-to-protectcats-and-dogs-from-abuses
Ik heb vreselijk veel moeite met het beeld van de hond als verstoorder van de kwetsbare natuur. Hoe is het mogelijk dat de hond al ruim 15.000 jaar samen met de mens in de natuur leeft en nu wordt neergezet als grote (en misschien wel grootste) verstoorder? En ja ik ben bevooroordeeld met drie honden…dus heb geprobeerd mij volledig neutraal te verdiepen in de wereld van onderzoeken, rapporten en studies over de hond als verstoring op flora en fauna.
HONDEN AAN DE LIJN
Op Facebook en Instagram zie ik met name Staatsbosbeheer zeer actief campagne onder de titel “Bescherm de jonkies” en “De aanlijnen wint” voeren over de impact van verstoring door honden in de natuur. “Zelfs als een hond rustig meeloopt of “niets doet”, zorgt de geur van de hond of diens urine al voor langdurige onrust en angst bij wilde dieren.” Dat is een nogal boute uitspraak van deze natuurbeheerder en wie heeft dat geconstateerd?
“Het natuurlijk gedrag en instinct van een dier kun je niet veranderen, maar de manier hoe je er als eigenaar mee omgaat en welke grenzen je stelt, heb je zelf in de hand.” zegt boswachter publiek Evelien Olyslagers, gebied Midden Delfland bij Staatsbosbeheer op 8 april 2026 in haar blog op LinkedIn en op de site van Staatsbosbeheer.
https://www.staatsbosbeheer.nl/wat-we-doen/nieuws/2026/04/anders-kijken-naar-honden-in-buitengebieden
De blog gaat verder over loslopende honden in een losloopgebied, de aanvaringen van recreanten met hondeneigenaren en het feit dat er in buitengebieden weinig wordt rekening gehouden met elkaar. “De buitengebieden zijn er niet alleen voor de hondeneigenaar, de ruiter, de fietser, de sporter enzovoort. We moeten de gebieden met elkaar delen.”
Volgens de blog is een van de grootste ergernis de hondenpoep in de buitengebieden waar boswachters regelmatig in staan. “Honden poepen meestal in de eerste honderd meter van de wandeling. We kijken nu naar mogelijkheden om bij elke ingang een prullenbak te plaatsen. Maar zijn we als hondenbezitters dan ook bereid om die kleine moeite te nemen en even terug te lopen naar die prullenbak?”
Op 17 april 2026 plaats Staatsbosbeheer op hun website de volgende uitspraak uit de wintercampagne “De aanlijner wint”: Loslopende honden hebben op verschillende manieren een schadelijk effect op de natuur. Dat laat onderzoek van de Australische Curtin University uit 2025 zien. Dit is literatuuronderzoek en gaat over het effect van de hond op de natuur in het algemeen, niet in een specifiek natuurgebied. De conclusie: de impact is zorgwekkender dan algemeen wordt aangenomen. Honden jagen vaak achter opvliegende vogels aan. Maar ook als ze dat niet doen, kan hun geur of die van hun urine wilde dieren al verstoren, ook als de hond zelf niet meer aanwezig is.
In datzelfde artikel zegt boswachter Theo Brouwer (werkzaam in de Schoorlse Duinen) : “Als ik zie dat iedereen zijn hond aan de lijn heeft, als mensen met hun honden van de natuur kunnen genieten zonder die te beschadigen, dan heb ik een leuke dag. Sommige mensen denken dat Staatsbosbeheer het geld van de boete ontvangt, of zelfs dat ik er zelf extra door verdien. Allebei niet waar. Dat gaat naar de staatskas. De winst zit ‘m er in dat er steeds minder mensen hun hond laten loslopen. Ik werk hier nu zo’n vijf jaar en ieder broedseizoen proberen wij met campagnes mensen hiervan bewust te maken. Het is niet wetenschappelijk onderzocht, maar ik zie in de praktijk dat het werkt. Een paar jaar geleden liep ongeveer zeventig procent van de honden die ik tegenkwam aan de lijn, dat is nu echt wel negentig procent. Hartstikke goed.”
https://www.staatsbosbeheer.nl/wat-we-doen/nieuws/2026/04/de-aanlijner-wint-loslaten-is-geen-optie#:~:text=%E2%80%9CBedankt%2C%20dat%20u%20uw%20hond,het%20helaas%20niet%20voor%20iedereen.
NB De campagne “De aanlijner wint” is niet nieuw en niet specifiek gericht op het broedseizoen. Het onderzoek waar Staatsbosbeheer naar verwijst is een literatuurstudie (geen daadwerkelijk onderzoek) uit 2025 door twee wetenschappers uit Australië met verwijzingen naar studies in o.a. Australië, Canada, Verenigde Staten, Afrika en Verenigd Koninkrijk.
DE HOND IS EEN PREDATOR
Een predator (synoniem: roofdier) is een organisme dat actief jaagt op andere dieren (prooien) om ze te doden en op te eten. Predators spelen een essentiële rol in de natuur door ecosystemen in balans te houden en zwakke of zieke dieren op te ruimen.
De hond is inderdaad een predator net als de in het wild levende vos, das, boommarter en wolf, de buizerd, havik, valk, uil, snoek, baars, tonijn, kabeljauw en is daarom al bij voorbaat een dier waar andere dieren (de zogeheten prooidieren) waarop ze jagen voorzichtig mee zullen zijn. Dat is nou eenmaal zoals de natuur in elkaar zit en is natuurlijk gedrag. Moeten dan alle honden in de natuur (waar ze oorspronkelijk ook vandaan komen) maar verboden worden?
In de studie uit 2007 van de Universiteit South Wales in Australie “Four-legged friend or foe? Dog walking displaces native birds from natural areas ” staat dat Natuurbeheerders vaak het uitlaten van honden in natuurgebieden verbieden, uit angst dat dieren in het wild honden als potentiële roofdieren zullen zien en hun natuurlijke habitat zullen verlaten. Uit veldstudies in 90 parken in Australië ontdekten de onderzoekers dat “honden uitlaten in bushland een vermindering van 35 procent in de vogeldiversiteit – het aantal soorten – en een vermindering van 41 procent in de overvloed – het aantal individuele vogels in een gebied, veroorzaakt”, aldus Banks. Er wordt in dit onderzoek verder niets gezegd over welke vogels het gaat en in wat voor habitat deze leefden. Deze resultaten zijn inderdaad interessant maar mijns inziens niet een-op-een toe te passen op de Nederlandse natuur.
In de literatuurstudie “Bad dog. The environmental effect of owned dogs. Pacific Conservation Biology” van P.W. Bateman en L.N. Gilson uit 2025 wordt beschreven hoe ernstig de impact van het natuurlijke roofzuchtige gedrag van honden is, maar beamen ook dat een eenvoudige manier om de ergste gevolgen van verstoring door honden te verzachten, is door ze op stranden aangelijnd te houden en een bufferafstand te bewaren tot nestelende of rustende kustvogels. Echter het verzoek tot het aanlijnen van de hond vanwege de broedende kustvogels werd op grote schaal genegeerd door de eigenaren van de honden. M.a.w. de hond is niet het probleem, maar de hondeneigenaar die z’n verantwoordelijkheid niet neemt.

In deze literatuurstudie waar Staatsbosbeheer zelf naar verwijst in haar laatste campagne wordt de eindconclusie als volgt geformuleerd: “Bij gebrek aan een gemeenschapsgevoel van gedeelde verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte, blijven beperkende of verbodsacties over – het verbieden van honden uit meerdere kwetsbare plekken. Dit is inderdaad de enige keuze voor locaties met kwetsbare broedvogels, met name stranden, hoewel met de beperkte middelen die kenmerkend zijn voor de meeste natuurbeschermingsgroepen, het toezicht op eventuele overtredingen van de regels voor de toegang van honden vaak moeilijk is (Maguire 2018).
Het probleem met eigen honden en hun omgeving zal niet zomaar verdwijnen. Er moet een dialoog plaatsvinden over de manier waarop we onze belangrijke relatie met gezelschapsdieren kunnen behouden en die in evenwicht kunnen brengen met een betekenisvol, duurzaam beheer van de omgevingen waarvan zowel mensen als hun honden en de aanwezige of migrerende wilde dieren afhankelijk zijn.”
c
Bovenstaande studies zijn vooral gericht op landen als Australië, Canada, VS en UK. Hoe zit het dan met studies over Nederland?
Het eerste onderzoek van de Universiteit Wageningen over de verstoring van honden in de natuur stamt uit 1993. In 2014 een literatuurstudie over het brede effect van honden op de natuur van Bureau Waardenburg met aanbevelingen. En recentelijk uit 2022 het onderzoek van de Universiteit Gent met bijna identieke aanbevelingen als de literatuurstudie van Bureau Waardenburg.
In het rapport “Effecten van honden natuur. Casus Amsterdamse Bos” van Bureau Waardenburg uit 2021 wordt de volgende conclusie getrokken: “Honden zijn een belangrijke verstoringsbron voor vogels en zoogdieren. Wandelaars met honden zorgen voor meer verstoring dan wandelaars, joggers of fietsers. Dit geldt voor aangelijnde honden, maar het verstorende effect is nog vele malen groter voor loslopende honden. De reden hiervoor ligt in het feit dat met name grondgebonden vogels en dieren door honden aangevallen, opgejaagd of opgegeten kunnen worden en dus een reëel gevaar vormen voor veel dieren. De impact van loslopende honden is zoveel groter omdat ze een veel groter terrein bestrijken dan aangelijnde honden, onvoorspelbaar gedrag vertonen en geneigd zijn achter de dieren aan te gaan die ze ruiken of zien. In bossen is het verstorende effect van honden wat kleiner dan in open gebieden, met name omdat ze dichter in de buurt van de paden blijven en dieren meer schuilmogelijkheden hebben.”
Het grootste effect is op soorten die op de grond broeden, zoals watervogels, steltlopers, hoenders (fazanten), leeuweriken en piepers (Miller et al,2001, Taylor et al. 2005; Krijgsveld et al. 2008; Marzano & Dandy 2012).
c

c
In de studie “Effects of human approach directness and path use on small mammal risk perception” van H. Rabitoy & T. Stankowich uit 2023 wordt geschreven dat prooidieren effectief en dynamisch kunnen inschatten en dienovereenkomstig reageren in de keuze van de antipredatorstrategie.
“Prooien vermijden predatie effectief door hun risico dynamisch in te schatten en dienovereenkomstig te reageren. Verschillende aspecten van de benadering van het roofdier (bijvoorbeeld oogcontact, directheid van de nadering, snelheid, aanwezigheid op het pad, enz.) kunnen de perceptie van prooirisico’s en de keuze van de antipredatorstrategie sterk beïnvloeden.”
Oftewel benader je als predator (d.i. mens en hond) een wild dier op het wandelpad dan leidt dat tot kortere vluchtinitiatieafstanden (FID’s) in vergelijking met benaderingen buiten het pad (off-path), en ook directere benaderingen leidden tot kortere vluchtinitiatieafstanden. Prooidieren houden dus van voorspelbaarheid bij hun predator…heb je je hond aan de lijn en loop je over het wandelpad waar dagelijks overheen gelopen wordt, dan zal het prooidier zijn strategie hierop zeer effectief kunnen inschatten.
Maar niet overal is het effect van de verstoring identiek. “De afstand waarover in het wild levende dieren/ vogels verstoord worden hangt behalve van de verstoringsbron ook sterk af van de openheid van het landschap (Krijgsveld et al. 2008). In open gebieden zoals op stranden en op het water kan de verstoringsafstand oplopen tot honderden meters en zelfs enkele kilometers. In meer besloten gebieden, waar dieren zich beter kunnen verschuilen, is de verstoringsafstand doorgaans beperkt tot enkele tientallen meters (Taylor et al. 2005; Lenth et al. 2008).”
In het rapport “Effect van honden op natuur” van Bureau Waardenburg uit 2014 staat: “In het specifieke geval van verstoring door honden speelt mee dat de omgeving vaak al verstoord is door de aanwezigheid van mensen. Op plekken waar honden komen, komen in de regel ook veel mensen zonder hond, en worden de honden ten minste altijd begeleid door een mens. Er is dus sprake van een reeds verstoorde situatie. Dit betekent dat de natuurwaarde op plekken waar honden komen doorgaans al verlaagd is in meerdere of mindere mate. De aanwezigheid van de honden leidt hier alleen tot een intensivering van de verstoring en verstoring van een groter gebied omdat mensen vaak op de paden blijven en honden ook door de terreinen eromheen lopen. (noot: de laatste opmerking refereert naar de loslopende hond) …in gebieden waar een hoge recreatiedruk is, zoals in drukke stadsparken, de natuurwaarde een stuk lager liggen, waardoor er minder dieren aanwezig zullen zijn die verstoord kunnen worden. De dieren die hier nog aanwezig zijn zullen zich doorgaans ook minder snel laten verstoren.
Honden kunnen voor veel verstoring zorgen, en er is dus wel degelijk sprake van een effect op in het wild levende dieren. Desalniettemin lijkt de impact op populatieniveau beperkt. Er zijn geen studies bekend waar effecten op populatieniveau zijn aangetoond. Zeker in Nederland zijn honden niet alom aanwezig in de gebieden waar ze uitgelaten worden, maar beperkt tot bepaalde delen van deze gebieden, daar waar ook mensen komen. Dit maakt dat verstorende effecten niet snel tot op populatieniveau zullen optreden”.
Ook in de Ecologische Quickscan Natte Neuzen Kriekentrail van 26 april 2026 verwijst ecoloog J. Jonker naar diverse studies en rapporten: “Verstoring van broedvogels kan optreden door menselijke aanwezigheid en honden, bijvoorbeeld door opvliegen, stress en verstoring van broedgedrag. Tegelijkertijd is uit ecologische studies en praktijk bekend dat de mate van verstoring sterk afhankelijk is van de intensiteit, duur en voorspelbaarheid van activiteiten. Uit de rapporten Verstoring van vogels door recreatie van Vogelbescherming Nederland blijkt dat de effecten van recreatie sterk samenhangen met het type leefgebied, de soort vogels en de manier waarop recreatie plaatsvindt (Krijgsveld, Klaassen, & van der Winden, z.d.) (Krijgsveld, Klaassen, & van der Winden, z.d.)
Voor bosgebieden worden er in de rapporten verschillende verstoringsfactoren beschreven. Bossen vormen een relatief beschut leefgebied, waardoor verstoring vaak minder ver reikt dan in open gebieden. Verstoring in bossen is meestal lokaler en kleinschaliger, omdat de zichtlijnen beperkt zijn en geluid meer gedempt wordt. Veel bosvogels zijn ook gewend aan regelmatige, voorspelbare verstoring langs de bospaden. Dat betekent dat de impact van recreatie in bosgebieden vooral samenhangt met het wel/niet verlaten van paden, de voorspelbaarheid van menselijke aanwezigheid en de aanwezigheid van rustgebieden buiten de paden (Krijgsveld, Klaassen, & van der Winden, z.d.).
Volgens de rapporten, gebaseerd op meer dan 270 onderzoeken, geldt dat langzame en voorspelbare reactievormen zoals wandelen en hardlopen relatief beperkte effecten hebben. De impact neemt vooral toe bij grote aantallen recreanten, langdurige aanwezigheid en onvoorspelbare bewegingen. Hardlopen en wandelen op paden wordt daarbij genoemd als een recreatievorm waarbij verstoring beperkt kan blijven, als de activiteit plaatsvindt op bestaande routes. Een belangrijk punt uit beide rapporten is dat verstoring effectief kan worden verminderd door recreatie op vast paden te laten plaatsvinden (Krijgsveld, Klaassen, & van der Winden, z.d.).
Een specifiek aandachtpunt vormt recreatie met honden. Vogelbescherming Nederland laat zien dat honden een onderscheidend verstoringstype vormen binnen natuurgebieden, inclusief bosgebieden. Vogels reageren vaak sterker op honden dan op mensen zonder hond, omdat honden niet als niet-bedreigend worden herkend en eerder als potentiële predator worden gezien. Hierdoor is de verstoringsafstand groter en kan de kans op opvliegen of nestverlating toenemen (Krijgsveld, Klaassen, & van der Winden, z.d.). In bosgebieden is verstoring weliswaar vaak lokaal door beperkte zichtlijn, demping van geluid en vaste padenstructuren, maar honden kunnen juist daar extra effect hebben doordat zij geursporen achterlaten, sneller van paden aflopen en dieren in bosgebieden vaak dicht langs paden broeden of foerageren. Aangelijnde honden verminderen de verstoring, maar nemen deze niet volledig weg (Krijgsveld, Klaassen, & van der Winden, z.d.)“
c
VERSTORING OP FAUNA
Maar de hond wordt niet alleen gezien als verstoring vanwege het vluchtgedrag van prooidieren als reactie op de aanwezigheid van honden. Steeds luider wordt het verhaal dat de ontlasting en urine van honden de flora ernstig verstoren welke van groot belang is voor de normalisering en acceptatie van de carbon footprint/ecologische voetafdruk; dit is een hypothetisch getal (geen echt gemeten getal) gemeten in mondiale hectares. Een meetmethode die wordt gebruikt om de impact van individuele menselijke activiteiten op ecosystemen te kunnen kwantificeren en te beoordelen.
In het rapport “Effect van honden op natuur” van Bureau Waardenburg uit 2014 staat: “Het uitlaten van honden heeft op een aantal manieren effecten op de plantengroei. De toevoer van voedingsstoffen (stikstof, fosfor en kalium) via poep en urine is verreweg het belangrijkste proces.
Het is een misvatting dat het grootste deel van de nutriënten in de vaste fractie (poep) zit. Voor stikstof geldt dat het grootste deel via de urine verspreid wordt (Van Grunsven et al. 2010 schatten 80%, Beynen et al. 2002 komt op 85%). Voor fosfor is dat precies andersom, hiervan belandt slechts 10% in de urine en dus 90% in de feces (Wood et al. 2004). Voor kalium is de verhouding feces/urine 67/33% (Wood et al. 2004). “
In de studie “Nutrient fertilization by dogs in peri-urban ecosystems” uit 2021 van Universiteit Gent wordt gesproken over: “…ontlasting bevat 97% van de P (fosfor) en 56% van de afgezette N (stikstof). De helft (44%) van de stikstof (N) die door honden wordt afgezet, komt via de urine.”
“Ondanks dat algemeen wordt erkend dat dit met name voor voedselarme natuurgebieden een probleem kan zijn, is er betrekkelijk weinig onderzoek naar gedaan (Taylor et al. 2005). Er is een brede studie gedaan naar mogelijke effecten in voedselarme terreinen (Molenaar & Jonkers, 1993). Daarnaast zijn enkele specifieke studies verricht in de duinen (Jaarsma et al. 2008; Van Grunsven et al. 2010; Kuiper, 2012). Ook in het buitenland is er niet of nauwelijks (gepubliceerd) onderzoek naar gedaan (Shaw & Reeve 2007). “

Van een hond die alleen vers vlees eet (KVV of BARF) is bekend dat de hoeveel poep minimaal is, omdat 90-95% van het vlees wordt verteerd waardoor er weinig afval overblijft. De ontlasting is compacter en droger en qua geur ook minder penetrant in vergelijking met uitwerpselen van honden die brokken eten. Honden die vers vlees eten produceren niet alleen minder vaak minder ontlasting, maar de ontlasting bevat ook veel minder fosfor omdat het lichaam van de hond dit efficiënt in de darmen absorbeert. (NB: Fosfor is een belangrijk mineraal dat de hond nodig heeft voor sterke botten en tanden). Brokken bevatten vaak fosfor uit plantaardige bronnen (zoals granen, rijst of maïs). Dit fosfor is gebonden aan fytinezuur, wat voor een hond erg lastig te verteren is. Hierdoor verlaat een groter deel van het fosfor ongebruikt het lichaam wat resulteert in grotere, zachtere en meer stinkende drollen. https://mcvoordieren.nl/kennisbank/vers-vlees-hond-voordelen-nadelen/
c
Uit het onderzoek: ”Bosje van Poot; onderzoek Eikenclusters en Effecten van Honden” uit 2008 door de Universiteit Wageningen naar het effect van reuen die tegen de eikenbomen urineren met de vraag in hoeverre dit schadelijk is voor de boom, blijkt dat de stikstof in de vorm van ureum samen met de poep bijdraagt aan de toename van voedingsstoffen op de plaats waar geürineerd respectievelijk gepoept wordt. Uit de literatuur is geen verband gevonden tussen het urineren van honden en blijvende schade aan bomen van de leeftijd zoals die in de Bosjes van Poot worden aangetroffen.
c
In het rapport “Effecten van honden natuur. Casus Amsterdamse Bos” van Bureau Waardenburg uit 2021 staat: “Van Grunsven et al. (2010) concluderen dat het effect van bemesting op de vegetatie lokaal groot is en dat de bemesting zeer ongelijkmatig over het terrein verspreid is. Anders gezegd: er ontstaan ecologisch weinig interessante ‘hondenpoepveldjes’, maar op andere locaties blijven oorspronkelijke vegetaties min of meer in stand. Dit heeft te maken met het gedrag van honden. Meestal poept een hond binnen 10 minuten vanaf de start van de wandeling en gebruiken verschillende honden dezelfde locaties voor poepen en plassen om het territorium af te bakenen. Het grootste deel van de ontlasting en urine van een hond belandt op relatief korte afstand van zijn huis. Bij een groot park of natuurgebied is de invloed van vermesting groter nabij de parkeerplaatsen en ingangen en kleiner naarmate de afstand groter wordt. Uit een studie aan een parkeerplaats bleek dat de invloed van honden tot zeker 50 meter van het pad reikt (Shaw & Reeve 2007).
Uiteraard is er een groot verschil tussen loslopende en aangelijnde honden. De laatste blijven altijd dichter bij het pad en beïnvloeden dus een kleiner oppervlakte (± 1 meter langs het pad), maar de invloed is ter plekke wel sterker.“
c
c
In de studie van de Universiteit Genk uit 2021 “ Nutrient fertilization by dogs in peri-urban ecosystems“ wordt een scenario beschreven waarin honden aan de lijn werden gehouden en alle eigenaren de uitwerpselen van hun honden opruimden. Onderzoekers ontdekten dat dit de bemestingsniveaus met 56% voor stikstof en 97% voor fosfor verminderde. Dit komt doordat bijna alle fosfor via hondenpoep in de bodem beland, terwijl stikstof gelijkmatig wordt afgezet door zowel uitwerpselen als urine.
Bovendien voorkomt het verwijderen van hondenpoep de besmetting van grazende dieren met zoönotische ziekten, zoals Neospora caninum, een parasiet die verspreid kan worden door honden, maar ook wolven, en voor met name drachtige koeien, schapen en geiten de kans op een miskraam kan vergroten.
Hondenpoep en urine hebben (net als mensenpoep en paardenpoep) dus een bemestend effect. Volgens Wim de Vries, hoogleraar milieusysteemanalyse aan Wageningen University & Research, zijn de stikstof en het fosfor uit hondenpoep en-plas “natuurlijk sterk geconcentreerd rond de plekken waar de honden hun behoefte doen”. Daardoor zullen ze minder effect op het hele gebied hebben dan de stikstof en het fosfor uit de atmosfeer.
Bovendien is er in veel gebieden juist sprake van een gebrék aan fosfor, merkt De Vries op. “Wat extra fosfortoevoer zou de situatie dus ook iets kunnen verbeteren.”
“Maar, zo merkt Rik Leemans op, ook hoogleraar milieusysteemanalyse in Wageningen: de onderzoekers hebben alleen gekeken naar vier vrij kleine natuurgebieden in de buurt van Gent. “Zijn die wel representatief voor natuurgebieden in het algemeen, of voor grotere gebieden die verder van de stad af liggen?”
c

CANITRAILEN EN VERANTWOORDELIJKHEID
Canitrailen is heel kort door de bocht hardlopen met je hond door de natuur die altijd aangelijnd is aan een lijn van 1,5 meter (uitgerekt 2 meter). Deze sport biedt de perfecte balans tussen fysieke inspanning en mentale uitdaging voor mens en hond. Het kunnen trekken en rennen in een fijn tempo is ideaal om overtollige energie op een gezonde manier te verbranden en conditie op te bouwen. Het parcours (vaak onverhard en heuvelachtig) zorgt voor een goede training van de spieren, gewrichten en de algehele conditie van de hond, maar zorgt ook voor een sterke focus op ‘het werken’. Net als bij mensen werkt buiten bewegen in de natuur ontspannend en helpt de stress bij de hond te verminderen. De hond heeft een taak, is aan het werk en dat geeft een hond veel voldoening. Omdat canitrailen noncompetitief is, gebeurt dit altijd zonder prestatiedruk. Daardoor is deze sport uitermate geschikt voor honden die wat onzeker zijn of snel overprikkeld raken of die niet los mogen vanwege bijvoorbeeld hun jachtinstinct.
Tijdens de warming-up, d.i. de eerste 10 minuten nadat de hond uit de auto is, kunnen honden plassen en poepen in en om het begin van de parkeerplaats. Uit onderzoek is gebleken dat honden vooral poepen in de eerste 10 minuten van het uitlaten. Dat valt dan ook goed samen met de eerste 10 minuten van een Canitrail training of evenement. De poep wordt door de hondeneigenaar opgeruimd, in een plastic poepzakje gedaan en vaak aan de zijkant van het pad neergelegd om later na afloop als ze weer langs die plek komen het poepzakje mee te nemen en te deponeren in de beschikbare vuilnisbak of om direct in de beschikbare vuilnisbak bij de parkeerplaats te doen of mee te nemen naar huis om daar in de vuilnisbak te deponeren.
Onderweg lopen Canitrailers altijd op de reeds bestaande wandelpaden en komen ze regelmatig wilde dieren tegen. Zwijnen, herten, reeën, konijnen, Schotse hooglanders en wilde paarden passeren ze wandelend met de hond dicht tegen de eigenaar aan en pas nadat ze zijn gepasseerd gaan ze weer hardlopen om te voorkomen dat het dier de hardlopende hond associeert met een ‘jacht-situatie’. Vaak echter heeft de hond zelf niet eens in de gaten dat het wild iets verder van het pad in het bos staat, omdat de hond letterlijk aan het werk is en niet bezig is met het jagen.
Tijdens de Natte Neuzen Trails door het park bij Kasteel Rozendaal ruimen deelnemers de ontlasting van hun hond op door een poepzakje te gebruiken (verstrekt door de organisatie) en dit in het park naast het pad achter te laten. De organisatie neemt na afloop van het evenement de achtergelaten hondenpoepzakjes mee als ook de uitgezette pijlen worden verwijderd. Vrijwilligers bij de parkeerplaats en start van de Natte Neuzen Trails spreken deelnemers ook aan om de ontlasting op te ruimen en te deponeren in de vuilniszakken die de organisatie speciaal hiervoor extra heeft opgehangen bij start en parkeerplaats.
Canitrailers hebben een groot respect voor de natuur waarin ze vaak vertoeven om hun sport uit te kunnen oefenen. Verantwoordelijk eigenaarschap gaat samen met Canitrailen en Canitrail.NL draagt dat in het bijzonder uit in de organisatie van de Natte Neuzen Trails. Via de website, berichten op social media, nieuwsbrieven, gedragsregels en vrijwilligers ter plekke zorgen we voor educatie en promoten een gezonde relatie tussen mens en hond enerzijds en de wilde flora en fauna anderzijds. Natuurbeheerders kunnen altijd terecht bij de organisatie van de Natte Neuzen Trails als het fout gaat; dat in tegenstelling tot de individuele wandelaar met hond die niet aangesproken of verantwoordelijk gehouden kan worden op het gedrag omdat deze niet bekend is bij beheerders.
c
CONCLUSIE
De hond heeft net als alle andere predators een effect op het gedrag van prooidieren. Zo zit nou eenmaal de natuur in elkaar en daar is niets onnatuurlijks aan. De wolf in Nederland wordt verwelkomd als toevoeging op de biodiversiteit terwijl ‘z’n broertje’, de hond, wordt afgeschilderd als verstorend. Beide dieren vertonen hetzelfde gedrag in de natuur, hebben hetzelfde dieet (voornamelijk eiwitrijk voedsel), poepen en plassen identiek …en ja er zijn natuurlijk veel meer honden in Nederland als wolven. Uit cijfers van het RIVM en Dibevo heeft ongeveer 18% tot 19% van de Nederlandse huishoudens één of meerdere honden, wat het de op één na populairste huisdier maakt (na de kat).

De hond heeft in tegenstelling tot de wolf echter een ‘baasje’ en die kan direct ingrijpen op de mate van invloed van de hond in en op de natuur. De overeenkomst die ik in alle bovenstaande onderzoeken lees is dat de hondeneigenaar degene is die het probleem creëert en niet zozeer de hond zelf. De hond is van nature een predator, dat kun je niet veranderen, maar in hoeverre je je hond daarin vrij laat ligt voor 100% bij de hondeneigenaar.
c
Het beeld over de hond die grootste verstoorder is in de natuur en daarom dus niet de natuur in zou mogen, vind ik een wel zeer beperkte oplossing. Zoals onderzoekers terecht opmerken: Daar waar mensen zijn, is de natuur al in meerdere of mindere mate verstoord. De hond voegt er een extra verstoring aan toe….maar de hond verbieden en mensen wel toelaten is m.i. wel erg kortzichtig. Daarbij concluderen vele onderzoeken en bovengenoemde boswachter Theo Brouwer zelf ook dat handhaven op het naleven van de afspraken mbt honden in de natuur wel degelijk effect heeft. Maar handhaven kost mensen, tijd en geld…zover ik tussen de regels door kan lezen in bepaalde studies is het financieren van die handhaving vaak moeilijk. Er wordt zelfs letterlijk gezegd: “Bij gebrek aan een gemeenschapsgevoel van gedeelde verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte, blijven beperkende of verbodsacties over – het verbieden van honden uit meerdere kwetsbare plekken. Dit is inderdaad de enige keuze voor locaties met kwetsbare broedvogels, met name stranden, hoewel met de beperkte middelen die kenmerkend zijn voor de meeste natuurbeschermingsgroepen, het toezicht op eventuele overtredingen van de regels voor de toegang van honden vaak moeilijk is (Maguire 2018).”
Onderliggende zeer bewuste keuzes die in Nederland gemaakt worden door politiek en beleidsmakers hebben grote impact over hoe men wil dat we met de natuur omgaan. Denk aan de Natura 2000 en het ARK Rewilding Nederland.
Het doel van Natura 2000 is om specifiek aangewezen kwetsbare planten, dieren en hun natuurlijke leefomgeving (habitats) te beschermen tegen verdere achteruitgang. Nederland kent ruim 162 van deze Natura 2000-gebieden. Terreinbeherende organisaties en grondeigenaren kunnen voor deze herstelprojecten diverse subsidies aanvragen bij het Rijk, provincies en Europese Unie.
Het doel van ARK Rewilding Nederland is ontwikkeling van gezonde en veerkrachtige ecoystemen, waarin natuur zichzelf in stand houdt en tegen een stootje kan. Hier horen een aantal basisprincipes bij: voldoende ruimte, goede verbindingen, geschikte leefcondities en de aanwezigheid van sleutelsoorten, zoals onder andere roofdieren en planteneters. Het terugbrengen van sleutelsoorten, de bever, otter, wisent en de wolf, kan nodig zijn om de natuurlijke dynamiek weer voldoende ‘aan’ te zetten, zodat herstel van ecosystemen mogelijk wordt. De Stichting ARK Rewilding Nederland wordt gefinancierd via een lappendeken van projectsubsidies, private fondsen, de Nationale Postcode Loterij, en innovatieve private investeringen. Projecten worden regelmatig ondersteund door grotere (internationale) filantropische fondsen, zoals het Wereld Natuur Fonds (WWF) of het Europese Endangered Landscapes & Seascapes Programme. Maar ook uit Europese gelden zoals het LIFE-Nature programma: https://rewildingeurope.com/partners/financing-partners/
- Honden moeten in verwilderde natuurgebieden te allen tijde aan de lijn (NB: niet alleen tijdens het broedseizoen)
- In sommige kernzones van rewilding-projecten zijn honden zelfs helemaal verboden om de rust voor de natuur te garanderen
WAT KUNNEN WIJ ALS CANITRAILERS ZELF DOEN
Dat de natuur steeds verder op slot gaat voor mens en hond ondervinden wij als Canitrailers al jaren aan den lijve. Paden worden afgesloten, natuurgebieden heringericht, hondenlosloopvelden verplaatst of gesloten, parkeerplaatsen verdwijnen en steeds minder evenementen worden toegestaan in de natuur. Dat zijn maatregelen waarop we zelf erg weinig invloed hebben, omdat natuurbeheerders en gemeentes keuzes maken. Maar wat kunnen we als Canitrailers wel zelf doen?
Voor een positieve uitstraling van onze sport zeg ik altijd dat Canitrailen een win-win situatie is voor mens en hond. Door een aantal kleine aanpassingen kunnen we de verstoring in de natuur beperken tot het maximaal minimum, namelijk;
1. hond niet los laten lopen, maar aanlijnen
2. op de paden blijven, niet dwars door de natuur
3. hondenpoep opruimen ipv laten liggen (maar dan wel graag door natuurbeheerders faciliteren in bijvoorbeeld vuilnisbakken)
4. wandelend langs foeragerend wild ipv hardlopend (minder associatie met jacht en opjagen)
Bossen hebben een diepgaand positief effect op zowel de fysieke als de mentale gezondheid van de mens (zie https://natuurenbos.be/dossiers/natuur-gezondheid-en-biodiversiteit-een-gezonde-mens-een-gezonde-natuur) Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat tijd doorbrengen in een bosrijke omgeving stress direct verlaagt, het immuunsysteem versterkt en de luchtkwaliteit rondom ons verbetert. Net als bij mensen werkt buiten bewegen in de natuur bij de hond ontspannend en helpt de stress te verminderen. De hond heeft tijdens het hardlopen een taak, is aan het werk; dat geeft een hond veel voldoening en levert een positieve bijdrage aan het zelfvertrouwen van de hond. Canitrailen is ideaal om overtollige energie op een gezonde manier te verbranden en conditie op te bouwen. Voor zowel de hond als de mens:)
Mocht je willen reageren op deze blog, dan kun je een mailtje sturen naar canitrailnl@gmail.com
c
LITERATUUR:
https://edepot.wur.nl/390970 (1993)
https://www.researchgate.net/publication/232663987_The_Effects_of_Dogs_on_Wildlife_Communities/link/0046353460ca8025ec000000/download(2006)
https://www.researchgate.net/publication/6055768_Four-legged_friend_or_foe_Dog_walking_displaces_native_birds_from_natural_areas (2007)
https://www.researchgate.net/publication/37792351_Bosjes_van_Poot_onderzoek_eikenclusters_en_effecten_van_honden(2008)
https://www.researchgate.net/publication/323930116_Influence_of_dietary_protein_and_fructooligosaccharides_on_fecal_fermentative_end-products_fecal_bacterial_populations_and_apparent_total_tract_digestibility_in_dogs (2018)
https://achterwillens.eu/wp-content/uploads/2021/03/Honden_en_natuur_Waardenburg_2014.pdf (2014)
https://www.researchgate.net/publication/347552717_Dog_Urine_Has_Acute_Impacts_on_Soil_Chemistry_in_Urban_Greenspaces (2020)
https://www.researchgate.net/publication/360977858_Effecten_van_honden_op_natuur_casus_Amsterdamse_Bos(2021)
https://www.researchgate.net/publication/358408035_Nutrient_fertilization_by_dogs_in_peri-urban_ecosystems (2022)
https://connectsci.au/pc/article/31/3/PC24071/200023/Bad-dog-The-environmental-effects-of-owned-dogs(2025)
ARTIKELEN:
https://scientias.nl/hondenpoep-in-natuurgebied-slecht-voor-biodiversiteit/ (2022)
https://www.britishecologicalsociety.org/dog-faeces-urine-harming-nature-reserves/ (2022)
Effects of human approach directness and path use on small mammal risk perception van H. Rabitoy & T. Stankowich (2023) : https://link.springer.com/article/10.1007/s10164-023-00795-0
https://groenkennisnet.nl/nieuwsitem/ecologische-pootafdruk-verkleinen-voor-bodemgezondheid-en-biodiversiteit (2025)
https://www.dierenbescherming.nl/actueel/meer-dan-een-poepkwestie (2026)
BOEKEN:
Daily relative dog abundance, fecal density, and loading rates on intensively and minimally managed dog-friendly beaches in central California (2017)
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29100633/
Free-Ranging Dogs and Wildlife Conservation (2015)
https://www.researchgate.net/publication/286466427_Free-Ranging_Dogs_and_Wildlife_Conservation
UIT DE ECOLOGISCHE QUICKSCAN:
Krijgsveld, K., Klaassen, B., & van der Winden, J. (z.d.). Literatuurstudie van de verstoringsgevoeligheid en overzicht van maatregelen. Doel 2 soortbesprekingen. Vogelbescherming Nederland. Opgeroepen op 2026, van https://www.vogelbescherming.nl/docs/1a3fd68e-090b-4bee-a605-d75278d5f784.pdf
Krijgsveld, K., Klaassen, B., & van der Winden, J. (z.d.). Literatuurstudie van verstoringsgevoeligheid en overzicht van maatregelen; Deel 1 Hoofdrapport. Vogelbescherming Nederland. Opgeroepen op 2026, van https://www.vogelbescherming.nl/docs/ed1780d7-ea3b-4aa1-94d0-985928fa9deb.pdf
Kroodsma, R. (1984). Effect of Edge on Breeding Forest Bird Species. Wilson Bulletin; Vol. 94, pp. 1-12.
Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. (z.d.). Veluwe; Doelstelling. Opgehaald van https://www.natura2000.nl: https://www.natura2000.nl/gebieden/gelderland/veluwe/veluwe-doelstelling



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!